• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het leergezag doet echter meer dan enkel de dwalingen en afwijkingen van de wijsgerige doctrines laten zien. Met dezelfde zorg heeft het de grondbeginselen voor een echte vernieuwing van het wijsgerige denken onderstreept en ook concreet laten zien, welke wegen in te slaan. In deze zin zette Paus Leo XIII met zijn encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Aeterni Patris
Ter herstel van de christelijke wijsbegeerte naar de geest van Sint-Thomas van Aquino in de katholieke scholen
(4 augustus 1879)
een stap van werkelijk historische draagwijdte voor het leven van de Kerk. Die tekst was tot vandaag het enige pauselijke document dat in zijn geheel aan de wijsbegeerte was gewijd. De grote paus nam de leer van Vaticanum I over de verhouding van geloof en rede op en ontwikkelde haar verder door te laten zien dat het wijsgerige denken een fundamentele bijdrage aan het geloof en aan de theologische wetenschap is. Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Ter herstel van de christelijke wijsbegeerte naar de geest van Sint-Thomas van Aquino in de katholieke scholen, Aeterni Patris (4 aug 1879). AAS 11 (1878-1879), 97-155 Na meer dan een eeuw hebben veel van de inzichten in die tekst zowel uit praktisch als uit pedagogisch oogpunt niets aan betekenis ingeboet; dat geldt op de eerste plaats voor zijn vasthouden aan de onvergelijkelijke waarde van de wijsbegeerte van Sint Thomas. Het denken van de Doctor Angelicus opnieuw presenteren: dat scheen Paus Leo XIII de beste weg toe om weer zó om te gaan met de wijsbegeerte dat zij harmonieert met de eisen van het geloof. De paus schreef: "Juist wanneer St. Thomas zoals het hoort het geloof volledig scheidt van de rede, verenigt hij beide door de banden van wederzijdse vriendschap: hij staat beide hun rechten toe en beschermt hun waardigheid." Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Ter herstel van de christelijke wijsbegeerte naar de geest van Sint-Thomas van Aquino in de katholieke scholen, Aeterni Patris (4 aug 1879). AAS 11 (1878-1879), 109
De gelukkige gevolgen die die pauselijke oproep had, zijn bekend. De onderzoekingen naar het denken van de H. Thomas en andere scholastieke schrijvers kregen een nieuwe impuls. Historische studies bloeiden, resulterend in een herontdekking van de rijkdom van het middeleeuwse denken, dat tot dan toe goeddeels onbekend was geweest; en er kwamen nu nieuwe Thomistische scholen op. Door de toepassing van de historische methode maakte de kennis van het werk van de H. Thomas grote vooruitgang; talrijke geleerden brachten moedig de Thomistische overlevering in in de discussie over de toenmalige wijsgerige en theologische problemen. De invloedrijkste katholieke theologen van deze eeuw, aan wier denken en studies Vaticanum II veel te danken heeft, zijn kinderen van deze vernieuwing van de Thomistische wijsbegeerte. Zo stond de Kerk in de loop van de 20ste eeuw een sterke groep denkers ter beschikking, die gevormd waren in de school van de Doctor Angelicus.
De Thomistische en neo-Thomistische vernieuwing was echter niet het enige teken van een nieuwe opname van het wijsgerig denken in de christelijk geïnspireerde cultuur. Reeds vóór de oproep van Paus Leo en parallel daarmee waren talrijke katholieke filosofen opgetreden, die aangeknoopt hadden bij de jongere denkrichtingen en daarbij volgens hun eigen methode wijsgerige werken van grote invloed en blijvende waarde hadden voortgebracht. Daaronder enkele die syntheses hadden ontwikkeld van een zodanig profiel, dat zij in niets onderdeden voor de grote systemen van het idealisme; weer anderen legden de kennistheoretische grondslagen voor een nieuwe behandeling van het geloof in het licht van een hernieuwd verstaan van het morele geweten; nog anderen schiepen een wijsbegeerte die, uitgaande van de analyse van het binnenwereldse, de weg naar het transcendente opende; en tenslotte waren er ook die de eisen van het geloof trachtten te verenigen met het perspectief van de fenomenologische methode. Vanuit verschillende perspectieven heeft men dus voortdurend vormen van wijsgerige speculatie voortgebracht, die de geweldige traditie van het christelijk denken in de eenheid van geloof en rede levend wilden houden.
Vaticanum II presenteerde van zijn kant een zeer rijke en vruchtbare doctrine met betrekking tot de wijsbegeerte. ik kan bijzonder in het kader van deze encycliek niet vergeten, dat een heel hoofdstuk van de constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
tegelijkertijd een samenvatting van bijbelse antropologie en daarmee ook een inspiratiebron voor de wijsbegeerte vormt. Op die bladzijden gaat het om de waarde van de naar Gods beeld geschapen menselijke persoon. Zijn waardigheid en heerschappij over de rest van de schepping worden uitgelegd en het transcendente vermogen van zijn rede verklaard. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 14-15 Ook het probleem van het atheïsme komt in 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
naar voren; daarbij worden de dwalingen van die wijsgerige opvatting, vooral tegenover de onvervreemdbare waardigheid van de persoon en zijn vrijheid, precies uitgelegd. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 20-21 Diepe wijsgerige betekenis bezit zeker ook de formulering, die het hoogtepunt van deze passage vormt. Ik heb haar in mijn encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Redemptor Hominis
De Verlosser van de mensen
(4 maart 1979)
aangehaald; ze hoort tot de vaste referentiepunten van mijn leven: "Inderdaad, het mysterie van de mens wordt eerst echt verhelderd in het mysterie van het mensgeworden Woord. Adam immers, de eerste mens, was de voorafbeelding van Hem die komen zou, Christus de Heer. Als de nieuwe Adam doet Christus juist door de openbaring van het mysterie van de Vader en zijn liefde de mens ten volle zien wie hij is en onthult Hij hem de sublieme grootheid van zijn roeping." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 8

Het Concilie heeft zich ook beziggehouden met de studie van de filosofie, waaraan de priesterkandidaten zich moeten wijden; het gaat om aanbevelingen die zich verder laten uitbreiden tot het christelijk onderricht in zijn totaliteit: "De wijsgerige wetenschappen moeten zo worden gegeven, dat de studenten vooral een handreiking krijgen tot een degelijke en samenhangende kennisneming van de mens, de wereld en van God. Daarbij ondervinden zij steun van het altijd weer geldende filosofische erfgoed, terwijl anderzijds rekening wordt gehouden met de wijsgerige onderzoekingen van de laatste tijden". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 15

Deze voorschriften zijn herhaald en ontwikkeld in een aantal andere documenten van het leergezag om een solide wijsgerige vorming te garanderen, vooral voor hen die zich voorbereiden op de theologische studies. Zelf heb ik verschillende malen het belang van deze wijsgerige vorming onderstreept voor hen die zich eens, in hun pastorale leven, zullen moeten bezighouden met de aspiraties van de hedendaagse wereld en de oorzaken van allerlei opstellingen moeten begrijpen, om daarop een passend antwoord te geven. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Over kerkelijke universiteiten en faculteiten, Sapientia Christiana (15 apr 1979), 79-80 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen, Pastores Dabo Vobis (25 mrt 1992), 52 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot het Internationale Pauselijke Atheneum "Angelicum" (19 nov 1979) Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers van het 8ste Internationaal Thomistisch Congres (13 sept 1980) Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers aan het Internationaal Congres van de SITA (Internationale Sociëteit Thomas van Aquino) (4 jan 1986) Vgl. Congregatie Katholieke Vorming (seminaries en universiteiten), Fundamentele normen voor de priestervorming, Ratio fundamentalis institutionis sacerdotalis - Editio typica (6 jan 1970), 70-75 Decreet Sacra Theologia (20 januari 1972): AAS 64 (1972), 583-586.

Als van tijd tot tijd een tussenkomst over dit thema nodig is gebleken - waarbij men ook de waarde van de inzichten van de Doctor Angelicus benadrukte en vasthield aan de bestudering van zijn denken - dan was dat omdat de voorschriften van het leergezag niet steeds zijn opgevolgd met de gewenste bereidheid. Op veel katholieke scholen kon men in de jaren die onmiddellijk volgden op het concilie dienaangaande een zeker verval constateren, dat aan een geringere waardering niet alleen van de scholastieke wijsbegeerte, maar meer algemeen van de studie der wijsbegeerte als zodanig, is toe te schrijven. Met verwondering en spijt moet ik vaststellen dat heel wat theologen deze onverschilligheid jegens de filosofiestudie delen.

Deze afwijzing heeft verschillende oorzaken. Op de eerste plaats denke men aan het wantrouwen tegen de rede, dat een groot deel van de hedendaagse wijsbegeerte aan de dag legt door het metafysisch onderzoek naar de laatste vragen van de mens grotendeels achterwege te laten, terwijl men de aandacht concentreert op detailkwesties en deelproblemen, soms zelfs ook puur formele. Daar komt bovendien nog het misverstand bij dat vooral met betrekking tot de 'menswetenschappen' is ontstaan. Vaticanum II heeft verschillende malen gewezen op de positieve waarde van het wetenschappelijk onderzoek voor een diepere kennis van het mysterie van de mens. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 57.62 Het appèl aan de theologen om zich deze wetenschappen eigen te maken en ze, waar nodig, in hun onderzoek correct toe te passen, mag echter niet als een onuitgesproken machtiging geïnterpreteerd worden, de filosofie in de pastorale vorming en in de praeparatio fidei alleen maar in de marge te behandelen of zelfs te vervangen. Tenslotte mag men de herontdekte belangstelling voor de inculturatie van het geloof niet vergeten. Vooral het leven van de jonge Kerken heeft, samen met hoogontwikkelde denkvormen, een gamma van uitdrukkingen van volkswijsheid aan het licht gebracht: en dit vormt een echte culturele rijkdom aan tradities. Maar de studie van traditionele gebruiken moet hand in hand gaan met wijsgerig onderzoek, een onderzoek dat de positieve elementen van de volkswijsheid naar boven zal laten komen en de noodzakelijke band zal smeden met de verkondiging van het evangelie. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 44

Ik wens duidelijk te herhalen dat de studie van de filosofie fundamenteel en onmisbaar is voor de structuur van de theologiestudies en voor de vorming van priesterkandidaten. Het is niet toevallig dat het curriculum van de theologiestudies wordt voorafgegaan door een tijd van speciale studie van de wijsbegeerte. Deze beslissing, bevestigd door het Vijfde Concilie van Lateranen Vgl. 5e Concilie van Lateranen, Bul, Sessie 8 - Over de onsterfelijkheid van de ziel en tegen de neo-Aristotelianisme (fragment), Sessio VIII - Apostolici regiminis (19 dec 1513), 1-2. Conciliorum Oecumenicorum Decreta 1991, 605-606, wortelt in de ervaring die in de middeleeuwen rijpte, toen het belang van een constructieve harmonie tussen theologisch en filosofisch onderricht naar boven kwam. Deze ordening van de studie beïnvloedde, bevorderde en verwerkelijkte veel van de ontwikkeling van de moderne filosofie, zij het indirect. Een tekenend voorbeeld hiervan is de invloed van de Disputationes Metaphysicae van Francisco Suárez, die zelf op de Lutherse universiteiten van Duitsland hun weg vonden. Omgekeerd heeft de ontmanteling van deze methode geleid tot ernstige hiaten in zowel de priestervorming als het theologisch onderzoek. Men denke aan de onverschilligheid tegenover het moderne denken en de moderne cultuur, die ertoe geleid heeft dat men zich van iedere vorm van dialoog onthoudt of juist kritiekloos iedere filosofie aanneemt.

Ik vertrouw er ten zeerste op dat deze moeilijkheden door een zinvolle filosofische en theologische vorming worden overwonnen, die in de Kerk nooit verloren mag gaan.

Vanwege genoemde redenen scheen het mij dringend geboden, met deze encycliek de sterke interesse van de Kerk in de wijsbegeerte te benadrukken; immers, het gaat om de nauwe banden die de theologische arbeid verbinden met de wijsgerige zoektocht naar de waarheid. Daaruit ontstaat voor het leergezag de verplichting om precies te onderscheiden en een wijsgerig denken te stimuleren dat niet vijandig staat tegenover het geloof. Het is mijn taak om enkele beginselen en referentiepunten te presenteren die ik noodzakelijk acht om weer een harmonieuze en effectieve relatie tussen wijsbegeerte en godgeleerdheid te kunnen opbouwen. In het licht van deze beginselen zal het mogelijk zijn om met grotere helderheid te testen, of de theologie een relatie tot de verschillende wijsgerige systemen of opvattingen die de hedendaagse wereld kent, moet onderhouden, en zo ja: wat voor een.

Document

Naam: FIDES ET RATIO
Over de verhouding van Geloof en Rede
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 september 1998
Copyrights: © 1998 - Colomba
Bewerkt: 27 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam