• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het feest van de Opdracht van de Heer in de tempel

Tot 1969 droeg het oude feest van 2 februari, afkomstig uit het Oosten, [[In het byzantijnse Oosten is het feest toegespitst op het mysterie van de Hypapante, ofwel de Ontmoeting van de Verlosser met hen die Hij is komen redden en die vertegenwoordigd worden door de personen van Simeon en Anna, overeenkomstig de woorden van het Nunc Dimittis (Lc. 2, 29-32). Deze woorden worden onophoudelijk hernomen in de liturgiegezangen va het feest: "Een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor het volk Israël".]] in het westen de naam ’Reiniging van de heilige Maagd Maria’ en sloot het op de veertigste dag na Kerstmis de Kerstcyclus af.

De feest heeft altijd een sterk volks karakter gehad. Immers, de gelovigen:

  • nemen graag deel aan de processie ter herinnering aan de intrede van Jezus in de tempel en zijn ontmoeting met vooral God de Vader – in wiens woning Hij voor het eerst binnengaat – en vervolgens met Simeon en Anna. Een dergelijke processie, die in het westen heidense optochten met een zedeloos stempel verving en een boetekarakter had, werd daarna gekenmerkt door de zegening van de kaarsen die in de processie ontstoken werden ter ere van Christus, ’een licht dat voor de heidenen straalt’ (Lc. 2, 32);
  • zijn gevoelig voor het gebaar van de Maagd Maria die haar Zoon in de tempel opdraagt en zich overeenkomstig het voorschrift van de wet van Mozes Vgl. Lev. 12, 1-8 onderwerpt aan de reinigingsrite; in de volksvroomheid werd de gebeurtenis van de reiniging gezien als een blijk van nederigheid van de Maagd en daarom werd 2 februari vaak beschouwd als het feest van hen die in de Kerk nederig dienstwerk verrichten.
De volksvroomheid is gevoelig voor de providentiële en mysterieuze gebeurtenis van de conceptie en de geboorte van een nieuw leven. In het bijzonder voelen christelijke moeders de band die er bestaat tussen het moederschap van Maria, de reinste der schepselen, de moeder van het Hoofd van het mystiek lichaam, en hun moederschap – ondanks de aanzienlijke verschillen: de conceptie en de bevalling van maria zijn unieke feiten. Zij zijn immers ook moeders volgens Gods plan, omdat zij de toekomstige ledematen van hetzelfde mystieke lichaam voortgebracht hebben. Uit dit gevoel en uit een zekere minesis (nabootsing, navolging) van de door Maria verrichte rite [[b:Lc. 2,22-24) was de rite ontstaan van de reiniging van de kraamvrouw. Enkele elementen hiervan weerspiegelen een negatieve visie op de gebeurtenissen, verbonden met de bevalling.

In het vernieuwde Rituale Romanum is voorzien in de zegening van de moeder, hetzij vóór, Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Over de zegeningen, De benedictionibus (1 jan 1984). Ordo benedictionis mulieris ante partum, cit. 219-231 hetzij na de bevalling, Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Over de zegeningen, De benedictionibus (1 jan 1984). Ordo benedictionis mulieris ante partum, cit. 236-253 en deze laatste alleen in het geval dat de moeder niet bij het doopsel van het kind heeft kunnen zijn.

Toch is het een uitstekende zaak dat moeders en verwanten, wanneer zij om dergelijke zegeningen vragen, zich voegen naar de perspectieven van het gebed van de Kerk: gemeenschap in geloof en liefde in het gebed, opdat de tijd van verwachting gelukkig verloopt (zegening vóór de bevalling) en om God voor de ontvangen gave te danken (zegening na de bevalling).

Het benutten van elementen in het verhaal van het Evangelie over de opdracht van de Heer in de tempel (Lc. 2, 22-40) – zoals de gehoorzaamheid van Jozef en Maria aan de wet van de Heer, de armoede van het heilig echtpaar, de maagdelijke staat van de Moeder van Jezus – heeft in enkele lokale Kerken het idee aan de hand gedaan om van 2 februari ook het feest te maken van hen die toegewijd zijn aan de dienst van de Heer, en van de broeders en zusters in de verschillende vormen van godgewijd leven.
Het feest van 2 februari behoudt een volks karakter. Het is echter noodzakelijk dat het en volle beantwoordt aan de echte betekenis van het feest. Het zou niet juist zijn dat de volksvroomheid bij het vieren van de opdracht van de Heer in de tempel het belangrijke christologische gegeven ervan zou verwaarlozen om bijna uitsluitend stil te blijven staan bij de mariologische aspecten. Het feit dat het ’beschouwd’ moet ’worden [...] als een gedachtenis van Zoon en Moeder samen’ H. Paus Paulus VI, Apostolische Exhortatie, Over de vernieuwing van de Maria-verering in liturgie en persoonlijke beleving, Marialis Cultus (2 feb 1974), 7, is geen bevordering van een dergelijke mogelijke omkering van het perspectief. De kaars die thuis bewaard wordt, moet voor de gelovigen een teken zijn van Christus, ’het licht der wereld’, en derhalve een aanleiding voor een uiting van geloof.

Document

Naam: DIRECTORIUM OVER VOLKSVROOMHEID EN LITURGIE. PRINCIPES EN RICHTLIJNEN
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Datum: 9 april 2002
Copyrights: © 2003, Beleidssector liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / Nationale Raad voor Liturgie
Liturgische Documentatie, dl. 2, p. 13-198
Bewerkt: 1 februari 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam