• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Als wij het 16e eeuwfeest van het Concilie van Constantinopel vieren, willen wij toch niet voorbijgaan aan een andere belangrijke herdenking die ook in dit jaar 1981 valt; in dit jaar valt ook de herdenking van de 1550e verjaardag van het Concilie van Efeze, dat namelijk in 431 plaats vond. Hoewel deze herdenking als het ware in de schaduw staat van het eerstgenoemde Concilie, is ze toch van groot belang voor ons geloof en verdient ze zeer waardig te worden gevierd.

Want in dezelfde geloofsbelijdenis spreken wij met de liturgische gemeente die zich op de viering van de goddelijke mysteries voorbereidt: "Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria Virgine, et homo factus est: Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de maagd Maria, en is mens geworden." Het Concilie van Efeze had derhalve vooral christologische betekenis, omdat het de twee naturen in Jezus Christus definieerde, namelijk de goddelijke en de menselijke natuur, de ware leer van de kerk welke in het jaar 325 op het Concilie van Nicea naar voren was gebracht, nauwkeuriger te omschrijven, welke intussen tot een geschilpunt was geworden wegens alom verspreide en verschillende interpretaties van de waarheid van dat Concilie en vooral wegens bepaalde formuleringen die in de nestoriaanse beweging werden gebruikt. In samenhang echter met deze verklaringen had het Concilie van Efeze bovendien een soteriologische betekenis, omdat het een beginsel dat aan de vaders bijzonder dierbaar was in het daglicht stelde: "Wat niet is opgenomen, is ook niet verlost". Eveneens hangt met die dogmatische definities ook de waarheid nauw samen over de heilige maagd, die geroepen was tot de unieke en bijzondere waardigheid van moeder van God, "Theotokos", zoals zonneklaar blijkt vooral uit de brieven van de heilige Cyrillus aan Nestorius H. Cyrillus van Jeruzalem, Brieven aan Nestorius. Acta Conciliorum Oecumenicorum. I Concilium universale Ephesinum: ed. E. Schwartz, I, 1, blz. 25-28 en 223-242; vgl. ook Conciliorum Oecumenicorum Decreta, Bologna 197l, blz. 40-44; 50-61, alsook uit de vermaarde Formula unionis van het jaar 433 H. Paus Sixtus III, Overeenstemming tussen Cyrillus van Alexandrië en de Bisschoppen van de Kerk van Antiochië, Formula Unionis. Acta Conciliorum Oecumenicorum, I, 1,4, blz. 8 v. (A); vgl. ook Conciliorum Oecumenicorum Decreta, blz. 69 v.. Het geheel was een loflied dat die oude vaders zongen op de menswording van de eniggeboren Zoon van God volgens de volle waarheid van de twee naturen in één persoon; een loflied ook ter viering van het heilswerk dat de Heilige Geest in de wereld volbracht. Maar dat alles kon niet geschieden zonder tot eer van de moeder van God te strekken, de eerste namelijk die samenwerkte met de kracht van de allerhoogste, die haar ten tijde van de boodschap overschaduwde door de lichtende komst van de Geest Vgl. Lc. 1, 35 . Op deze wijze verstonden het onze broeders en zusters te Efeze, die op de avond van 22 juni, toen het Concilie in de kathedraal van de 'Moeder Gods' begon, juist onder die titel de maagd Maria verheerlijkten en de vaders na de eerste zitting triomfantelijk naar huis begeleidden.

Het lijkt ons derhalve alleszins passend dat ook dat oude derde Concilie in de geschiedenis van de Kerk door ons naar zijn volle theologische en kerkelijke inhoud wordt herdacht. Want de allerheiligste maagd is door de overschaduwing van de kracht van de Drie-eenheid met het werk van het heil van alle mensen ten nauwste verbonden. De menswording van het Woord geschiedde door de werking van de Heilige Geest in haar hart. In haar lichtte bovendien de dageraad van de nieuwe mensheid op, de mensheid namelijk die samen met Christus in de gemeenschap der mensen binnentrad om het oude plan van het verbond met God, dat door de ongehoorzaamheid van de eerste mens was geschonden, weer te herstellen. "Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria Virgine: Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de maagd Maria."

Deze twee jubilea hebben betrekking op de eer van de Heilige Geest, hoewel op verschillende titel en met verschillend historisch gewicht. Dit alles echter is tot stand gekomen door de werking van de Heilige Geest. Het is derhalve duidelijk om welke diepe redenen deze twee voortreffelijke gedachtenisvieringen, die terecht in dit jaar des Heren 1981 vermeld worden, met elkaar in verband staan in de leer en de geloofsbelijdenis van de Kerk, ja van alle Christenen. Dat is het geloof in de allerheiligste Drie-eenheid, het geloof in de Vader van wie elke gave en elk geschenk neerdaalt Vgl. Jak. 1, 17 , het geloof in Christus, de Verlosser van de mens, en tenslotte het geloof in de Heilige Geest. Bovendien staat in dit licht ook de verering van de maagd Maria; want zij is,

"door haar instemming met het woord van God, de moeder van Jezus geworden. Met heel haar hart en door geen enkele zonde weerhouden heeft zij de goddelijke heilswil aanvaard. Als dienstmaagd van de Heer heeft zij zich geheel en al aan de persoon en het werk van haar zoon gewijd."

Daarom

"zijn de heilige vaders dus van mening, dat God Maria geenszins als een louter passief werktuig heeft gebruikt, maar dat zij in vrijwillig geloof en gehoorzaamheid aan het verlossingsmysterie meewerkt." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 56

Zo is het derhalve iets moois dat Maria, zoals zij met geloof de komst van de Heer afwachtte, zo ook, nu het tweede millennium ten einde loopt, eveneens aanwezig is om ons geloof te verlichten in die staat en dat licht van de 'advent'.

Dat alles is ons een bron van grote vreugde en een reden tot innige dankbaarheid voor het licht van het geloof, waardoor wij deelgenoten worden aan de ondoorgrondelijke goddelijke mysteries, waaruit wij de vitale elementen putten voor onze zielen en waarin de horizonten van ons uiteindelijk lot en onze geestelijke waardigheid zich verruimen. Daarom kunnen die grote verjaardagsherdenkingen voor ons niet alleen maar een herinnering blijven aan een ver verleden. Ze moeten immers in het geloof van de kerk tot nieuw leven komen; ze moeten als het ware een levende weerklank vinden in haar spiritualiteit; ja zelfs moeten ze een uitdrukking naar buiten krijgen van haar blijvende kracht voor de hele gemeenschap van de gelovigen.

Dit schrijven wij vooral aan u, onze geliefde en eerbiedwaardige broeders in het episcopaat. Tegelijkertijd echter wenden wij ons tot onze broeders de priesters als de naaste medewerkers in uw pastorale zorg 'in de kracht van de Heilige Geest'. Wij doen bovendien een beroep op onze broeders en zusters in de religieuze gemeenschappen, onder wie het getuigenis van de Geest van Christus bij uitstek moet leven en van kracht moet zijn, en bij wie vooral de taak van haar die de dienstmaagd van de Heer wilde zijn Vgl. Lc. 1, 38 , hoog in ere moet staan. Tenslotte spreken wij tot alle leken. broeders en zusters, van de Kerk, die door het geloof te belijden met alle overige leden van de kerkelijke gemeenschap, reeds zo dikwijls en zo lang de levende herinnering aan de grote Concilies wakker houden. Wij zijn ervan overtuigd dat zij met dankbaar gemoed de viering van die gebeurtenissen en plechtige verjaardagen zullen aangrijpen, vooral daar wij gezien hebben hoe geschikt ook in deze tijd die mysteries passen, die de twee Concilies in de eerste helft van het eerste millennium met zo groot gezag hebben verkondigd.

Wij durven tenslotte de hoop koesteren, dat de herdenking van de Concilies van Constantinopel en Efeze, die het getuigenis waren van het overgeleverde en door de onverdeelde kerk verkondigde geloof, ons doet toenemen in de wederzijdse behoefte aan verbondenheid met onze broeders van de oosterse en westerse wereld; en hoewel een volledige kerkelijke gemeenschap ons nog niet verbindt, zoeken wij in nederig en vertrouwvol gebed naar wegen tot eenheid in de waarheid. Wat immers kan de weg naar die eenheid meer bespoedigen dan de herinnering aan en tevens de beoefening van al datgene wat gedurende zoveel eeuwen deel uitmaakte van het gemeenschappelijk beleden geloof en wat ook nu nog zo is, hoewel er in de loop der eeuwen betreurenswaardige verdeeldheden zijn ingeslopen?

Document

Naam: A CONCILIO CONSTANTINOPOLITANO I
Bij de 1600e verjaardag van het Eerste Concilie van Constantinopel en de 1550e verjaardag van het Concilie van Efeze
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1981
Copyrights: © 1981, Archief van Kerken 36e jrg. nr 9
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam