• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het kinderlijke vertrouwen wordt beproefd - het bewijst zich - in de tegenspoed. Vgl. Rom. 5,3-5 De voornaamste moeilijkheid heeft betrekking op het smeekgebed, de voorbede voor onszelf of voor anderen. Sommige mensen houden zelfs op met bidden, omdat hun verzoek, naar zij denken, niet verhoord wordt. Op dit punt kunnen twee vragen gesteld worden: Waarom denken wij dat ons gebed niet verhoord is? Hoe kan ons gebed verhoord worden, hoe kan het "doeltreffend" zijn?

Waarom zouden we er ons over beklagen dat we niet verhoord worden?
Er is een constatering die ons eerst zou moeten verbazen. Wanneer wij God prijzen of Hem dank brengen voor zijn weldaden in het algemeen, zijn we er nauwelijks ongerust over om te weten of ons gebed Hem welgevallig is. Wij eisen daarentegen wel het resultaat te zien van ons verzoek. Wat is dan wel het beeld van God dat de drijfveer is van ons gebed: een middel dat wij kunnen gebruiken, of de Vader van onze Heer Jezus Christus?

Zijn wij ervan overtuigd dat "wij niet eens weten hoe wij behoren te bidden" (Rom. 8, 6)? Vragen wij aan God wel "de passende goederen"? Onze Vader weet wel wat wij nodig hebben, nog voordat wij het Hem kunnen vragen, Vgl. Mt. 6, 8 maar Hij verwacht van ons dat wij erom vragen, omdat de waardigheid van zijn kinderen berust op hun vrijheid. Welnu, men moet bidden met zijn Geest van vrijheid om echt te weten wat Hij verlangt. Vgl. Rom. 8, 27

"Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. En als gij bidt, krijgt ge het niet, omdat gij verkeerd bidt, met de bedoeling namelijk om wat ge krijgt uit te geven voor uw boze lusten" (Jak. 4,2-3). Vgl. de hele context Jak. 4,1-10; 1,5-8; 5,16 Als wij iets vragen met een innerlijk verdeeld hart, dat "trouweloos" (Jak. 4,4) is, dan kan God ons niet verhoren, want Hij wil voor ons het goede, het leven. "Of meent ge dat de Schrift zonder reden zegt: 'De geest die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid?"' (Jak. 4,5). Onze God verlangt naar ons met "jaloerse" zorg, wat een teken is van de waarachtigheid van zijn liefde. Laten wij binnengaan in het verlangen van zijn Geest en we zullen verhoord worden:

Wees niet bedroefd als je niet onmiddellijk van God krijgt wat je Hem vraagt. Hij wil je veel meer schenken als je met volharding bij Hem blijft. Evagrius van Pontus, De oratione. 34: PG 79, 1173, vert. uit Gr. Maar door ons bidden wil Hij verlangen oefenen waardoor wij kunnen ontvangen wat Hij ons wil geven. H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 130,8,17: CSEL 44, 59 (PL 33, 500) vert. Getijdenboek Lect. 11.7,75
Hoe kan ons gebed doeltreffend zijn?
De openbaring van het gebed in de heilseconomie leert ons dat het geloof berust op het handelend optreden van God in de geschiedenis. Het kinderlijke vertrouwen wordt gewekt door zijn handelend optreden bij uitstek: het lijden en de verrijzenis van zijn Zoon. Het christelijke gebed is een samenwerken met zijn Voorzienigheid, met zijn plan van liefde voor de mensen.

Bij de heilige Paulus is dat vertrouwen stoutmoedig, Vgl. Rom. 10,12-13 omdat het gegrondvest is op het gebed van de Geest in ons en op de trouwe liefde van de Vader die ons zijn enige Zoon gegeven heeft. Vgl. Rom. 8,26-39 De omvorming van het hart dat bidt, is het eerste antwoord op onze vraag.

Het gebed van Jezus maakt van het christelijke gebed een doeltreffend gebed. Jezus is het model van het christelijke gebed, Hij bidt in ons en met ons. Omdat het hart van de Zoon alleen maar nastreeft wat de Vader behaagt, hoe zou het hart van de aangenomen kinderen zich dan eerder aan de gaven dan aan de Gever kunnen hechten?

Jezus bidt ook voor ons, in plaats van ons en ten gunste van ons. Al onze vragen zijn eens en vooral samengebald in zijn kreet op het kruis en zijn verhoord door de Vader bij zijn verrijzenis, en daarom komt Hij onophoudelijk voor ons tussenbeide bij de Vader. Vgl. Heb. 5,7 Vgl. Heb. 7,25 Vgl. Heb. 9,24  Als ons gebed vastberaden verenigd wordt met dat van Jezus, in het vertrouwen en in de kinderlijke vrijmoedigheid, dan ver krijgen wij alles wat wij vragen in zijn naam, ja zelfs, meer dan dit of dat: de Heilige Geest zelf, in Wie alle gaven vervat zijn.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam