• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

IN HET PHOENIX PARK TE DUBLIN

Dierbare broeders en zusters in Jezus Christus,

Zoals Sint Patrick heb ook ik „de stem van de Ieren” gehoord, en daarom ben ik naar U, naar U allen in Ierland gekomen.

Vanaf het eerste begin, toen het geloof naar Ierland werd gebracht, is Uw land verbonden geweest met de heilige Stoel in Rome. De vroege oorkonden vertellen, dat Uw eerste bisschop, Palladius, door Paus Celestinus naar Ierland werd gezonden en dat de H. Patrick, zijn opvolger, door Paus Leo de Grote „in het geloof gesterkt werd”. Tot de woorden die aan Patrick worden toegeschreven, behoort ook dat beroemde woord aan de „Kerk van de leren, of liever van de Romeinen”, waarmee hij hun wilde tonen hoe zij behoorden te bidden om „christenen te zijn als de Romeinen”.

Deze liefdesband tussen Ierland en de Heilige Kerk van Rome is alle eeuwen door ongeschonden en onverbrekelijk gebleven. U, katholieken van Ierland, hebt de eenheid en de vrede van de katholieke Kerk bewaard en liefgehad en haar hoger geacht dan alle aardse schatten. Uw volk heeft deze liefde voor de katholieke Kerk overal verbreid, waarheen Uw landgenoten gedurende de eeuwen van Uw geschiedenis ook zijn gegaan. Dit deden de monniken en missionarissen uit de vroegste Middeleeuwen evenals zij die voor vervolging vluchtten, de emigranten en de missionarissen – mannen en vrouwen- uit de vorige en uit deze eeuw.

Ik ben als bisschop van Rome en Opperherder van de gehele Kerk naar U toe gekomen om hier, voor de eerste keer in de geschiedenis van Ierland, in de Ierse hoofdstad Dublin deze verbondenheid met U in het Offer van de Eucharistie te vieren. Zo sta ik hier als pelgrim voor Christus in een land, van waaruit zovele pelgrims voor Christus naar Europa, naar Noord- en Zuid-Amerika, naar Australië, Afrika en Azië getrokken zijn en beleef ik een ogenblik van diepe ontroering. Wanneer ik hier sta, tussen zovele honderdduizenden Ierse mannen en vrouwen, denk ik aan de ontelbaar vele malen dat de Eucharistie gedurende zovele eeuwen in dit land gevierd is. Hoe vaak en op hoe verschillende plaatsen is het H. Misoffer gevierd – in statige middeleeuwse kerken en in schitterende moderne kathedralen; in oude kloosters en in moderne kerken; door „gehaaste priesters” op rotsaltaren in bergengten en wouden; in armoedige met stro bedekte kapellen voor een volk dat, arm aan aardse goederen, maar rijk aan geestelijke zaken is, in grote gebedshuizen of in de open lucht: op de top van de Croagh Patrick en in Lough Derg. Wáár de Mis gevierd werd, was voor de leren van geen belang; belangrijk was slechts de H. Mis zelf. Hoevelen hebben in dit offer de geestelijke levenskracht gevonden, zelfs in tijden van de grootste nood en armoede, in dagen van vervolging en onderdrukking!

Dierbare broeders en zusters, geliefde zonen en dochters van Ierland, laat mij samen met U, in het licht van de Eucharistie, die hier zovele eeuwen lang gevierd werd, een blik op Uw geschiedenis werpen.

Sinds het Laatste Avondmaal in Jeruzalem schrijft de Eucharistie de geschiedenis van de mensenharten en van de menselijke gemeenschappen. Denken we aan al degenen, die door het Lichaam en Bloed van de Heer gevoed, op dit eiland geleefd hebben en gestorven zijn en in de Eucharistie het onderpand van eeuwig leven in zich droegen. Denken we aan de vele generaties van zonen en dochters van dit land, die tegelijkertijd zonen en dochters van de Kerk waren. Moge de Eucharistie van ons hier in de sfeer van de grote gemeenschap der heiligen gevierd worden! Wij zijn in deze H. Mis geestelijk verbonden met alle generaties, die alle eeuwen door, tot op de dag van heden, de wil van God gedaan hebben. Wij vormen een geestelijke gemeenschap met de grote menigte, die bij het Eucharistisch Congres in 1932, hier in het Phoenix Park, voor de laatste grote Eucharistieviering samen was.

Het geloof in Christus heeft het bewustzijn en het leven van Uw voorvaderen diep doordrongen. De Eucharistie heeft door de vereniging met de levende God hun zielen voor het eeuwige leven opengesteld. Moge daarom deze buitengewone eucharistische ontmoeting van vandaag tegelijkertijd een gebed zijn voor de doden, voor Uw voorvaderen en voorouders. Moge zij door hun hulp een zegenrijk gebed worden voor de levenden, voor de huidige generatie van zonen en dochters van Ierland op het einde van de 20ste eeuw, opdat zij de eisen die hun worden gesteld, tegemoet treden kunnen.

Ja, Ierland, dat zo vele moeilijke ogenblikken in de loop van haar geschiedenis heeft overwonnen, wordt in onze dagen wederom uitgedaagd, want het is niet immuun tegen ideologieën en tendensen die de moderne beschaving en de vooruitgang met zich meebrengen. De massamedia die zo bijzonder in staat zijn de gehele wereld in Uw huiskamers te brengen, hebben een nieuwe soort confrontatie met waarden en stromingen geschapen, die tot nu toe onbekend waren in de Ierse gemeenschap. Een om zich heen grijpend materialisme legt de mens van onze dagen in de meest verscheiden vormen en een niemand ontziende agressiviteit zijn heerschappij op. De meest geheiligde beginselen die zekere gidsen waren in het individuele en maatschappelijke gedrag, worden uitgehold door valse voorstellingen van vrijheid, heiligheid van leven, de onontbindbaarheid van het huwelijk, de juiste betekenis van de menselijke seksualiteit, de juiste houding tegenover materiële goederen, die de vooruitgang ons verleent. Vele mensen laten zich heden ten dage verleiden tot bandeloosheid en consumptiezin, de waarde van de persoon wordt vaak slechts bepaald door wat men bezit. Welvaart en overvloed hebben de neiging, ook als zij pas sinds korte tijd in bredere lagen van de bevolking te verwerven zijn, de mensen tot de veronderstelling te verleiden, dat zij een recht kunnen doen gelden op alles wat de welvaart hun kan bieden, en daardoor worden zij in hun eisen steeds egoïstischer. Iedereen wenst volledige vrijheid in alle menselijke betrekkingen, en in naam van deze zogenaamde vrijheid worden nieuwe modellen van zedelijkheid voorgesteld. Wanneer het zedelijkheidsgevoel van een volk verzwakt is, wanneer het persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel vermindert, dan is de deur geopend voor de rechtvaardiging van ongerechtigheden, voor iedere soort van geweld en voor de manipulatie van de meerderheid door een minderheid. De uitdaging, waarvoor we thans staan, is de bekoring om dat als ware vrijheid aan te nemen wat in werkelijkheid niets anders is dan een nieuwe vorm van slavernij.
Het is om deze reden des te dringender om ons te verdiepen in de waarheid, die van Christus komt, die „de weg, de waarheid en het leven” is (Joh. 14, 6); dat wij ons verdiepen in de kracht, die Hij zelf ons door Zijn Geest aanbiedt. In de Eucharistie wordt ons op bijzondere wijze de kracht en de liefde van de Heer geschonken. Het offer van Lichaam en Bloed dat Jezus Christus voor ons heeft gebracht, is een daad van de hoogste liefde van de Verlosser. Het is een grote zege over zonde en dood – een zege waaraan Hij ons deel wil doen hebben. De Eucharistie is de belofte van eeuwig leven, zoals Jezus immers zelf zegt: „Wie Mij vlees eet en mijn Bloed drinkt, heeft het eeuwige leven en Ik zal hem doen opstaan op de jongste dag” (Joh. 6, 54).

De heilige Mis moet als feestelijke viering van onze verlossing verstaan worden. In de Mis brengen wij God, onze Vader, dank en danken wij Hem, dat Hij ons door het kostbare Bloed van Christus heeft verlost. De Eucharistie is het middelpunt van de eenheid van de Kerk en tegelijk haar grootste schat. Volgens de woorden van het tweede Vaticaans concilie bevat de Eucharistie „het volledige heilsgoed van de Kerk” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 5.

Vandaag wil ik de dank van Jezus Christus en Zijn Kerk tot uitdrukking brengen voor de verbondenheid en liefde, die Ierland de heilige Eucharistie heeft betoond. Als opvolger van Petrus en als plaatsbekleder van Christus verzeker ik U, dat de Mis inderdaad bron en hoogtepunt is van Uw christelijk leven.

Wie in Ierland op zondagochtend de mensenmassa’s ziet die naar de kerk gaan of uit de Mis komen, kan geen twijfel meer koesteren omtrent de verering van Ierland voor de H. Mis. Deze verering is de reden, dat men van een geheel en al katholiek volk zegt, dat het trouw blijft aan het gebod van de Heer. Doe dit tot Mijn gedachtenis. Moge de Ierse zondag ook in de toekomst steeds de dag zijn, waarop het gehele Godsvolk zich naar het huis van God begeeft, dat de Ier het ,huis van het volk’ noemt. Met grote vreugde heb ik vernomen, dat velen meerdere malen per week en zelfs dagelijks naar de Mis gaan. Deze gewoonte is een grote bron van genade en van groei in heiligheid.

In de Eucharistie ontvangen wij alle genade en kracht voor ons dagelijks leven, opdat wij een waarlijk christelijk leven kunnen leiden in de vreugde en zekerheid, dat God ons liefheeft, dat Christus voor ons gestorven is en dat de heilige Geest in ons leeft. Onze volledige deelname aan de Eucharistie is de ware bron van christelijke geest, die wij graag willen zien in ons persoonlijk leven en in alle aspecten van de gemeenschap: of we nu in de politiek, de economie, op cultureel, sociaal of wetenschappelijk gebied werkzaam zijn – het doet er niet toe welk beroep wij uitoefenen -: de Eucharistieviering is een uitdaging voor ons dagelijks leven.

Dierbare broeders en zusters!

Tussen datgene wat wij geloven en dat wat wij doen moet altijd een overeenstemming bestaan. Wij kunnen niet teren op de roem van ons christelijk verleden. Onze verbondenheid met Christus in de Eucharistie moet in ons werkelijke leven van vandaag tot uitdrukking komen – in ons handelen, ons gedrag, onze levenswijze en in onze betrekkingen tot andere mensen. Voor ieder van ons is de Eucharistie een appèl, een oproep tot steeds grotere inspanning om als echte volgelingen van Christus te leven: waarachtig in ons spreken, edelmoedig in ons doen, betrokken zijn bij alles, de waarde en rechten van alle mensen – ongeacht hun rang of inkomen – respecteren, offerbereid zijn, eerlijk en rechtvaardig, vriendelijk, voorkomend, vol medelijden en zelfbeheerst zijn; wij moeten het welzijn van onze families, onze jeugd, ons land, van Europa en de hele wereld in het oog houden. Of wij waarlijk één zijn met Jezus Christus wordt in de Eucharistie daaraan getoetst of wij onze naasten werkelijk liefhebben of niet; hoe wij anderen, in het bijzonder in onze gezinnen, de echtgenoot en de echtgenote, de kinderen, ouders en broers en zusters behandelen. Zij wordt getoetst aan onze bereidheid om verzoening met onze vijanden na te streven, die ons kwetsen of beledigen. Zij wordt daaraan getoetst of wij in het leven ook werkelijk doen wat ons geloof ons leert. Steeds moeten we denken„ aan wat Jezus zei: „Gij zijt Mijn vrienden, wanneer ge dat doet wat Ik u beveel” (Joh. 15, 14).

De Eucharistie is ook een klemmend beroep tot bekering. Wij weten, dat we tot de Maaltijd des Heren zijn uitgenodigd, dat wij in de Eucharistie het Lichaam en Bloed van Christus ontvangen in de gedaanten van brood en wijn. Juist vanwege deze uitnodiging is en blijft de Eucharistie de oproep tot bekering. Wanneer wij haar ontvangen als zulk een oproep, als zulk een uitnodiging, draagt zij vruchten in ons. Zij verandert ons leven. Zij maakt ons tot „nieuwe mensen”, tot een „nieuwe schepping” Vgl. Gal. 6, 15 Vgl. Ef. 2, 15 Vgl. 2 Kor. 5, 17 . Zij helpt ons, opdat wij „niet door de Boze overwonnen worden” Vgl. Rom. 12, 21 . De Eucharistie doet de liefde in ons overwinnen, overwinnen in ons hart – tot een overwinning van de liefde op de haat, van overgave en onverschilligheid. Deze oproep tot bekering die in de Eucharistie vervat ligt, verbindt de Eucharistie met dat andere grote sacrament van de liefde van God, met de boete. Ieder keer dat wij het sacrament van de boete of verzoening ontvangen, krijgen wij de vergiffenis van Christus en weten wij, dat deze vergiffenis ons door Zijn dood is geschonken, juist de dood wij in de Eucharistie vieren. In het sacrament van de verzoening worden wij allen uitgenodigd tot een persoonlijke ontmoeting met Christus, en om dat vaak te doen. Deze ontmoeting met Christus is van bijzonder groot belang, zozeer dat ik in mijn eerste encycliek heb geschreven:

„De Kerk verdedigt aldus, door getrouw de eeuwenoude praktijk van het boetesacrament te bewaren – de praktijk van de individuele biecht samen met de persoonlijke acte van berouw en het voornemen zijn leven te beteren en weer goed te maken – het bijzondere recht van de menselijke ziel. Het is het recht tot een meer persoonlijke ontmoeting van de mens met de gekruisigde Christus die vergeving schenkt, met Christus die door de bedienaar van het sacrament van de verzoening zegt: ,Uw zonden zijn u vergeven’; ,Ga heen en zondig van nu af niet meer’ “ H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 20.

Voor de liefde en barmhartigheid van Christus bestaat geen zonde die zo groot was dat zij vergeven kon worden; geen zondaar wordt afgewezen. Ieder mens die berouw heeft, wordt door Jezus Christus met vergeving en onmetelijke liefde weer opgenomen.

Met grote vreugde heb ik dan ook vernomen, dat de Ierse bisschoppen alle gelovigen hebben opgeroepen om als geestelijke voorbereiding op mijn bezoek in Ierland te biechten te gaan. U had mij geen grotere vreugde en geen groter geschenk bereiden kunnen! En mocht er dan nu nog iemand zijn die om een of andere reden aarzelt, denk dan aan deze woorden: wie zijn schuld kan inzien en Christus om vergeving vraagt, verhoogt zijn eigen waarde als mens en legt een geestelijke grootheid aan de dag.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om U allen te smeken: houdt in de toekomst het sacrament van de boete in bijzondere eer en wel altijd! Wij willen allen de woorden van Pius XII over het vaker te biechten gaan in herinnering halen: „Deze praktijk is niet zonder inspiratie van de heilige Geest in de Kerk ingevoerd” Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 89

Geliefde broeders en zusters!

De oproep tot bekering en boete is van Christus afkomstig en leidt ons altijd tot Christus terug in de Eucharistie.

Graag wil ik U hier een belangrijke waarheid in herinnering brengen die door het tweede Vaticaans concilie is bevestigd: „Het geestelijk leven is niet slechts beperkt door deelname aan de heilige liturgie” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 12. En daarom wil ik U aanmoedigen tot de andere oefeningen van vroomheid die U zovele eeuwen lang met zoveel liefde hebt bewaard, in het bijzonder de verering van het heilig Sacrament. Deze vroomheidoefeningen dienen ter ere Gods en zijn voor ons christelijk leven van nut; zij schenken ons innerlijke vreugde en helpen ons bij een hogere waardering van de kerkelijke liturgie.

Het bezoek aan het Allerheiligste – zozeer een deel van Ierland, zozeer een deel van Uw vroomheid, zozeer een deel van Uw bedevaart naar Knock – is een groot goed van het katholieke geloof. Het voedt de liefde tot de naasten en geeft ons de gelegenheid tot aanbidding en dankzegging, herstel en voorspraak. De zegen met het H. Sacrament, de uitstelling en de aanbidding van het Allerheiligste, het Heilig Uurgebed en de eucharistische processies behoren eveneens tot Uw kostbare erfenis en zijn geheel en al in overeenstemming met de leer van het tweede Vaticaans concilie. Het is voor mij ook een vreugde voor Ierland en de gehele wereld de wonderbare leer van de katholieke Kerk over de troostrijke aanwezigheid van Christus in het Allerheiligst Sacrament te bevestigen: Hij is waarlijk en in de zuiverste zin van het woord aanwezig; een substantiele tegenwoordigheid, waardoor Christus, als God en mens, volkomen en volledig aanwezig is Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de leer en de verering van de Heilige Eucharistie, Mysterium Fidei (3 sept 1965), 39. De Eucharistie in en buiten de Mis is het Lichaam en het Bloed van Jezus Christus en is derhalve de verering waardig, die de levende God en Hem alleen toekomt Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de leer en de verering van de Heilige Eucharistie, Mysterium Fidei (3 sept 1965), 55 Paus Paulus VI, Toespraak van 15 juni 1978.

En daarom, geliefde broeders en zusters, is iedere eerbetuiging, iedere kniebuiging voor het Allerheiligste zo belangrijk, omdat zij een uitdrukking is van het geloof in Jezus Christus, van de liefde tot Christus. Ieder kruisteken en ieder gebaar van achting die U maakt wanneer U een kerk voorbij gaat, is evenzeer een daad van geloof.

Moge God U in dit geloof, in dit heilig katholiek geloof, dit geloof in het Allerheiligste Sacrament bewaren!

Ten slotte, geliefde broeders en zusters, dierbare zonen en dochters van Ierland, roep ik U in herinnering, hoe de goddelijke Voorzienigheid zich voor de bekering van Europa van dit eiland aan de rand van Europa bediend heeft, van dat continent, dat 2000 jaar lang het continent is geweest van de eerste evangelizatie. Ik zelf kom uit een land dat de Blijde Boodschap meer dan duizend jaar geleden, veel eeuwen later dan Uw vaderland, gekregen heeft. Toen wij in 1966 op feestelijke wijze het millenium van de christianisering van Polen herdachten, herdachten wij ook met dankbaarheid die Ierse missionarissen, die o.a. ook hebben deelgehad aan de evangelizatie van het land ten oosten en ten westen van de Weichsel.

Een van mijn grootste vrienden, een beroemd historicus in Krakau, zie, toen hij vernam van mijn voornemen om Ierland te bezoeken: „Wat een zegen, dat de paus naar Ierland gaat. Dit land verdient het op bijzondere wijze.” Ik zelf heb ook steeds zo gedacht. En daarom meende ik, dat het eeuwfeest van het heiligdom van de Moeder Gods in Knock, dit jaar, een welhaast providentiële aanleiding biedt voor een pauselijk bezoek aan Ierland. Zo wil ik met mijn bezoek tot uitdrukking brengen wat Ierland naar mijn mening „verdient”, en vul daarmee tegelijkertijd een diepe nood van mijn hart.

Ik betaal Jezus Christus, de Heer der geschiedenis en bewerker van ons heil, een grote schuld. Ik wil aldus mijn grote vreugde tot uitdrukking brengen, dat ik heden, 29 september 1979, op het feest van de heilige aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël, bij U mag zijn, dat ik het heilig Misoffer mag vieren en voor U getuigenis kan afleggen van Christus en Zijn paasmysterie. Op deze wijze kan ik temidden van de huidige generatie van zonen en dochters van Ierland de levengevende werkelijkheid van bekering door Eucharistie en boetesacrament verkondigen ,Metanoeite - Bekeert u’ (Mc. 1, 15). Bekeert u steeds weer! Bekeert u iedere dag, want constant, iedere dag, komt het Rijk Gods naderbij. Laat op deze straat van de aardse wereld Christus de Heer over uw zielen zijn – voor het eeuwige leven. Amen.

Document

Naam: IN HET PHOENIX PARK TE DUBLIN
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 29 september 1979
Copyrights: © 1980, Stichting Verkondiging, Roermond
Vert. Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam