• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een heel bijzonder plaats op deze lange weg komt de H. Thomas toe, niet alleen om de inhoud van zijn leer, maar ook vanwege de betrekking die hij in de dialoog met het Arabische en Joodse denken van zijn tijd kon leggen. In een tijdperk waarin de christelijke denkers de schatten van de antieke, preciezer gezegd de aristotelische filosofie herontdekten, had hij de grote verdienste dat hij de harmonie die tussen rede en geloof bestaat, op de voorgrond heeft geplaatst. Het licht van het verstand en het licht van het geloof komen beide van God, luidt zijn redenering: ze kunnen elkaar dus niet tegenspreken. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Contra Gentiles. I, VII

Nog fundamenteler erkent Thomas dat de natuur, die object van de wijsbegeerte is, kan bijdragen tot het begrip van de goddelijke openbaring. Het geloof vreest derhalve het verstand niet, maar zoekt het en vertrouwt erop. Zoals de genade de natuur veronderstelt en haar voltooit, Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, 1, 8 ad 2: "cum enim gratia non tollat naturam, sed perficiat " zo veronderstelt en voltooit het geloof het verstand. Verlicht door het geloof wordt dit bevrijd van zijn broosheid en van zijn begrenzingen die het gevolg zijn van de ongehoorzaamheid der zonde en vindt het de nodige kracht om zich te verheffen tot de kennis van het mysterie van de drie-ene God. De Doctor Angelicus heeft, met hoeveel nadruk hij ook het bovennatuurlijke karakter van het geloof onderstreepte, de waarde van zijn rationaliteit niet vergeten: ja, hij kon in de diepte gaan en de zin van deze redelijkheid nader verklaren. Want het geloof is een soort "denkoefening"; het verstand wordt niet afgeschaft noch vernederd door haar instemming met de geloofsinhouden; tot de geloofsinhouden komt men in ieder geval door vrije beslissing en het eigen geweten. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers van het 9e Internationaal Thomistisch Congres (29 sept 1990)

Om deze reden is de H. Thomas terecht door de Kerk steeds als leermeester van het denken gepresenteerd en voorbeeld van de wijze waarop de theologie juist beoefend moet worden. In deze samenhang zou ik willen aanhalen, wat mijn voorganger, de Dienaar Gods Paus Paulus VI, naar aanleiding van de zevenhonderdste sterfdag van de H. Thomas heeft geschreven: "Thomas bezat ongetwijfeld in de hoogste mate de moed tot de waarheid, de vrijheid van geest, toen hij de nieuwe problemen tegemoet ging, de intellectuele rationaliteit van iemand die de versmelting van het christendom met de wereldse wijsbegeerte evenmin toeliet als hun afwijzing a a-priori. Hij ging daarom de geschiedenis van het christelijke denken in als een pionier op de nieuwe weg van de wijsbegeerte en van de universele cultuur. Het centrale punt, ja de kern van de oplossing die hij met zijn geniale profetische scherpzinnigheid voor het probleem van de nieuwe tegenstelling van rede en geloof vond, was de verzoening tussen de seculariteit van de wereld en de radicaliteit van het evangelie; daarmee onttrok hij zich aan de tegennatuurlijke neiging de wereld en haar waarden te loochenen, zonder echter de hoogste en onbuigzame aanspraken van de bovennatuurlijke orde te veronachtzamen." H. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Aan de magister-generaal van de Orde der Predikheren, Vincent de Couesnongle bij gelegenheid van het 7e eeuwfeest van het overlijden van Sint-Thomas, Lumen Ecclesiae (20 nov 1974), 8

Tot de grote inzichten van de H. Thomas hoort ook zijn visie op de rol die de Heilige Geest speelt bij het laten rijpen van menselijke kennis tot wijsheid. Reeds op de eerste bladzijden van zijn H. Thomas van Aquino
Summa Theologiae ()
H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, 1, 6: "Praeterea, haec doctrina per studium acquiritur. Sapientia autem per infusionem habetur, unde inter septem dona Spiritus Sancti connumeratur " geeft de Aquinaat de voorrang van die wijsheid aan, die gave is van de heilige Geest en die binnenleidt in de kennis van de goddelijke werkelijkheden. Zijn theologie maakt het mogelijk, de eigen aard van de wijsheid in haar enge relatie met het geloof en met de Godskennis te begrijpen. De wijsheid kent krachtens haar natuurlijke verwantschap (connaturaliteit); zij veronderstelt het geloof en formuleert tenslotte haar juiste oordeel op basis van de waarheid van het geloof: "De wijsheid, die tot de gaven van de heilige Geest hoort, onderscheidt zich van die (schranderheid), die tot de deugden van het verstand hoort. Deze laatste verwerft men zich namelijk door de studie: die eerste daarentegen 'komt van boven', zoals de H. Jacobus het uitdrukt. Zo is ze ook anders dan het geloof. Want het geloof neemt de goddelijke waarheid zo aan, zoals ze is: de gave van de wijsheid echter maakt een oordeel mogelijk volgens de goddelijke waarheid." H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II, II , 45, 1 ad 2 Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II, II, 45, 2

De voorrang die hij aan deze wijsheid toekent doet de Doctor Angelicus echter niet de aanwezigheid van twee andere, aanvullende wijsheidsvormen vergeten: de wijsgerige, die steunt op het vermogen van het verstand om binnen de aangeboren grenzen de werkelijkheid te onderzoeken, en de theologische die berust op de openbaring en die de geloofsinhouden onderzoekt, waardoor zij aan het mysterie van God zelf raakt.

Ten diepste ervan overtuigd dat "omne verum a quocumque dicatur a Spiritu Sancto est", Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I-II, 109, 1 ad 1, dat een weerklank is van de bekende zin van de Ambrosiaster , In Prima Cor 12, 3: PL 17, 258: "Al het ware, wie het ook zegt, is van de Heilige Geest" hield Sint Thomas onbaatzuchtig van de waarheid. Hij zocht haar overal, waar ze zich kon tonen, en maakte haar universaliteit zeer inzichtelijk. Het leergezag van de Kerk heeft in hem de hartstocht voor de waarheid erkend en gewaardeerd; zijn denken bereikte juist omdat het altijd binnen de horizon van de universele, objectieve en transcendente waarheid bleef, "toppen die de menselijke intelligentie nooit had kunnen denken". Paus Leo XIII, Encycliek, Ter herstel van de christelijke wijsbegeerte naar de geest van Sint-Thomas van Aquino in de katholieke scholen, Aeterni Patris (4 aug 1879), 45 Hij mag dus met recht "Apostel van de waarheid" H. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Aan de magister-generaal van de Orde der Predikheren, Vincent de Couesnongle bij gelegenheid van het 7e eeuwfeest van het overlijden van Sint-Thomas, Lumen Ecclesiae (20 nov 1974), 8 genoemd worden. Omdat hij zonder voorbehoud zijn aandacht op de waarheid richtte, kon hij in zijn realisme haar objectiviteit erkennen. Zijn filosofie is waarlijk de filosofie van het 'zijn' en niet louter van de 'schijn'

Document

Naam: FIDES ET RATIO
Over de verhouding van Geloof en Rede
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 september 1998
Copyrights: © 1998 - Colomba
Bewerkt: 27 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam