• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Hoewel men zich door de sociale communicatiemiddelen rechtstreeks tot de afzonderlijke mens richt, bereiken en beroeren deze de mensheid in haar geheel 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 1 doordat ze aan een menigte mensen snel nieuws verschaffen over het leven van de huidige wereld en hen tot begrip brengen van de opvattingen en mentaliteit van onze tijd. Ze zijn dan ook onmisbaar voor wie het netwerk van nauwe, vaak ingewikkelde betrekkingen van onze samenleving en van haar activiteiten wil leren kennen. Daarom staan ze ook niet los van de beginselen die naar christelijk inzicht de menselijke samenleving regeren. Op providentiële wijze is het kenmerkend voor deze uitvindingen dat ze de problemen en verwachtingen van de mensheid naar voren halen en er een des te sneller antwoord op geven naarmate de mensen in nauwere relatie tot elkaar staan. Dit is het grondbeginsel vanwaaruit een christelijk oordeel kan worden uitgesproken over de bijdrage die de sociale communicatiemiddelen aan het welzijn van de mensheid leveren.

Overal waar de menselijke activiteit de aardse levensomstandigheden probeert te verbeteren, met name wanneer het gaat om de jongste verworvenheden van de wetenschap en schitterende successen van de techniek, vindt het christelijk zicht op de mens, op de menselijke betrekkingen en op heel de wereldgeschiedenis een (vaak onbewust) antwoord op het goddelijk voorschrift dat de mens 'de aarde moet bezitten en onderwerpen' (Gen. 1, 26-28) Vgl. Gen. 9, 2-3 Vgl. Wijsh. 9, 2-3 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 34 en ziet het tegelijk in hoe het kan bijdragen tot voortzetting en behoud van Gods scheppingswerk. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 34

Ook de sociale communicatiemiddelen vallen geheel binnen dit perspectief, aangezien ze een belangrijke bijdrage leveren aan de wetenschappelijke uitwisseling tussen de mensen en daarmee aan hun onderlinge samenwerking. Toen God de mens naar zijn beeld had geschapen, gaf hij hem immers de mogelijkheid om een aandeel te nemen in zijn scheppend vermogen, tot opbouw van de aardse samenleving. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 57

Naar wezen staat de sociale communicatie erop gericht een grotere gemeenschapszin te brengen in de intermenselijke betrekkingen. Met de overige mensen, zijn broeders, verbonden, draagt elk mens onder Gods leiding op die wijze bij tot de verwerkelijking van Gods heilsplan in de geschiedenis. Volgens het christelijk geloof vindt de vereniging en gemeenschap van de mensen, die het hoofddoel is van alle communicatie, haar oorsprong en voorafbeelding in het diepe geheim van de eeuwige gemeenschap van God, tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die één enkel goddelijk leven leiden.
Ongetwijfeld kunnen de communicatiemiddelen veel tot de vereniging van de mensen bijdragen; maar in geval van onkunde of gebrek aan goede wil kunnen zij juist het tegenovergestelde effect teweegbrengen, namelijk onbegrip en onenigheid, die ernstige gevolgen met zich meebrengen. Maar al te vaak ervaren we dat ze de kernwaarden van het menselijk leven ontkennen of verkrachten; de christen trekt daaruit dan ook de conclusie dat het op de eerste plaats noodzakelijk is de mens te bevrijden en hem te ontrukken aan de zonde, die bij de eerste val haar intrede heeft gedaan in de geschiedenis van de mensheid. Omdat de mens zich door zijn eigen schuld van zijn Schepper heeft afgewend, is hij door deze wanorde aan tweedracht en conflicten met zijn broeders overgeleverd, en is de communicatie verstoord. Maar Gods liefde jegens de mensen laat zich niet verstoten. Zelf heeft hij aan het begin van de heilsgeschiedenis het initiatief tot omgang met de mensen genomen en deelt Hij zich bij de vervulling der tijden aan hen mee en 'het Woord is vlees geworden'.
Door het menselijk geslacht door zijn dood en verrijzenis te bevrijden, heeft Christus, de mens geworden Zoon van God, het Woord en Beeld van de onzichtbare God,u aan allen in overvloed de waarheid en het leven van God zelf gegeven. Als enige middelaar tussen de Vader en de mensen, heeft hij vrede en gemeenschap met God en broederschap tussen de mensen onderling tot stand gebracht. Sinds die tijd ligt de diepste grond en het prototype van de vereniging van de mensen in de God die zichzelf tot onze menselijke broeder heeft gemaakt en die zijn leerlingen de opdracht heeft gegeven om altijd en overal in 'het volle licht' en 'van de daken' aan alle mensen de blijde boodschap te verkondigen.
Tijdens zijn verblijf op aarde heeft Christus zichzelf een volmaakt 'communicator' getoond. Door de menswording heeft hij de natuur aangenomen van hen die de boodschap zouden ontvangen welke Hij in zijn woorden en in heel Zijn levenswijze heeft laten uitstralen. Midden uit het volk verkondigde Hij zonder enig compromis met kracht en volharding de goddelijke boodschap; niettemin paste hij zich aan bij de spreek- en denkwijze van hen met wie Hij omging. Overigens is communicatie meer dan louter uitdrukking van gedachten of gevoelens: zij is zelfgave uit liefde, vanuit het diepste wezen van de mens; Christus' communicatie was geest en leven. Door de instelling van de Eucharistie heeft Christus ons de meest volmaakte vorm van gemeenschap nagelaten die voor de aardse mens mogelijk is, namelijk de gemeenschap tussen God en de mens, en daarmee de meest nauwe en volmaakte gemeenschap tussen de mensen. Tenslotte heeft Christus ons zijn levendmakende Geest medegedeeld, die het beginsel van samenkomst en eenheid is. In de Kerk, die het mystieke Lichaam van Christus en de verborgen volheid van de verheerlijkte Christus is, vervult hij het al in alles.rt zo kunnen wij in de Kerk door het woord en de Sacramenten op weg gaan naar de hoop op de uiteindelijke vereniging, waarbij 'God alles in allen zal zijn'.
In de 'schitterende uitvindingen van de techniek' die bijdragen tot de sociale communicatie tussen de mensen, ontdekt de christen instrumenten die Gods voorzienig plan voor de mensen heeft bedacht om de vereniging te bevorderen van hen die op aarde verwijlen. Er ontstaan nieuwe banden tussen hen, en een nieuwe taal, die het de mensen mogelijk maakt zichzelf beter te kennen en de anderen gemakkelijker te ontmoeten. Hoe sneller zij elkaar begrijpen en hoe spontaner hun wederzijdse toeneiging is, des te sneller komen zij tot rechtvaardigheid en vrede, tot welwillend- en weldadigheid, tot onderling hulpbetoon, tot liefde en uiteindelijk tot gemeenschap. Daarom mag men de communicatiemiddelen terecht tot die hulpmiddelen en mogelijkheden rekenen die de mens op de meest efficiënte wijze tot versterking van de naastenliefde, op haar beurt bron van gemeenschap, leiden.
Alle mensen van goede wil worden dan ook met aandrang aangespoord tot samenwerking om de sociale communicatiemiddelen een reëel nut te doen hebben bij het zoeken naar de waarheid en naar de menselijke vooruitgang. De christen zal zich daartoe vanuit zijn geloof des te meer verplicht voelen, aangezien de verspreiding van de evangelische boodschap, door de broederlijke toenadering van de mensen onder Gods vaderschap te bewerkstelligen, daartoe in hoge mate zal bijdragen. De gemeenschap en samenwerking tussen de mensen berusten in laatste instantie echter op hun vrije wil, die op zijn beurt onder invloed staat van de mentaliteit van samenleving of techniek. Zin en waarde van de communicatiemiddelen hangen uiteindelijk af van het gebruik dat de menselijke vrijheid ervan maakt.
Omdat de mens zelf de beslissing heeft over de wijze waarop de communicatiemiddelen worden gebruikt, berusten de morele beginselen die hierop betrekking hebben op een juist inzicht in de waardigheid van de mens, die een waarachtig aandeel dient te krijgen in de gemeenschap van Gods aangenomen zonen. Van de andere kant vloeien deze beginselen ook uit het diepste wezen van de sociale communicatie zelf en uit de eigenschappen die deze middelen kenmerken voort.

Ook de constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
erkende dit al: 'Vanwege het feit immers, dat alle dingen zijn geschapen, hebben ze een eigen bestand met een eigen waarheid en goedheid, hebben ze ook eigen wetten en structuren, waarvoor de mens respect moet hebben.

Wie in het perspectief van de geschiedenis van schepping en heilbrengende menswording dus inzicht wil krijgen in het juiste gebruik van de communicatiemiddelen, dient beslist de mens in zijn totaliteit te beschouwen en een grondig besef te hebben van het specifieke karakter van de sociale communicatie en van de middelen daartoe. De communicatieleiders, dat wil zeggen degenen die tot taak hebben van de communicatiemiddelen gebruik te maken, zijn dus in geweten verplicht zich de met het oog op hun verantwoordelijkheid noodzakelijke bevoegdheid eigen te maken.et dit is des te meer vereist naarmate hun invloed op het welslagen van de communicatie groter is. In dit opzicht ligt een nog grotere verantwoordelijkheid bij hen die het oordeel en de keuze van anderen helpen vormen, vooral wanneer zij zich tot mensen van onvoldoende rijpheid of cultuur richten. Hun verantwoordelijkheid betreft al datgene wat op de een of andere wijze tot verrijking of verarming van personen of groepen kan bijdragen, Er mag dus niets worden nagelaten om de verbruikers, dat wil zeggen degenen die lezen, luisteren of kijken, te vormen tot een juiste interpretatie van datgene wat de media hun aanbieden, daar voordeel bij te vinden, en actief aan het maatschappelijk leven deel te nemen; alleen op die wijze zullen de media hun rol ten volle vervullen.
De gezamenlijke productie van de sociale communicatiemiddelen in een gegeven gebied moet worden beoordeeld in het licht van haar bijdrage tot het algemeen welzijn; de nieuwsberichten, de culturele en de ontspanningsprogramma's moeten het leven en de ontwikkeling van die bepaalde gemeenschap ten goede komen. De media dienen niet alleen losstaande gebeurtenissen weer te geven, maar ook de achtergrond ervan naar voren te halen, zodat allen in staat worden gesteld de problemen van de samenleving te doorzien en tot haar vervolmaking bij te dragen. Men dient dus het evenwicht te bewaren tussen nieuws, opvoeding en ontspanning, alsmede tussen meer culturele en meer populaire programma's.

Alle communicatie moet beantwoorden aan de grondwet van oprechtheid, eerlijkheid en waarheid. Een goede bedoeling en een oprecht verlangen volstaan dus niet om de communicatie eerlijk te maken: tevens dient zij de feiten naar waarheid weer te geven, dat wil zeggen een getrouw beeld ervan te geven dat met de diepste werkelijkheid ervan in overeenstemming is. De verdienste en de morele waarde van een communicatie hangen niet alleen van het onderwerp en van de leer die erin besloten ligt af, maar ook van de communicatiewijze, van de toon en de stijl waarin zij wordt gebracht, en van haar context in functie van het publiek waarvoor zij is bestemd. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 4


Een dieper inzicht in de mens, een groter onderling begrip, en een meer doelmatige samenwerking: dat alles kan de sociale communicatie krachtig bevorderen, in overeenstemming met de doelstellingen van het volk van God die haar bekrachtigt en vervolmaakt. "Het bevorderen van de eenheid hangt immers ten nauwste met de zending van de Kerk samen, daar zij 'in Christus als het ware het sacrament, dat wil zeggen het teken en het instrument, van de innige vereniging met God en van de eenheid van heel het menselijk geslacht is.'" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 42 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 1

Document

Naam: COMMUNIO ET PROGRESSIO
Pastorale Instructie, in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie, over de middelen van sociale communicatie
Soort: Pauselijke Commissie voor de Sociale Communicatiemiddelen
Auteur: Msgr. Martin J. O'Connor
Datum: 23 mei 1971
Copyrights: © 1971, Archief van Kerken, 26e jrg, pag. 720-761
Notenapparaat volgt nog
Bewerkt: 6 juli 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam