• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. JAKOBUS DE MINDERE

Beste broeders en zusters,

Naast de figuur van Jakobus "de Meerdere", de zoon van Zebedeüs, waarover we afgelopen woensdag hebben gesproken, komt in de evangelies ook een andere Jakobus voor, die "de Mindere" wordt genoemd. Ook hij maakt deel uit van de lijst van de twaalf Apostelen die persoonlijk door Jezus zijn uitgekozen, en wordt steeds nader gespecificeerd als "de zoon van Alfeüs" Vgl. Mt. 10, 3 Vgl. Mc. 3, 18 Vgl. Lc. 5, 15 Vgl. Hand. 1, 13 . Dikwijls wordt hij vereenzelvigd met een andere Jakobus, ook wel "de Jongere" genaamd Vgl. Mc. 15, 40 , de zoon van een zekere Maria Vgl. Mc. 15, 40 die "Maria van Kleofas" zou kunnen zijn, die volgens het Vierde Evangelie onder het Kruis stond, samen met de Moeder van Jezus Vgl. Joh. 19, 25 . Ook hij was afkomstig uit Nazaret en waarschijnlijk verwant met Jezus Vgl. Mt. 13, 55 Vgl. Mc. 6, 3 , van wie hij naar Semitisch gebruik de "broeder" wordt genoemd Vgl. Mc. 6, 3 Vgl. Gal. 1, 19 .

Van deze laatste Jakobus onderstrepen de Handelingen de prominente rol die hij in de Kerk van Jeruzalem heeft gespeeld. Bij het apostolische Concilie dat daar na de dood van Jakobus de Meerdere is gehouden, bevestigde hij samen met de anderen dat de heidenen opgenomen konden worden in de Kerk zonder zich eerst aan de besnijdenis te moeten onderwerpen Vgl. Hand. 15, 13 . De heilige Paulus kent aan hem een speciale verschijning van de Verrezene toe Vgl. 1 Kor. 15, 7 , en naar aanleiding van zijn gang naar Jeruzalem noemt hij hem zelfs vóór Kefas-Petrus, terwijl hij hem net als deze "steunpilaar" noemt van die Kerk Vgl. Gal. 2, 9 . Later beschouwden de joodse christenen hem als hun belangrijkste referentiepunt. Aan hem wordt ook de Brief toegeschreven die de naam Jakobus draagt en die vervat is in de canon van het Nieuwe Testament. Zelf stelt hij zich niet voor als "broeder van de Heer", maar als "dienstknecht van God en van de Heer Jezus Christus" (Jak. 1, 1).

De geleerden discussiëren met elkaar over de kwestie van de vereenzelviging van deze beide personen met dezelfde naam, Jakobus de zoon van Alfeüs en Jakobus "de broeder van de Heer". De evangelische overleveringen hebben voor ons geen enkel bericht bewaard noch over de een noch over de ander, met betrekking tot de periode van het aardse leven van Jezus. Daarentegen laten de Handelingen van de Apostelen zien dat een zekere "Jakobus", zoals we al even aanstipten, na de verrijzenis van Jezus een heel belangrijke rol heeft gespeeld binnen de jonge Kerk Vgl. Hand. 15 13-21 .

De belangrijkste daad die hij heeft gesteld was zijn bijdrage in de kwestie van de moeilijke verhouding tussen de christenen van joodse oorsprong en die van heidense oorsprong: daarin droeg hij samen met Petrus ertoe bij dat de joodse dimensie van het christendom overwonnen werd, of beter geïntegreerd met de eis om aan de bekeerde heidenen niet de verplichting op te leggen zich aan alle voorschriften van de wet van Mozes te onderwerpen. Het boek van de Handelingen heeft voor ons de compromisoplossing bewaard die juist door Jakobus was voorgesteld en die door al de aanwezige Apostelen was aanvaard, volgens welke men aan de heidenen die in Jezus Christus geloofden alleen maar moest vragen zich te onthouden van wat bij de afgodendienst gebruikelijk was, om namelijk het vlees te eten van dieren die aan de goden geofferd waren; en ook van "ontucht", wat waarschijnlijk doelde op onvrijwillige huwelijkse gemeenschap. Concreet kwam het er op neer in te stemmen met slechts een paar heel belangrijk geachte verboden van de Mozaïsche wetgeving.

Op deze wijze werden twee betekenisvolle en elkaar aanvullende resultaten bereikt die beiden nog steeds geldig zijn: van de ene kant erkende men de onverbrekelijke band die het christendom verbindt met de Joodse godsdienst als aan haar "matrix" of oorsprong, die voor altijd levend en geldig blijft; van de andere kant stond men de christenen van heidense oorsprong toe de eigen sociologische identiteit te bewaren, die zij zouden hebben verloren als ze gedwongen waren geweest de zogenaamde "ceremoniële voorschriften" van de Mozaïsche wet te onderhouden: deze moesten voortaan niet langer verplichtend beschouwd worden voor de bekeerde heidenen. In wezen komt het er op neer dat hier een begin gemaakt werd met een praktijk van wederzijdse achting en respect, die ondanks latere onaangename misverstanden als vanzelf er op gericht was het karakteristieke van elk van beide partijen te bewaren.
De oudste informatie over de dood van deze Jakobus wordt ons geboden door de Joodse historicus Flavius Josephus. In zijn Flavius Josephus
Antiquitates Judaicae
De Oude Geschiedenis van de Joden ()
Flavius Josephus, De Oude Geschiedenis van de Joden, Antiquitates Judaicae. 20, 201v, geredigeerd in Rome tegen het einde van de eerste eeuw, vertelt hij ons dat tot de dood van Jakobus is besloten door een onwettig initiatief van de Hogepriester Ananus, zoon van de Annas waarover de Evangelies spreken, die profiteerde van het interval tussen de afzetting van de ene Romeinse Procurator (Festus) en de aankomst van de andere, zijn opvolger (Albinus), en die zijn steniging beval in het jaar 62.
Naast het apokriefe Proto-evangelie van Jakobus dat de heiligheid en maagdelijkheid prijst van Maria, de Moeder van Jezus, is met de naam Jakobus in het bijzonder de brief verbonden die ook zijn naam draagt. In de canon van het Nieuwe Testament neemt hij de eerste plaats in onder de zogenaamde 'katholieke Brieven', wat betekent dat zij niet aan een particuliere Kerk alleen gericht zijn - zoals Rome, Efese, enz. -, maar aan veel kerken. Het gaat hierbij om een nogal belangrijk geschrift, dat sterk de nadruk legt op de noodzaak het eigen geloof niet te reduceren tot een louter verbale of abstracte verklaring, maar het concreet tot uitdrukking te brengen in goede werken. Hij nodigt ons onder andere uit volhardend en vreugdevol beproevingen te aanvaarden, en met vertrouwen te bidden om van God de gave van de wijsheid te verkrijgen, waardoor we tot het inzicht komen dat de echten waarde van het leven niet bestaat in de vergankelijke rijkdom, maar veeleer in het kunnen delen van eigen bezit met de armen en behoeftigen (Jak. 1, 27).
De brief van Jakobus laat ons zo een heel concreet en praktisch christendom zien. Het geloof moet zich realiseren in het leven, vooral in de liefde voor de naaste en in het bijzonder in de inzet voor de armen. En tegen die achtergrond moet ook de beroemde zin gelezen worden: "Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is ook het geloof zonder de werken dood" (Jak. 2, 26). Soms is deze uitspraak van Jakobus gesteld tegenover de stellige uitspraken van Paulus, volgens wie wij door God niet uit kracht van onze werken gerechtvaardigd worden, maar dank zij ons geloof Vgl. Gal. 2, 16 Vgl. Rom. 3, 28 . Ogenschijnlijk zijn deze twee zinnen met hun verschillend perspectief met elkaar in tegenspraak, maar als ze juist geïnterpreteerd worden, vullen zij elkaar aan. De heilige Paulus gaat in tegen de trots van de mens die denkt de liefde van God die ons voorkomt, niet nodig te hebben. Hij verzet zich tegen de hoogmoed van de zelfrechtvaardiging, zonder de genade die gewoon gegeven en niet verdiend wordt. De heilig Jakobus echter spreekt van de werken als de normale vrucht van het geloof: "De goede boom brengt goede vruchten voort", zegt de Heer (Mt. 7, 17), en de heilige Jakobus herhaalt dat en zegt het tegen ons.
Nog een laatste punt: De brief van Jakobus spoort ons aan ons over te geven in de handen van God bij al wat we wij doen, en altijd te zeggen: "Als de Heer het wil" (Jak. 4, 15). Zo leert hij ons, ons niet aan te matigen ons leven op autonome manier te plannen naar eigen belang, maar ruimte te maken voor de onnaspeurlijke wil van God, die weet wat echt goed voor ons is. Zo blijft de heilige Jakbus een altijd actuele levensmeester voor ieder van ons.

Document

Naam: H. JAKOBUS DE MINDERE
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 28 juni 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert. Past. Chr. van Buijtenen, pr. (Nummering en alineaverdeling van de vertaler)
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam