• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Er moet echter beklemtoond worden dat hier achter één enkel begrip verschillende betekenissen schuilgaan. Daarom blijkt een verklarende uiteenzetting nodig. Aangespoord door het streven de laatste waarheid over het bestaan te ontdekken, probeert de mens die universele kennis te verwerven, die hem in staat stelt zichzelf beter te begrijpen en vooruit te komen in zijn zelfverwerkelijking. De fundamentele kennis komt voort uit de verbazing die bij hem opkomt door de beschouwing van de schepping; de mens wordt door verbazing gegrepen, zodra hij ontdekt dat hij deel is van de wereld en in betrekking met anderen staat, die op hem lijken en wier lot hij deelt. Hier begint de weg die hem dan zal leiden tot de ontdekking van steeds nieuwe horizonten van kennis. Zonder de verbazing zou de mens vervallen in de monotonie van de herhaling en zeer spoedig zou hij niet meer werkelijk als persoon kunnen bestaan.

Het aan de menselijke geest eigen vermogen tot speculatief denken leidt door zijn wijsgerige werk tot de ontwikkeling van een vorm van streng denken en aldus, door de logische consequentie van de uitspraken en de organische eenheid van hun inhoud, tot de opbouw van een systematische kennis. Dankzij dit proces werden in verschillende culturele omstandigheden en in verschillende perioden resultaten behaald die tot de uitwerking van echte denksystemen hebben geleid. Daardoor was men in de loop van de geschiedenis steeds weer blootgesteld aan de verleiding om één enkele stroming gelijk te stellen met het complete wijsgerige denken. Heel duidelijk treedt in deze gevallen echter een zekere "wijsgerige hoogmoed" op, die er aanspraak op maakt de uit zijn eigen perspectief voortkomende, onvolmaakte visie tot de alomvattende duiding van de werkelijkheid te maken. Feitelijk moet elk filosofisch systeem, ook als het zonder enige instrumentalissering in zijn volheid wordt erkend, voorrang geven aan het wijsgerige denken waaruit het voortkomt en dat het loyaal moet dienen.

Zo is het mogelijk om ondanks de veranderingen van de tijd en de vooruitgang van de kennis een kern van filosofische inzichten te erkennen, die in de geschiedenis van het denken steeds aanwezig zijn. Men denke, om een enkel voorbeeld te noemen, aan de beginselen van de non-contradictie, van de doelgerichtheid, van de oorzakelijkheid en ook aan de opvatting van de persoon als vrij en verstandelijk begaafd subject en aan zijn vermogen om God, de waarheid en het goede te kennen; verder denke men aan enkele morele principes die algemeen gedeeld worden. Deze en andere thema's geven aan dat er afgezien van de onderscheiden denkrichtingen een geheel van kennis bestaat, waarin men zoiets als een geestelijk erfgoed van de mensheid kan zien; net alsof we ons voor een impliciete wijsbegeerte bevinden, op grond waarvan iedereen zich ervan bewust is, deze beginselen, zij het in onduidelijke, niet doordachte vorm, te bezitten. Deze kennis zou, juist omdat zij op enigerlei wijze door allen gedeeld wordt, een soort referentiepunt van de verschillende wijsgerige scholen moeten zijn. Wanneer de rede in staat is, de eerste en algemene beginselen van het zijn te vatten en te formuleren en daarop op juiste wijze consequente, logische en ethische, conclusies te ontwikkelen, dan mag zij een 'rechte rede' of, zoals de antieke denkers haar noemden, orthos logos, recta ratio heten.

Document

Naam: FIDES ET RATIO
Over de verhouding van Geloof en Rede
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 september 1998
Copyrights: © 1998 - Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 13 juli 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam