• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

VOOR DE EENHEID VAN ALLE CHRISTENEN
Oecumenische gebedsviering in de Paulus Buiten de Muren met orthodoxe en protestantse waarnemers bij het Concilie

Bij gelegenheid van het naderende einde van het Tweede Vaticaans Concilie was het de wens van Paus Paulus VI om een gebedsviering te houdenmet de orthodoxe en protestantse waarnemers bij het Concilie, welke gehouden werd in de basiliek Paulus Buiten de Muren. De liturgie was als volgt:

  1. Bij de intrede van de Paus zong de schola cantorum van de Benedictijner monniken met de gemeente Psalm 26 Dominus illuminatio mea.
  2. Het inleidend gebed werd gesproken door de Paus.
  3. De amerikaanse methodist, A. Outler, las in het Engels een lezing uit het boek Paralipomenon Benedictus es Domine Deus Israel.
  4. Allen zongen de Engelse koraal Now thank we all our God van John Cruger (1643).
  5. De sulpiciaan, P. Michaion, overste van het seminarie van Lyon en consultor van het Secretariaat voor de eenheid der Christenen, las een lezing uit de brief van Paulus aan de Romeinen.
  6. Allen zongen Ad te levavi oculos meos met afwisselend Alleluia.
  7. De Grieks Orthodoxe archimandriet, Maximos van Konstantinopel, pastoor te Rome, las de lezing over de zaligsprekingen uit het Evangelie van Matteüs in het Grieks.
  8. Toespraak van de Paus in het Frans.
  9. De voorbeden werden gebeden door de oud-katholiek, Jan Maan, uit Amersfoort, en de anglicaan, H. Davis, in het Engels en Frans, terwijl allen antwoorden Kyrie eleison.
  10. Allen baden samen het Onze Vader, ieder in zijn eigen taal.
  11. Slotgebed door de Paus.
  12. Het Magnificat.

Mijne heren, geachte waarnemers, of laat ons u liever noemen bij de naam, die weer tot leven is gekomen in deze vier jaren van het oecumenisch Concilie: Broeders, broeders en vrienden in Christus! Het Concilie loopt ten einde en wij gaan elkaar verlaten: wij willen ons op dit ogenblik van afscheid de tolk maken van de eerbiedwaardige Concilievaders, die hier deze avond bij ons zijn samengekomen om met u te bidden en afscheid van u te nemen.

Ieder van u keert terug naar zijn eigen residentie en wij blijven alleen achter. Staat ons toe, dat wij u deze intieme indruk toevertrouwen: uw vertrek schept rondom ons een eenzaamheid, die wij voor het Concilie niet kenden en die ons thans bedroeft; wij zouden u altijd bij ons willen zien!

Dat verplicht ons om u nogmaals dank te zeggen voor uw aanwezigheid bij ons oecumenisch Concilie. Wij hebben deze aanwezigheid op hoge prijs gesteld; wij hebben er de invloed van ondervonden; wij hebben er de adeldom, de vroomheid, het geduld, de minzaamheid van bewonderd. En daarom zullen wij een dankbare herinnering bewaren aan uw komst; en als wij terugdenken aan de hoffelijkheid van die menselijke en christelijke betrekkingen, zullen wij beter de historische betekenis van het feit van uw aanwezigheid op haar juiste waarde kunnen schatten, de godsdienstige inhoud er van kunnen ontdekken en het mysterie van de goddelijke plannen onderzoeken, dat zij tegelijkertijd schijnt te verbergen en duidelijk te maken.

En zo zal uw vertrek voor wat ons betreft geen einde maken aan de geestelijke en hartelijke betrekkingen, die uw aanwezigheid bij het Concilie heeft doen ontstaan; het sluit van onze kant een stilzwijgend begonnen dialoog niet af, maar verplicht ons integendeel om te bestuderen hoe wij deze op vruchtbare wijze kunnen voortzetten. De vriendschap blijft bestaan. En als eerste vrucht van de conciliaire ontmoeting blijft ook bestaan de overtuiging, dat het grote probleem van de reïntegratie in de eenheid van de zichtbare Kerk van allen, die het geluk bezitten en de verantwoordelijkheid dragen om zich christenen te noemen, grondig bestudeerd moet worden; en dat het beslissende uur gekomen is. Dat wisten velen van ons reeds; thans is het aantal van degenen, die er zo over denken, toegenomen en dat is een groot voordeel.

Als wij een summiere balans opmaken van de vruchten, die gerijpt zijn, ter gelegenheid van en wegens het Concilie, voor wat betreft de zaak van de eenheid, kunnen wij allereerst het feit vermelden van een gegroeid besef van het bestaan van het probleem zelf: een probleem, dat ons allen aangaat en ons allen verplichtingen oplegt. Wij kunnen er een andere nog kostbaarder vrucht aan toevoegen: de hoop, dat het probleem - zeker, niet nu, maar later - zal kunnen worden opgelost; langzaam, geleidelijk, loyaal, edelmoedig. Dat is iets groots! En dat is het teken, dat er nog andere vruchten gerijpt zijn: wij hebben u een beetje beter leren kennen en niet alleen als vertegenwoordigers van uw respectieve confessies: door uw persoon zijn wij in contact gekomen met christelijke gemeenschappen, die leven, bidden en werken in de naam van Christus; met systemen van godsdienstige leerstellingen en mentaliteiten; laten wij zonder vrees zeggen: met christelijke schatten van hoge waarde. In plaats van een gevoel van jaloezie in ons op te wekken, versterkt dat in ons eerder het gevoel van broederschap en het verlangen om tussen ons de volmaakte door Christus gewilde gemeenschap te vestigen. En dat brengt ons ertoe om nog andere positieve resultaten te ontdekken op de weg van onze vrede: wij hebben bepaalde tekortkomingen en bepaalde gemeenschappelijke gevoelens ontdekt, die niet goed waren; voor eerstgenoemde hebben wij vergeving gevraagd aan God en aan uzelf: van laatstgenoemde hebben wij de niet-christelijke wortel ontdekt en wij hebben ons van onze kant voorgenomen om ze om te vormen tot gevoelens, de school van Christus waardig; men ziet af van polemiek op basis van vooroordelen en beledigingen en men zet niet meer een ijdel prestige op het spel; men streeft er eerder naar om de herhaalde vermaningen voor ogen te houden van de apostel bij wiens graf wij ons hedenavond bevinden, ,Dat er bij u geen twist moge bestaan, geen naijver, wrok, partijzucht, kwaadspreken, laster, verwaandheid, wanordelijkheid' (2 Kor. 12, 20). Wij willen weer menselijke, rustige, welwillende, vertrouwvolle betrekkingen aanknopen. En gij kent de schreden die wij hebben trachten te zetten in die richting. Er moge worden volstaan met de ontmoetingen te vermelden, die in de loop van deze jaren vertegenwoordigers van de Heilige Stoel en wijzelf tot onze eer en vreugde mochten hebben met zovele persoonlijkheden van uw gemeenschappen. Van grote betekenis onder alle was de onvergetelijke ontmoeting, die de Voorzienigheid ons verleende met zijne heiligheid patriarch Athenagoras te Jeruzalem, in het begin van het vorig jaar Vgl. Z. Paus Paulus VI, Toespraak, Van Paus Paulus VI tot Athenagoras I bij het tegenbezoek van de Paus aan de Patriarch (5 jan 1964) Vgl. Z. Paus Paulus VI, Toespraak, Gezamenlijke verklaring van Paus Paulus VI en Patriarch Athenagoras I (6 jan 1964); zij werd gevolgd door andere ontroerende bezoeken van vertegenwoordigers van verschillende christelijke belijdenissen, die sedert eeuwen geen enkel contact meer hadden met de katholieke Kerk en in het bijzonder met de Apostolische Stoel. Wij beschouwen deze broederlijke ontmoetingen als een historisch feit van grote betekenis en wij willen er het voorspel in zien van nog meer troostvolle ontwikkelingen.

Maar dat is niet alles: gij weet, broeders, dat ons oecumenisch Concilie zelf naar u op weg is gegaan op allerlei manieren; van de overweging, dat de Concilievaders zonder ophouden hebben betoogd voor uw aanwezigheid, die hun zo dierbaar was, tot aan het unanieme streven om elke uitdrukking te vermijden, die niet geheel voorkomend was jegens u; van de geestelijke vreugde om uw uitgelezen gezelschap te zien deelnemen aan de godsdienstige plechtigheden van het Concilie tot aan de formulering van leerstellingen en tuchtrechtelijke definities, geschikt om de hindernissen te verwijderen en zo breed en zo effen mogelijke wegen te openen om het godsdienstige, christelijke erfdeel, dat gij bewaart en ontwikkelt, beter tot zijn recht te doen komen: zoals gij ziet heeft de Rooms-Katholieke Kerk getuigd van haar goede wil om u te begrijpen en zelf begrepen te worden; zij heeft geen banvloeken uitgesproken maar uitnodigingen doen uitgaan; zij heeft geen grenzen gesteld aan haar verwachting evenmin als zij dit doet aan haar broederlijke aanbod om een dialoog voort te zetten, die haar uitnodigt. Zij zou het op prijs hebben gesteld met paus Johannes XXIII, aan wie de verdienste toekomt van dit weer op gang gekomen vertrouwvolle en broederlijk gesprek, om met u, met enkelen van u de beslissende en uiteindelijke samenkomst te vieren; maar zij geeft er zich rekenschap van, dat dat een te menselijke haast is en dat er, om te komen tot het doel van een volledige en waarachtige gemeenschap, nog een grote weg moet worden afgelegd nog vele gebeden gericht moeten worden tot de Vader der lichten Vgl. Jak. 1, 17 , nog veel nachtwaken moet worden doorstaan. Bij het einde van het Concilie kunnen wij tenminste een winstpunt noteren: wij zijn elkaar opnieuw gaan beminnen; en geve de Heer, dat de wereld tenminste daaraan erkenne, dat wij werkelijk zijn leerlingen zijn, omdat wij tussen ons weer een wederzijdse liefde hebben gesticht. Vgl. Joh. 13, 35  Gij gaat weer vertrekken. Vergeet de liefde niet waarmee de rooms-katholieke Kerk zal voortgaan aan u te denken en u te volgen. Beschouwt haar niet als ongevoelig en hooghartig als zij het een plicht acht om angstvallig het 'toevertrouwde pand' Vgl. 1 Tim. 6, 20 te bewaren, dat zij vanaf het begin met zich meedraagt; en beschuldigt haar er niet van dit toevertrouwde pand te hebben misvormd of verraden, als zij in de loop van haar eeuwenlange overweging, nauwgezet en liefdevol, daarin schatten van waarheid en leven heeft ontdekt, waarvan zij niet zonder ontrouw zou kunnen afzien. Denkt er aan, dat zij juist van Paulus, de apostel van haar oecumeniciteit, haar eerste vorming tot het dogmatisch leergezag heeft ontvangen: en gij weet met welke onverbiddelijke vastberadenheid. Vgl. Gal. 1, 6. v.v.  En bedenkt, dat de waarheid ons allen overheerst en bevrijdt, en ook, dat de waarheid heel dicht bij de liefde staat.

Men heeft ons vele jaren geleden een bekoorlijke en symbolische gebeurtenis verteld uit het leven van een van de grote oosterse denkers van de moderne tijd; en wij geven ze weer zoals ons geheugen ze heeft bewaard. Het betreft hier Soloviev, naar wij menen. Hij was op zekere dag te gast in een klooster en had tot een vergevorderd uur zijn geestelijke conversatie met een vrome monnik voortgezet. Toen hij tenslotte naar zijn cel wilde terugkeren, kwam hij terecht in de gang, waarop de deuren van de cellen, allemaal hetzelfde en allemaal gesloten, uitkwamen. In het donker slaagde hij er niet in om de deur van de cel te ontdekken, die hem was aangewezen; van de andere kant was het onmogelijk in die duisternis om terug te keren naar de cel van de monnik, die hij zojuist had verlaten, en hij wilde evenmin iemand storen gedurende het strenge kloosterlijke stilzwijgen van de nacht. En zo berustte de filosoof er in om de nacht door te brengen door langzaam op en neer te lopen, verdiept in zijn gedachten, in de gang van het klooster, dat plotseling mysterieus en ongastvrij was geworden. De nacht was lang en zwaar; maar tenslotte ging hij voorbij en het eerste licht van de dageraad maakt het de vermoeide filosoof eindelijk mogelijk om zonder moeite de deur van zijn cel te herkennen, waar hij telkens weer langs was gekomen zonder het te weten. En hij verklaarde: het gaat dikwijls zo met degenen, die zoeken naar de waarheid; zij komen er heel dicht bij tijdens hun slapeloze nachten, zonder haar te vinden, totdat een zonnestraal van de goddelijke wijsheid hen even gemakkelijk als verheugend de troostvolle ontdekking geeft.

De waarheid is dichtbij.

Beminde broeders, moge deze straal van het goddelijk licht ons allen de gezegende toegang daartoe doen kennen. Dat is onze wens. En laat ons thans samen bidden op het graf van de heilige Paulus.

Document

Naam: VOOR DE EENHEID VAN ALLE CHRISTENEN
Oecumenische gebedsviering in de Paulus Buiten de Muren met orthodoxe en protestantse waarnemers bij het Concilie
Soort: Z. Paus Paulus VI - Toespraak
Auteur: Z. Paus Paulus VI
Datum: 4 december 1965
Copyrights: © 1966, Katholiek Archief, 21e jrg. nr. 12 blz. 369-374
Alineanummering van de redactie
Bewerkt: 31 januari 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam