• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOESPRAAK TOT AFGEVAARDIGDEN VAN BISSCHOPPENCONFERENTIES VOOR KATHOLIEK-JOODSE BETREKKINGEN

Dierbare broeders in het episcopaat en in het priesterschap,
mijn zusters, dames en heren,

U bent hier in Rome aangekomen uit verschillende streken van de wereld om het vraagstuk te behandelen van de belangrijke kwestie van de betrekkingen tussen de katholieke Kerk en het jodendom. En het belang van dit probleem wordt eveneens benadrukt door de aanwezigheid in uw midden van vertegenwoordigers van de Orthodoxe Kerken, de Anglicaanse Gemeenschap, de Lutherse Wereldfederatie en van de Wereldraad van Kerken, die ik blij ben bijzonder te begroeten en te danken voor hun medewerking.

Ook u, die bisschoppen, priesters, religieuzen en christelijke leken bent, spreek ik heel mijn erkentelijkheid uit. Uw aanwezigheid hier, alsook uw betrokkenheid bij de pastorale activiteiten of op het gebied van het bijbels en theologisch onderzoek, tonen aan op welke punten de betrekkingen tussen de katholieke Kerk en het jodendom de verschillende aspecten van het leven en de activiteiten van de Kerk raken.

En men begrijpt het heel goed. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft namelijk in zijn 2e Vaticaans Concilie - Verklaring
Nostra Aetate
Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten
(28 oktober 1965)
gezegd: 'Zich verdiepend in het mysterie van de Kerk, is deze heilige Kerkvergadering de band indachtig waardoor het volk van het Nieuwe Verbond geestelijk verbonden is met de stam van Abraham'. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 4 En ik heb zelf meermalen de gelegenheid gehad te zeggen: Onze twee godsdienstige gemeenschappen 'zijn verbonden op heel het vlak van hun respectieve religieuze identiteiten' Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de vertegenwoordigers van de joodse organisaties en gemeenschappen (12 mrt 1979). Want - en dit is nogmaals de tekst van de verklaring 2e Vaticaans Concilie - Verklaring
Nostra Aetate
Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten
(28 oktober 1965)
- 'de Kerk van Christus erkent immers, dat haar geloof en haar uitverkiezing, overeenkomstig het heilsmysterie van God, reeds een aanvang namen bij de aartsvaders, Mozes en de profeten ... Daarom kan de Kerk niet vergeten, dat zij door dat volk ... de openbaring van het Oude Testament heeft ontvangen ... Steeds ook houdt zij zich voor ogen de woorden van de apostel Paulus over de stamverwanten, 'aan wie behoort de aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt de Christus voort naar het vlees' (Rom. 9, 4-5), de Zoon van de maagd Maria' 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 4.

Dat wil zeggen, dat de banden tussen de Kerk en het joodse volk gegrond zijn op het plan van de God van het verbond, en - als zodanig - hebben zij noodzakelijk sporen nagelaten in bepaalde aspecten van de instellingen van de Kerk, vooral in haar liturgie.

Zeker, sedert de verschijning, en wel twee duizend jaar geleden, van een nieuwe tak op de gemeenschappelijke stronk, zijn de verhoudingen tussen onze twee gemeenschappen, zoals we weten, gekenmerkt geweest door onbegrip en wrokgevoelens. En al zijn er sedert de dag van de scheiding misverstanden, dwalingen en zelfs beledigingen geweest, nu gaat het er om deze te overwinnen in begrip, vrede en wederzijdse achting. De verschrikkelijke vervolgingen welke de joden in de verschillende perioden van de geschiedenis hebben doorstaan, hebben tenslotte wel de ogen geopend en de harten doen ontstellen. De christenen zijn op de goede weg, die van rechtvaardigheid en broederschap, door met respect en volharding te proberen met hun Semitische broeders elkaar terug te vinden rond de gemeenschappelijke erfenis die zo rijk is voor allen. Is het nodig, vooral voor hen die sceptisch blijven en zelfs vijandig, duidelijk te bepalen, dat deze toenadering niet verward mag worden met een bepaald godsdienstig relativisme en nog minder met een verlies van eigenheid? De christenen belijden van hun kant zonder dubbelzinnigheid hun geloof in het universele heilskarakter van de dood en de verrijzenis van Jezus van Nazareth.
Ja, de duidelijkheid en handhaving van onze christelijke eigenheid zijn een wezenlijke basis, indien wij authentieke, vruchtbare en duurzame betrekkingen willen aanknopen met het joodse volk. In die zin ben ik blij te weten dat u zich veel inspanningen getroost, terwijl u samen studeert en bidt om beter de soms moeilijke Bijbelse en theologische problemen te begrijpen en onder woorden te brengen, die ontstaan door de voortgang van de joods-christelijke dialoog. Op dit gebied zouden onnauwkeurigheid en middelmatigheid enorme schade toebrengen aan een dergelijke dialoog. Moge God de christenen en de Joden geven elkaar meer te ontmoeten, een diepgaande wisselwerking tot stand te brengen en uit te gaan van hun eigen eigenheid, zonder deze ooit van de een of andere kant te verduisteren, maar door werkelijk de wil van God te zoeken die zich heeft geopenbaard!
Dergelijke betrekkingen kunnen en moeten bijdragen om de kennis van onze eigen wortels te verrijken, en om bepaalde aspecten van de eigenheid waarover wij spraken in het licht te stellen. Ons gemeenschappelijk geestelijk erfgoed is aanzienlijk. Als we de inventaris op zich opmaken, maar ook als we rekening houden met het geloof en het religieuze leven van het joodse volk zoals deze nu nog beleden en beleefd worden, kan dit ons helpen bepaalde aspecten van het leven van de Kerk beter te begrijpen. Dat is het geval met de liturgie waarvan de Hebreeuwse wortels nog meer moeten worden verdiept, en vooral beter gekend en gewaardeerd moeten worden door de gelovigen. Dat geldt eveneens op het vlak van de geschiedenis van onze instellingen, die sedert het begin van de Kerk werden geïnspireerd door bepaalde aspecten van de synagogale gemeenschapsorganisatie. Ons gemeenschappelijk geestelijk erfgoed is tenslotte vooral belangrijk op het niveau van ons geloof in één enkele enige, goede en barmhartige God die de mensen liefheeft en zich door hen laat beminnen Vgl. Wijsh. 11, 24-26 , Heer van de geschiedenis en van de bestemming van de mensen, die onze Vader is en die Israël uitkoos, 'de olijfboom, waarop de wilde olijftakken, de heidenen, zijn geënt'. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 4 Vgl. Rom. 11, 17-24
Ziedaar waarom u zich gedurende uw zitting hebt beziggehouden met de katholieke leer en de catechese met betrekking tot de joden en het jodendom. Op dit punt werd u, zoals op nog andere, geleid en aangemoedigd door de 'Oriëntaties en suggesties voor de toepassing van de concilieverklaring Nostra aetate (n. 4)' welke gepubliceerd werden door de Commissie voor de religieuze betrekkingen met het jodendom Vgl. Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen, Commissie voor religieuze betrekkingen met de Joden, Richtlijnen en suggesties voor de toepassingen van de Concilieverklaring Nostra aetate nr. 4 (1 dec 1974), 3. Men zou ertoe moeten komen dat deze leer op de verschillende niveaus van de godsdienstige vorming, in de catechese welke aan kinderen en jongeren wordt gegeven, de Joden en het Jodendom niet alleen op een eerlijke en objectieve wijze voorstelt zonder enig vooroordeel en zonder iemand te kwetsen, maar meer nog met een levendig bewustzijn van de erfenis welke wij in grote trekken hebben beschreven. Op een dergelijke basis zal uiteindelijk - zoals zich dat zeer gelukkig begint te doen gevoelen - een ruime samenwerking kunnen worden gevestigd waartoe onze gemeenschappelijke erfenis ons drijft, te weten de dienst aan de mens en zijn onmetelijke geestelijke en materiële noden. Langs verschillende, maar per slot van rekening samenkomende wegen zouden wij - met de hulp van de Heer die nooit ophoudt zijn volk lief te hebben Vgl. Rom. 11, 1 - die waarachtige broederschap kunnen bereiken in de verzoening, het respect en voor de volledige verwezenlijking van het plan van God in de geschiedenis.
Ik ben blij u aan te moedigen, dierbare broeders en zusters in Christus, om voort te gaan op de ingeslagen weg door doorzicht en vertrouwen aan de dag te leggen tegelijk met een zeer grote trouw aan het leergezag. Zo zult u een authentieke dienst van de Kerk verrichten, welke voortvloeit uit haar mysterievolle roeping en moet bijdragen aan het welzijn van de Kerk zelf, van het joodse volk en van de hele mensheid.

Document

Naam: TOESPRAAK TOT AFGEVAARDIGDEN VAN BISSCHOPPENCONFERENTIES VOOR KATHOLIEK-JOODSE BETREKKINGEN
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 6 maart 1982
Copyrights: © 1982, Archief van Kerken jrg. 37 p. 1005-1006
Vert.: Archief van Kerken; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 26 maart 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam