• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In 2e Vaticaans Concilie - Verklaring
Nostra Aetate
Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten
(28 oktober 1965)
nr 4, spreekt het Concilie over de ‘geestelijke banden’ tussen joden en christenen en het ‘grote geestelijke erfdeel’ dat beiden gemeen hebben, en gaat verder met de verzekering dat ‘de Kerk van Christus erkent dat, volgens het mysterie van Gods heilsplan, het begin van haar geloof en haar uitverkiezing zal worden gevonden bij de aartsvaders, Mozes en de profeten.’ 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 4

Vanwege de unieke relaties die tussen christendom en jodendom bestaan – ‘verbonden in de diepste grond van hun identiteit’ H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Toespraak tot afgevaardigden van bisschoppenconferenties voor katholiek-joodse betrekkingen (6 mrt 1982) ; - relaties ‘gefundeerd in het plan van de God van het Verbond’ H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Toespraak tot afgevaardigden van bisschoppenconferenties voor katholiek-joodse betrekkingen (6 mrt 1982), behoren de joden en het jodendom geen incidentele en marginale plaats in te nemen in de catechese: hun aanwezigheid daar is essentieel en moet organisch opgenomen worden in de catechese.

Deze zorg voor het jodendom in het katholieke onderricht heeft niet slechts een historische of archeologische fundering. Zoals de Heilige Vader zei in de reeds aangehaalde rede, nadat hij opnieuw ‘het gemeenschappelijke erfdeel’ van de Kerk en het jodendom ‘aanzienlijk’ had genoemd: ‘De zorgvuldige waardering hiervan, tezamen met een terecht bewustzijn van het geloof en het godsdienstig leven van het joodse volk zoals die ook vandaag nog beleden en beleefd worden kan ons zeer veel helpen om bepaalde aspecten van het leven van de Kerk beter te begrijpen’. Het is derhalve een kwestie van pastorale zorg voor een nog steeds levende realiteit die nauw verbonden is met de Kerk. De Heilige Vader heeft deze permanente werkelijkheid van het joodse volk uitgedrukt in een opmerkelijke theologische formulering, in zijn toespraak tot de joodse gemeenschap van West-Duitsland in Mainz op 17 november 1980: ‘... het volk Gods van het Oude Verbond dat nooit herroepen is ...’ H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Mainz, Tot vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap in West-Duitsland (17 nov 1980)

Hier moeten we ons de passage in herinnering brengen waarin de Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen - Commissie voor religieuze betrekkingen met de Joden
Richtlijnen en suggesties voor de toepassingen van de Concilieverklaring Nostra aetate nr. 4
(1 december 1974)
een definitie trachtten te geven van de fundamentele voorwaarde voor dialoog: ‘respect voor de ander zoals hij is’, kennis van de ‘grondbestanddelen van de godsdienstige traditie van het jodendom’ en het opnieuw leren ‘door welke essentiële kenmerken de joden zichzelf definiëren in het licht van hun eigen godsdienstige ervaring’ Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen, Commissie voor religieuze betrekkingen met de Joden, Richtlijnen en suggesties voor de toepassingen van de Concilieverklaring Nostra aetate nr. 4 (1 dec 1974).

Het eigen karakter en de moeilijkheid van de christelijke leer over joden en jodendom zijn hierin gelegen dat het de juiste balans moet vinden tussen een aantal woordparen die de verhouding uitdrukken tussen de twee stelsels van het Oude en Nieuwe Verbond:

  • Belofte en Vervulling
  • Continuïteit en Vernieuwing
  • Eigenheid en Universaliteit
  • Het Uniek-zijn en het Voorbeeld-zijn.

Dat wil zeggen dat de theoloog en de catecheet die het onderwerp behandelen in de praktijk van zijn onderricht, moeten aantonen dat:

  • de beloften en vervulling licht op elkaar werpen;
  • het nieuwe bestaat uit de metamorfose van wat eerder was;
  • de eigenheid van het volk van het Oude Verbond niet daarin bestaat dat het exclusief was, maar dat in de goddelijke visie het open stond voor een universele uitbreiding;
  • het unieke van het joodse volk bedoeld is om de kracht te hebben van een voorbeeld.

Tenslotte, ‘Werk van slechte kwaliteit en dat tekort schiet in precisie zou zeer schadelijk zijn’ voor de joods-christelijke dialoog H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Toespraak tot afgevaardigden van bisschoppenconferenties voor katholiek-joodse betrekkingen (6 mrt 1982). Maar - aangezien het hier gaat om lering en onderwijs - zou het vooral schadelijk zijn voor de christelijke identiteit.

‘Krachtens haar goddelijke zending is het de taak van de Kerk die het ‘alomvattende middel van heil’ moet zijn waarin alleen ‘de volheid van de middelen tot heil kunnen verkregen worden’ 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3 ‘van nature Jezus Christus aan de wereld te verkondigen’ Vgl. Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen, Commissie voor religieuze betrekkingen met de Joden, Richtlijnen en suggesties voor de toepassingen van de Concilieverklaring Nostra aetate nr. 4 (1 dec 1974), 1. Inderdaad geloven we dat het door Hem is dat we tot de Vader gaan Vgl. Joh. 14, 6 ‘en dit is het eeuwige leven, dat ze U kennen, de enig ware God, en Jezus Christus die Gij gezonden hebt’ (Joh. 17, 3). Jezus verzekert ons Vgl. Joh. 10, 16 dat ‘er één kudde zal zijn en één herder’. Kerk en jodendom kunnen daarom niet gezien worden als twee parallelle wegen van heil, en de Kerk moet van Christus getuigen als de Verlosser voor allen, 'met handhaving van het meest strikte respect voor de godsdienstvrijheid in overeenstemming met de leer van het Tweede Vaticaans Concilie 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965) Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen, Commissie voor religieuze betrekkingen met de Joden, Richtlijnen en suggesties voor de toepassingen van de Concilieverklaring Nostra aetate nr. 4 (1 dec 1974), 1.

De urgentie en het belang van precies, objectief en strikt accuraat onderricht over het jodendom voor onze gelovigen volgen ook uit het gevaar van antisemitisme dat altijd weer klaar ligt om onder verschillende vermommingen de kop op te steken. Het is niet alleen maar een kwestie van het verwijderen bij de gelovigen van de resten van antisemitisme die nog hier en daar te vinden zijn, maar meer nog, door opvoedend werk, een juiste kennis in hen te verwekken van de geheel-unieke ‘band’ 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 4 die ons als Kerk verbindt met de joden en het jodendom. Op deze wijze zouden ze leren om diegenen te waarderen en lief te hebben die door God uitverkozen zijn om de komst van Christus voor te bereiden, en die alles bewaard hebben dat geleidelijk geopenbaard en gegeven werd in de loop van die voorbereiding, niettegenstaande de moeilijkheid die ze hadden om in Hem hun Messias te erkennen.

Document

Naam: VERKLARING OVER DE JUISTE PRESENTATIE VAN DE JODEN EN HET JODENDOM IN PREDIKING EN CATECHESE BINNEN DE ROOMS-KATHOLIEKE KERK
Soort: Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen - Commissie voor religieuze betrekkingen met de Joden
Auteur: Johannes Kardinaal Willebrands
Datum: 24 juni 1985
Copyrights: © Katholieke Raad voor Israël
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam