• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Aanvullen wat nog ontbreekt
Maar er is nog een betekenis van het Jubeljaar van de Verlossing. Wij leven in een wereld die lijdt: zoveel mensen – het zijn onze broeders en zusters – leven in de allerellendigste ontberingen, angsten en smarten. Dat kan niemand onverschillig laten.
Welnu, het lijden heeft zijn theologische en antropologische wortel in het mysterie van de zonde, en vormt daarom een wezenlijk onderdeel van de verlossing in Christus. Niets in de wereld beantwoordt méér aan het menselijk lijden dan het kruis van Christus. Christus heeft Zijn lijden geleden door de zonde van de wereld op zich te nemen: “Hem die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden” (2 Kor. 5, 21). Het Tweede Vaticaans Concilie heeft, waar het de dramatische tegenstellingen en verscheurdheden beschrijft die de hedendaagse mens zo aanvreten, samen met de raadsels en uitdagingen die zich aan zijn verstand en zintuigen aandienen, in Christus de nieuwe mens, in Zijn kruis en verrijzenis het enige antwoord aangewezen op de dramatische vragen van de mens over lijden en dood 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22.
De verlossing opent voor ons het prachtige boek van onze solidariteit met de lijdende Christus, en voert ons met Hem binnen in het mysterie van onze solidariteit met de lijdende broeders en zusters. Het Jubeljaar van de Verlossing zal het moeilijk maken intenser in de geest van de “gemeenschap der heiligen” te leven. Het menselijk lijden is een erfgoed dat allen gemeenschappelijk hebben: ieder moet zijn eigen bijdrage leveren aan de verlossing, die weliswaar eens en voor goed heeft plaatsgevonden, maar die niettemin deze mysterievolle integratie nodig heeft, de opoffering van deze zware last van dekwalen en smarten van de mensheid: “Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor u mag lijden en in mijn lijdend lichaam aanvullen wat nog ontbreekt aan de beproevingen van de Christus, ten bate van Zijn lichaam dat de Kerk is” (Kol. 1, 24). Wanneer de Kerk vandaag de dag de traditionele boetepraktijken heel erg verlicht heeft, dan is dat juist omdat in de wereld ondanks de schijn het aantal groeit van hen die in grote mate de christelijke boetvaardigheid kunnen beoefenen, omdat heel hun leven een boete is. Ik denk aan de zieken, aan de eenzaamheid van de bejaarden, aan de angsten van de ouders om hun kinderen, aan de moedeloosheid van de werkelozen, aan de frustraties van zoveel jongeren die er niet in slagen in de samenleving in te voegen; en ik denk aan wie lijdt door de schending van zijn rechten door soms geraffineerde vormen van vervolging tot en met het monddood gemaakt worden als burger.
Welnu, het Jubeljaar van de Verlossing verbindt zich met deze veelvormige en verboren “gemeenschap der heiligen” . Het is waar dat ieder Jubeljaar deel geeft aan de overgelijkelijke rijkdom van de verdiensten en het lijden die de martelaren en de heiligen met de gave van hun leven en van hun heldhaftige kracht in de loop van de oude en recente geschiedenis van de Kerk tot stand brachten als een bewonderenswaardige kroon; maar meer en meer wordt in het licht gesteld – en dat zal zeker een fundamentele aanwinst zijn van het aanstaande Jubeljaar – dat het lijden van onze broeders en zusters, wanneer het verenigd wordt met dat van Christus, een schat is waarvan de Kerk leeft en die het geloof van allen ondersteunt.
Het moge waar zijn dat de ongemakken die aan de viering van een Jubeljaar eigen zijn, vandaag de dag veel minder zijn in vergelijking met die van vroeger eeuwen, ja zelfs met die van de voorbije decennia, maar dat mag niet doen vergeten dat ieder kan en moet geven de bijdrage van het lijden dat, of men nu wil of niet, verbonden is met het menselijk bestaan en dat in Christus verbonden moet worden met dat van de anderen.
Vandaag de dag wordt deze solidariteit in het lijden sterk gevoeld. Er is sprake van een duidelijker liefde onder de christenen, onder elkaar en tot over de grenzen van de Kerk. De verantwoordelijkheid ten aanzien van de lijdenden krijgt scherpere contouren dan vroeger. Het komende Jubeljaar zal daarom een verdere verrijking van deze gevoeligheid mogelijk maken, die in de meest onvervalste zin “sensus Ecclesiae” is, een gevoel voor kerkelijke saamhorigheid door het gegroeide bewustzijn van deze solidariteit, van dit “aanvullen wat nog ontbreekt” .

Document

Naam: OPGAAN NAAR DE VERLOSSER
Toespraak over het komend heilig jaar tot de Curie-Kardinalen bij hun overbrengen van de Kerstwensen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 23 december 1982
Copyrights: © 1984, Stichting Verkondiging, Roermond
Vert.: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam