• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BRIEF AAN DE VROUWEN

Ik groet jullie allen allerhartelijkst, vrouwen van heel de wereld!

Ik schrijf deze brief tot ieder van jullie als teken van solidariteit en dankbaarheid aan de vooravond van de Vierde Wereldconferentie voor Vrouwen, die in september in Peking gehouden zal worden.

Allereerst wil ik mijn diepe waardering uitspreken voor de Verenigde Naties dat zij het initiatief hebben genomen voor deze zeer betekenisvolle gebeurtenis. De Kerk verlangt op haar beurt bij te dragen om de waardigheid, rol en rechten van vrouwen te verdedigen, niet alleen door de specifieke inzet van de officiële delegatie van de Heilige Stoel bij de Conferentie in Peking, maar ook door direct tot hart en geest van iedere vrouw te spreken. Onlangs, toen mevrouw Gertrude Mongella, de secretaris-generaal van de Conferentie, mij in verband met de bijeenkomst in Peking een bezoek bracht, heb ik haar een geschreven boodschap gegeven met een aantal fundamentele punten van de kerkelijke leer aangaande vrouwenzaken. Die boodschap, los gezien van de specifieke aanleiding, betrof een bredere visie op de situatie en de problemen van vrouwen in het algemeen, in een poging om de zaak van vrouwen in de Kerk en de wereld van vandaag te steunen. Om die reden heb ik haar iedere bisschoppenconferentie laten toezenden, zodat zij zo wijd mogelijk verspreid zou worden.

Ingaande op de thema's die ik in dat document heb genoemd, wil ik nu rechtstreeks tot iedere vrouw spreken, om met haar na te denken over de problemen en verwachtingen van wat het betekent om vrouw te zijn in deze tijd. In het bijzonder wil ik stilstaan bij de essentiële kwestie van de waardigheid en rechten van vrouwen, bezien in het licht van het Woord van God.

Deze 'dialoog' dient allereerst te beginnen met een woord van dank. Zoals ik in mijn Apostolische Brief H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Mulieris Dignitatem
Over de waardigheid en de roeping van de vrouw
(15 augustus 1988)
heb geschreven, wil de Kerk "de allerheiligste Drie-eenheid danken voor het 'mysterie van de vrouw' en voor iedere vrouw - voor wat de eeuwige maat van haar vrouwelijke waardigheid vormt, voor 'Gods grote daden', die in de geschiedenis van het mensengeslacht in en door haar tot stand gebracht zijn". H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de waardigheid en de roeping van de vrouw, Mulieris Dignitatem (15 aug 1988), 31

Dit woord van dank aan de Heer voor zijn heilsplan met betrekking tot de roeping en opdracht van vrouwen in de wereld, is tegelijkertijd een oprecht woord van dank aan vrouwen, aan iedere vrouw, voor alles wat zij vertegenwoordigen in het leven van de mensheid.

Dank aan jullie, vrouwen die moeder zijn! Jullie hebben mensen in jullie zelf beschutting geboden in een unieke ervaring van vreugde en barensnood. Deze ervaring maakt van jullie tot Gods eigen glimlach omwille van het pasgeboren kind, de glimlach die de eerste stappen van jullie kind begeleidt, die het helpt groeien, en die een anker is wanneer het kind zijn weg zoekt op de reis van het leven.

Dank aan jullie, vrouwen die echtgenote zijn! Jullie verbinden jullie toekomst onherroepelijk met die van jullie echtgenoten, in een verhouding van wederzijds geven ten dienste van liefde en leven.

Dank aan jullie, vrouwen die dochters zijn en vrouwen die zusters zijn! In het hart van het gezin en van de gehele samenleving brengen jullie de rijkdom van jullie gevoeligheid, jullie intuïtie, jullie edelmoedigheid en trouw.

Dank aan jullie, vrouwen die werken! Jullie zijn aanwezig en actief op ieder levensgebied; sociaal, economisch, cultureel, artistiek en politiek. Op deze manier leveren jullie een onvervangbare bijdrage aan de ontwikkeling van een cultuur die rede en gevoel verenigt tot een levensmodel dat altijd openstaat voor het gevoel voor het 'mysterie', tot de vorming van economische en politieke structuren die de mensheid steeds meer waardig worden.

Dank aan jullie, gewijde vrouwen! In navolging van het voorbeeld van de grootste onder de vrouwen, de Moeder van Jezus Christus, het Vleesgeworden Woord, hebben jullie jezelf in gehoorzaamheid en trouw opengesteld voor de gave van Gods liefde. Jullie helpen de Kerk en heel de mensheid om een 'huwelijksrelatie' met God te ervaren, een relatie die op magnifieke wijze de gemeenschap tot uitdrukking brengt die God met zijn schepselen wenst te beleven.

Dank aan jullie, alle vrouwen! Voor het simpele feit dat jullie vrouw zijn! Door het inzicht dat zo bijzonder is aan jullie vrouwelijkheid, verrijken jullie het verstaan van de wereld en helpen jullie menselijke betrekkingen eerlijker en authentieker te maken.

Ik weet natuurlijk dat alleen een woord van dank niet voldoende is. Helaas zijn wij de erfgenamen van een geschiedenis die ons tot op hoge mate heeft bepaald. Overal en altijd hebben deze omstandigheden een obstakel gevormd voor de vooruitgang van vrouwen. De waardigheid van vrouwen is dikwijls niet erkend en hun voorrechten ontkend; vrouwen zijn vaak verbannen naar de marges van de samenleving en zelfs gereduceerd tot dienstbaarheid. Dit heeft vrouwen gehinderd om werkelijk zichzelf te worden en heeft geresulteerd in een geestelijke verarming van de mensheid. Het is zeker geen eenvoudige zaak om de schuld hiervan aan te wijzen, gezien de vele soorten van culturele omstandigheden die door de eeuwen heen het denken en handelen hebben bepaald. En als er objectieve schuld, in het bijzonder in bepaalde historische context, ligt bij een niet gering aantal leden van de Kerk, dan spijt mij dat heel erg. Mag dit berouw van de kant van de gehele Kerk leiden tot een hernieuwde inzet om trouw te blijven aan de evangelische visie. Waar het gaat om de bevrijding van vrouwen van iedere vorm van exploitatie of overheersing, bevat het evangelie een altijd relevante boodschap die teruggaat op de houding van Jezus Christus zelf. De heersende normen van zijn tijd negerend, behandelde Jezus vrouwen met openheid, respect, acceptatie en tederheid. Op deze manier eerde Hij de waardigheid die vrouwen altijd hebben gehad volgens Gods plan en in Zijn liefde. Als wij naar Christus kijken aan het einde van dit tweede millennium, ligt het voor de hand onszelf af te vragen: hoeveel is er naar deze boodschap geluisterd en ernaar gehandeld?

Ja, het is tijd om moedig het verleden te onderzoeken, om waar nodig openlijk verantwoordelijkheid te bekennen in een terugblik op de lange geschiedenis van de mensheid, waaraan de vrouwen, meestal onder veel slechter omstandigheden, een bijdrage hebben geleverd die niet onder doet voor die van de mannen. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de vrouwen die zich liefdevol aan de cultuur en de kunst hebben gewijd ofschoon zij wat betreft uitgangspositie benadeeld waren, vaak van een gelijkwaardige vorming uitgesloten of blootgesteld aan onderwaardering, miskenning of zelfs ontkenning van hun intellectuele bijdrage. Helaas is er maar weinig van de grote bijdragen van vrouwen aan de geschiedenis wetenschappelijk vastgelegd. Maar zelfs als de tijd de bewijsvoering voor deze grote prestaties heeft uitgewist, worden wij het heilzaam werken gewaar in het leven van generatie op generatie tot op de dag van vandaag. Met betrekking tot deze onvoorstelbaar grote vrouwelijke 'overlevering' draagt de mensheid een schuld die nooit zal kunnen worden voldaan. Maar toch, hoe vele vrouwen worden nog altijd meer op hun uiterlijk beoordeeld dan op hun kennis van zaken, prestaties, intelligentie, de rijkdom van hun gevoeligheid en uiteindelijk op het zijn en wezen van hun eigen waardigheid?

En wat moeten we zeggen van de obstakels die in zo vele delen van de wereld nog altijd vrouwen ervan weerhouden om volledig te integreren in het sociale, politieke en economische leven? We hoeven alleen maar te denken aan de manier waarop de gave van het moederschap veelal wordt gestraft in plaats van beloond, ook al dankt de mensheid haar voortbestaan aan deze gave. Zeker, er moet nog veel worden gedaan om discriminatie te voorkomen van hen die hebben gekozen om echtgenoten en moeders te zijn. Wat betreft persoonlijke rechten, is er een dringende noodzaak om echte gelijkwaardigheid te bereiken op ieder gebied: gelijke betaling voor gelijk werk, bescherming voor werkende moeders, eerlijkheid in carrièremogelijkheden, gelijkwaardigheid voor echtgenoten met betrekking tot familierechten en de erkenning van alles dat onderdeel is van de rechten en plichten van de burgers van een democratische staat.

Dit is een kwestie van rechtvaardigheid maar ook van noodzakelijkheid. Vrouwen zullen in toenemende mate een rol spelen bij de oplossing van de grote problemen van de toekomst: vrije tijd, kwaliteit van leven, migratie, sociale dienstverlening, euthanasie, drugs, gezondheidszorg, ecologie enzovoorts. Op al deze terreinen zal een grotere aanwezigheid van vrouwen zeer waardevol blijken te zijn, omdat het zal helpen de tegenstellingen aan te tonen die ontstaan wanneer een samenleving uitsluitend is georganiseerd volgens de criteria van effectiviteit en productiviteit. Het zal dwingen om systemen zodanig te herzien dat de voorkeur wordt gegeven aan processen die menselijker maken en kenmerkend zijn voor de 'beschaving van de liefde'.

Maar, kijkend naar één van de meest gevoelige aspecten van de situatie van vrouwen in de wereld, hoe zouden wij kunnen voorbijgaan aan de lange en vernederende - ofschoon vaak 'verborgen' - geschiedenis van geweld jegens vrouwen op het gebied van de seksualiteit? Op de drempel van het derde millennium kunnen wij niet onverschillig blijven ten opzichte van dit probleem en erin berusten. De tijd is gekomen om de vormen van seksueel geweld, waarvan vrouwen veelal het object zijn, krachtig te veroordelen en wettelijke maatregelen te nemen die hen effectief beschermen voor dergelijk geweld. Ook mogen wij niet nalaten, uit naam van het respect voor de menselijke persoon, de wijdverbreide genotzuchtige en op commercie gerichte cultuur te veroordelen die de systematische exploitatie van de seksualiteit bevordert en zelfs zeer jonge meisjes corrumpeert door hun lichaam te laten misbruiken voor financieel gewin.

In scherp contrast tot deze vormen van perversie, moet een grote waardering worden getoond voor de vrouwen die, met heldhaftige liefde voor het kind dat zij hebben ontvangen, een zwangerschap uitdragen die het gevolg is van het onrecht van verkrachting. Daarbij denken we aan wreedheden die niet alleen worden begaan in oorlogssituaties, nog altijd zo veelvuldig in deze wereld, maar ook in samenlevingen die gezegend zijn met welvaart en vrede en niettemin bedorven zijn door een cultuur van hedonistische permissiviteit die ontwikkeling van agressief mannelijk gedrag verergert. In dergelijke gevallen blijft de keuze voor een abortus altijd een zware zonde. Maar voordat de vrouw iets aangerekend kan worden, gaat het om een misdaad waarvan de schuld gelegd moet worden bij mannen en de medeplichtigheid van de algemene sociale omstandigheden.

Mijn woord van dank aan de vrouw is aldus tegelijk een hartgrondig appel dat ieder, in het bijzonder staten en internationale instellingen, al het noodzakelijke doen om de vrouw het volledig respect voor haar waardigheid en rol terug te geven. Ik kan er niet omheen mijn bewondering uit te spreken voor alle vrouwen van goede wil, die hun leven hebben gewijd aan de verdediging van de waardigheid van de vrouw door te vechten voor hun maatschappelijke, wetenschappelijke en politieke grondrechten. Zij hebben deze moedige initiatieven genomen in een tijd, waarin hun inzet als een overtreding, als teken van gebrek aan vrouwelijkheid, als grootdoenerij, zelfs als zonde werd beschouwd!

In de H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
De vrouw: opvoedster tot vrede
Wereld Vredes Dag 1995 (8 december 1994)
, heb ik erop gewezen dat wanneer men kijkt naar de grootse ontwikkeling van de bevrijding van de vrouw, "de weg moeilijk en gecompliceerd was en, op bepaalde ogenblikken, niet zonder zijn eigen fouten. Maar het is werkelijk positief geweest, ook al is hij nog niet voltooid, door de vele obstakels die, in vele delen van de wereld, vrouwen nog altijd erkenning, respect en waardering in hun eigen waardigheid onthouden" H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Wereld Vredes Dag 1995, De vrouw: opvoedster tot vrede (8 dec 1994), 4

Ga voort op deze weg! Maar ik ben ervan overtuigd dat het geheim tot een snelle vooruitgang in het proces om te komen tot volledig respect voor de vrouw en haar identiteit meer vergt dan alleen een eenvoudig veroordelen van discriminatie en onrechtvaardigheden, hoe noodzakelijk dit ook moge zijn. Dergelijk respect moet eerst en vooral worden verworven door een effectieve en intelligente campagne voor de begunstiging van de vrouw, die geconcentreerd is op alle gebieden van het leven van vrouwen en begint met een universele erkenning van de waardigheid van de vrouw. Ons vermogen om die waardigheid te erkennen, ondanks alle historische omstandigheden, komt voort uit het gebruik van het verstand, dat in staat is om de wet van God te begrijpen die in ieder mensenhart staat geschreven. Meer dan wat ook stelt het woord van God ons in staat om duidelijk de ultieme antropologische basis van de waardigheid van de vrouw te begrijpen, haar zichtbaar makend als onderdeel van Gods plan voor de mensen.

Beminde zusters, laat ons samen opnieuw denken over de prachtige passage van de Schrift die de schepping van de mens beschrijft en zoveel te zeggen heeft over jullie waardigheid en opdracht in de wereld.

Het boek Genesis spreekt op beknopte wijze over de schepping in een poëtische en symbolische taal, maar diepzinnige waarheid: "God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen" (Gen. 1, 27). De scheppingsdaad van God vindt plaats volgens een precies plan. Allereerst, wordt ons verteld dat de mens is geschapen "naar beeld en gelijkenis van God" Vgl. Gen. 1, 26 . Deze uitdrukking maakt zonder meer duidelijk wat de mens onderscheidt van de rest van de schepping.

Ons wordt vervolgens verteld dat, vanaf het eerste begin, de mens is geschapen als "man en vrouw". (Gen. 1, 27) De Schrift zelf voorziet in de interpretatie van dit feit: ofschoon de man is omgeven door ontelbare creaturen van de geschapen wereld, realiseert hij zich dat hij alleen is. Vgl. Gen. 2, 20 . God komt tussenbeide om hem te helpen ontsnappen aan deze situatie van eenzaamheid. "Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past" (Gen. 2, 18). De schepping van de vrouw is aldus vanaf het begin gekenmerkt door het principe van hulp: een hulp die niet eenzijdig, maar wederzijds is. De vrouw vult de man aan, zoals de man de vrouw aanvult. Man en vrouw zijn elkaar aanvullend. De vrouw is net zoveel uitdrukking van de mens als de man, maar op een andere en aanvullende wijze.

Wanneer het boek Genesis spreekt van 'hulp' verwijst het niet alleen naar handelen, maar ook naar zijn. Vrouw en man zijn niet alleen elkaar aanvullend vanuit fysiek en psychologisch oogpunt, maar ook vanuit de leer van het zijn. Het is alleen door de dualiteit van het 'mannelijke' en het 'vrouwelijke' dat de 'mens' zijn volledige verwezenlijking vindt.

Nadat Hij man en vrouw geschapen heeft zegt God tot beiden: "bevolk de aarde en onderwerp haar" (Gen. 1, 28). Niet alleen geeft Hij hen het vermogen zich voort te planten als middel om de menselijke soort te bestendigen door de eeuwen heen, Hij geeft hen ook de aarde, met de opdracht verantwoord om te gaan met haar bronnen. Als rationeel en vrij wezen is de mens geroepen om het aanschijn van de aarde te veranderen. In deze opdracht, die uiteindelijk die van beschaving is, zijn man en vrouw vanaf het begin even verantwoordelijk. In hun vruchtbare gemeenschap als man en vrouw, in hun gemeenschappelijke taak om heerschappij over de aarde te voeren, worden man en vrouw niet bepaald door een statische en volkomen gelijkheid noch door een onverenigbaar en onverbiddelijk conflictueus onderscheid. Hun meest natuurlijke verhouding, die overeenkomt met het plan van God, is de 'eenheid van de twee', een relationele 'uniedualiteit', die ieder in staat stelt de wederkerige relatie tussen de personen te ervaren als een gift die verrijkt en verantwoordelijkheid verleent.

Aan deze 'eenheid van de twee' heeft God niet alleen de voortplanting en het gezinsleven toevertrouwd, maar de schepping van de geschiedenis zelf. Terwijl het Internationale Jaar van het Gezin in 1994 vooral de aandacht vestigde op de vrouw als moeder, voorziet de Conferentie van Peking, dat als thema heeft 'Actie voor gelijkheid, ontwikkeling en vrede', een veelbelovende gelegenheid voor een betere bewustwording van de vele bijdragen die vrouwen hebben geleverd aan het leven van hele samenlevingen en naties. Deze bijdrage is primair geestelijk en cultureel van aard, maar eveneens sociaal-politiek en economisch. De verschillende sectoren van de samenleving, naties en staten, en de vooruitgang van de gehele mensheid, zijn zeker diepe dank verschuldigd wegens de bijdrage van vrouwen.

Vooruitgang wordt gewoonlijk gemeten volgens de criteria van wetenschap en technologie. Ook vanuit dit standpunt gezien is de bijdrage van vrouwen niet te verwaarlozen. Zelfs al zou dat zo zijn, is dit niet de enige maatstaf voor vooruitgang, laat staan de meest belangrijke. Veel belangrijker is de sociale en ethische dimensie, die handelt over menselijke verhoudingen en geestelijke waarden. Op dit terrein, dat zich vaak onopvallend ontwikkelt beginnend met de alledaagse verhouding tussen mensen, in het bijzonder binnen het gezin, is de samenleving heel veel verschuldigd aan het 'genie van de vrouw'.

Hierbij wil ik mijn bijzondere waardering uitspreken voor die vrouwen die betrokken zijn op de verschillende terreinen van vorming die zich ver uitstrekken tot buiten het gezin: kinderopvang, scholen, universiteiten, sociale dienstverlening, parochies, verenigingen en bewegingen. Als ergens behoefte bestaat aan vormingswerk, zien we dat vrouwen altijd klaar staan en bereid zijn om zichzelf edelmoedig voor anderen te geven, in het bijzonder waar het gaat om dienstbaarheid aan de zwaksten en meest weerlozen. In dit werk tonen zij een vorm van affectief, cultureel en geestelijk moederschap die van onschatbare waarde is voor de ontwikkeling van individuen en de toekomst van de samenleving. Hoe kan ik op dit punt nalaten het getuigenis te noemen van zo vele katholieke vrouwen en congregaties van vrouwelijke religieuzen van ieder continent die vorming, in het bijzonder dat van jongens en meisjes, tot hun hoofdtaak hebben gemaakt? Ik denk met dankbaarheid aan al die vrouwen die in verleden en heden werken op het gebieden van de gezondheidszorg, niet alleen in goed georganiseerde instellingen, maar ook onder zeer moeilijke omstandigheden, in de armste landen van de wereld, aldus een geest van dienstbaarheid demonstrerend die niet zelden grenst aan het martelaarschap.

Het is dus mijn hoop, beminde zusters, dat jullie zorgvuldig overwegen wat het betekent om te spreken over het 'genie van de vrouw', niet alleen om hierin een specifiek onderdeel van Gods plan te zien dat aanvaard en gewaardeerd dient te worden, maar ook om dit genie tot meer ontplooiing te brengen in de samenleving als geheel als wel in het leven van de Kerk. Dit is regelmatig ter sprake gebracht in het Mariajaar en ikzelf heb er uitgebreid bij stilgestaan in mijn Apostolische Brief H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Mulieris Dignitatem
Over de waardigheid en de roeping van de vrouw
(15 augustus 1988)
. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de waardigheid en de roeping van de vrouw, Mulieris Dignitatem (15 aug 1988), 31 In aanvulling daarop heb ik dit jaar in de H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Het belang van de vrouw in het leven van de priester
Brief aan de priesters bij gelegenheid van Witte Donderdag 1995 (25 maart 1995)
stuur, hen uitgenodigd H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Mulieris Dignitatem
Over de waardigheid en de roeping van de vrouw
(15 augustus 1988)
 te herlezen en na te denken over de belangrijke rol die vrouwen in hun leven hebben gespeeld als moeders, zusters en medewerksters in het apostolaat. Dit is een ander aspect - verschillend van het huwelijkse aspect, maar ook belangrijk - van de 'hulp' aan de man waartoe vrouwen volgens het Boek Genesis geroepen zijn.

De Kerk ziet in Maria de hoogste uitdrukking van het 'vrouwelijk genie' en vindt in haar een constante bron van inspiratie. Maria noemde zichzelf 'dienstmaagd van de Heer' (Lc. 1, 38). Door te gehoorzamen aan het Woord van God aanvaardde zij haar verheven, maar niet eenvoudige roeping als vrouw en moeder in het gezin van Nazareth. Haarzelf in dienst stellend van God, heeft ze zichzelf ook in dienst gesteld van anderen: een dienst van liefde. Juist door deze dienst was Maria in staat om in haar leven een mystieke, maar authentieke 'heerschappij' te ervaren. Het is niet toevallig dat zij wordt aangeroepen als 'Koningin van hemel en aarde'. De gehele gemeenschap van gelovigen roept haar op die wijze aan; vele naties en volken doen een beroep op haar als hun 'koningin'. Voor haar betekent 'heersen' dienen! Haar dienen is 'heersen'!

In dit licht dient autoriteit te worden verstaan, zowel in het gezin en de samenleving als in de Kerk. Ieders persoonlijke en fundamentele roeping openbaart zich in dit 'heersen', want iedere persoon is geschapen naar de 'gelijkenis' met Hem die Heer van hemel en aarde is, en is geroepen om zijn zoon of dochter in Christus te worden. De mens is het enige schepsel op aarde 'dat God heeft gewild om zichzelf', zoals het Tweede Vaticaans Concilie leert; het voegt eraan toe dat de mens "zichzelf alleen volledig vinden kan in de oprechte gave van zichzelf" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 24 De moederlijke 'heerschappij' van Maria bestaat hierin.

Zij die was, in heel haar wezen, een gave voor haar Zoon, is ook een gave geworden voor de zonen en dochters van het gehele menselijke geslacht, diep vertrouwen wekkend van degenen die haar leiding zoeken op de moeilijke wegen van het leven op weg naar hun definitieve en transcendente bestemming. Ieder bereikt dit uiteindelijke doel door trouw te zijn aan zijn of haar roeping; dit doel geeft in gelijke mate zin en richting voor de aardse werken van mannen en vrouwen.

Tegen de achtergrond van deze 'dienst' - die, wanneer in vrijheid, wederkerigheid en liefde volbracht, het ware 'koningschap' van de mens tot uitdrukking brengt - is het mogelijk, zonder nadelige gevolgen voor de vrouw ook een zeker rollenonderscheid te aanvaarden, voor zover dit onderscheid niet het resultaat is van willekeur, maar voortkomt uit de bijzondere eigenheid van het man- en vrouwzijn. Het gaat hier om een thematiek met een specifieke toepassing ook op binnenkerkelijk vlak.

Wanneer Christus - in een vrije en soevereine beslissing, die in het evangelie en in de huidige kerkelijke overlevering goed gedocumenteerd is - alleen mannen de opdracht heeft gegeven, door de uitoefening van het priesterschap 'icoon' van zijn wezen als 'herder' en 'bruidegom' van de Kerk te zijn, dan doet dat geen afbreuk aan de rol van de vrouwen, net zomin als van enig ander lid van de Kerk, dat niet met het priesterschap is bekleed. Allen zijn immers op gelijke wijze met de waardigheid van het 'algemeen priesterschap' bekleed, dat zijn wortels vindt in de doop. Dit rollenonderscheid dient niet te worden beschouwd zoals de criteria van functionaliteit typerend voor de menselijke samenleving. Het dient voor alles te worden bezien overeenkomstig de bijzondere criteria van de sacramentele economie, dat wil zeggen de economie van 'tekenen' die God vrijelijk kiest om aanwezig te kunnen zijn temidden van de mensen.

Verder, precies in de lijn van deze economie van tekenen, zelfs los van de sacramentele sfeer, heeft de 'vrouwelijkheid' zoals die op zo sublieme wijze door Maria is beleefd, een grote betekenis. In wezen is er in de 'vrouwelijkheid' van de gelovige vrouw, en in het bijzonder in die van de 'gewijde' vrouw, een soort inherente 'profetie' aanwezig. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de waardigheid en de roeping van de vrouw, Mulieris Dignitatem (15 aug 1988), 29, een krachtig verbeeldende symboliek, een zeer betekenisvol 'beeldend karakter', dat zijn volle verwezenlijking vindt in Maria en dat ook zo juist de essentie van de Kerk uitdrukt als een gemeenschap die gewijd is met de integriteit van een 'maagd' om de 'bruid' te worden van Christus en 'moeder' van de gelovigen. Wanneer we de 'beeldende' aanvullendheid van de rollen van man en vrouw beschouwen, komen twee essentiële dimensies van de Kerk in een helderder licht te staan: het 'Mariale' principe en het apostolisch-Petrinische principe. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de waardigheid en de roeping van de vrouw, Mulieris Dignitatem (15 aug 1988), 27

Aan de andere kant - zoals ik heb geschreven aan de priesters in de Witte Donderdagbrief van dit jaar - is het ministeriële priesterschap, overeenkomstig Christus' plan, "niet een uitdrukking van dominantie, maar van dienst". H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Brief aan de priesters bij gelegenheid van Witte Donderdag 1995, Het belang van de vrouw in het leven van de priester (25 mrt 1995), 7 De Kerk dient, in haar dagelijkse hernieuwing in het licht van het Woord van God, dit dringend steeds meer en duidelijker te benadrukken, zowel door de ontwikkeling van gemeenschapsgeest als door het voorzichtig koesteren van alle manieren van participatie die haar eigen zijn en ook door respect te tonen voor en het bevorderen van de verschillende persoonlijke en gemeenschappelijke charisma's die de Geest Gods schenkt voor het opbouwen van de christelijke gemeenschap en de dienst aan de mensheid.

Op dit omvangrijke terrein van dienstverlening heeft de 2000 jaar oude geschiedenis van de Kerk, met name zijn historische conditionering, werkelijk de 'genie van de vrouw' ervaren; uit het hart van de Kerk zijn vrouwen naar voren gekomen van het hoogste kaliber die een indrukwekkende en heilzame sporen in de geschiedenis hebben achtergelaten. Ik denk aan de grote martelaressen, heiligen en bekende mystica. In het bijzonder denk ik aan de heilige Catharina van Siena en de heilige Theresia van Avila, aan wie paus Paulus VI uit blijde herinnering de titel van kerklerares heeft verleend. En hoe zouden we de vele vrouwen over het hoofd kunnen zien die, geïnspireerd door het geloof, verantwoordelijk waren voor initiatieven van buitengewone sociaal belang, in het bijzonder in de dienst aan de armsten van de armen? Het leven van de kerk in het derde millennium zal het zeker niet ontbreken aan nieuwe en verbazingwekkende uitingen van 'het vrouwelijk genie'.

Jullie zien dus, beminde zusters, dat de Kerk vele redenen heeft om te hopen dat de komende VN-conferentie in Peking de volledige waarheid over de vrouw naar buiten zal brengen. De nodige nadruk moet daarbij worden gelegd op het 'vrouwelijke genie', niet alleen door stil te staan bij grote en befaamde vrouwen uit verleden of heden, maar ook al die gewone vrouwen die de gave van hun vrouwelijkheid openbaren door zichzelf in hun dagelijks leven ten dienste van anderen te stellen. Want door zichzelf iedere dag aan anderen te geven, geven vrouwen gehoor aan hun diepste roeping. Misschien meer dan de man, erkennen vrouwen de persoon, omdat zij personen bezien met hun hart. Zij zien ze los van de verschillende ideologische of politieke systemen. Zij zien anderen in hun grootheid en beperktheid; zij proberen toenadering te zoeken en te helpen. Op deze manier wordt het fundamentele plan van de Schepper vlees en bloed in de geschiedenis van de mensheid en voortdurend wordt, in de variëteit aan roepingen de schoonheid onthuld - niet louter fysiek, maar boven alles geestelijk - die God vanaf het begin aan ieder heeft geschonken, en op een bijzondere wijze aan vrouwen.

Terwijl ik in mijn gebed het succes van de belangrijke bijeenkomst in Peking bij de Heer zal aanbevelen, nodig ik de kerkelijke gemeenschap uit om dit een jaar van hartgrondig dankgebed te maken jegens de Schepper en Verlosser van de wereld voor deze gave van de vrouwelijkheid die een grote schat is. In al zijn uitdrukkingen, is de vrouwelijkheid deel van het essentiële erfdeel van de mensheid en van de Kerk zelf.

Moge Maria, Koningin van de Liefde, waken over de vrouwen en hun missie in dienst van de mensheid, de vrede en de verbreiding van Gods Koninkrijk!

Met mijn zegen.

Vanuit het Vaticaan, 29 juni 1995, op het Hoogfeest van de apostelen Petrus en Paulus.

Johannes Paulus II

Document

Naam: BRIEF AAN DE VROUWEN
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 29 juni 1995
Copyrights: © 1995, Katholiek Nieuwsblad 's Hertogenbosch
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam