• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De kerkvaders van het Oosten en van het Avondland hebben dus in verschillende vormen verbindingen gelegd met de wijsgerige scholen. Dat betekent niet dat ze de inhoud van hun boodschap vereenzelvigd hebben met de systemen waaraan zij refereerden. De vraag van Tertullianus: "Wat hebben Athene en Jeruzalem gemeen? Wat de Academie en de Kerk?" Tertullianus, De Praescriptione Haereticorum. VII, 9: SC 46, 98: "Quid ergo Atheis et Hierosolymis? Quid academiae et ecclesiae?" is een duidelijke aanwijzing voor het kritische bewustzijn waarmee de christelijke denkers vanaf het begin omgingen met het probleem van de verhouding van geloof en wijsbegeerte; ze zagen het in zijn geheel, in zijn positieve aspecten evengoed als in zijn begrenzingen. Ze waren geen naïeve denkers. Juist omdat ze de inhoud van het geloof intensief beleefden, konden zij de diepste vormen van speculatief denken bereiken. Daarom is het onrechtvaardig en oppervlakkig om hun werk te vernauwen tot de loutere omzetting van de geloofsinhoud in wijsgerige categorieën. Ze hebben heel wat meer gepresteerd. Het lukte hun namelijk om volledig zichtbaar te laten worden wat zich nog onuitgesproken en propedeutisch aankondigde in het denken van de grote antieke wijsgeren. Vgl. Congregatie Katholieke Vorming (seminaries en universiteiten), Instructie over de studie van de Kerkvaders in de priesteropleiding, Inspectis dierum (10 nov 1989), 25. AAS 82 (1990), 617-618 Ze hadden, als gezegd, de taak te laten zien hoe het van uitwendige boeien bevrijde verstand uit de doodlopende straat van de mythen kon raken om zich op passender wijze open te stellen voor het transcendente. Een gelouterd en oprecht verstand kon zich dus verheffen tot de hoogste niveaus van reflectie, en schiep daarmee een solide basis voor de waarneming van het zijn, het transcendente en het absolute.

Precies hierin schuilt het door de Kerkvaders volbrachte nieuwe. Ze erkenden volledig het voor het absolute openstaande verstand en plantten daarin de rijkdom uit de openbaring. Tot ontmoeting kwam het niet alleen op het niveau van culturen, waarvan de ene misschien gevallen was voor de betovering van de andere; ze vond plaats in het hart en was ontmoeting tussen het schepsel en zijn Schepper. Het verstand kon, doordat het uitging boven het doel dat het van nature onbewust nastreefde, in de Persoon van het vleesgeworden Woord komen tot het hoogste goed en de hoogste waarheid. De Kerkvaders ontzagen zich echter niet, tegenover de wijsgeren zowel de gemeenschappelijke elementen alsook de verschillen te erkennen, die deze met betrekking tot de openbaring lieten zien. Het besef van de overeenstemmingen vertroebelde in hen niet de erkenning van de verschillen.

Document

Naam: FIDES ET RATIO
Over de verhouding van Geloof en Rede
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 september 1998
Copyrights: © 1998 - Colomba
Bewerkt: 27 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam