• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Onderricht en opvoeding

Ofschoon er nog een breed arbeidsterrein open ligt, is men in de pas voorbije jaren tot een beter begrip van het jodendom op zich gekomen en van zijn betrekking tot het christendom dankzij de onderrichtingen van de kerk, de studies en onderzoekingen van de deskundigen en de dialoog die men heeft kunnen herstellen.

Tot dit doel dienen de volgende punten in herinnering te worden gebracht:

  • Het is dezelfde God 'die de Ingever ... is van de boeken van beide testamenten' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 16, die spreekt in het oude en nieuwe verbond.
  • Het jodendom in de tijd van Christus en van de apostelen was een complexe werkelijkheid welke een hele wereld van tendensen, geestelijke, religieuze, sociale en culturele waarden in zich had opgenomen.
  • Het Oude Testament en de joodse traditie die daarop is gebaseerd, moeten niet, in tegenstelling tot het Nieuwe Testament, worden beschouwd alsof zij een godsdienst zouden vormen van alleen gerechtigheid, vreze Gods en legalisme, zonder beroep op de liefde tot God en de naaste Vgl. Dt. 6, 5 Vgl. Lev. 19, 18 Vgl. Mt. 22, 34-40 .
  • Jezus is evenals zijn apostelen en een groot aantal van zijn leerlingen, uit het joodse volk geboren. Hij heeft - zich openbarend als Messias en Zoon van God Vgl. Mt. 16, 16 , drager van een nieuwe boodschap, die van het evangelie zich gepresenteerd als de voltooiing en vervolmaking van de vroegere openbaring. En, ofschoon de leer van Christus een grondig nieuw karakter had, is deze evenwel diep geworteld in de leer van het Oude Testament. Het Nieuwe Testament is diepgaand getekend door zijn verhouding met het Oude Testament. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie heeft verklaard: 'God dus, die de Ingever en Auteur is van de boeken van beide testamenten, heeft het in zijn wijsheid zo beschikt, dat het Nieuwe Testament in het Oude Testament verborgen lag en in het Nieuwe Testament het Oude Testament werd ontsloten' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 16. En bovendien heeft Jezus van gelijksoortige onderrichtmethoden gebruik gemaakt als de rabbijnen van zijn tijd bezigden.
  • Met betrekking tot de kijk op het proces en de dood van Jezus heeft het Concilie in herinnering gebracht, dat 'datgene wat tijdens zijn lijden werd bedreven noch alle toen levende joden zonder onderscheid noch de joden van onze tijd (kan) worden aangerekend' 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 4.
  • De geschiedenis van het jodendom is niet afgesloten met de verwoesting van Jeruzalem. Deze geschiedenis is voortgegaan zich te ontwikkelen door een religieuze traditie te vormen die, ook al neemt zij na Christus, geloven wij, een grondig andere betekenis aan, toch rijke resten van religieuze waarden meedraagt.
  • Met de profeten en de apostel Paulus 'ziet de Kerk uit naar de dag, aan God alleen bekend, waarop alle volkeren de Heer eenstemmig zullen aanroepen en 'Hem dienen, schouder aan schouder' (Sef. 3, 9)' 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 4.

De informatie over deze kwesties moet alle niveaus van het onderricht en de opvoeding van de christen betreffen. Onder de informatiemiddelen nemen die van de volgende lijst een bijzonder belangrijke plaats in:

  • handboeken van de catechese
  • geschiedenisboeken
  • sociale communicatiemiddelen (pers, radio, film, televisie).

Het doeltreffend gebruik van deze middelen veronderstelt een bijzondere vorming van de leraren en opvoeders in de scholen, evenals op de seminaries en op de universiteit. Men moet het onderzoek van de specialisten omtrent de problemen met betrekking tot het jodendom en de joods-christelijke betrekkingen stimuleren, in het bijzonder op het gebied van de exegese, de theologie, de geschiedenis en de sociologie. De hogere katholieke instellingen voor onderzoek worden zo mogelijk in samenwerking met andere soortgelijke christelijke instellingen uitgenodigd, evenals ook de specialisten, om hun bijdrage te leveren aan de oplossing van deze problemen. Zij worden vervolgens aangemoedigd - waar dit mogelijk is - leerstoelen op te richten voor hebreeuwse studie en tot samenwerking met joodse geleerden.

Document

Naam: RICHTLIJNEN EN SUGGESTIES VOOR DE TOEPASSINGEN VAN DE CONCILIEVERKLARING NOSTRA AETATE NR. 4
Soort: Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen - Commissie voor religieuze betrekkingen met de Joden
Auteur: Johannes Kardinaal Willebrands
Datum: 1 december 1974
Copyrights: © Katholieke Raad voor Israël
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam