• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Als het de katholieken ter harte gaat de sociale communicatie met haar allernieuwste technieken een werkelijke dienst te verlenen opdat deze op haar beurt in dienst van de mensen moge staan, dan blijkt dat vanzelfsprekend het best te kunnen gebeuren op geestelijk vlak. De Kerk hoopt dat haar geestelijke bijdrage de grondwetten van de sociale communicatie in een helderder licht zal stellen en ze vollediger zal doen waarnemen, dat tegelijk de waardigheid van zowel communicatieleiders als publiek beter begrepen en geëerbiedigd zal worden, en .dat de communicatie, die de mensen dichter bij elkaar brengt, ze tenslotte tot een werkelijke gemeenschap zal voeren.

De katholieke communicatieleiders die hun beroep bekwaam vervullen, verlenen daarom niet alleen een uitmuntende dienst aan de sociale communicatie, maar leggen tevens een christelijk getuigenis af. Behalve het allerbelangrijkste getuigenis dat zij door hun werk en in een neutraal arbeidsmilieu leveren, zullen zij in staat zijn een christelijk zicht op de problemen van de huidige samenleving naar voren te brengen. Ook kunnen zij de nieuwsschrijvers en -lezers helpen de gebeurtenissen van het godsdienstig leven, die heel het volk aangaan, niet te verwaarlozen, maar de religieuze dimensie van heel het wereldgebeuren te laten zien. Het is dus duidelijk dat hun tegenwoordigheid niet een zaak van overheersing is, maar van dienstverlening; de kwaliteit daarvan zal hun de hoogachting van hun collega's bezorgen.

De katholieke communicatieleiders hebben recht op al die geestelijke steun van de Kerk die met hun zware en moeilijke taak in overeenstemming is.

In het bewustzijn van het gewicht en van de moeilijkheden van hun beroep, verlangt de Kerk er vurig naar met de communicatieleiders van welke religieuze opvatting ook samen te werken, teneinde hen eventueel te helpen hun beroepsproblemen tot oplossing te brengen en zoveel mogelijk tot de ontwikkeling van de mensen bij te dragen.

Bisschoppen en priesters, religieuzen en leken worden steeds vaker gevraagd om als vertegenwoordiger van de Kerk in de pers te schrijven of in radio- en televisie-uitzendingen of films op te treden. Deze deelneming, die overigens voortdurend gestimuleerd dient te worden, kan uiterst belangrijke gevolgen hebben. De media vragen van nature echter om een diepgaande ervaring in het omgaan ermee. De nationale commissies en gespecialiseerde instellingen dienen er zorg voor te dragen dat degenen die deze media gebruiken of nog zullen gebruiken bijtijds een grondige vorming ontvangen.

De Kerk beschouwt het als een van haar belangrijkste taken het publiek gelegenheid te geven tot christelijke vorming. Ook de sociale communicatie is hiermee gediend, aangezien een grondig gevormd publiek in staat zal zijn actief aan de dialoog via de communicatiemiddelen deel te nemen en de hoogste eisen zal stellen aan de communicatie. De scholen en de andere katholieke instellingen dienen zich zo volledig mogelijk te kwijten van hun taak op dit gebied, niet alleen door de leerlingen bij te brengen wat van een goed publiek wordt verwacht, maar ook door hen te leren zelf de 'totale taal' te gebruiken die de communicatiemiddelen eigen is. Op die wijze zullen de jongeren ten volle burgers van het tijdperk der sociale communicatie worden, waarvan wij thans het begin beleven.

Al wat de sociale communicatie aangaat dient de haar toekomende plaats te krijgen in het theologisch onderricht, met name in de moraal en de pastoraal, en wat haar grondbeginselen betreft ook in de catechese. Deze plaats zal beter worden begrepen wanneer de theologen zelf door grondig onderzoek hebben verwerkt wat in het eerste deel van deze Instructie is aangegeven.

Ouders en opvoeders, priesters en katholieke groeperingen zullen niet aarzelen de jongeren die smaak en aanleg voor een beroep op het vlak van de sociale communicatie mochten vertonen, in deze richting te stuwen. Wil de voorbereiding zo vruchtbaar mogelijk zijn, dan is geld nodig. In de ontwikkelingslanden is het van het hoogste belang dat de bisschoppen technisch worden bijgestaan en financieel worden geholpen om de kandidaten een goede theoretische en praktische opleiding op dit gebied te geven.

Bisschoppen en priesters, mannelijke en vrouwelijke religieuzen en leken dienen elk volgens hun eigen taak op dit gebied bij te dragen tot een christelijke vorming, die de maatschappelijke visie niet mag verwaarlozen. Zij dienen zich dan ook spontaan van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte te houden, hetgeen veronderstelt dat ze door rechtstreeks gebruik een zekere vertrouwdheid bezitten met de sociale communicatiemiddelen. Samen met de communicatieleiders zullen ze een nauwkeurige studie maken van de problemen van de sociale communicatie, door onderling ervaringen en opvattingen uit te wisselen.

Om te vermijden dat de toekomstige priesters en mannelijke en vrouwelijke religieuzen geheel en al vreemd zouden blijven aan het praktische leven en hun apostolische taak onvoorbereid zouden aanvangen, dienen zij gedurende hun vormingsjaren op seminaries en in instituten een juist inzicht te leren krijgen in de rol van deze media in de samenleving en in de techniek ervan. Deze kennis dient een wezensbestanddeel te vormen van hun opleiding. Want ze is de conditio sine qua non voor een doeltreffend apostolaat in de huidige wereldgemeenschap, die van dag tot dag meer onder invloed van de media staat. Bovendien dienen de priesters en de mannelijke en vrouwelijke religieuzen een diepgaand inzicht te bezitten in de wijze waarop opvattingen en gevoelens tot stand komen en zich aan de omstandigheden aanpassen, aangezien het Woord van God aan de huidige mensen moet worden verkondigd en de media een uiterst belangrijke steun verlenen aan deze verkondiging. De leerlingen die een uitgesproken smaak en aanleg voor de communicatietechnieken laten zien, dienen een meer gevorderde opleiding te krijgen.

Kritische besprekingen van radio- en televisie-uitzendingen, films en geïllustreerde pers kunnen zeer goede diensten bewijzen bij de menselijke en christelijke opvoeding, met name bij de weloverwogen keuze van de media in het gezin. Op dit gebied dient men zeer hoge waarde te hechten aan het oordeel van de instellingen die van bisschopswege opdracht hebben gekregen inlichtingen te verschaffen over het belang, het nut, de zedelijke waarde en het christelijk gehalte van film, radio en televisie en pers.

De universiteiten en andere katholieke instellingen dienen nieuwe leerstoelen op te richten, en de bestaande uit te bouwen, voor het onderzoek en onderricht op het gebied van de sociale communicatie. Het doel hiervan zal zijn de bestaande theoretische elementen bijeen te brengen teneinde hulp te verlenen aan het wetenschappelijk onderzoek en de verkregen kennis tenslotte in dienst van de christelijke eruditie te stellen; daartoe benodigen de universiteiten geldelijke bijdragen van anderen, en dienen zij tevens met de overige instellingen samen te werken.

Document

Naam: COMMUNIO ET PROGRESSIO
Pastorale Instructie, in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie, over de middelen van sociale communicatie
Soort: Pauselijke Commissie voor de Sociale Communicatiemiddelen
Auteur: Msgr. Martin J. O'Connor
Datum: 23 mei 1971
Copyrights: © 1971, Archief van Kerken, 26e jrg, pag. 720-761
Notenapparaat volgt nog
Bewerkt: 6 juli 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam