• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
ETHIEK IN INTERNET
HOOFDSTUK 4  -  Aanbevelingen en conclusies

HOOFDSTUK 4 - Aanbevelingen en conclusies

Zoals we gezien hebben is de deugd van solidariteit de maatstaf van de diensten van internet voor het algemeen belang. Het is het algemeen belang dat het kader biedt voor de ethische vraag: “Worden de media gebruikt voor goed of kwaad?” Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen, Wereld Communicatie Dag, Jubileum van de Journalisten tijdens het Heilig Jaar 2000, Ethiek in de communicatie (4 juni 2000), 1

Vele individuen en groepen hebben verantwoordelijkheid in deze, bijvoorbeeld de transnationale corporaties waarover wij eerder gesproken hebben. Allen die gebruik maken van internet zijn verplicht dat bewust en gedisciplineerd te doen voor moreel goede doeleinden. Ouders horen het gebruik door kinderen te leiden en erop toe te zien. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 76 Scholen en andere onderwijsinstellingen voor kinderen en volwassenen zal geleerd moeten worden, als onderdeel van algemeen mediaonderwijs, om internet kritisch te gebruiken. Dit moet meer inhouden dan technische vaardigheden, het computer-abc en dergelijke, maar ook de vaardigheid om goed geïnformeerd en kritisch het gebodene op waarde te schatten. Degenen die door beslissingen en optreden de structuur en inhoud van internet meebepalen hebben een bijzonder zware plicht solidariteit te betrachten in dienst van het algemeen belang.

Overheidscensuur vooraf hoort vermeden te worden. “Censuur dient ... tot gevallen van uiterste noodzaak beperkt te blijven.” Pauselijke Commissie voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale Instructie, in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie, over de middelen van sociale communicatie, Communio et Progressio (23 mei 1971), 86 Maar internet is niet meer dan andere media vrijgesteld van redelijke wetten tegen aanzetting tot haat, smaad, fraude, kinderporno en pornografie in het algemeen en andere misdaden. Crimineel gedrag in ander verband is ook crimineel gedrag in de cyberspace, en de burgerlijke autoriteiten hebben de plicht en het recht zulke wetten toe te passen. Nieuwe regelgeving kan ook nodig zijn voor specifieke ‘internetmisdaad’, zoals de verspreiding van computervirussen, diefstal van persoonlijke gegevens op de harddisk en dergelijke.

Regulering van internet is wenselijk en in principe is zelfregulering het beste. “De oplossing van de problemen die ontstaan door commercialisering en privatisering ligt niet in staatscontrole op de media, maar in meer regulering volgens de criteria van openbare dienstverlening en in grotere publieke verantwoordelijkheid.” Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale instructie, twintig jaar na Communio et Progressio, Aetatis Novae (22 feb 1992), 5 Codes uit de arbeidsethiek kunnen van nut zijn, mits ze serieus zijn bedoeld, gebruikers ze mede formuleren en handhaven, en ze behalve stimulans voor verantwoordelijke communicatoren ook adequate straf voor overtreders bevatten, inclusief publieke censuur. Vgl. Pauselijke Commissie voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale Instructie, in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie, over de middelen van sociale communicatie, Communio et Progressio (23 mei 1971), 79 Omstandigheden kunnen soms overheidsingrijpen vereisen: bijvoorbeeld via mediaraden die het palet van zienswijzen in de gemeenschap weerspiegelen. Vgl. Pauselijke Commissie voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale Instructie, in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie, over de middelen van sociale communicatie, Communio et Progressio (23 mei 1971), 88

Het transnationale overbruggingskarakter van internet en de rol van het internet in de globalisering vragen om internationale samenwerking bij het ontwerpen van maatstaven en mechanismen die internationaal het algemeen welzijn bevorderen. Paus Johannes Paulus II, Toespraak voor de Pauselijke Academie van Sociale Wetenschappen (27 april 2001), 2 Bij mediatechnologie evenals bij vele andere zaken “is op internationaal niveau het gelijkheidsprincipe hard nodig”. Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen, Wereld Communicatie Dag, Jubileum van de Journalisten tijdens het Heilig Jaar 2000, Ethiek in de communicatie (4 juni 2000), 22 Vastberaden optreden in de particuliere en publieke sectoren moet de digitale tweedeling overbruggen en uiteindelijk opheffen.

Vele moeilijke kwesties rond internet vragen om internationale consensus. Bijvoorbeeld hoe kan de privacy van gezagsgetrouwe individuen en groepen worden gegarandeerd zonder justitieel optreden tegen en veiligheidstoezicht op criminelen en terroristen? Hoe moeten het copyright en intellectueel eigendom worden beschermd zonder publieke toegang tot materiaal te limiteren, en hoe definiëren we het ‘publieke domein’ zelf? Hoe kan een breed opgezette internetopslag worden gecreëerd en onderhouden van informatie die vrij beschikbaar is in een reeks van talen voor alle gebruikers? Hoe kunnen we de rechten van vrouwen beschermen als het gaat om toegang tot internet en om andere aspecten van de nieuwe informatietechnologie? Met name de vraag hoe de digitale tweedeling kan worden overwonnen tussen de ‘kennisrijken’ en de ‘kennisarmen’ vereist dringend aandacht in technisch, educatief en cultureel opzicht.

Er bestaat tegenwoordig een “groeiend besef van internationale solidariteit” dat met name het stelsel van de Verenigde Naties “een unieke gelegenheid biedt aan de globalisering van de solidariteit bij te dragen door als ontmoetingsplaats te fungeren voor staten en burgermaatschappijen en als knooppunt voor de verschillende belangen en behoeften ... Samenwerking tussen internationale instellingen en non-gouvernementele organisaties zullen er mede zorg voor dragen dat de belangen van staten, mits legitiem, en van de verschillende groepen daarbinnen niet zullen worden behartigd of verdedigd ten koste van de belangen of rechten van andere volkeren, zeker niet de minst welvarende.” Paus Johannes Paulus II, Toespraak voor de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de Bestuurlijke Commissie over de Coördinatie van de Verenigde Naties, (7 april 2000), 2, 3 In dit verband hopen wij dat de Wereldtop over de Kennismaatschappij die gepland staat voor 2003 positief zal bijdragen aan de bespreking van deze zaken.

In het voorgaande wezen we al op het document dat het onderhavige vergezelt met de titel Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen
De Kerk en internet
(22 februari 2002)
. Het spreekt specifiek over het internetgebruik door de Kerk en de rol van internet in het kerkelijk leven. Hier willen we alleen benadrukken dat de katholieke Kerk, samen met andere religieuze organisaties, zichtbaar en actief op internet hoort te zijn en een partner in de publieke dialoog over zijn ontwikkeling. “De Kerk pretendeert niet, deze beslissingen en keuzes te dicteren maar tracht wel behulpzaam te zijn – door het aangeven van ethische en morele criteria die belangrijk zijn bij dit proces – criteria die te vinden zijn in zowel menselijke als christelijke waarden.” Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale instructie, twintig jaar na Communio et Progressio, Aetatis Novae (22 feb 1992), 12

Internet kan een enorm waardevolle bijdrage leveren aan het menselijk leven. Het kan voorspoed en vrede bevorderen, intellectuele en esthetische groei en wederzijds begrip onder volkeren en landen op wereldschaal.

Het kan ook mannen en vrouwen helpen bij hun eeuwenoude zoektocht naar begrip van zichzelf. In elke tijd, ook de onze, stellen mensen dezelfde fundamentele vragen: “Wie ben ik? Waar kom ik vandaan en waarheen ben ik op weg? Waarom bestaat het kwaad? Wat komt er na dit leven?” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de verhouding van Geloof en Rede, Fides et Ratio (14 sept 1998), 1 De Kerk kan geen antwoorden opleggen, maar zij kan, en moet, aan de wereld die antwoorden verkondigen die zij heeft gekregen. En vandaag, als altijd, biedt zij het enige en uiterst bevredigende antwoord op de diepste vragen van het leven: Jezus Christus, die volledig “de mens voor zichzelf duidelijk maakt en hem inzicht geeft in zijn zeer hoge roeping”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22 Zoals onze wereld zelf komt ook de wereld van de media, inclusief internet, van Christus. Nog pril maar wel echt, binnen de grenzen van Gods koninkrijk en in dienst gesteld van het woord van redding. Toch “moet de verwachting van een nieuwe aarde de bezorgdheid om deze aarde uit te bouwen niet afzwakken, maar eerder aanwakkeren; want hier groeit dat lichaam van de nieuwe mensenfamilie dat al in staat is om enigermate een voorafschaduwing van het eindrijk te geven”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 39

Vaticaanstad, 22 februari 2002,
Feest van Sint Petrus’ Stoel.

John P. Foley,
voorzitter

Pierfranco Pastore,
secretaris

Document

Naam: ETHIEK IN INTERNET
Soort: Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen
Auteur: Msgr. John P. Foley
Datum: 22 februari 2002
Copyrights: © rkkerk.nl
Vert.:H. Lohman
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam