• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Een dergelijk relativisme is iets heel anders dan de legitieme vrijheid van de katholieke burgers om uit de politieke opvattingen die met het geloof en de natuurlijke zedenwet kunnen samengaan, die opvatting te kiezen die volgens hun eigen maatstaven het meest beantwoordt aan de eisen van het algemeen welzijn. Politieke vrijheid berust niet op de relativerende gedachte dat alle opvattingen over het welzijn van de mens even waar en waardevol zouden zijn. Niet daarop berust ze, maar veeleer op het feit dat in de politiek ernaar gestreefd wordt, concreet vorm te geven aan het echte menselijk en maatschappelijk welzijn binnen duidelijk bepaalde historische, geografische, economische, technologische en culturele omstandigheden. De concretisering ervan en de uiteenlopende omstandigheden hebben in het algemeen een veelheid aan opvattingen en oplossingen tot gevolg. Maar die moeten wel moreel aanvaardbaar zijn. Het is niet de taak van de Kerk concrete oplossingen te formuleren - nog minder absoluut geldende oplossingen - voor vraagstukken van tijdelijke aard, die God heeft overgelaten aan het vrij en verantwoordelijk oordeel van ieder individu. Maar als geloof en moraal het vereisen, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 76 heeft zij wel het recht en de plicht om over tijdelijke zaken een moreel oordeel uit te spreken. Zoals de christen "de gewettigde onderling verschillende opvattingen over de ordening van het tijdelijke dient te erkennen", 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 75 moet hij zich ook verzetten tegen een opvatting over pluralisme die de moraal blijkt te relativeren en die schadelijk is voor de democratie zelf. Democratie heeft echte en vaste grondslagen nodig, dat wil zeggen ethische beginselen waaraan niet getornd mag worden, omdat zij in wezen het maatschappelijk leven onderbouwen.

Op het gebied van concrete politieke actie dient te worden opgemerkt dat bepaalde maatschappelijke keuzes een contingent karakter hebben, dat er vaak verschillende manieren zijn om aan eenzelfde fundamentele waarde gestalte te geven of haar te waarborgen, dat bepaalde beginselen, waarvan de theorie over de politiek uitgaat, op uiteenlopende wijze kunnen worden verstaan, en dat heel veel politieke vraagstukken zeer ingewikkeld zijn. Dat verklaart waarom de katholieken in het algemeen uit zoveel partijen kunnen kiezen, wanneer ze actief - met name door de parlementaire vertegenwoordiging - hun recht en plicht willen uitoefenen om hun bijdrage te leveren aan de burgerlijke samenleving in hun land. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 43.75 Dit alles mag echter niet verward worden met een vaag pluralisme bij de keuze van de zedelijke beginselen en fundamentele waarden waardoor men zich laat leiden. Hoewel er dus een gewettigde veelheid van keuzes is, blijft het grondbeginsel ervan overeind staan, dat namelijk rechtstreeks in verband staat met de christelijke leer over zeden en maatschappij. De katholieke leken zullen hun opvattingen steeds aan deze leer moeten toetsen, willen zij er zeker van zijn dat hun deelname aan de politiek gekenmerkt wordt door consequente verantwoordelijkheid voor de tijdelijke zaken.

De Kerk beseft dat de participatie van de burgers aan de politieke besluitvorming het beste kan gebeuren langs de weg van de democratie, maar alleen in zoverre men daarbij uitgaat van een juiste opvatting over de menselijke persoon. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 25 Een katholiek kan op dit punt geen enkel compromis aanvaarden; want anders zou het getuigenis van het christelijk geloof in de wereld worden aangetast, alsmede de eenheid en innerlijke samenhang van de gelovigen zelf. De democratische structuur van een moderne staat zou zeer zwak zijn als de mens erin niet centraal zou staan. Alleen eerbiediging van de mens maakt deelname aan de democratie mogelijk. Zo leert het Tweede Vaticaans Concilie: "voor de bescherming van de rechten van de persoon is het immers een noodzakelijke voorwaarde dat de burgers, hetzij privé hetzij in groepsverband, aan het leven en het bestuur van de staat actief kunnen deelnemen." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 73

Document

Naam: ACTIVITEITEN EN HET GEDRAG VAN DE KATHOLIEKEN OP HET GEBIED VAN DE POLITIEK
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 24 november 2002
Copyrights: © 2003, rkkerk.nl
Vertaling: F. van Voorst tot Voorst s.j.
Bewerkt: 13 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam