• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BIJ DE 50E VERJAARDAG VAN DE ENCYCLIEK HAURIETIS AQUAS IN GAUDIO
Aan Pater Peter-Hans Kolvenbach, S.J.

Aan de zeereerwaarde pater Peter-Hans Kolvenbach, S.J.
Generaal-Overste van de Sociëteit van Jezus

Vandaag, 50 jaar na dato, hebben de woorden van profeet Jesaja, die Paus Pius XII plaatste als beginwoorden van de Encycliek, waarmee hij de viering van het eeuwfeest van de uitbreiding van het Feest van het Heilig Hart van Jezus tot de gehele Kerk herinnerde, niets van hun betekenis verloren: “Met vreugde zullen water opborrelen tot redding” (Jes. 12, 3)

Door de devotie tot het Hart van Jezus aan te moedigen, heeft de Encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Haurietis aquas in gaudio
Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus
(15 mei 1956)
de gelovigen aanbevolen om zichzelf te openen voor het mysterie van God en voor Zijn liefde en waarbij men toestaat dat men erdoor omgevormd wordt. Na 50 jaar, is het nog steeds een passende taak voor Christenen om telkens hun relatie met het Hart van Jezus te versterken op zo’n manier dat het een herleving is van hun geloof in de reddende liefde van God en Hem steeds meer toe laten in hun leven.

De zijde van de Verlosser werd doorboord en is de bron waarnaar de Encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Haurietis aquas in gaudio
Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus
(15 mei 1956)
ons verwijst: wij moeten ons laven aan deze bron om de ware kennis te krijgen van Jezus Christus en een diepere ervaring te krijgen van Zijn liefde.
Daardoor zullen we beter in staat zijn te begrijpen wat het betekent Gods liefde in Jezus Christus te kennen, deze te ervaren, onze aandacht gericht te houden op Hem die het punt is waar we volledig leven van de ervaring van Zijn liefde, zo dat we als gevolg daarvan getuigen ervan zijn naar anderen.

Inderdaad, om woorden van mijn vereerde voorganger Johannes Paulus II te hernemen:

De liefde van God kennen in Jezus Christus
In de Encycliek Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
haalde ik de bevestiging aan uit de Eerste Brief van St. Jan: Wij hebben de liefde leren kennen die God voor ons heeft Vgl. 1 Joh. 4, 16 om daarmee te benadrukken dat Christen zijn begint met de ontmoeting met een Persoon Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 1.

Nadat God Zich heeft op de meest wezenlijke manier geopenbaard heeft door de Vleeswording van Zijn Zoon, waarin Hij zichzelf “zichtbaar” gemaakt heeft, is het in de relatie met Christus dat we kunnen herkennen wie God werkelijk is Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 29-38. vv Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 12-15

En opnieuw: sinds de zuiverste uiting van Gods liefde gevonden kan worden in de overgave die Christus maakte door Zijn leven te geven aan het Kruis, de diepste uiting van Gods liefde, is het bovenal in het aanschouwen van het lijden en de dood van Hem dat we de oneidnige liefde van God voor ons steeds duidelijker te zien krijgen: “God heeft de wereld zo leif gehad gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf, opdat eenieder die in Hem gelooft niet zal sterven maar eeuwig leven zal hebben.” (Joh. 3, 16)

Meer nog, het is niet alleen dit mysterie van Gods liefde voor ons dat de inhoud is van aanbidding en devotie tot het Hart van Jezus, maar op dezelfde wijze is het de gelijke inhoud van alle ware spiritualiteit en christelijke devotie. Het daarom belangrijk erop te wijzen, dat de basis van de devotie net zo oud is als dat er Christenen zijn.

Inderdaad, het is alleen mogelijk om een Christen te zijn door onze blik gericht te houden op het Kruis van onze Verlosser "naar wie ze zullen opzien die ze hebben doorstoken." (Joh. 19, 37) Vgl. Zach. 12, 10

De Encycliek Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
herinnert terecht aan het feit dat voor ontelbare zielen de wonden in Christus' zijde en de tekenen van de wonden van spijkers "voornaamste kenteken en symbool van die liefde" dat hun leven van binnenuit steeds inniger gevormd heeft. Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 27.

In de erkenning van Gods liefde in de Hem die gekruisigd is, ontstond de innerlijke ervaring dat hen ertoe bracht te getuigen, samen met Thomas: "Mijn Heer en mijn God" (Joh. 20, 28), en het hen mogelijk maakte een dieper geloof te krijgen door de liefde van God ongereserveerd te verwelkomen Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 26

De liefde van God ervaren door de blik te richten op het Hart van Jezus Christus

De diepste betekenis van deze devotie tot Gods liefde is geopenbaard alleen door een meer oplettende overweging van de bijdrage van niet alleen de kennis, maar ook en speciaal door de persoonlijke ervaring van deze liefde door vertrouwvol zich toe te leggen tot deze dienst. Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus, Haurietis aquas in gaudio (15 mei 1956), 30

Het is duidelijk dat ervaring en kennis niet gescheiden kunnen worden: de ene verwijst naar de ander. Meer nog, het is essentieel dat de ware kennis van de liefde van God alleen mogelijk is in een context van een houding van nederig gebed en grote beschikbaarheid.

Beginnend met deze innerlijke houding, kan men inzien dat het aanschouwen van de zijde, doorboord met de lans, zich omvormd in een stille aanbidding. Aanschouwen van de doorboorde zijde van de Heer, vanwaaruit "bloed en water" stroomde Vgl. Joh. 19, 34 , helpt ons de veelvuldige gaven van genade te herkennen die daaruit voort komen Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus, Haurietis aquas in gaudio (15 mei 1956), 34-41 en opent ons voor alle andere vormen van Christelijke aanbidding omgeven door de devotie tot het Hart van Jezus.

Geloof, als vrucht van de ervaring van de liefde van God begrepen, is een gave van God. Echter, de mens zal alleen in staat zijn om het geloof te ervaren als een gave voorzover hij dit in zichzelf accepteert als een gave vanwaaruit hij zoekt te leven. Devotie tot de liefde van God, waartoe de Encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Haurietis aquas in gaudio
Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus
(15 mei 1956)
de gelovigen uitnodigt Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus, Haurietis aquas in gaudio (15 mei 1956), 55, moet ons helpen nooit te vergeten dat Hij vrijwillig het lijden op Zich nam "voor ons", "voor mij".

Wanneer wij deze devotie uitoefenen, erkennen wij niet enkel dankbaar de liefde van God, maar blijven wij ons openen voor de liefde zodanig dat ons leven zich steeds meer volgens deze liefde zal voltrekken. God, die ons zijn liefde ingestort heeft “in onze harten door middel van de Heilige Geest die aan ons is gegeven” Vgl. Rom. 5, 5 nodigt ons onvermoeibaar uit om Zijn liefde te verwelkomen. De uitnodiging om zich geheel aan de verlossende liefde van Christus te geven en zich aan Hem toe te wijden Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus, Haurietis aquas in gaudio (15 mei 1956), 4, heeft dus als eerste doel de relatie met God. Daarom is dus deze devotie, die geheel gericht is tot de liefde van God die zich voor ons opoffert, van een onvervangbaar belang voor ons geloof en ons leven in liefde.
Leven en getuigen van de ervaren liefde
Wie de liefde van God innerlijk aanvaardt, wordt door haar omgevormd. De liefde van de ervaren God wordt door de mens beleefd als een “roep” waarop hij moet antwoorden. De blik gericht op de Heer, “die onze zwakheden heeft weggenomen en onze ziekten heeft gedragen (Mt. 8, 17), helpt ons om meer aandacht te hebben voor het lijden en de noden van anderen.

De biddende beschouwing van de door de lans doorboorde zijde maakt ons ontvankelijk voor de heilswil van God. Het stelt ons in staat om te vertrouwen op zijn verlossende en barmhartige liefde en tegelijkertijd versterkt het in ons het verlangen om deel te hebben aan zijn verlossingswerk door Zijn instrumenten te worden. De uit de geopende zijde, waaruit “bloed en water” (Joh. 19, 34) vloeiden, ontvangen gaven zorgen ervoor dat ons leven ook voor anderen wordt tot bron waaruit “stromen van levend water” (Joh. 7, 38) Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 7 voortkomen. De ervaring van liefde die voortkomt uit de devotie van de doorboorde zijde van de Verlosser beschermt ons voor het gevaar ons op onszelf terug te buigen en maakt ons meer beschikbaar voor een leven voor de anderen. “Daaraan hebben wij de liefde herkend: dat Hij Zijn leven gegeven heeft voor ons. Dus moeten ook wij ons leven geven voor onze broeders” (1 Joh. 3, 16) Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus, Haurietis aquas in gaudio (15 mei 1956), 38

Het antwoord op het gebod van de liefde wordt enkel mogelijk gemaakt door de ervaring dat deze liefde ons reeds eerst door God gegeven is Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 14. De devotie van de liefde, die zichtbaar wordt in het mysterie van het Kruis, en die in elke eucharistische viering tegenwoordig gesteld wordt, vormt dus het fundament opdat wij personen zouden worden die tot liefde in staat zijn en zichzelf kunnen geven Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus, Haurietis aquas in gaudio (15 mei 1956), 69 doordat wij instrumenten worden in de handen van Christus. Enkel op deze wijze kan men geloofwaardige verkondigers zijn van zijn liefde. Dit zich-openen voor de wil van God dient zich echter op elk moment te vernieuwen: “De liefde is nooit ‘klaar’ en ‘voltooit’ Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 17. De blik op de “door de lans doorboorde zijde”, waarin de onbegrensde heilswil van God oplicht, kan dus niet beschouwd worden als een voorbijgaande vorm van devotie en verering: de aanbidding van de liefde van God, die in het “doorboorde hart” haar historische en devotionele uitdrukking heeft gevonden, blijft onontbeerlijk voor een levende relatie met God Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus, Haurietis aquas in gaudio (15 mei 1956), 62

Met de wens dat deze vijftigste verjaardag ertoe moge bijdragen dat in vele harten een steeds vuriger antwoord op de liefde van het Hart van Christus opgewekt wordt, verleen ik aan U, Zeer Eerwaarde Vader en aan alle religieuzen van de Sociëteit van Jezus, die steeds zeer actief begaan is met de bevordering van deze fundamentele devotie, een bijzondere Apostolische Zegen.

Document

Naam: BIJ DE 50E VERJAARDAG VAN DE ENCYCLIEK HAURIETIS AQUAS IN GAUDIO
Aan Pater Peter-Hans Kolvenbach, S.J.
Soort: Paus Benedictus XVI - Brief
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 15 mei 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert. Stg. InterKerk en drs. J. Vijgen, alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam