• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Nicea II heeft dus de traditie gesanctioneerd dat ’de vererenswaardige en heilige afbeeldingen in de heilige kerken van God te zien moeten zijn in kleuren, mozaïek en alle geëigend materiaal, op het vaatwerk en de heilige gewaden, op muren en platen, in huizen en straten, zowel de afbeelding van Onze Heer en Verlosser Jezus Christus als die van de Onbevlekte Maagd, de Heilige Theotokos, alsook die van de eerwaardige engelen en van alle heilige en vrome mensen’. Horos, in: J.D. Mansi, Sacrorum Conciliorum nova et amplissima Collectio XIII, 377D De leer van het Concilie is vruchtbaar geweest voor de kerkelijke kunst, evenzeer in het Oosten als in het Westen, en heeft haar geïnspireerd tot sublieme en diepzinnige meesterwerken.

Met name de Griekse en de Slavische Kerk, steunend op de werken van de H. Nicephorus van Constatinopel en de H. Theodorus Studites, grote theologen en verdedigers van de beeldenverering, beschouwen de verering van iconen als een integrerend deel van de liturgie, evenzeer als de viering van het Woord. Het lezen van materiële boeken maakt het mogelijk het levend Woord te doen horen van de Heer; op dezelfde wijze krijgen degenen die bij het tonen van de icoon daarnaar opkijken, door hun ogen toegang tot de geheimen van het heil. ’Wat enerzijds met papier en inkt wordt uitgebeeld, wordt anderzijds in de icoon uitgebeeld met behulp van verschillende kleuren en andere materialen’. H. Theodorus Studites, Weerleggingen, Antirretikoi. 1, 10, in: PG 99, 339D

In het Westen heeft de Kerk van Rome zich buitengewoon en ononderbroken ingezet ten gunste van afbeeldingen, Vgl. Paus Adrianus I, Brief aan Karel de Grote, Epistulae Karolini Aevi. in MGH, Epistulae V (Epistulae Karolini Aevi, t. III), pp. 5-57; or PL 98, 1248-1292 vooral in de kritieke tijd tussen 825 en 843, toen het Byzantijnse en het Frankische Rijk beide vijandig stonden ten opzichte van Nicea II. Op het Concilie van Trente heeft de Katholieke Kerk de traditionele leer opnieuw bevestigd tegenover een nieuwe vorm van beeldenstorm die zich toen openbaarde. Meer recent heeft Vaticanum II op sobere wijze herinnerd aan de blijvende houding van de Kerk ten opzichte van afbeeldingen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 111. 1 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 51.67 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 62. 4-5 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1255.1276 en de gewijde kunst in het algemeen. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 122-124

Sinds enkele tientallen jaren ziet men een hernieuwde belangstelling voor de theologie en spiritualiteit van de Oosterse iconen, teken van een groeiende behoefte aan de geestelijke taal van echt christelijke kunst.

Wat dit betreft kan ik mijn broeders in het bisschopsambt alleen maar uitnodigen om ’krachtig de praktijk te handhaven dat in de kerken heilige afbeeldingen ter verering door de gelovigen getoond worden’, 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 125 en om naar vermogen het scheppen van echte kerkelijke kunst te bevorderen. Zoals in het verleden moet ook in onze dagen de gelovige in zijn gebed en geestelijk leven hulp vinden bij het zien van kunstwerken die het geheim trachten uit te drukken, en het nooit verduisteren. Daarom is het geloof in onze dagen evenzeer als in het verleden de noodzakelijke inspiratiebron van de kerkelijke kunst.

Kunst omwille van de kunst, welke alleen terugwijst naar de maker zonder een verband tot stand te brengen met de goddelijke wereld, past niet in de christelijke opvatting van de icoon. Alle gewijde kunst moet, in welke vorm dan ook, het geloof en de hoop van de Kerk uitdrukken. De traditie van de icoon toont aan dat de kunstenaar er zich van bewust moet zijn dat hij een taak vervult in dienst van de Kerk.

De echte christelijke kunst is die welke door de zintuiglijke waarneming brengt tot het besef van de tegenwoordigheid van de Heer in zijn Kerk; tot het besef dat de gebeurtenissen van de heilsgeschiedenis ons leven richting en betekenis geven en dat de heerlijkheid die ons beloofd is, reeds heel ons bestaan omvormt. De gewijde kunst moet ernaar streven, een zichtbare synthese te geven van de hele omvang van ons geloof. De kerkelijke kunst moet de taal van de Menswording willen spreken, en met materiële middelen een beeld geven van Hem die, zoals H. Johannes Damascenus dat zo mooi verwoordde, ’zich heeft verwaardigd in de stoffelijkheid te wonen en ons heil door het geschapene te bewerken’. H. Johannes Damascenus, Verhandeling over de afbeeldingen, Adv. Iconocl. I 16, in: PG 94, 1246A; or ed. Kotter, 1 16, p. 89

De herontdekking van de christelijke icoon zal ook het bewustzijn bevorderen, hoe dringend nodig het is om te reageren tegen de ontmenselijkende en soms beschamende gevolgen van die vele beelden die ons leven in de reclame en de media bepalen; want zij is een afbeelding waarlangs een Ander die onzichtbaar is, ons aanziet, en zij geeft toegang tot de werkelijkheid van de geestelijke en eschatologische wereld.

Beminde Broeders,

Door te herinneren aan de actualiteit van de leer van het VIIe Algemeen Concilie worden wij, naar mijn mening, opnieuw gewezen op onze voornaamste taak van Evangelieverkondiging. De groeiende secularisatie van de maatschappij laat zien dat zij heel strek vervreemd raakt van de geestelijke waarden, van het geheim van ons heil in Jezus Christus, van de werkelijkheid van de toekomende wereld. Onze meest waarachtige traditie, die wij geheel delen met onze orthodoxe broeders, leert ons dat de taal van de schoonheid, wanneer zij in dienst gesteld wordt van het geloof, in staat is het hart van de mens te raken, en hem van binnenuit Degene te doen kennen die wij in afbeeldingen durven voorstellen, Jezus Christus, Zoon van God die mens is geworden, ’dezelfde gisteren, vandaag en in alle eeuwen’. (Heb. 13, 8)

Aan alle schenk ik van harte de Apostolische Zegen

Geschreven te Rome, bij Sint Pieter, 4 december 1987, gedenkdag van de Heilige Johannes Damascenus, priester en kerkleraar, in het tiende jaar van mijn pontificaat.

JOHANNES PAULUS PP II

Document

Naam: DUODECIMUM SAECULUM
12e eeuwfeest van het 2e Concilie van Nicea
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 4 december 1987
Copyrights: © 1987, Kerkelijk Archief
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam