• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
a. Economische nadelen van de reclame
Reclame kan haar rol als bron van informatie ontrouw worden door een scheve voorstelling van zaken te geven of door belangrijke gegevens achter te houden. Soms ook kan de informatieve taak van de media ondermijnd worden door de druk die de reclamemakers uitoefenen op de pers of de programmamakers om geen kwesties aan de orde te stellen die misschien pijnlijk of ongelegen zouden blijken te zijn.

Vaker echter wordt van reclame niet enkel gebruik gemaakt om voorlichting te geven, maar om te overreden en te prikkelen om mensen over te halen op een bepaalde wijze te handelen: om bepaalde producten of diensten te kopen, om bepaalde instellingen te steunen, en dat soort zaken. En juist hierbij kunnen bepaalde misbruiken voorkomen.

De praktijk van merkgebonden reclame kan aanleiding geven tot ernstige problemen. Vaak zijn er slechts verwaarloosbare verschillen tussen soortgelijke producten van verschillende merken, en de reclame zal misschien pogen de mensen ertoe over te halen om zich te laten leiden door irrationele motieven (’merkentrouw’, status, mode, sexappeal, enzovoorts) in plaats van de verschillen in kwaliteit en de prijs van het product aan te geven, opdat ze op grond daarvan een verstandige keuze kunnen doen.

Reclame kan vaak ook leiden, zoals dat in feite ook gebeurt, tot het ’verschijnsel van de consumptiementaliteit’, zoals dat door Johannes Paulus II gekenschetst werd toen hij zei: ”De vraag om beter te leven is niet slecht, maar verkeerd is de levensstijl die verondersteld wordt beter te zijn wanneer hij gericht is op het hebben en niet op het zijn, en meer wil hebben niet om meer te zijn maar om het bestaan te verbruiken in een genot dat doel op zich is.” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 36

Soms zeggen reclamemakers dat het tot hun taak behoort om behoefte te ’scheppen’ aan bepaalde producten en diensten – bedoeld wordt bij de mensen de begeerte op te wekken naar dingen en diensten die ze niet nodig hebben, en vanuit die begeerte te doen handelen. “Als men zich direct richt op de instincten van de mens en op verschillende wijzen voorbijgaat aan zijn bewuste en vrije persoonlijke werkelijkheid, kan men consumptiegewoonten en levensstijlen scheppen die objectief ongeoorloofd zijn en dikwijls schadelijk voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid.” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 36

Wanneer zoiets gebeurt in een welvaartsmaatschappij is het een ernstig misbruik, een aantasting van de menselijke waardigheid en het algemeen belang. Maar nog ernstiger is het misbruik als de consumptiementaliteit door de media en de reclame wordt overgebracht naar de ontwikkelingslanden, waar ze de sociale en economische problemen verscherpt, en schadelijk is voor de armen. ”Een verstandig gebruik van de reclame kan de ontwikkelingslanden stimuleren naar verhoging van hun levenspeil te streven. Niettemin zou ernstige schade worden toegebracht wanneer op publicitair gebied een zo ondoordachte pressie zou worden uitgeoefend dat de ontwikkelingslanden de bevrediging van kunstmatig aangekweekte behoeften als maatstaf van ontwikkeling zouden gaan beschouwen, en door het leeuwendeel van hun rijkdom daarin te investeren aan hun werkelijke behoeften en aan hun waarachtige ontwikkeling tekort zouden doen.” Pauselijke Commissie voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale Instructie, in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie, over de middelen van sociale communicatie, Communio et Progressio (23 mei 1971), 61

Zoiets geldt ook voor landen waar tientallen jaren een centraal, door de staat gecontroleerd economisch regime heeft geheerst: als ze een type markteconomie trachten te ontwikkelen dat voorziet in de behoeften en belangen van de mensen, wordt hun werk bemoeilijkt door reclame die een consumentenmentaliteit in de hand werkt welke tegen de menselijke waardigheid en het algemeen belang ingaat.

Het probleem is bijzonder nijpend wanneer, wat vaak het geval is, de waardigheid en het welzijn van de meer behoeftige en zwakke leden van de samenleving in het geding zijn. Men dient altijd voor ogen te houden dat ”er goederen zijn die op grond van hun natuur niet verkocht en gekocht kunnen en moeten worden”, en men moet de door de reclame gesteunde en opgestookte “’idolatrie’ van de markt” vermijden die aan dit feit van doorslaggevende betekenis voorbijgaat. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 40

Document

Naam: ETHIEK IN DE RECLAME
Soort: Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen
Auteur: Msgr. John P. Foley
Datum: 22 februari 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert.: F. van Voorst tot Voorst S.J.
Bewerkt: 4 mei 2020

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam