• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In de laatste jaren is het voorgekomen dat ook binnen christelijke politieke verenigingen en organisaties steun werd gegeven aan politieke krachten of bewegingen waarvan de stellingname in fundamentele politieke kwesties ingaat tegen de morele en sociale leer van de Kerk. Een dergelijk handelen, in strijd met de fundamentele beginselen van het christelijk geweten, is onverenigbaar met het lidmaatschap van verenigingen of organisaties die zich katholiek noemen. Zo hebben op analoge wijze in sommige landen katholieke tijdschriften hun lezers bij politieke keuzes op dubbelzinnige of onjuiste wijze voorgelicht. Ze hebben de autonomie van de katholieken op politiek gebied verkeerd geïnterpreteerd, en geen aandacht besteed aan boven vermelde beginselen.

Het geloof in Jezus Christus die "de weg, en de waarheid en het leven" is (Joh. 14, 6) vraagt van de christenen zich meer in te zetten voor de opbouw van een cultuur die, geïnspireerd door het Evangelie, zich laat leiden door het erfgoed van waarden en de inhoud van de katholieke overlevering. Wil men een soort katholieke culturele diaspora voorkomen, dan is het dringend noodzakelijk om in een voor de moderne mensen verstaanbare taal de vruchten aan te bieden van het geestelijk, intellectueel en moreel erfgoed van het katholicisme. Overigens, gezien hetgeen de katholieken op cultureel gebied tot stand hebben gebracht, en de rijke politieke ervaring die zij vooral in de decennia na de Tweede Wereldoorlog in verschillende landen hebben opgebouwd, hebben zij geen enkele reden voor een minderwaardigheidscomplex, als men hen vergelijkt met de politieke systemen waarvan de recente geschiedenis de zwakte of volkomen mislukking heeft aangetoond. Het zou een te enge opvatting zijn, te denken dat de katholieken zouden kunnen volstaan met te streven naar de verandering van de structuren. Immers, als er op basisniveau geen cultuur aanwezig is die in staat is om de door geloof en moraal gestelde eisen op te vangen, te rechtvaardigen en naar de praktijk te vertalen, zullen de veranderingen steeds op zwakke fundamenten rusten.

Het geloof heeft sociale en politieke kwesties nooit in een strak schema willen persen. Het beseft dat de tijd waarin de mens leeft, hem dwingt met onvolmaakte en snel veranderende situaties rekening te houden. Om die reden zijn politieke stellingnames en handelingen af te wijzen die zich laten leiden door een utopisch toekomstbeeld, waarbij het traditionele Bijbelse geloof verwordt tot een soort profetisch visioen zonder God, de boodschap van de godsdienst wordt misbruikt, en het geweten van de mensen wordt gericht op een puur aardse hoop die het streven van de christen naar het eeuwig leven teniet doet of vermindert.

Tegelijk leert de Kerk dat zonder de waarheid geen ware vrijheid bestaan kan. "Waarheid en vrijheid gaan immers hand in hand, of gaan samen ellendig ten onder", schrijft Johannes Paulus II. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de verhouding van Geloof en Rede, Fides et Ratio (14 sept 1998), 90 In een samenleving waarin men niet tracht de waarheid te achterhalen, wordt iedere echte beoefening van de vrijheid verzwakt, en de weg geopend naar bandeloosheid en individualisme, tot groot nadeel voor het welzijn van de individu en van de gehele samenleving.

In verband hiermee dient herinnerd te worden aan een waarheid die in de openbare mening vaak niet goed wordt ingezien of onder woorden gebracht: het recht op gewetensvrijheid en speciaal op godsdienstvrijheid, die in de Verklaring 2e Vaticaans Concilie - Verklaring
Dignitatis Humanae
Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden
(7 december 1965)
van het Tweede Vaticaans Concilie verkondigd werd, is gebaseerd op de ontologische waardigheid van de menselijke persoon, en niet op een veronderstelde en niet-bestaande gelijkheid van godsdiensten of menselijke culturele systemen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 1. "Allereerst getuigt dan deze heilige kerkvergadering, dat God zelf aan het menselijk geslacht de weg heeft bekendgemaakt waarlangs de mensen door Hem te dienen in Christus verlost en zalig kunnen worden. Wij geloven dat deze énige en ware godsdienst zich bevindt in de katholieke en apostolische Kerk.- Dit vermindert niet de ongeveinsde eerbied die de Kerk heeft voor de verschillende godsdienstige tradities waarin zij 'elementen van waarheid en goedheid erkent'. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 16 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 11 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 2 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 5 Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring over de uniciteit en heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en de Kerk, Dominus Iesus (6 aug 2000), 2.8.21 Zo heeft paus Paulus VI gezegd dat "het Concilie dit recht op godsdienstvrijheid in geen enkel opzicht baseert op een aanname, als zouden alle godsdiensten en leerstellingen, zelfs de onjuiste, min of meer dezelfde waarde hebben; integendeel, het baseert dit recht op de waardigheid van de menselijke persoon die niet onderworpen mag worden aan van buiten komende dwang waardoor het geweten onder druk wordt gezet, wanneer het zoekt naar de ware godsdienst en zich daaraan gewonnen wil geven".Paus Paulus VI, Toespraak tot het College van Kardinalen, in: Insegnamenti di Paolo VI, 14 (1976), 1088-1089. De leer over gewetensvrijheid en godsdienstvrijheid is dus totaal niet in tegenspraak met de veroordeling in de katholieke leer van indifferentisme en godsdienstig relativisme, Vgl. Z. Paus Pius IX, Encycliek, Over de zuiverheid van de Katholieke leer, Quanta Cura (8 dec 1864) Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Immortale Dei (1 nov 1885) Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het feest van Christus Koning, Quas Primas (11 dec 1925) Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2108 Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring over de uniciteit en heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en de Kerk, Dominus Iesus (6 aug 2000), 22 maar sluit daar volledig bij aan.

Document

Naam: ACTIVITEITEN EN HET GEDRAG VAN DE KATHOLIEKEN OP HET GEBIED VAN DE POLITIEK
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 24 november 2002
Copyrights: © 2003, rkkerk.nl
Vertaling: F. van Voorst tot Voorst s.j.
Bewerkt: 10 oktober 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam