• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
VIII.1

Dit totaliserend begrip dringt aldus zijn logica op en dwingt de 'theologieën van de bevrijding' een geheel van standpunten te aanvaarden die onverenigbaar zijn met de christelijke kijk op de mens. De ideologische, aan het marxisme ontleende kern waarop men zich beroept, oefent namelijk de functie van een 'bepalend beginsel' uit. Deze rol wordt haar toegewezen krachtens de aanduiding "wetenschappelijk", dat wil zeggen noodzakelijk waar, welke wordt toegekend. In deze kern kunnen verschillende bestanddelen worden onderscheiden.

VIII.2

In de logica van het marxistische denken is de 'analyse' niet te scheiden van de 'praxis' en van het geschiedenisbegrip waarmee deze 'praxis' is verbonden. Zo is de analyse voor de marxist middel van kritiek en de kritiek is zelf slechts een stap in de revolutionaire strijd. Deze strijd is die van de van het proletariaat, welke met de historische zending ervan is belast.

VIII.3
Derhalve kan, voor de marxist, alleen wie aan deze strijd deelneemt een juiste analyse uitvoeren.
VIII.4
Het ware bewustzijn is dus een partijdig bewustzijn. Zoals men ziet is hier het begrip waarheid zelf in het geding en wordt volledig omgekeerd: er is slechts waarheid, wordt beweerd, in en door de partijdige praxis.
VIII.5
Voor de marxist, de 'praxis' en de waarheid die daaruit voortvloeit, zijn een partijdige 'praxis' en waarheid, omdat de fundamentele structuur van de geschiedenis wordt gekenmerkt door de 'klassenstrijd'. Er bestaat dus een objectieve noodzaak om in dienst te treden van de klassenstrijd (welke het dialectisch tegenovergestelde is van de uitbuitingsverhouding welke men aan de kaak stelt). Voor de marxist, de waarheid is klassenwaarheid - er bestaat slechts waarheid in de strijd van de revolutionaire klasse.
VIII.6
De fundamentele wet van de geschiedenis, welke de wet van de klassenstrijd is, houdt in, dat de samenleving gegrond is op het geweld. Aan het geweld dat de verhouding van overheersing van de rijken over de armen vormt, zal het revolutionaire tegengeweld moeten beantwoorden waardoor deze verhouding zal worden omgekeerd.
VIII.7
De klassenstrijd wordt aldus voorgesteld als een objectieve, noodzakelijke wet. Door in dienst van haar proces te treden aan de zijde van de onderdrukten 'maakt' men de waarheid en handelt men 'wetenschappelijk'. Het begrip waarheid staat dus op één lijn met de bevestiging van het noodzakelijke geweld, en daarmee met die van het politieke amoralisme. In dit perspectief verliest de verwijzing naar ethische eisen die radicale en moedige structurele en institutionele hervormingen gebieden, elke zin.
VIII.8
De fundamentele wet van de klassenstrijd heeft een karakter van globaliteit en universaliteit. Ze weerspiegelt zich op alle religieuze, ethische, culturele, en institutionele levensgebieden. Met betrekking tot deze wet is geen van deze gebieden autonoom. In elk vormt deze wet het bepalend element.
VIII.9
De natuur zelf van de ethiek wordt met name door de ontlening aan deze stellingen van marxistische oorsprong radicaal in twijfel getrokken. In feite wordt het transcendente karakter van het onderscheid tussen goed en kwaad, het beginsel van de moraliteit, in de optiek van de klassenstrijd impliciet geloochend.

Document

Naam: LIBERTATIS NUNTIUS
Instructie over bepaalde aspecten van de "Theologie van de Bevrijding"
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 6 augustus 1984
Copyrights: © 1984, Archief van Kerken jrg. 39, nr. 10, p. 1-11
Bewerkt: 4 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam