• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

We houden vast aan het gebruik van de uitdrukking Oud Testament omdat het traditioneel is Vgl. 2 Kor. 3, 14 maar ook omdat ‘Oud’ niet ‘ouderwets’ of ‘versleten’ betekent. In ieder geval is het de blijvende waarde van het O.T. als een bron van christelijke Openbaring die we hier benadrukken 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 3.

Het moet ons doel zijn de eenheid aan te tonen van de Bijbelse Openbaring (Oude Testament en Nieuwe Testament) en van het goddelijk plan, alvorens we spreken over elke historische gebeurtenis, om aldus te benadrukken dat afzonderlijke gebeurtenissen een betekenis hebben als ze gezien worden in het verband van de hele geschiedenis - van schepping tot voltooiing. Deze geschiedenis heeft betrekking op het hele mensenras en in het bijzonder de gelovigen. Aldus wordt de definitieve betekenis van de uitverkiezing van Israël pas duidelijk in het licht van de volledige vervulling Vgl. Rom. 9-11 , en uitverkiezing in Jezus Christus wordt nog beter verstaan in relatie tot de aankondiging en de belofte Vgl. Heb. 4, 1-11 .

We hebben het hier over bijzondere gebeurtenissen die een bijzondere natie betreffen, maar die, in het oog van God die zijn doel openbaart, een universele en voorbeeldige betekenis krijgen. Bovendien is het onze bedoeling de gebeurtenissen van het Oude Testament niet voor te stellen alsof ze alleen de joden betroffen maar ook als ons persoonlijk aangaand. Abraham is werkelijk de vader van ons geloof Vgl. Rom. 4, 11-12 Romeinse Canon: patriarchae nostri Abrahae. En er staat geschreven: 'Onze vaderen waren allen onder de wolk, en allen trokken ze door de zee'. (1 Kor. 10, 1). De aartsvaders, profeten en andere personen van het Oude Testament zijn vereerd en zullen altijd vereerd worden als heiligen in de liturgische traditie van zowel de Oosterse als van de Latijnse Kerk.

Uit de eenheid van het goddelijke plan ontstaat het probleem van het verband tussen Oud en Nieuw Testament. Reeds sinds apostolische tijden Vgl. 1 Kor. 10, 11 Vgl. Heb. 10, 1 en keer op keer in de traditie heeft de Kerk dit probleem opgelost door middel van de typologie, die de fundamentele waarde benadrukt welke het Oude Testament moet hebben in de christelijke opvatting. De typologie echter maakt veel mensen onbehaaglijk en dat kan betekenen dat het probleem niet opgelost is.

Daarom moeten we in het gebruik van de typologie, die we uit de leer en praktijk van de Liturgie en de Kerkvaders hebben ontvangen, oppassen een overgang van het Oude naar het Nieuwe Testament te maken die slechts een breuk zou schijnen te zijn. Met de spontaneïteit van de Geest die haar bezielt heeft de Kerk ten sterkste de houding van Marcion Een man geneigd tot gnosticisme die in de tweede eeuw het Oude Testament en een deel van het Nieuwe verwierp als het werk van een valse gids, een demiurg. De Kerk reageerde fel tegen deze ketterij (vgl. Ireneüs). veroordeeld, en is altijd tegen dit dualisme geweest.

Het moet ook worden benadrukt dat de typologische verklaring daarin bestaat dat men het Oude Testament leest als voorbereiding en in zekere opzichten als schets en voorafschaduwing van het Nieuwe Vgl. Heb. 5, 5-10. etc. . Christus is derhalve de sleutel en het centrale punt van de Schriften: ‘de rots was Christus’ (1 Kor. 10, 4).

Het is dus waar en verdient nadruk dat de Kerk en de christenen het Oude Testament lezen in het licht van het gebeuren van de dood en verrijzenis van Christus, en dat om deze reden er een christelijke lezing van het Oude Testament bestaat die niet noodzakelijk samenvalt met de joodse lezing. Daarom moet men zorgvuldig christelijke en joodse identiteit onderscheiden in hun respectievelijke lezing van de Bijbel. Maar dit doet geen afbreuk aan de waarde van het Oude Testament in de Kerk en belet christenen evenmin met volledig begrip te profiteren van de tradities van de joodse leeswijze.

Typologische lezing doet niet anders dan de onpeilbare rijkdom van het Oude Testament duidelijk maken, zijn onuitputtelijke inhoud en het geheim waar het vol van is, en dit moet ons niet doen vergeten dat het zijn eigen waarde als Openbaring behoudt die het Nieuwe Testament vaak alleen maar weer samenvat Vgl. Mc. 12, 29-31 . Bovendien vereist het Nieuwe Testament zelf dat het wordt gelezen in het licht van het Oude. De vroegste christelijke catechese nam steeds zijn toevlucht tot deze manier Vgl. 1 Kor. 5, 6-8 Vgl. 1 Kor. 10, 1-11

Typologie betekent bovendien een reiken naar de voltooiing van het goddelijke plan, wanneer ‘God alles in allen zal zijn’ (1 Kor. 15, 28). Dit geldt ook voor de Kerk die, reeds gerealiseerd in Christus, toch in afwachting is van de definitieve vervolmaking als Christus’ lichaam. Het feit dat het Lichaam van Christus nog steeds streeft naar haar volle gestalte Vgl. Ef. 4, 12-19 neemt niets weg van de waarde van het Christen-zijn. Op dezelfde wijze verliezende roeping van de aartsvaders en de Uittocht uit Egypte hun belangrijkheid en waarde in Gods plan niet omdat ze te zelfder tijd tussenstadia zijn Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 4.

De Uittocht bijvoorbeeld vertegenwoordigt een ervaring van redding en bevrijding die op zichzelf niet volledig is, maar die boven haar eigen betekenis uit de mogelijkheid heeft verder ontwikkeld te worden. Redding en bevrijding zijn reeds voltrokken in Christus en worden geleidelijk gerealiseerd door de sacramenten in de Kerk. Dit bereidt de weg voor de voltooiing van Gods plan dat zijn uiteindelijke bekroning verwacht bij de wederkomst van Jezus als Messias waar we elke dag voor bidden. Het Koninkrijk voor welke komst we dagelijks bidden zal uiteindelijk gevestigd worden. Door zaligmaking en bevrijding zullen de uitverkorenen en de hele schepping uiteindelijk getransformeerd worden in Christus (Rom. 8, 19-23).

Verder zullen we, door de eschatologische dimensie van het christendom te benadrukken, tot het dieper bewustzijn komen dat het volk Gods van het Oude én het Nieuwe Verbond naar eenzelfde einddoel streeft: de komst of wederkomst van de Messias - zelfs al gaan ze uit van verschillende gezichtspunten. Het wordt dan beter begrepen dat de persoon van de Messias voor het volk Gods niet slechts een punt van verdeeldheid is voor de mensen van God, maar ook een punt van vereniging vgl. Sussidi per l’ecumenismo van het diocese Rome, nr 140. Derhalve kan worden gezegd dat joden en christenen elkaar ontmoeten in vergelijkbare verwachting, gebaseerd op dezelfde aan Abraham gedane belofte Vgl. Gen. 12, 1-3 Vgl. Heb. 6, 13-18 .

Aandachtig voor dezelfde God die tot ons gesproken heeft, vasthoudend aan hetzelfde woord, moeten we getuigen van een zelfde herinnering en een gemeenschappelijke hoop op Hem die de heer van de geschiedenis is. We moeten ook onze verantwoordelijkheid aanvaarden voor de voorbereiding van de wereld voor de komst van de Messias door samen te werken voor sociale rechtvaardigheid, respect voor de rechten van personen en volken, en voor sociale en internationale verzoening. Daar heen worden we gedreven, joden en christenen, door het gebod om onze naaste lief te hebben, door een gemeenschappelijke verwachting van het Koninkrijk Gods en door de grote erfenis van de profeten.

Een dusdanig begrip, mits vroeg genoeg overgebracht door de catechese, zou jeugdige christenen op een praktische manier leren samen te werken met joden, verder gaand dan alleen maar een dialoog Vgl. Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen, Commissie voor religieuze betrekkingen met de Joden, Richtlijnen en suggesties voor de toepassingen van de Concilieverklaring Nostra aetate nr. 4 (1 dec 1974), 4.

Document

Naam: VERKLARING OVER DE JUISTE PRESENTATIE VAN DE JODEN EN HET JODENDOM IN PREDIKING EN CATECHESE BINNEN DE ROOMS-KATHOLIEKE KERK
Soort: Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen - Commissie voor religieuze betrekkingen met de Joden
Auteur: Johannes Kardinaal Willebrands
Datum: 24 juni 1985
Copyrights: © Katholieke Raad voor Israël
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam