• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Meer dan honderd jaar na de publicatie van de Encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Aeterni Patris
Ter herstel van de christelijke wijsbegeerte naar de geest van Sint-Thomas van Aquino in de katholieke scholen
(4 augustus 1879)
van Leo XIII, waarnaar ik op deze bladzijden vaak heb verwezen, heb ik de behoefte gevoeld om het thema van de relatie tussen geloof en wijsbegeerte opnieuw te behandelen op meer systematische wijze. Het belang van het wijsgerige denken in de ontwikkeling van de cultuur en zijn invloed op persoonlijke en sociale gedragspatronen kan iedereen waarnemen. Ook op de theologie en haar disciplines oefent de wijsbegeerte een machtige, zij het niet altijd meteen duidelijke, invloed uit. Om deze redenen heb ik het gepast en nodig geoordeeld de waarde van de filosofie voor het begrijpen van het geloof, alsook de grenzen die de filosofie tegenkomt wanneer zij de waarheden van de Openbaring negeert of verwerpt, te benadrukken. De Kerk blijft er ten diepste van overtuigd dat geloof en verstand "elkaar wederzijds steunen" 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 21; het een beïnvloedt het ander doordat ze elkaar een zuiverheid scheppende kritiek bieden en een stimulans om de zoektocht naar een beter verstaan voort te zetten.
Een overzicht van de geschiedenis van het denken, speciaal in het Westen, laat duidelijk zien dat de ontmoeting tussen wijsbegeerte en theologie en de uitwisseling van hun respectieve inzichten rijkelijk hebben bijgedragen aan de vooruitgang van de mensheid. Begiftigd als zij is met een openheid en oorspronkelijkheid die het haar mogelijk maakt om als geloofswetenschap te dienen, heeft de theologie zeker de rede uitgedaagd om open te blijven voor de radicale nieuwheid die in Gods openbaring gevonden wordt; en dit was zeker van voordeel voor de wijsbegeerte die beleefd heeft dat zich aldus nieuwe horizonten openden over verdere betekenissen, tot welker verdieping het verstand geroepen is.

In het licht van deze constatering beschouw ik het - zoals ik de opgave van de theologie, haar ware verhouding met de wijsbegeerte te herstellen, beklemtoond heb - als mijn plicht de noodzaak te onderstrepen dat omwille van het welzijn en de vooruitgang van het denken ook de wijsbegeerte haar betrekking met de theologie moet herwinnen. De filosofie zal in de theologie niet de opvatting van een enkele persoon, die, hoe diep en rijk ze ook mag zijn, altijd ook de eigen beperkte perspectieven vertoont die eigen zijn aan het individu vinden, maar de rijkdom van een gemeenschappelijke reflectie. Want de theologie steunt bij haar onderzoek naar de waarheid wezenlijk op het zegelmerk van de kerkelijkheid H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 19. "Niemand kan van de theologie als het ware een eenvoudige verzameling van zijn eigen persoonlijke ideeën maken, maar iedereen moet er zich van bewust zijn dat hij in hechte vereniging is met de zending van het onderricht van de waarheid, waarvoor de Kerk verantwoordelijk is" en op de traditie van het Godsvolk met haar veelheid aan kennis en culturen in de eenheid van het geloof.

Terwijl de Kerk aldus steeds weer terugkomt op de betekenis en de ware dimensies van het wijsgerige denken, bevordert zij tegelijkertijd zowel de verdediging van de menselijke waardigheid als ook de verkondiging van de boodschap die het evangelie bevat. Er is vandaag geen voorbereiding op de uitvoering van deze taken dringender noodzakelijk dan deze: mensen leiden naar de ontdekking van zowel hun vermogen om de waarheid te kennen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 1-3 als van hun verlangen naar de uiteindelijke en definitieve zin van het leven. In het licht van deze diepe behoeften, die God heeft geschreven in de menselijke natuur, komt ook de menselijke en vermenselijkende betekenis van Gods woord duidelijker naar boven. Door de bemiddeling van een wijsbegeerte die ook ware wijsheid is, zal de mens van vandaag gaan beseffen dat zijn menselijkheid des te meer bevestigd wordt, naarmate hij zich meer toevertrouwt aan het evangelie en zich openstelt voor God.
Wijsbegeerte is bovendien de spiegel die de cultuur van een volk weerkaatst. Een filosofie die zich, uitgedaagd door de theologische aanspraken, ontplooit in harmonie met het geloof, hoort tot die 'evangelisering van de cultuur' die Paulus VI tot een van de hoofddoelen van de evangelisering heeft verklaard. Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 20 Terwijl ik niet moe word op de urgentie van een nieuwe evangelisatie te wijzen, roep ik de filosofen op, de dimensies van het ware, goede en schone, waarheen het woord Gods leidt, te verdiepen. Dat wordt des te dringender als men kijkt naar de uitdagingen die het nieuwe millennium schijnt mee te brengen: ze betreffen vooral de streken en culturen van oude christelijke traditie. Deze aandacht voor de wijsbegeerte mag men beschouwen als een fundamentele en originele bijdrage op de weg van de nieuwe evangelisatie.
Het filosofische denken is vaak het enige terrein voor begrip en dialoog met hen die ons geloof niet delen. De filosofische beweging van de huidige tijd vraagt de aandachtige en competente inzet van gelovige filosofen, die in staat zijn de verwachtingen, openingen en probleemstellingen van dit ogenblik in de geschiedenis te vatten. Terwijl de christelijke filosofie in het licht van de rede en volgens haar wetten argumenteert, maar zich daarbij steeds laat leiden door het toenemende begrip dat het woord van God haar schenkt, kan zij een reflectie ontwikkelen die ook begrijpbaar en waarneembaar zal zijn voor degene die de volle waarheid, die de goddelijke openbaring verkondigt, nog niet begrijpt. Dit terrein van begrip en dialoog is tegenwoordig des te belangrijker, omdat de steeds urgentere problemen, waarmee de mensheid zich geconfronteerd ziet - men denke aan de problemen van milieu en vrede, of aan het samenleven van rassen en culturen - een mogelijke oplossing vinden in het duidelijke, eerlijke samenwerken van de christenen met de gelovigen van andere religies en met allen, aan wie de vernieuwing van de mensheid ter harte gaat, zelfs wanneer zij geen godsdienstig geloof delen. Dat heeft het Tweede Vaticaans Concilie uitgesproken: "De wens tot een dergelijke dialoog, alleen uit liefde voor de waarheid gevoerd en met alle nodige prudentie, sluit onzerzijds niemand uit, noch hen die de hoge waarden van de humaniteit koesteren, terwijl ze hun Bron nog niet erkennen, noch hen die tegenstanders van de Kerk zijn en haar op allerlei manieren vervolgen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 92 Een wijsbegeerte waarin iets van de waarheid van Christus, het enige definitieve antwoord op de problemen van de mens, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 10 aan het licht komt, zal een effectieve steun zijn voor die ware en tegelijkertijd wereldwijde ethiek, die de mensheid vandaag nodig heeft.
Ik voel de behoefte deze Encycliek af te ronden met een laatste gedachte waarmee ik me vooral tot de theologen wend, opdat zij bijzondere aandacht schenken aan de wijsgerige implicaties van het woord van God en zeker in hun werk de hele speculatieve en praktische breedte van de wetenschap der theologie in beschouwing nemen. Ik wens hen te danken voor hun dienst aan de Kerk. De intieme band tussen theologische en wijsgerige wijsheid is een van de meest originele schatten bij de verdieping van de geopenbaarde waarheid. Daarom spoor ik hen aan de metafysische dimensie van de waarheid ten volle te herontdekken en te verwoorden, om zó tot een kritische en veeleisende dialoog te komen met zowel het hedendaagse filosofische denken als met de filosofische traditie in al haar aspecten, of deze nu wel of niet in harmonie is met het woord van God. Laten de theologen altijd zich de woorden herinneren van die grote meester van denken en spiritualiteit, St. Bonaventura, die in de inleiding tot zijn H. Bonaventura
Itinerarium Mentis in Deum
De weg van de geest naar God ()
de lezer uitnodigt om ten volle te beseffen dat "lezen zonder berouw, kennis zonder vroomheid, onderzoek zonder de prikkel van de verwondering, schranderheid zonder het vermogen, zich aan vreugde over te geven, werkzaamheid gescheiden van godsdienstigheid, leren zonder liefde, intelligentie zonder deemoed, studie niet geschraagd door goddelijke genade, reflectie zonder de door God geïnspireerde wijsheid" - dat dat allemaal tekortschiet. H. Bonaventura, De weg van de geest naar God, Itinerarium Mentis in Deum. Prologus, 4: Opera Omnia, Florence, 1891, Vol. V, 296

Mijn gedachten zijn ook bij hen die verantwoordelijk zijn voor de priestervorming, academisch of pastoraal. Laten zij ook bijzondere aandacht schenken aan de wijsgerige voorbereiding van hen die het evangelie zullen verkondigen aan de mensen van vandaag en, meer nog, van hen die zich zullen wijden aan theologische studie en onderwijs. Ze moeten zich ten volle inspannen om hun werk uit te voeren in het licht van de voorschriften die het Tweede Vaticaans Concilie heeft vastgelegd Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 15 en van latere wetgeving, die duidelijk spreken over de dringende en bindende verplichting, waaraan allen gehouden zijn, om bij te dragen tot een echte, diepe communicatie van de geloofswaarheden. De zware verantwoordelijkheid om te zorgen voor een adequate voorbereiding van hen die belast zijn met het onderwijs in de theologie, zowel aan de seminaries als aan de kerkelijke faculteiten, mag niet veronachtzaamd worden. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Over kerkelijke universiteiten en faculteiten, Sapientia Christiana (15 apr 1979). 67-68 Onderwijs op dit gebied veronderstelt natuurlijk een voldoende wetenschappelijke voorbereiding, een systematische behandeling van de grote erfenis van de christelijke traditie en de noodzakelijke onderscheiding in het licht van de actuele behoeften van Kerk en wereld.

Mijn appèl richt zich ook tot de filosofen, en tot alle docenten in de filosofie; ik vraag hen, in het licht van een blijvend geldige wijsgerige traditie, de moed te hebben de dimensies van echte wijsheid en ook metafysische waarheid van het wijsgerige denken te herwinnen. Ik vraag hen open te staan voor de indringende vragen die voortkomen uit het woord van God en dat zij de kracht hebben, hun rationele argumentatie bij de beantwoording van deze vragen toe te passen. Dat zij zich altijd richten op de waarheid en op het goede dat het ware bevat. Zo zullen zij die onvervalste ethiek kunnen formuleren, die de mensheid bijzonder in de tegenwoordige tijd zo dringend nodig heeft. De Kerk volgt het onderzoek van de filosofen met aandacht en sympathie; zij kunnen er dus zeker van zijn dat de Kerk de legitieme zelfstandigheid van hun wetenschap altijd zal hoogachten. In het bijzonder wil ik de gelovigen bemoedigen, die werkzaam zijn op het gebied van de wijsbegeerte: zij moeten de verschillende terreinen van de menselijke activiteit verlichten door een rede te gebruiken die, gesteund door het geloof, nog zekerder en scherpzinniger wordt.

Tenslotte zou ik ook nog een woord willen richten tot de natuurwetenschappers, die ons door hun onderzoeken een groeiende kennis verschaffen van het totale heelal en van de ongelooflijk rijke diversiteit van zijn levende en levenloze onderdelen met hun complexe atomaire en moleculaire structuren. De weg die zij hebben afgelegd is vooral in deze eeuw gestoten op doelen, die ons nog steeds verbazen. Wanneer ik mijn bewondering en bemoediging uitspreek voor deze moedige pioniers van het wetenschappelijk onderzoek, aan wie de mensheid in hoge mate haar huidige ontwikkeling te danken heeft, voel ik me tegelijkertijd ertoe verplicht, hen op te roepen met hun inspanningen door te gaan en daarbij steeds binnen die horizon van wijsheid te blijven, waarbinnen de natuurwetenschappelijke en technologische resultaten hand in hand gaan met de wijsgerige en zedelijke waarden. Deze waarden vormen de karakteristieke en onmisbare uitdrukking van de menselijke persoon. De wetenschapper is er zich zeer wel van bewust, dat "het zoeken naar de waarheid, ook wanneer zij een begrensde werkelijkheid van de wereld of van de mens betreft, nooit ten einde komt, maar steeds leidt naar iets dat uitgaat boven het onmiddellijke onderzoeksobject; het leidt tot vragen die de toegang tot het mysterie mogelijk maken." H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de Universiteit van Krakow bij de 600ste verjaardag van de Jagiellonica Universiteit (8 juni 1997), 4

Aan allen vraag ik, zich intensief te bekommeren om de mens, die Christus in het geheim van zijn liefde gered heeft, en om zijn voortdurende zoeken naar waarheid en zin. Verschillende filosofische systemen hebben hem er door misleiding van overtuigd, dat hij zijn absoluut eigen heer is, die autonoom over zijn lot en over zijn toekomst kan beslissen, wanneer hij uitsluitend op zichzelf en zijn krachten vertrouwt. Dat zal nooit de grootheid van de mens kunnen uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking zal alleen de beslissing zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw van de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin te blijven wonen. Pas binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn vrijheid zich in de volle zin ontplooit en dat hij geroepen is tot liefde en kennis. Daarin ligt zijn hoogste zelfverwerkelijking.
Mijn laatste gedachte geldt haar die het gebed van de Kerk aanroept als Zetel van Wijsheid, en wier leven een echte parabel is die mijn overweging van deze bladzijden kan verlichten. Want er is een diepe harmonie te bespeuren tussen de roeping van de zalige Maagd Maria en de roeping van echte wijsbegeerte. Zoals de Maagd geroepen werd om zichzelf geheel aan te bieden als mens en als vrouw opdat Gods Woord vlees zou worden en een van ons, zo wordt ook de wijsbegeerte ertoe geroepen haar rationele en kritische arbeid te verrichten opdat de theologie, als het begrip van het geloof, vruchtbaar en creatief mag zijn. En juist zoals Maria, toe zij instemde met het woord van Gabriël, niets van haar ware vrijheid en menselijkheid verloor, zo ook verliest het wijsgerige denken niets van zijn autonomie, wanneer het luistert naar de oproepen van het evangelie. Dit was een waarheid die de heilige monniken van de christelijke oudheid goed begrepen toen zij Maria noemden: "geestelijke tafel van het geloof" Pseudo Epiphanius, Homilie ter ere van de heilige Maria, Moeder van God. "Hè noerá tès pisteoos tràpeza ": PG 43, 493. In haar zagen zij een lichtend beeld van de ware wijsbegeerte en ze waren overtuigd van de noodzaak om te philosophari in Maria.

Moge Maria, de Zetel der Wijsheid, een veilige haven zijn voor allen die hun leven wijden aan het zoeken naar de wijsheid. Moge hun reis naar de wijsheid, het veilig en uiteindelijke doel van alle ware kennis, vrij worden van iedere hindernis door de voorspraak van degene die, door het leven te schenken aan de Waarheid en die in haar hart te bewaren, haar voor altijd heeft gedeeld met de hele wereld.

Gegeven te Rome, bij Sint Pieter, op 14 september, het feest van de Kruisverheffing, in het jaar 1998, het twintigste van mijn pontificaat.

Johannes Paulus PP II

Document

Naam: FIDES ET RATIO
Over de verhouding van Geloof en Rede
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 september 1998
Copyrights: © 1998 - Colomba
Bewerkt: 27 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam