• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Op de vrijdag na de tweede zondag na Pinksteren viert de Kerk het hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. Behalve de liturgieviering hebben vele andere uitingen van godsvrucht het Hart van Christus als onderwerp. Er is immers geen twijfel dat de devotie tot het Hart van de Verlosser een van de meest verbreide en meest geliefde uitingen is geweest en nog is van de godsvrucht van de Kerk. In het licht van de goddelijke Schrift verstaan, geeft de uitdrukking ’Hart van Christus’ het mysterie zelf van Christus aan, de totaliteit van zijn wezen, zijn persoon, beschouwd in zijn diepste en wezenlijk kern: Zoon van God, niet geschapen wijsheid, oneindige liefde, begin van heil en heiliging voor heel de mensheid. Het ‘Hart van Christus’, is Christus, het vlees geworden en verlossend Woord, met oneindige goddelijk-menselijke liefde in de Geest en met heel zijn wezen gericht op de Vader en op de mensen, zijn broeders en zusters.

De devotie voor het Hart van Jezus heeft, zoals de pausen van Rome dikwijls vermeld hebben, een hecht fundament in de Schrift. Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de toewijding van het Mensdom aan Allerheiligst Hart van Jezus -
Tevens afkondiging Heilig Jaar 1900, Annum Sacrum (25 mei 1899)
Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus, Haurietis aquas in gaudio (15 mei 1956) Vgl. H. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Bij gelegenheid van het tweede eeuwfeest van de instelling van het feest ter ere van het Heilig Hart, Investigabiles Divitias Christi (6 feb 1965) Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Boodschap bij gelegenheid van het eeuwfeest van de toewijding van het mensdom aan het Allerheiligst Hart van Jezus (11 juni 1999)

Jezus, die één is met de Vader Vgl. Joh. 10, 30 , nodigt zijn leerlingen uit te leven in innige gemeenschap met Hem en zijn persoon en woord aan te nemen als gedragsnorm. Hij openbaart zich als een meester, ’zachtmoedig en nederig van hart’. Vgl. Mt. 11, 29 Men kan in zekere zin zeggen dat de devotie tot het hart van Jezus het in cultische termen vertalen is van de blik waarmee overeenkomstig het woord van de profeet in het evangelie alle generaties van Christenen zullen opzien naar Hem die doorboord is Vgl. Joh. 19, 37 Vgl. Zach. 12, 10 , d.w.z. zullen opzien naar de door de lans doorboorde zijde van Christus, waaruit bloed en water vloeiden Vgl. Joh. 19, 34 , het symbool van het ’wonderbaarlijk sacrament van heel de Kerk’. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 5 Vgl. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 138, 2: CCL 40, p. 1991

De tekst bij Johannes die het tonen van de handen en de zijde door Christus aan de leerlingen verhaalt Vgl. Joh. 20, 20 en de uitnodiging van Hem aan Thomas zijn hand uit te strekken en te leggen in zijn zijde Vgl. Joh. 20, 27 , heeft ook een aanzienlijke invloed gehad bij het ontstaan en de ontwikkeling van de godsvrucht van de Kerk jegens het Heilig Hart.

Deze en andere teksten die de Christus voorstellen als het Paaslam, dat zegeviert, ook al is het geslacht Vgl. Openb. 5, 6 , waren een onderwerp van voortdurende meditatie bij de heilige Vaders, die de rijkdom ervan op leerstellig gebied onthulden en de gelovigen soms de uitnodigden door te dringen in het mysterie van Christus via de in zijn zijde geopende deur. Zo zegt de heilige Augustinus: ’De ingang is toegankelijk: Christus is de deur ... Ook voor u ging die open, toen zijn zijde door de lans geopend werd. Denk aan wat eruit naar buiten kwam; kies derhalve voor de plaats waar u kunt binnengaan. Uit de zijde van de Heer, die aan het kruis hing en stierf, vloeiden bloed en water, toen zij door de lans geopend werd. In het water is uw reiniging gelegen, in het bloed uw verlossing’. H. Augustinus, Sermones. 311, 3: PL 38, 1495
De Middeleeuwen zijn een periode geweest die bijzonder vruchtbaar was voor de ontwikkeling van de devotie tot het Hart van de Verlosser. Mensen die uitmuntten in heiligheid en leer – zoals de heilige Bernardus (+ 1153), de heilige Bonaventura (+ 1274), mystici, zoals de heilige Lutgart (+ 1246), de heilige Michteld van Maagdenburg (+ 1282), de heilige gezusters Mathilde (+ 1299) en Gertrudis (+ 1302) van het klooster van Helfta, Ludulfus van Saksen (+ 1378), de heilige Caterina van Siena (+ 1380) – verdiepten het mysterie van het Hart van Jezus. Daarin zagen zij ’het toevluchtsoord’ waar men bescherming kan vinden, de zetel van barmhartigheid, de plaats voor een ontmoeting met Hem, de bron van de oneindige liefde van de Heer, de bron waaruit het water van de Geest opwelt, het ware beloofde land en het ware paradijs.
In de moderne tijd heeft de verering van het Hart van de Heiland nieuwe ontwikkelingen gekend. In een tijd waarin het jansenisme de strengheid van de goddelijke gerechtigheid verkondigde, vormde de devotie tot het Hart van Christus een doeltreffend tegengif waardoor in de gelovigen de liefde voor de Heer en het vertrouwen in zijn oneindige barmhartigheid, waarvan het Hard onderpand en symbool is, konden worden opgewekt. De heilige Franciscus van Sales (+ 1622), die als norm van leven en apostolaat de fundamentele houding van het Hart van Jezus aannam – d.w.z. nederigheid, zachtmoedigheid Vgl. Mt. 11, 29 , tedere en barmhartige liefde – de heilige Margareta Maria Alacoque (+ 1690), aan wie de Heer herhaaldelijk de rijkdom van zijn Hart toonde, de heilige Johannes Eudes (+ 1680), die de liturgische verering van het Heilige Hart bevorderde, de heilige Claude de la Colombière (+ 1682), de heilige Johannes Bosco (+ 1888) en andere mannelijke en vrouwelijke heiligen zijn uitmuntende apostelen geweest van de devotie tot het Heilige Hart.

De vormen van devotie tot het Hart van de Verlosser zijn zeer talrijk; sommige zijn uitdrukkelijk goedgekeurd en worden veelvuldig aanbevolen door de Apostolische Stoel. Hieronder te vermelden:

  • De persoonlijke toewijding, die volgens Pius XI ’van alle praktijken die betrekking hebben op het Heilig Hart, ongetwijfeld de belangrijkste is’; Paus Pius XI, Encycliek, Over het eerherstel aan het Heilig Hart van Jezus, Miserentissimus Redemptor (8 mei 1928), 77
  • de toewijding van het gezin, waardoor het huisgezin (dat krachtens het sacrament van het huwelijk aan het mysterie van eenheid in liefde tussen Christus en de Kerk reeds deelgenoot is) aan de Heer wordt toegewijd, opdat Hij heerst in het hart van ieder van zijn leden; 
  • de act van eerherstel, een gebedsformule waarmee de gelovige, Christus’ oneindige goedheid indachtig, om barmhartigheid wil smeken en de beledigingen die op zovele wijzen zijn zeer geliefde Hart zijn aangedaan, wil goedmaken;
  • de praktijk van de negen eerste vrijdagen van de maand, die voortkomt uit de ’grote belofte’, Door Jezus gedaan aan de heilige Margareta Maria Alacoque. In een tijd waarin de sacramentele communie zeer zeldzaam was bij de gelovigen, droeg de praktijk van de negen eerste vrijdagen van de maand op aanzienlijke wijze bij aan het herstel van het veelvuldig ontvangen van het boetesacrament en de Eucharistie. In onze tijd kan de devotie van de eerste vrijdag van de maand, als zij op een pastoraal juiste wijze gepraktiseerd wordt, ongetwijfeld nog geestelijke vruchten dragen. Het is echter noodzakelijk dat de gelovigen op passende wijze geïnstrueerd worden over het feit dat men op een dergelijke praktijk niet een vertrouwen moet stellen dat grenst aan ijdele lichtgelovigheid. Zulke lichtgelovigheid zou bestaan, als men zou menen dat die praktijk met betrekking tot het heil de niet te onderdrukken eisen van het werkzame geloof en de inzet om een leven overeenkomstig het evangelie te leiden ongedaan maakt. Ook moeten de gelovigen voldoende onderricht worden over de absoluut overheersende waarde van de zondag, het ’allereerste feest’, 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 106 dat gekenmerkt moet worden door de volledige deelname van de gelovigen aan de Eucharistieviering.
De devotie tot het Heilig Hart vormt een grote historische uiting van de godsvrucht van de Kerk voor Jezus Christus, haar Bruidegom en Heer. Zij vraagt een fundamentele houding die bestaat uit bekering en herstel, liefde en dankbaarheid, apostolische inzet en toewijding tegenover Christus en zijn heilswerk. Daarom bevelen de Apostolische Stoel en de bisschoppen haar aan en bevorderen zij een vernieuwing hiervan: in de linguïstische en iconografische uitingen, in de bewustwording van haar Bijbelse wortels en haar band met de grootste geloofswaarheden, in het bevestigen van de voorrang die de liefde tot god en de naaste heeft, die de wezenlijke inhoud van de devotie zelf is.
De volksvroomheid neigt ertoe een devotie te identificeren met haar iconografische voorstelling. Dat is een normaal feit, dat zonder meer positieve aspecten heeft, maar ook enkele nadelen ten gevolge kan hebben. Een iconografisch type dat niet beantwoordt aan de smaak van de gelovigen, kan leiden tot een mindere waardering voor het onderwerp van de devotie, onafhankelijk van haar theologisch fundament en haar historische heilsinhoud.

Zo is het gegaan met de devotie voor het Heilig Hart. Bepaalde kitscherige, soms suikerzoete beeltenissen, die niet in staat zijn om de solide theologische inhoud tot uitdrukking te brengen, bevorderen niet het naderen van de gelovigen tot het Hart van Heiland.

In onze tijd zien men met instemming dat men zich erop richt dat Heilig Hart voor te stellen met verwijzing naar het ogenblik van de kruisiging. Waar de liefde van Christus in de hoogste graag zichtbaar wordt. Het Heilig Hart is de gekruisigde Christus met de door de lans geopende zijde, waaruit bloed en water vloeien. Vgl. Joh. 19, 34

Op de dag na het hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus viert de Kerk de gedachtenis van het Onbevlekt Hart van Maria. Het feit dat de twee vieringen kort na elkaar plaatsvinden, is op zich al een liturgisch teken van het nauwe verband tussen beide: het mysterium van het Hart van de Verlosser wordt geprojecteerd en weerspiegeld in het Hart van de Moeder, die ook deelgenoot en leerlinge is. Zoals het hoogfeest van het Heilig Hart de heilsmysteries van Christus viert op synthetische wijze door ze te herleiden tot hun bron – namelijk het hart -, zo is de gedachtenis van het Onbevlekt Hart van Maria de samenvattende viering van de deelname ’van harte’ aan het heilswerk van haar Zoon: van de menswording tot de dood en verrijzenis, tot de gave van de Geest.

De devotie tot het Onbevlekt Hart van Maria heeft zich ten gevolge van de verschijningen van de Maagd in Fatima in 1917 zeer verbreid. Bij de vijfentwintigste verjaardag hiervan in 1942 wijdde Pius XII de Kerk en de mensheid toe aan het Onbevlekt Hart van Maria uitgebreid tot heel de Kerk.

De uitingen van volksvroomheid voor het Hart van Maria zijn een getrouwe weergave van die ter ere van het Hart van Christus, ook al behouden zij de onoverbrugbare afstand tussen de Zoon, ware God, en de Moeder, slechts een schepsel: toewijding van de individuele gelovigen, gezinnen, religieuze gemeenschappen, naties, Vgl. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Tot de gelovigen van Portugal bij gelegenheid van de plechtige feestelijkheden ter ere van de H. Maagd die in Fatima vereerd wordt, Mais de uma vez (31 okt 1942) Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Toewijding van de wereld aan het Onbevlekt Hart van Maria (25 mrt 1984) eerherstel, door het gebed tot stand gebracht, versterving, werken van barmhartigheid, de praktijk van de vijf eerste zaterdagen van de maand.

Wat de devotie van de sacramentele communie op de vijf eerste, op elkaar volgende zaterdagen betreft, gelden de opmerkingen die gemaakt zijn naar de aanleiding van de eerste negen vrijdagen zie nr. 171 hierboven: nadat men iedere overwaardering van het tijdelijk teken verwijderd en de communie op de juiste wijze een plaats gegeven heeft binnen de context van de viering van de Eucharistie, moet de godvruchtige praktijk verwezenlijkt worden als een gelegenheid die gunstig is om intens, met een door de Maagd geïnspireerde houding het Paasmysterie te beleven dat men in de Eucharistie viert.

Document

Naam: DIRECTORIUM OVER VOLKSVROOMHEID EN LITURGIE. PRINCIPES EN RICHTLIJNEN
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Datum: 9 april 2002
Copyrights: © 2003, Beleidssector liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / Nationale Raad voor Liturgie
Liturgische Documentatie, dl. 2, p. 13-198
Bewerkt: 1 februari 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam