• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een voortdurende overwinning

De priester moet niet denken, dat door het ontvangen van de wijding alles gemakkelijk voor hem wordt, en dat hij voor goed gevrijwaard zou zijn tegen alle bekoringen en gevaren. De kuisheid maakt men zich niet zo maar eens en voorgoed eigen, maar men verkrijgt haar slechts door een moeizame strijd en een dagelijkse oefening. De moderne tijd legt sterk de nadruk op de positieve warden van de liefde tussen de seksen, maar heeft tegelijkertijd de moeilijkheden en gevaren op dit gebied veel groter gemaakt. Wil dus de priester met alle zorg het goed van de kuisheid beschermen en getuigenis afleggen van haar verheven zin, dan moet hij een rustige en heldere kijk hebben op zijn situatie, als van iemand, die is blootgesteld aan de geestelijke strijd tegen de verleiding van het vlees in zichzelf en in de wereld. Hij moet telkens weer het voornemen vernieuwen om de onherroepelijke wegschenking van zichzelf steeds te vervolmaken, de wegschenking, die hem verplicht tot volledige en daadwerkelijke trouw.

De bovennatuurlijke middelen

Het zal voor de priester van Christus een nieuwe kracht en een nieuwe vreugde betekenen, als hij iedere dag in het gebed en de meditatie zich verdiept in de motieven van zijn wegschenking en zo de overtuiging in zich levendig houdt, dat hij het beste deel heeft gekozen. Daarom zal hij met nederigheid en volharding vragen om de genade, trouw te mogen zijn, een genade, die nooit wordt geweigerd, als men er oprecht om vraagt en tevens gebruik maakt van de natuurlijke en bovennatuurlijke hulpmiddelen, waarover men beschikt. Vooral zal hij zich ijverig houden aan de regels van de ascese, die gewaarborgd zijn door de ervaring van de Kerk en die in onze tijd niet minder noodzakelijk zijn dan vroeger. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 16.18

Intens geestelijk leven

De priester zal allereerst met al de liefde, die de genade hem schenkt, zijn omgang met Christus trachten te cultiveren en trachten door te dringen in het onuitputtelijke en vreugdevolle Christusgeheim. Laat hij bovendien een steeds dieper inzicht trachten te krijgen in het geheim van de Kerk, want los van dit geheim loopt hij gevaar, zijn leven te gaan zien als zinloos en dwaas.

Blijft hij daarentegen zijn priesterlijke vroomheid voeden uit de zuivere bron van het woord Gods en de Eucharistie, neemt hij met heel zijn wezen deel aan de liturgische viering, zoekt hij steun in een innige en bewuste godsvrucht tot de heilige Maagd, Moeder van de eeuwige Hogepriester en Koningin van de apostelen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 18, dan komt hij in contact met de bronnen van een waarachtig geestelijk leven, en dit alleen geeft een vaste basis aan de onderhouding van de maagdelijkheid.

De geest van het priesterlijk ministerie

Met de genade en de vrede in het hart zal de priester moedig de velerlei plichten van zijn leven en zijn ambt op zich nemen. Vervult hij deze plichten in geloof en met ijver, dan vindt hij daarin een nieuwe gelegenheid om te getuigen van zijn volledig toebehoren aan Christus en aan zijn mystiek Lichaam, voor de heiliging van zichzelf en van anderen. De liefde van Christus, die hem geen rust laat Vgl. 2 Kor. 5, 14 , zal volstrekt met de edelste gevoelens van zijn hart onderdrukken maar hem juist helpen om deze nog meer te veredelen en te verdiepen. Hij zal dit doen in een geest van toewijding op het voorbeeld van Christus, de Hogepriester, die in alles het leven van de mensen wilde delen, die hen heeft liefgehad en voor hen heeft geleden Vgl. Hebr. 4, 15 ; op het voorbeeld van de apostel Paulus, die het leed van allen op zich nam Vgl. 1 Kor. 9, 22 Vgl. 2 Kor. 11, 29 om in de wereld getuigenis af te leggen van het licht en de kracht van het Evangelie van Gods genade. Vgl. Hand. 20, 24

Bescherming tegen de gevaren

In zijn bezorgdheid om in niets afbreuk te doen aan zijn overgave aan Christus zal de priester zich weten vrij te houden van neigingen, waardoor een affectiviteit zou kunnen groeien, die niet voldoende wordt geleid en beheerst door de geest, en hij zal in zijn geestelijk en apostolisch werk geen voorwendsel zoeken om toe te geven aan gevoelens, die in werkelijkheid een gevaar voor hem zijn.

Mannelijke ascese

Het priesterlijke leven eist een intense toeleg op een echte en eerlijke vroomheid, waardoor de priester kan leven uit de Geest en de Geest kan volgen. Vgl. Gal. 5, 25 Het eist een mannelijke ascese, innerlijk en uiterlijk, zoals past bij mensen, die op een bijzondere titel aan Christus toebehoren en die in Hem en omwille van Hem “hun zelfzucht met haar hartstochten en begeerten hebben gekruisigd” (Gal. 5, 24) en die daarvoor een harde en langdurige strijd aandurven Vgl. 1 Kor. 9, 26-27 . Op deze wijze zal de priester aan de wereld beter laten zien, wat de vruchten zijn van de geest: “liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, lankmoedigheid, zachtheid, trouw, bescheidenheid, ingetogenheid, kuisheid” (Gal. 5, 22-23).

Priesterlijke collegialiteit

De priesterlijke kuisheid wordt versterkt, bewaard en beschermd ook door een levenswijze, een levensmilieu en bezigheden, die passend zijn voor een priester. Daarom moet men zo veel mogelijk die “innige sacramentele broederlijkheid” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 8 bevorderen, die alle priesters met elkaar verbindt op grond van de heilige wijding. De Heer Jezus heeft ons geleerd, hoe dringend het nieuwe gebod van de liefde is; en Hij heeft dit zelf op grootse wijze bezegeld door zijn voorbeeld, juist toen Hij de Sacramenten van de Eucharistie en het Priesterschap instelde Vgl. Joh. 13, 15.34-35 , en zijn hemelse Vader bad, dat de liefde, waarmee de Vader Hem van eeuwigheid beminde, in zijn priesters mocht zijn en Hij in hen. Vgl. Joh. 17, 26

Eenheid van geest en leven onder de priesters

Laat er dus een volmaakte eenheid van geest bestaan onder de priesters en laten zij elkaar steeds steunen door hun gebed, hun oprechte vriendschap en alle mogelijke hulp. Men kan de priesters niet genoeg wijzen op de waarde van een bepaalde vorm van gemeenschappelijk leven om hun priesterlijk werk steeds meer innerlijke geest te geven; men kan hen niet genoeg wijzen op de voordelen van geregelde bijeenkomsten voor een collegiale uitwisseling van inzicht, raad en ervaring, en op het nut van verenigingen tot bevorderen van de priesterlijke heiligheid.

Liefde voor collega's die in gevaar zijn

Laten de priesters de aansporing van het Tweede Vaticaans Concilie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 8 ter harte nemen om in een geest van onderlinge verbondenheid zich werkelijk verantwoordelijk te voelen voor hun collega’s, die in moeilijkheden verkeren, en die Gods gave, welke zij bezitten, aan ernstig gevaar bloot stellen. Laten zij innig meeleven met hen, omdat zij meer dan de anderen behoefte hebben aan liefde, begrip, gebed en discrete maar daadwerkelijke hulp en omdat zij alle recht hebben op de onvermoeide liefde van hen, die hun meest oprechte vrienden zijn en moeten zijn.

De vernieuwing van de keuze

Tenslotte willen wij als sluitstuk van en herinnering aan dit schriftelijk onderhoud met u, eerbiedwaardige broeders in het episcopaat, en met u, priesters en bedienaars van het altaar, u aansporen om jaarlijks op de verjaardag van uw priesterwijding of, samen in de geest verenigd op Witte Donderdag, de plechtige dag van de instelling van het priesterschap, uw volledige en vertrouwvolle toewijding aan Christus de Heer te willen vernieuwen om zo in u zelf het bewustzijn te verlevendigen van uw uitverkiezing tot dit heilig ambt en nederig en moedig aan Christus opnieuw uw woord te geven van blijvende trouw aan zijn liefde alleen en aan uw wegschenking in kuisheid. Vgl. Rom. 12, 1

Document

Naam: SACERDOTALIS CAELIBATUS
Over het priestercelibaat
Soort: H. Paus Paulus VI - Encycliek
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 24 juni 1967
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0825, Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R., Dr. J. Kahmann C.s.R.
Bewerkt: 4 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam