• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BOODSCHAP VAN DE CONCILIEVADERS

De Concilievaders aan alle mensen
Na goedkeuring van de Paus wordt aan de Concilievaders een ontwerp voorgelegd van een boodschap aan alle mensen.

Wij verlangen aan alle mensen en volkeren een boodschap te zenden van heil, liefde en vrede, die door Jezus Christus, de Zoon van de levende God, aan de wereld zijn gebracht en aan de Kerk zijn toevertrouwd.
Want om deze reden zijn wij vergaderd in opdracht van onze Heilige Vader Paus Johannes XXIII en zijn wij hier samengekomen als opvolgers van de Apostelen, eensgezind biddend met Maria, de Moeder van Jezus en één apostolisch Lichaam vormend, waarvan de opvolger van Petrus het hoofd is.

Moge het Aanschijn van Jezus Christus lichten

In deze vergadering willen wij onder leiding van de H. Geest zoeken, hoe wij onszelf moeten vernieuwen om meer en meer getrouw bevonden te worden aan het Evangelie van Christus. Wij zullen er ons op toeleggen om de gehele en de zuivere waarheid Gods zo aan de mensen van deze tijd voor te houden dat zij haar kunnen begrijpen en er graag hun instemming aan geven.

Omdat wij herders zijn, is het ons verlangen, dat de nood wordt gelenigd van allen, die God zoeken, "of zij Hem misschien al tastende kunnen vinden, omdat Hij immers niet ver is van ieder van ons" (Hand. 17, 27)

Daarom wijden wij in gehoorzaamheid aan de wil van Christus, die zichzelf aan de dood heeft overgeleverd "om zich een Kerk te bereiden zonder vlek of rimpel... maar opdat zij heilig zou zijn en onbevlekt" (Ef. 5, 27), al onze krachten en heel ons denken aan de vernieuwing van onszelf, de Leiders, en van de kudden, die ons zijn toevertrouwd, zó, dat aan de volkeren verschijnt het liefdevolle aanschijn van Jezus Christus, die in onze harten licht. (2 Kor. 4, 6)

Zozeer heeft God de wereld liefgehad
Wij geloven, dat God de wereld zozeer heeft liefgehad, dat Hij Zijn Zoon heeft geschonken om haar te redden; en Hij heeft ons door Zijn Zoon bevrijd van de slavernij van de zonde "alles door Hem met Zich verzoenend en tot vrede brengend door het bloed van Zijn Kruis" (Kol. 1, 20), zodat "wij kinderen Gods genoemd worden en het ook zijn". Daarbij wordt ons nog de Geest door de Vader gegeven opdat wij het leven van God levende, God en onze broeders mogen liefhebben, wij die allen één zijn in Christus.

Dat betekent echter geenszins, dat wij Christus aanhangende ons afkeren van onze aardse taken en inspanningen, maar integendeel, dat geloof, hoop en liefde ons dringen om onze broeders te dienen, aldus gelijkvormig geworden aan het voorbeeld van onze Goddelijke Meester, die "niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen" (Mt. 20, 28)

Daarom is het ook niet de taak van de Kerk om te heersen, maar om te dienen. "Hij heeft voor ons zijn leven gegeven, en wij moeten ons leven geven voor onze broeders (1 Joh. 3, 16)"

Omdat wij als vrucht van de werkzaamheden van het Concilie verhopen, dat het licht van het geloof klaarder en levendiger zal schijnen, verwachten wij dienovereenkomstig een geestelijke vernieuwing, waaruit ook een heilzame stuwende kracht kan voortkomen voor de bevordering van het menselijk welzijn nl. de vondsten van de wetenschap, de vooruitgang van de techniek en een bredere verspreiding van het onderwijs.

De liefde van God dringt ons
Wij, die hier zijn samengekomen uit alle volkeren, die er onder de hemel zijn, dragen in ons hart de zorgen, de noden naar lichaam en ziel, het lijden, de verlangens en de hoop van alle volkeren, die ons zijn toevertrouwd. Wij hebben grote aandacht voor alle noden, waardoor de mensen in onze tijd worden gekweld. Laat daaromn onze zorg vooral uitgaan naar de geringsten, naar de armsten en de zwaksten; laten wij in navolging van Christus medelijden hebben met de schare, die lijdt aan honger, ellende en onwetendheid; laten wij voortdurend aandacht hebben voor hen, die bij gebrek aan de nodige hulp nog geen menswaardig bestaan hebben bereikt. Laten wij daarom nu wij aan ons werk beginnen grote waarde hechten aan alles wat betrekking heeft op de menselijke waardigheid, aan alles wat bijdraagt tot de ware gemeenschap onder de volkeren. "De liefde van Christus dringt ons (2 Kor. 5, 14); want "hoe kan de liefde van God blijven in hem, die zijn broeder in nood ziet en zijn hart voor hem sluit? (1 Joh. 3, 17)
Twee belangrijke vragen worden ons voorgelegd

Paus Johannes XXIII heeft in een H. Paus Johannes XXIII - Boodschap
La grande aspettazione - Tot de gelovigen aan de vooravond van het Oecumenisch Concilie
Voor de microfoon en de camera vanuit Zijn particuliere bibliotheek
(11 september 1962)
vooral twee dingen benadrukt.

Allereerst wat betrekking heeft op de vrede onder de volkeren. Er is niemand, die geen afschuw heeft van oorlog, niemand, die niet met een vurig verlangen uitziet naar de vrede. Maar het meest van allen verlangt de Kerk ernaar, omdat zij immers de Moeder is van allen. Zij heeft nooit opgehouden bij monde van de Pausen haar liefde voor de vrede en haar vredeswil openlijk te verklaren, altijd bereid om tedere oprechte poging tot de vrede van ganser harte te ondersteunen. Uit alle kracht streeft zij ernaar de volkeren te verenigen en tussen hen een wederzijdse waardering van gevoelens en handelen te bevorderen. Is deze Concilievergadering in haar wonderlijke verscheidenheid van rassen, volkeren en talen niet een getuigenis en een schitterend teken van gemeenschap in broederlijke liefde? Wij verklaren plechtig, dat alle mensen broeders zijn tot welk ras of volk zij ook behoren.

Bovendien dringt de Paus aan op sociale rechtvaardigheid. De leer, uiteengezet in de Encycliek H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Mater et Magistra
Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen
(15 mei 1961)
toont duidelijk aan, dat de Kerk in de wereld van vandaag dringend nodig is om de onrechtvaardigheden en de onbillijke ongelijkheid te veroordelen, om de juiste orde van goederen en bezittingen te herstellen, zodat volgens de beginselen van het Evangelie het leven van de mens menselijker wordt.

De kracht van de Heilige Geest

Wij beschikken noch over menselijke rijkdom noch over aardse macht; wij stellen ons vertrouwen echter in de kracht van de Geest Gods, die door Onze Heer Jezus Christus aan de Kerk is beloofd. Daarom roepen wij niet alleen onze broeders, over wie wij herder zijn, maar ook alle broeders, die in Christus geloven, en alle overige mensen van goede wil van wie "God wil, dat zij zalig worden en tot de kennis van de waarheld komen (1 Tim. 2, 4), nederig maar dringend op om allen samen met ons mee te werken aan de opbouw van een betere en broederlijke samenleving in onze wereld. Want het is Gods wil (raadsbesluit), dät door de liefde hier op aarde reeds enigszins het Rijk Gods zal oplichten als een voorafschaduwing van het eeuwige Rijk Gods.

Moge, zo vragen wij, het licht van de grote hoop op Jezus Christus, onze enige Redder, schijnen midden in deze wereld, die nog ver verwijderd is van de begeerde vrede door dreigingen ontstaan uit de vooruitgang van de wetenschappen, die zeker bewonderenswaardig is, maar niet altijd voldoende aandacht heeft om de hogere zedenwet.

Document

Naam: BOODSCHAP VAN DE CONCILIEVADERS
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Overig document
Datum: 20 oktober 1962
Copyrights: © 1962, Katholiek Archief, 17e Jrg. pag. 1025-1026
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam