• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De plaats van de sociale communicatiemiddelen in het leven van de mensen, de resultaten die zij kunnen boeken en de problemen die zij het christelijk bewustzijn stellen vragen om de nodige pastorale uitrusting: ervaren deskundigen, gespecialiseerde pastorale commissies met eigen statuten en de nodige financiële middelen, en tenslotte organisaties die zich met het apostolaat van de afzonderlijke media belasten.
Door hun gebed en hun individueel en gemeenschappelijk optreden dienen alle gelovigen het de Kerk van deze tijd mogelijk te maken via de nieuwe communicatiemiddelen het Evangelie te verspreiden, het geweten van de mensen voor te lichten, aan de ontwikkeling mee te werken en de aardse orde van christelijke geest te doordrenken.
Het personeel van de instellingen voor sociale communicatie moet een echt pastorale geest bezitten en daartoe de nodige vorming hebben ontvangen. Een dergelijke opleiding van leken en geestelijken vormt een van de belangrijkste plichten van de Kerk op dit gebied.

Een diepgaande studie van de situatie der sociale communicatiemiddelen, planning van de pastorale activiteit op dit gebied en opname van de media in het algemene pastorale plan vallen, zoals normaal is, onder de verantwoordelijkheid van de kerkelijke leiders, die echter op het advies van bevoegde deskundigen dienen af te gaan. Volgens de richtlijnen van het decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Inter Mirifica
Over de publiciteitsmedia
(4 december 1963)
komt deze taak op diocesaan niveau aan de bisschop toe Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 20 aan een speciale bisschoppelijke commissie, of aan een bisschop die landelijk hiertoe wordt aangesteld, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 21 en op het niveau van de wereldkerk aan de Pauselijke commissie voor de sociale communicatiemiddelen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 19

De talrijke diensten en organen die zich pastoraal met de sociale communicatie bezig houden, dienen te worden uitgebouwd en tot nauwe samenwerking te komen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 19.21 De kerkelijke overheid zal er bij de afzonderlijke katholieken en de katholieke verenigingen met nadruk op aandringen dat zij op dit gebied spontaan en vrijelijk tot initiatieven komen; zij zal zich echter de leiding voorbehouden van de initiatieven die van nature met het ambtelijk priesterschap in overeenstemming zijn en van die welke, naar gelang van de situatie, tot welzijn van de gelovigen om tussenkomst van de hiërarchie vragen.

De bevoegde kerkelijke overheid waarover hierboven in nummer 165 is gesproken zal de nodige steun verlenen aan de jaarlijkse organisatie van de Wereldcommunicatiedag, en bij gelegenheid daarvan haar dankbaarheid en waardering uitspreken jegens hen die op het terrein van de sociale communicatiemiddelen werkzaam zijn Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 18 bovendien zal zij aan de bisschoppenconferentie op gezette tijden een ontwerpbudget voor de pastoraal op het gebied van de sociale communicatie voorleggen.
De plaatselijke bisschoppen dienen zich met behulp van priesters en leken aan de pastoraal op communicatiegebied te wijden. Waar mogelijk zal men hiervoor een diocesaan of minstens interdiocesaan organisme oprichten. Een van de belangrijkste taken daarvan zal de organisatie van deze pastoraal op het niveau van het bisdom en zelfs van de parochies zijn. Ook zal het zorg dragen voor de organisatie van bovengenoemde communicatiedag in het bisdom.

In elk land moet ofwel een landelijke dienst voor alle communicatiemiddelen met de bijbehorende sectoren worden opgericht, ofwel afzonderlijke organismen voor elk van de media (pers, film, radio en televisie) die echter nauw dienen samen te werken. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 21 In elk geval dient de leiding van het geheel te worden gecentraliseerd.

De taak van de landelijke en diocesane organismen ligt in het bevorderen, stimuleren en coördineren van heel de activiteit van de katholieken op communicatiegebied. In het bijzonder zullen zij ervoor zorgen dat geestelijken en leken de nodige vorming ontvangen middels lezingen, cursussen, forums, studiedagen en ook via publicaties door deskundigen van deze organismen, zodat de gelovigen zich de nodige oordeelsbevoegdheid verwerven. Evenzo zullen zij advies geven bij de voorbereiding van religieuze opvoeringen en uitzendingen.
Insgelijks dienen de nationale en diocesane organismen nauwe betrekkingen te onderhouden met degenen die beroepshalve op communicatiegebied werkzaam zijn, en met hun organisaties; zo nodig zullen zij documenten, adviezen en pastorale steun verschaffen. Op nationaal plan zullen zij de Wereldcommunicatiedag voorbereiden en de inzameling organiseren die het 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Inter Mirifica
Over de publiciteitsmedia
(4 december 1963)
voor die dag heeft gesuggereerd. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 18
De nationale bisschoppelijke commissie voor de sociale communicatie of de gedelegeerde bisschop heeft tot taak binnen de grenzen van haar of zijn bevoegdheid leiding te geven aan het werk van de nationale organismen en algemene richtlijnen vast te stellen voor de organisatie van de apostolische werkzaamheid op dit gebied. Ook dient zij of hij betrekkingen te onderhouden met de bisschoppelijke commissies van andere landen en met de Pauselijke commissie voor de sociale communicatiemiddelen samen te werken, volgens het decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Inter Mirifica
Over de publiciteitsmedia
(4 december 1963)
en de apostolische brief H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
In Fructibus Multis
Oprichting van de Pauselijke Commissie voor de sociale communicatiemiddelen
(2 april 1964)
van Paulus VI.
In de gebieden en werelddelen waar slechts één bisschoppenconferentie bestaat voor meerdere landen tegelijk, zal deze over een organisme van gelijke orde voor de sociale communicatie moeten beschikken die onder verantwoordelijkheid van één of meerdere daartoe aangewezen bisschoppen staat.
Elke bisschop, elke bisschoppenconferentie en ook de Apostolische Stoel zal een officiële woordvoerder aanstellen die nieuws en voorlichting zal verspreiden en bij het verschijnen van kerkelijke documenten hierop kort commentaar zal leveren opdat ze gemakkelijk en goed kunnen worden begrepen. Voor zover zijn functie hem dit toestaat, zal deze perschef snel en getrouw informatie verschaffen over leven en activiteit van de Kerk. Ook valt het zeer aan te bevelen dat de bisdommen en de belangrijkste katholieke organisaties met het oog op dezelfde taak eveneens een vaste woordvoerder aanstellen. Al deze woordvoerders, zoals ook alle anderen die als vertegenwoordiger van het kerkelijk leven optreden, dienen met de beginselen van de public relations rekening te houden: zij dienen oog te hebben voor het soort publiek waartoe zij zich richten, en hiermee tot een band van wederzijds vertrouwen en begrip te komen. Dit kan alleen gebeuren wanneer zij de personen en de waarheid weten te eerbiedigen.

Behalve voor de aanstelling van een woordvoerder, dient men ook te zorgen voor een goede relatie met het publiek opdat allen een juist beeld van de Kerk krijgen, en de kerkelijke overheid op haar beurt op de hoogte kan worden gesteld van de reacties, opvattingen en verlangens van het publiek. Dit vraagt om inschikkelijke en vriendschappelijke betrekkingen met de verschillende personen en groeperingen. Zo kan in beide richtingen een voortdurende stroom van uitwisseling tot stand komen waarbij beiden geven en ontvangen. Alinea 138-141

Wil de dialoog binnen en buiten de Kerk het godsdienstig aspect van het nieuws voldoende naar voren kunnen halen, dan dient zo spoedig, nauwkeurig en volkomen mogelijk officieel commentaar te worden geleverd via de daartoe aangewezen kanalen (bulletins, telex, foto's) en naargelang van de behoeften van de nieuwsvoorziening.
De religieuze instituten dienen aandacht te wijden aan de veelvormige, belangrijke taken van de Kerk op het gebied van de sociale communicatie. Zij dienen te onderzoeken in hoeverre zij hieraan in overeenstemming met hun constitutie medewerking kunnen verlenen. De speciaal voor de sociale communicatie opgerichte instituten zullen zowel onderling als met de diocesane, nationale, internationale en continentale organismen nauw samenwerken met het oog op een gemeenschappelijk pastoraal optreden op communicatiegebied.

De nationale organismen waarover hierboven is gesproken Alinea 169 en de centrale diensten van de religieuze instituten zullen samenwerken met de katholieke organisaties waarvan de statuten door de Apostolische Stoel zijn goedgekeurd: U.C.I.P. (de Internationale Katholieke Persunie), O.C.I.C. (het Katholieke Internationale Bureau voor de Film) en U.N.D.A. (de Internationale Katholieke Vereniging voor Radio en Televisie). Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 22

Deze katholieke organisaties voor sociale communicatie hebben elk op haar eigen gebied en binnen de grenzen die statutair zijn vastgesteld tot taak in de afzonderlijke landen de verschillende takken van het beroep op professioneel niveau te hulp te komen. Hun doel is het research en ontwikkeling van de communicatiemiddelen te bevorderen, het publiek te vormen, het solidariteitsbesef en de internationale uitwisseling vooruit te brengen, naar doelmatige deelneming van de katholieken aan de media te streven, de verschillende internationale initiatieven te coördineren, de nodige internationale projecten te ontwerpen die met name voor de ontwikkelingslanden van zeer groot nut zijn, en het gebruik van nieuwe technieken te bevorderen. Ook dragen zij bij tot productie en verspreiding van films, radio- en televisieprogramma's, audiovisueel materiaal en publicaties die in dienst staan van de ontwikkeling van de mensengemeenschap en van het leven van het volk van God. Er wordt van deze internationale katholieke organisaties gevraagd dat zij tot samenwerking komen met het oog op gemeenschappelijke studie en onderzoek en ter oplossing van hun gemeenschappelijke problemen.
Via hun nationale commissies en katholieke verenigingen zullen de bisschoppenconferenties deze internationale organisaties de financiële steun verlenen die voor de uitvoering van hun opzet noodzakelijk is.

Document

Naam: COMMUNIO ET PROGRESSIO
Pastorale Instructie, in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie, over de middelen van sociale communicatie
Soort: Pauselijke Commissie voor de Sociale Communicatiemiddelen
Auteur: Msgr. Martin J. O'Connor
Datum: 23 mei 1971
Copyrights: © 1971, Archief van Kerken, 26e jrg, pag. 720-761
Notenapparaat volgt nog
Bewerkt: 6 juli 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam