• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Iedere dag is bekering noodzakelijk

'Wat moeten wij dan doen?' (Lc. 3, 10) dit schijnt u te vragen, beminde broeders, zoals de leerlingen en degenen die naar Hem luisterden, zo dikwijls gevraagd hebben. Wat moet de Kerk doen, wanneer het ontbreekt aan priesters, wanneer dit tekort vooral bepaalde landen en gebieden van de wereld treft? Hoe zullen wij beantwoorden aan het grote verlangen naar evangelisatie en hoe zullen wij de honger naar het woord en het lichaam van de Heer kunnen stillen? Als de Kerk aan het celibaat van de priesters als aan een gave omwille van het rijk der hemelen wil vasthouden, belijdt zij daardoor haar geloof en spreekt zij haar hoop uit in haar Meester, Verlosser en Bruidegom en daarmee ook in Hem, die is: 'de Heer van de oogst', en 'de uitdeler van de gaven'. (Mt. 9, 38)(1 Kor. 7, 7) Want 'elke goede gave, elk volmaakt geschenk daalt neer van boven, van de Vader der hemellichten'. (Jak. 1, 17) Wij mogen dit geloof en deze hoop niet verzwakken door onze menselijke twijfel en wankelmoedigheid.

Wij moeten ons derhalve dagelijks bekeren, wetend dat dit de fundamentele eis is van het Evangelie, voor alle mensen geldend, Vgl. Mt. 4, 17 Vgl. Mc. 1, 15 maar meer nog voor ons. Als het onze taak is anderen te helpen om zich te bekeren, dan moeten wij dat zelf in heel ons leven waarmaken. Ons bekeren betekent niets anders dan terugkeren tot de genade van onze roeping, de oneindige goedheid en liefde van Christus overwegen; Hij keert zich tot ieder van ons en roept ieder bij zijn naam, zeggend: 'Volg Mij'. Ons bekeren is hetzelfde als 'rekenschap geven' van onze dienst, onze ijver, onze trouw voor de Heer van onze harten; want wij zijn 'dienaars van Christus en beheerders van Gods geheimen' (1 Kor. 4, 1) wij moeten ook 'rekenschap afleggen' van onze tekortkomingen en zonden, onze wankelmoedigheid, ons tekort aan geloof en hoop, onze 'louter menselijke' en niet 'goddelijke' wijze van denken. Bedenken wij, op welke wijze Christus Petrus zelf hiertoe vermaand heeft. Vgl. Mt. 16, 23 Ons bekeren betekent, dat wij in het sacrament van de verzoening telkens weer God om vergeving en kracht vragen, en dat wij zo steeds weer opnieuw kunnen beginnen, dagelijks voortgaan, onszelf beheersen, geestelijke overwinningen behalen en ons met vreugde geven. 'Want God houdt van een blijmoedige gever' (2 Kor. 9, 7)

Zichzelf bekeren is hetzelfde als 'bidden en daarin niet versagen'. (Lc. 18, 1) Het gebed is in zekere zin de eerste en de laatste voorwaarde voor bekering, geestelijke vooruitgang, heiligheid. Wellicht heeft men de laatste jaren - tenminste in sommige kringen en groepen - te veel gepraat over het priesterschap, over de 'identiteit' van de priester, over de betekenis van zijn aanwezigheid in de wereld van deze tijd en dergelijke en, daartegenover, te weinig gebeden. Er was onvoldoende toeleg om het priesterschap door gebed te vervolmaken en de ware evangelische kracht ervan dynamisch en effectief te maken en zo de priesterlijke 'identiteit' te bevestigen. Het gebed betekent de wezenlijke levenshouding van de priester. Zonder het gebed wordt deze misvormd. Door het gebed worden wij geholpen om steeds weer dat licht te vinden dat ons vanaf het begin van onze priesterlijke roeping geleid heeft en dat ons blijft leiden, ook al schijnt het soms verduisterd te worden. Door het gebed kunnen wij ons voortdurend tot God bekeren en volharden in de voortdurende aandacht voor God. Dit is volstrekt noodzakelijk, als wij anderen tot Hem willen leiden. Het gebed helpt ons om te geloven, om te hopen, om te beminhen, ook dan wanneer menselijke zwakheid ons belemmert.

Het gebed doet ons ook voortdurend de dimensie zien van het rijk, voor de komst waarvan wij, met de woorden van Christus zelf, dagelijks bidden. Dan begrijpen wij ook wat onze taak is bij de verwerkelijking van dit gebed: 'Uw rijk kome', en hoe noodzakelijk wij hiervoor zijn. Al biddend zullen wij wellicht beter 'de velden' zien; 'ze staan wit, rijp voor de oogst', (Joh. 4, 35) en zo zullen wij ook de betekenis begrijpen van de woorden die Christus sprak toen Hij dit zag: 'Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten'. (Mt. 9, 38)

Het gebed moet samengaan met de voortdurende arbeid aan onszelf, onze blijvende vorming. Het hierover door de Heilige Congregatie voor de geestelijken uitgegeven document Vgl. Congregatie voor de Clerus, Rondzendbrief over de permanente opleiding en vorming van vooral de jongere clerus, Inter Ea (4 nov 1969) vermaant terecht, dat deze vorming innerlijk moet zijn en de bevordering van het geestelijk leven van de priester moet betreffen, maar ook pastoraal en intellectueel (filosofisch en theologisch). Onze pastorale arbeid, de verkondiging van het woord en de gehele priesterlijke dienst hangt af van ons innerlijk leven, maar moet ook voortdurend door studie ondersteund worden. We moeten niet blijven staan bij wat we vroeger op het seminarie geleerd hebben, ook al hebben we universitaire studies gemaakt waartoe de Heilige Congregatie voor het katholieke onderwijs aanspoort. Heel ons leven lang moeten wij blijven studeren, vooral in deze tijd die - tenminste in veel landen - gekenmerkt wordt door een algemene vooruitgang van onderricht en cultuur. Voor. de mensen die deel hebben aan deze vooruitgang, moeten wij getuigen zijn van Jezus Christus. Daartoe moeten wij door aangepaste studie geschikt zijn, en als leraren van de waarheid en van de moraal moeten wij op overtuigende en effectieve wijze rekenschap kunnen geven van de hoop die ons doet leven. Vgl. 1 Pt. 3, 15 Dit behoort ook tot de dagelijkse bekering tot de liefde, welke bewerkt wordt door de waarheid.

Geliefde broeders! Gij die 'de last van de dag en de brandende hitte draagt', Vgl. Mt. 20, 12 die de hand aan de ploeg slaat en niet omziet naar wat achter u ligt, Vgl. Lc. 9, 62 en wellicht nog meer gij, die twijfelt aan de zin van uw roeping of aan de waarde van uw dienst: denkt aan de plaatsen waar mensen vurig verlangen naar een priester en waar ze al jaren lang, in pijnlijk gemis, uitzien naar een priester! Soms gebeurt het, dat ze samenkomen in een verlaten heiligdom, en op het altaar de nog bewaarde stola leggen en alle gebeden van de Eucharistie uitspreken, maar op het moment, dat beantwoordt aan de transsubstantiatie, wordt het stil, soms door geween onderbroken ... zo vurig verlangen zij die woorden te horen, die alleen de mond van de priester op doeltreffende wijze kan spreken! Zozeer verlangen zij naar de maaltijd van de Heer. waaraan zij alleen maar door de priesterlijke dienst deel kunnen hebben. Evenzeer verlangen zij de woorden van goddelijke vergeving te horen: 'Ik ontsla u van uw zonden'. Zozeer lijden zij onder het verlangen naar de priester, die afwezig is ... Zulke plaatsen zijn er zonder twijfel in de wereld. Als dus iemand van u twijfelt aan de zin van zijn priesterschap, als hij meent dat dit, sociaal gezien, onvruchtbaar is en zonder nut, laat hij dan hieraan denken!

Wij moeten ons iedere dag bekeren, dagelijks opnieuw de gave verwerven, welke wij van Christus in het sacrament van de wijding ontvangen hebben, door de kracht van de heilszending van de Kerk te overwegen en, in het licht van deze zending, ons te bezinnen op de grote betekenis van onze roeping.

Document

Naam: NOVO INCIPIENTE
Aan de priesters op Witte Donderdag 1979
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 8 april 1979
Copyrights: © 1979, Archief van de Kerken, p. 415-430
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam