• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Aan al het denken van de Kerk ligt het besef ten grondslag, dat zij de draagster is van een boodschap die haar oorsprong in God zelf heeft Vgl. 2 Kor. 4, 1-2 . De kennis die zij de mens aanbiedt komt niet uit haar eigen denken voort, al was het nog zo verheven, maar uit het gelovig luisteren naar Gods woord Vgl. 1 Tess. 2, 13 . Aan het begin van ons leven als gelovigen staat een unieke ontmoeting, die het openbaar worden van een eeuwig verborgen, maar nu onthuld geheim Vgl. 1 Kor. 2,7 Vgl. Rom. 16, 25-26 markeert: "God heeft in zijn goedheid en wijsheid besloten, Zichzelf te openbaren en het geheim van zijn wil bekend te maken (Ef. 1,9): dat de mensen door Christus, het vleesgeworden Woord, in de heilige Geest toegang hebben tot de Vader en deelachtig worden aan de goddelijke natuur" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 2. Daarbij gaat het om een volledig onverschuldigd initiatief, dat van God uitgaat, om de mensheid te bereiken en te redden. Als bron van liefde wil God zich laten kennen en de kennis die de mens van Hem heeft, brengt alle andere ware kennis over de zin van zijn eigen bestaan tot de voltooiing, waartoe zijn verstand kan komen.
Met een bijna woordelijke overname van de door de dogmatische constitutie 1e Vaticaans Concilie
Dei Filius
3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof
(24 april 1870)
van het Eerste Vaticaans Concilie gepresenteerde leer en met inachtneming van de door het Concilie van Trente voorgelegde principes heeft de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
van Vaticanum II de tocht van het geloofsinzicht, intelligentia fidei, door de eeuwen voortgezet, terwijl het nadacht over de Openbaring in het licht van de bijbelse leer en van de hele traditie van de kerkvaders. De concilievaders van Vaticanum I hadden de nadruk gelegd op het bovennatuurlijke karakter van Gods Openbaring. De rationalistische kritiek die destijds op grond van wijdverbreide valse stellingen tegen het geloof naar voren werd gebracht, betrof de ontkenning van alle kennis die niet voortkwam uit de natuurlijke vermogens van het verstand. Deze situatie had het Concilie verplicht tot de nadrukkelijke vaststelling, dat er buiten de kennis van het menselijke verstand dat krachtens zijn natuur de Schepper kan ontdekken, een kennis bestaat, die eigen is aan het geloof. Deze kennis is de uitdrukking van een waarheid die stoelt op het feit van de zich openbarende God zelf, een waarheid die zeker is, omdat God noch bedriegt, noch bedriegen wil. Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 10
Het Eerste Vaticaans Concilie leert dus, dat de waarheid die verkregen is door wijsgerig denken en de waarheid van de Openbaring noch zich met elkaar vermengen, noch elkaar overbodig maken. "Er bestaat een tweevoudige orde van kennis, niet alleen onderscheiden in hun vertrekpunt, maar ook in hun object. Ten aanzien van de bron, omdat we in de ene kennen door het natuurlijke verstand, in de andere door het goddelijk geloof; ten aanzien van het object, omdat er naast die dingen die het natuurlijke verstand kan bereiken, geheimen voorgelegd worden die in God verborgen zijn en die, als ze niet door God geopenbaard waren, niet bekend zouden kunnen worden." 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 20 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 59 Het geloof, dat stoelt op Gods getuigenis en dat de bovennatuurlijke hulp van de genade geniet, is inderdaad van een andere orde dan de wijsgerige kennis. Want deze steunt op de zintuiglijke waarneming, op de ervaring, en beweegt zich alleen in het licht van de rede. De wijsbegeerte en de wetenschappen dwalen rond door het gebied van het natuurlijke verstand, terwijl het geloof, door God verlicht en geleid, in de heilsboodschap de 'volheid van de genade en waarheid' Vgl. Joh. 1, 14 erkent, die God in de geschiedenis definitief door zijn Zoon Jezus Christus heeft geopenbaard Vgl. 1 Joh. 5, 9 Vgl. Joh. 5, 31-32 .
De Concilievaders van Vaticanum II hebben de blik vast op de openbarende Jezus gericht en daarbij het heilskarakter van Gods openbaring in de geschiedenis aangegeven: "Door deze openbaring spreekt dus de onzichtbare God Vgl. Kol. 1,15 Vgl. 1 Tim. 1, 17 uit de overvloed van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden Vgl. Ex. 33,11 Vgl. Joh. 15, 14-15 en gaat met hen om Vgl. Bar. 3, 38 , om hen uit te nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen. Deze bedeling van de openbaring geschiedt door daden en woorden, die innerlijk met elkaar verbonden zijn, zodat de werken, door God in de heilsgeschiedenis verricht, de leer en de werkelijkheden, die door de woorden worden betekend, tonen en bevestigen, en de woorden de werken verkondigen en het geheim dat daarin vervat ligt in het licht stellen. Door deze openbaring verschijnt ons in Christus, die tegelijk de middelaar en de volheid van de gehele openbaring is, de meest innerlijke waarheid". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 2
Zo is de openbaring ingebed in tijd en geschiedenis. Ja, de menswording van Jezus Christus geschiedt in de "volheid van de tijd" (Gal. 4, 4). Tweeduizend jaren na die gebeurtenis zie ik het als mijn plicht, nadrukkelijk naar voren te brengen, dat "in het christendom aan de tijd een fundamentele betekenis" toekomt. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Nu het derde millennium van de nieuwe tijd nadert, Tertio millennio adveniente (10 nov 1994), 11 Want in de tijd treedt het hele werk van de schepping en de verlossing aan het licht; bovenal wordt zichtbaar, dat wij door de menswording van de Zoon van God reeds nu de toekomstige voleinding van de tijd beleven en daarop vooruitlopen. Vgl. Hebr. 1, 2 .

De waarheid, die God aan de mens over Zichzelf en over zijn leven heeft gegeven, is daarom ingebed in tijd en geschiedenis. En ze is eens voor altijd in het mysterie van Jezus van Nazaret verkondigd. Dat zegt de constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
welsprekend: "Na echter vele malen en op velerlei wijze gesproken te hebben door de profeten, heeft God "nu op het einde der tijden tot ons gesproken door de Zoon" (Hebr. 1, 1-2). Want Hij heeft zijn Zoon gezonden, het eeuwige Woord namelijk dat alle mensen verlicht, opdat deze onder de mensen zou wonen en hun het meest innige van God zou doen kennen Vgl. Joh. 1,1-18 . Jezus Christus dus, het vlees geworden Woord, als 'mens tot de mensen' gezonden, "spreekt Gods eigen woorden" (Joh. 3, 34), en volbrengt het heilswerk dat de Vader Hem te doen gegeven heeft Vgl. Joh. 5,36 Vgl. Joh. 17,4 . Hij dus die zegt: "wie Mij ziet, ziet de Vader" (Joh. 14,9), vervult de openbaring, brengt haar tot voltooiing en bekrachtigt haar met goddelijk getuigenis door geheel zijn tegenwoordigheid en verschijning". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 4

De geschiedenis wordt zo voor het volk van God een weg die moet worden gegaan, zodat de geopenbaarde waarheid dankzij het onophoudelijke werken van de heilige Geest haar inhoud volledig tot uitdrukking kan brengen Vgl. Joh. 14, 9 . Dat leert opnieuw de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
, wanneer ze vaststelt: "De Kerk streeft in de loop der eeuwen onafgebroken naar de volheid van de goddelijke waarheid, totdat in haar Gods woorden in vervulling gaan". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 8

De geschiedenis wordt aldus tot de plaats waar we Gods handelen voor de mensheid kunnen vaststellen. Hij bereikt ons in hetgeen voor ons het vertrouwdste is en gemakkelijk verifieerbaar, omdat het om onze dagelijkse omgeving gaat, zonder welke wij onszelf niet zouden kunnen begrijpen.

De menswording van God laat ons de eeuwige en definitieve synthese voltrokken zien worden, die de menselijke geest zich vanuit zichzelf niets eens had kunnen voorstellen: het eeuwige treedt binnen in de tijd, het geheel verbergt zich in een fragment, God neemt de gedaante van een mens aan. De in de openbaring van Christus tot uitdrukking gekomen waarheid is aldus niet meer opgesloten in een nauw begrensd territoriaal en cultureel gebied, maar opent zich voor iedere man en iedere vrouw, die haar als het absoluut ware Woord wil aannemen, om het bestaan zin te geven. Nu hebben alle mensen in Christus toegang tot de Vader; door zijn dood en zijn verrijzenis heeft Hij het goddelijk leven geschonken, dat de eerste Adam had afgewezen Vgl. Rom. 5, 12-15 . Met deze openbaring wordt de mens de laatste waarheid over zijn leven en over het lot der geschiedenis aangeboden: "Alleen in het mysterie van het mens geworden Woord licht het mysterie van de mens op" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22, stelt de constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
vast. Buiten dit zicht blijft het geheim van de menselijke persoon een onoplosbaar raadsel. Waar anders dan in het licht, dat afstraalt van het lijden, de dood en de opstanding van Christus, zou de mens het antwoord kunnen zoeken op zulke dramatische kwesties als die van de pijn, het lijden van onschuldigen en de dood?

Document

Naam: FIDES ET RATIO
Over de verhouding van Geloof en Rede
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 september 1998
Copyrights: © 1998 - Colomba
Bewerkt: 27 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam