• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Zoals blijkt uit deze korte beschrijving van de geschiedenis van de relatie tussen geloof en wijsbegeerte, kun je verschillende filosofische posities ten opzichte van het christendom onderscheiden. In de eerste plaats is er een wijsbegeerte die volkomen onafhankelijk is van de Openbaring van het evangelie: dit is de positie die de wijsbegeerte innam toe zij gestalte kreeg in de geschiedenis vóór de geboorte van de Verlosser, en later in streken die nog niet waren aangeraakt door het Evangelie. We zien hier het legitieme streven van de wijsbegeerte om een autonome onderneming te zijn, die gehoorzaamt aan haar eigen wetten en alleen de krachten van de rede gebruikt. Dit streven moet, hoewel het ernstig belemmerd wordt door de aangeboren zwakheid van het menselijk verstand, gesteund en versterkt worden. Als een zoeken naar de waarheid binnen de natuurlijke orde staat de onderneming van de wijsbegeerte -althans impliciet - altijd open voor het bovennatuurlijke.

Bovendien; de aanspraak op een juiste autonomie van denken moet gerespecteerd worden, ook wanneer de theologische redenering gebruik maakt van wijsgerige begrippen en argumenten. Argumenteren volgens strenge rationele criteria garandeert dan ook dat de bereikte resultaten algemeen geldig zijn. Dit bevestigt ook het beginsel dat de genade de natuur niet vernietigt maar haar vervolmaakt: de instemming van het geloof, die rede en wil insluit, vernietigt de vrije wil van iedere gelovige die ten diepste verwelkomt wat geopenbaard is, niet, maar vervolmaakt die.

Het is duidelijk dat deze legitieme benadering afgewezen wordt door de theorie van de zogenaamde 'afgescheiden' filosofie die door sommige moderne filosofen wordt voorgestaan. Deze theorie eist voor de wijsbegeerte niet alleen een gewettigde autonomie op, maar een autarkie van denken die zoals blijkt, niet legitiem is. Door de waarheid die aangeboden wordt door de goddelijke openbaring af te wijzen, schaadt de wijsbegeerte slechts zichzelf, omdat ze voor zichzelf de toegang tot een diepere kennis van de waarheid verspert.

Een tweede positie die de wijsbegeerte inneemt wordt vaak aangeduid als christelijke filosofie. Op zichzelf is de term geoorloofd, maar hij mag niet verkeerd begrepen worden: hij bedoelt geenszins te suggereren dat er een officiële filosofie van de Kerk is, aangezien het geloof als zodanig geen filosofie is. De term tracht eerder een christelijke manier van filosoferen aan te duiden, een filosofisch speculeren dat vervat is in een dynamische vereniging met het geloof. Hij verwijst dus niet eenvoudigweg naar een filosofie die door christelijke wijsgeren is ontwikkeld die er in hun onderzoek naar streefden om niet in tegenspraak met het geloof te komen. De term christelijke wijsbegeerte omvat die belangrijke ontwikkelingen van het wijsgerige denken, die zich niet zouden hebben voorgedaan zonder de directe of onrechtstreekse bijdrage van het christelijk geloof,

Daarom heeft christelijke wijsbegeerte twee aspecten. Het eerste is subjectief, in de zin dat het geloof de rede zuivert. Als goddelijke deugd bevrijdt het geloof de rede van de aanmatiging, de typische bekoring van de wijsgeer. St. Paulus, de Kerkvaders en, dichter bij onze tijd, wijsgeren zoals Pascal en Kierkegaard hebben deze aanmatiging aan de kaak gesteld. Met de deemoed verwerft de filosoof ook de moed om kwesties aan te pakken die hij zonder de gegevens van de Openbaring moeilijk kan oplossen. Men denke bijvoorbeeld aan de problemen van het kwaad en het lijden, aan de identiteit van een persoonlijke God en aan de vraag naar de zin van het leven, of, directer, aan de radicale metafysische vraag: "Waarom is er iets?"

Daarnaast staat het objectieve aspect, dat de inhouden betreft: de openbaring laat helder en duidelijk enkele waarheden zien die door het verstand, ofschoon ze daarvoor natuurlijk niet ontoegankelijk zijn, misschien nooit ontdekt zouden zijn, als het aan zichzelf was overgelaten. Onder deze waarheden is de notie van een vrije en persoonlijke God die de Schepper is van de wereld, een waarheid die zo cruciaal is geweest voor de ontwikkeling van het wijsgerige denken, in het bijzonder voor de filosofie van het zijn. Er is ook de werkelijkheid van de zonde, zoals die in het licht van het geloof verschijnt, dat helpt om een adequate wijsgerige formulering van het probleem van het kwaad te vinden. De notie van de persoon als een geestelijk wezen is een andere specifieke bijdrage van het geloof: de christelijke boodschap van de waardigheid, de gelijkheid en de vrijheid van de mensen heeft zeker het moderne filosofische denken beïnvloed. Als voorbeeld dat dichter bij onze tijd staat, kan men de ontdekking van de betekenis voor de wijsbegeerte van de historische gebeurtenis vermelden, die zo centraal staat in de christelijke openbaring. Niet toevallig is zij het fundament van een wijsbegeerte van de geschiedenis geworden die zich presenteert als een nieuw hoofdstuk van de menselijke zoektocht naar de waarheid.

Tot de objectieve elementen van de christelijke filosofie hoort ook de behoefte om de rationaliteit van bepaalde door de heilige Schrift uitgesproken waarheden te onderzoeken, zoals de mogelijkheid van een bovennatuurlijke roeping van de mens en ook de erfzonde. Dat zijn opgaven die de rede ertoe uitdagen te erkennen dat er waarheid en rationaliteit zijn die ver buiten de kaders liggen waarbinnen ze normaliter zouden zijn begrensd. Deze thema's breiden feitelijk het bereik van het rationele uit.

Bij het nadenken over deze inhouden zijn de filosofen geen theologen geworden; want ze hebben niet geprobeerd, de geloofswaarheden te begrijpen en te duiden vanuit de openbaring. Ze hebben steeds gewerkt op hun eigen terrein en met hun eigen puur rationele methode, maar hun onderzoek uitgebreid naar nieuwe aspecten van de waarheid. Men zou kunnen zeggen dat een goed deel van de moderne en hedendaagse wijsbegeerte niet zou bestaan zonder deze stimulus van het woord van God. Deze conclusie blijft belangrijk, ondanks het teleurstellende feit dat veel denkers in de laatste eeuwen de christelijke orthodoxie hebben verlaten.

Een andere belangrijke positie neemt de wijsbegeerte in, wanneer de theologie zelf haar hulp inroept. Theologie heeft immers altijd de bijdrage van de wijsbegeerte nodig gehad, ook nu. Als een werk van de kritische rede in het licht van het geloof veronderstelt en vereist de theologie bij al haar onderzoek een verstand dat gevormd en onderwezen is om met begrippen en argumenten te werken. Bovendien heeft de theologie de filosofie nodig als gesprekspartner, om de begrijpbaarheid en de universele waarheid van haar aanspraken te bevestigen. Het was niet toevallig dat de Kerkvaders en de middeleeuwse theologen niet-christelijke filosofieën overnamen. Dit historische feit bevestigt de waarde van de autonomie van de wijsbegeerte die bewaard blijft als de theologie haar hulp inroept; maar het laat ook zien welke diepe veranderingen de wijsbegeerte zelf moet ondergaan.

Het was om haar onmisbare en edele bijdrage dat de wijsbegeerte vanaf de patristische periode ancilla theologiae genoemd werd. Deze titel bedoelde niet een slaafse onderwerping van de filosofie aan te geven of een puur functionele rol ten opzichte van de theologie. Hij werd eerder gebruikt in de zin waarmee Aristoteles over de experimentele wetenschappen had gesproken als "dienaressen" van de "prima philosophia". De term kan tegenwoordig bezwaarlijk gebruikt worden, gegeven het beginsel van de autonomie waarnaar we verwezen hebben, maar hij heeft door de geschiedenis heen de noodzaak laten zien van de verbinding tussen de twee wetenschappen en de onmogelijkheid van hun scheiding.

Zouden theologen de hulp van de wijsbegeerte weigeren, dan zouden ze het risico lopen, onbewust filosofie te bedrijven en zich op te sluiten in denkstructuren die ongeschikt zijn voor het begrijpen van het geloof. Als de filosoof van zijn kant elk contact met de theologie zou uitsluiten dan zou hij verplicht zijn zelfstandig de inhoud van het geloof meester te worden, zoals dat bij enkele moderne filosofen het geval is. Zowel in het ene als in het andere geval zou het gevaar van een vernietiging van de grondbeginselen van de autonomie zich voordoen, die elke wetenschap terecht gegarandeerd wil zien.

Wanneer de filosofie deze positie inneemt komt zij, net als de theologie, meer rechtstreeks onder het leergezag en zijn toetsing, vanwege de implicaties die zij heeft voor het begrip van de openbaring, zoals ik al heb uitgelegd. Want uit de geloofswaarheden komen bepaalde postulaten voort, die de wijsbegeerte moet respecteren zodra zij met de theologie in verbinding treedt.

In het licht van deze beschouwingen wordt het wel begrijpelijk, waarom het leergezag herhaaldelijk de verdiensten van het denken van St. Thomas heeft geprezen en hem als leider en voorbeeld voor de theologiestudie heeft voorgesteld. Dit was niet om in specifiek filosofische kwesties een standpunt in te nemen noch om instemming met bepaalde opvattingen te eisen. Het was en is ook thans de bedoeling van het leergezag, te laten zien dat de H. Thomas een authentiek voorbeeld voor allen die naar de waarheid zoeken, is. Want in zijn denken hebben de eisen van de rede en de kracht van het geloof de meest verheven synthese gevonden waartoe het menselijk denken ooit gekomen is, omdat hij in staat was de radicale nieuwheid die door de Openbaring was gebracht, te verdedigen zonder ooit de eigen weg van de rede te vernederen.
Door verder uit te werken wat het leergezag vóór mij heeft geleerd, wil ik in dit laatste deel enkele eisen aangeven die de theologie - en, nog fundamenteler, het woord van God zelf - vandaag stellen aan het wijsgerige denken en aan hedendaagse wijsgeren. Zoals ik al heb opgemerkt, moet de wijsbegeerte aan haar eigen wetten gehoorzamen en gebaseerd zijn op haar eigen beginselen; de waarheid echter kan slechts één zijn. De openbaring met haar inhouden zal nooit de rede bij haar ontdekkingen en in haar legitieme autonomie kunnen onderdrukken; omgekeerd zal echter het verstand in het besef dat het zich niet kan verheffen tot absolute en exclusieve waarde, nooit het vermogen om bevraagd te worden en vragen te stellen, mogen verliezen. Door de glans die afstraalt van het subsistente Zijn zelf biedt de geopenbaarde waarheid de volheid van het licht aan het zijn en zal zij dus de weg van het wijsgerig onderzoek verlichten. Om kort te gaan, de christelijke Openbaring wordt het ware ontmoetings- en vergelijkingspunt tussen het wijsgerige en het theologische denken in hun wederzijdse relatie. Men mag daarom hopen dat theologen en filosofen zich zullen laten leiden door het gezag van de waarheid alleen, zodat er een filosofie zal oprijzen die in harmonie is met het woord van God. Zulk een filosofie zal een plaats zijn waar het christelijk geloof en de menselijke culturen elkaar kunnen ontmoeten, een plaats van begrip tussen gelovigen en niet-gelovigen. Ze zal gelovigen helpen leiden tot de sterkere overtuiging dat de diepte en de authenticiteit van het geloof toenemen wanneer het zich met het denken verbindt en dat niet afwijst. Opnieuw zijn het de Vaders die ons dit leren: "Geloven is niets anders dan denken met instemming (...) Gelovigen zijn ook denkers: wie gelooft, denkt, en wie denkt, gelooft.(...) Als het geloof niet denkt, is het niets". H. Augustinus, De voorbestemming der heiligen, De praedestinatione sanctorum. 2, 5: PL 44, 963 En verder: "Als er geen instemming is, is er geen geloof, want zonder instemming gelooft men niet echt." H. Augustinus, Enchiridion ad Laurentium de fide et spe et caritate. 7: CCL 64, 61

Document

Naam: FIDES ET RATIO
Over de verhouding van Geloof en Rede
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 september 1998
Copyrights: © 1998 - Colomba
Bewerkt: 27 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam