• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
a. De volkeren moeten gewaarschuwd worden voor oproerstokers
Daar echter, zoals wij vernomen hebben, in overal onder het volk verspreide geschriften een leer verkondigd wordt, waardoor de trouw en onderdanigheid, aan de vorsten verschuldigd, ondermijnd en de fakkel van oproer overal ontstoken wordt, moet met alle zorg gewaakt worden, dat de mensen daardoor niet misleid en van de goede weg afgebracht worden. Allen moeten wel bedenken, dat volgens de vermaning van den apostel „alle gezag van God komt; ook het thans bestaande is verordend door God. Wie zich dus verzet tegen het gezag, verzet zich tegen de verordening van God; en de weerspannigen lopen hun veroordeling in." (Rom. 13, 2) De goddelijke zowel als de menselijke wetten verheffen zich dan ook tegen hen, die door schandelijke intriges opstand en oproer trachten te verwekken en zo de trouw aan de vorsten te ondermijnen en dezen zelf van de troon te stoten.
b. De houding der eerste Christenen tegenover de heidense keizers

Van de oude Christenen is bekend, dat zij juist om deze redenen — zij wilden zich namelijk niet aan zulk een schanddaad schuldig maken — in weerwil van heftige vervolgingen toch goede onderdanen waren van de keizers en het welzijn van het rijk behartigden. Dit hebben zij schitterend bewezen niet alleen door hun getrouwheid, om alles, als het niet in strijd was met de godsdienst, stipt en bereidvaardig te verrichten, maar ook door de moed, waarmede zij in oorlogen hun bloed voor de keizers vergoten. „De christen-soldaten", zegt de H. Augustinus „dienden een ongelovigen keizer; maar zo dikwijls als de zaak van Christus in het geding kwam, erkenden zij slechts Hem, die in de hemel is. Zij maakten onderscheid tussen hun Heer in de hemel en hun heer op aarde en toch waren zij om hun Heer in de hemel ook onderdanig aan hun heer op aarde." H. Augustinus op Ps. 125, nr. 7. Dit had de onoverwinnelijke martelaar Mauritius, de aanvoerder van het Thebaanse legioen, voor ogen, toen hij volgens het verhaal van den H. Eucherius het volgende aan den keizer antwoordde: „Wij zijn uw soldaten, keizer, maar tevens dienaren van God, waar wij rond voor uitkomen... En nu heeft zelfs het gevaar van ons leven te verliezen ons niet in opstand gebracht: zie, wij zijn gewapend, maar toch bieden wij geen weerstand, omdat wij liever willen sterven dan doden." H. Eucharius, bij Ruinart, Acta SS. Martyrum over de HH. Mauritius en gezellen

Deze trouw van de vroegere Christenen aan de keizers komt nog duidelijker uit, als wij nagaan, dat volgens Tertullianus de toenmalige Christenen, noch in aantal noch in kracht de minderen waren geweest, indien zij als verklaarde vijanden hadden willen optreden.

"Ons bestaan dateert eerst van gisteren", zegt hij, "en wij hebben reeds al uw plaatsen bezet, uw steden, eilanden, vestingen, provinciesteden, marktplaatsen, zelfs uw legerkampen, districten, colleges, paleis, senaat, forum... Tot welke strijd zouden wij niet in staat, niet paraat geweest zijn, zelfs al waren wij ongelijk geweest in troepen-aantal, wij, die ons zo bereidwillig laten doden, indien het volgens onze leer niet eerder geoorloofd was zich te laten doden dan zelf te doden...? Als wij, zo velen in aantal, ons van u zouden afgescheiden hebben en weggetrokken waren naar een of andere uithoek van de aarde, dan zou het verlies van zoveel burgers, al tellen ze voor u ook niet mee, uw regering met schaamte vervuld, ja zelfs niet verlatenheid gestraft hebben. Gij zoudt vast en zeker ontsteld gestaan hebben in uw eenzaamheid...; gij hadt naar mensen moeten zoeken, om over te heersen; meer vijanden dan burgers zouden u overgebleven zijn; nu echter is het aantal van uw vijanden geringer, omdat er zoveel christenen zijn." Tertullianus, Apologet., hfdst. 37

c. Eigenlijk doel van de oproerstokers
Deze heerlijke voorbeelden van onwankelbare onderdanigheid aan hun keizers — een natuurlijk gevolg der heilige voorschriften van de christelijke godsdienst — houden een veroordeling in van de verfoeilijke overmoed en boosheid van hen, die, verteerd door een bandeloze en drieste vrijheidszin, er alleen op uit zijn, om alle rechten van de staatsoverheid te verzwakken en te vernietigen, terwijl zij dan de mensen in schijn wel vrijheid, maar inderdaad slavernij zullen brengen. Dit was ook de misdadige en waanzinnige opzet van de Waldenzen, Begarden, Wïclefieten en andere soortgelijke zonen Belials, die het uitvaagsel waren en een schande van het mensdom en daarom ook terecht door de Apostolische Stoel herhaaldelijk met de banvloek getroffen zijn. En de enige reden, waarom die gewetenloze mensen al hun krachten inspannen, is geen andere, dan om met Luther juichend zichzelf te kunnen gelukwensen, dat zij van niemand meer afhankelijk zijn; en om dit doel gemakkelijker en sneller te bereiken, nemen zij in vermetele overmoed steeds lager middelen te baat.
d. Geen scheiding van Kerk en staat
Een blijder toekomst zouden wij noch voor de godsdienst noch voor het staatsgezag kunnen voorspellen, mochten de wensen in vervulling gaan van hen, wier vurig verlangen het is, dat Kerk en staat gescheiden en de goede verstandhouding tussen de burgerlijke en kerkelijke overheid verbroken wordt. Het staat immers vast, dat de voorstanders van een bandeloze vrijheid niets moeten hebben van die goede verstandhouding, welke altijd en voor de Kerk én voor de staat zegenrijk en heilzaam geweest is.
e. De Paus betreurt het bestaan en optreden van sommige genootschappen
Al deze smartelijke dingen zijn de oorzaak er van, dat wij wegens het allen bedreigend gevaar door bezorgdheid en bange vrees gekweld worden. Maar er is nog iets. Er bestaan genootschappen, er worden geregelde bijeenkomsten gehouden, waar men in bondgenootschap met allerlei mensen, zelfs niet rechtgelovige, weliswaar onder het mom van eerbied voor de godsdienst, maar inderdaad uit zucht om nieuwigheden in te voeren en overal onlusten te verwekken, iedere vorm van vrijheid aanprijst, onrust in Kerk en staat aanwakkert en elk, ook het meest eerbiedwaardig gezag afbreekt.

Document

Naam: MIRARI VOS ARBITRAMUR
Over liberalisme en godsdienstig relativisme
Soort: Paus Gregorius XVI - Encycliek
Auteur: Paus Gregorius XVI
Datum: 15 augustus 1832
Copyrights: © 1950, Eccelsia Docens, uitg. Gooi&Sticht, Hilversum 0174
Vert.: L. Zeinstra OFM
Bewerkt: 17 september 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam