• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De Heilige Geest is "het levende water" dat, in het hart dat bidt, "opborrelt tot eeuwig leven" (Joh. 4, 14). De Heilige Geest leert ons om Hem te ontvangen bij de bron zelf: Christus. Welnu, er zijn in het christelijke leven bepaalde bronnen waarbij Christus ons opwacht om ons te overstelpen met de Heilige Geest:

Het woord van God

De Kerk "spoort met aandrang en op bijzondere wijze alle christenen aan (...) om door veelvuldige lezing van de heilige Schriften 'de alles overtreffende kennis van Jezus Christus' te verwerven (...). Zij moeten wel beseffen dat het lezen van de heilige Schrift vergezeld moet gaan van gebed om een dialoog te doen ontstaan tussen God en de mens; want 'tot Hem spreken wij, wanneer wij bidden, Hem horen wij, wanneer wij Gods woorden lezen"'. H. Ambrosius van Milaan, De Officiis Ministrorum. 1,88; vert. uit Lat aangehaald in: 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 25

De vaders van het geestelijk leven vatten, vrij naar Mt. 7,7 Vgl. Mt. 7, 7 , de gesteldheden van het hart dat door het woord van God in het gebed gevoed is als volgt samen: "Zoekt door te lezen, en ge zult vinden door de meditatie; klopt door te bidden, en men zal u opendoen door de contemplatie". Vgl. Guigo de Kartuizer, De ladder voor monniken naar God. Inleiding op de Lectio Divina, Scala Claustralium

De liturgie van de Kerk

De zending van Christus en van de Heilige Geest, die in de sacramentele liturgie van de Kerk het heilsmysterie verkondigt, actueel maakt en het meedeelt, krijgt een vervolg in het hart dat bidt. De vaders van de spiritualiteit vergelijken het hart soms met een altaar. Het gebed maakt zich de liturgie tijdens en na de viering ervan eigen en neemt ze in zich op. Zelfs wanneer het gebed gepraktiseerd wordt "in het verborgene" (Mt. 6, 6), is het altijd het gebed van de Kerk, het is gemeenschap met de Heilige Drie-eenheid. Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed, Institutio Generalis de Liturgia Horarum (7 apr 1985), 9. (in: Getijdenboek, Alg. inl. Eigen teksten blz. 24)

De theologale deugden

Men gaat het gebed in, zoals men de liturgie ingaat: door de nauwe poort van het geloof. Via de tekens van de aanwezigheid van de Heer zoeken en verlangen wij naar het gelaat van de Heer en willen wij zijn woord horen en in ons bewaren.

De Heilige Geest, die ons de liturgie leert vieren in de verwachting van de wederkomst van Christus, voedt ons op tot het gebed in de hoop. Omgekeerd voeden het gebed van de Kerk en het persoonlijke gebed in ons de hoop. Heel in het bijzonder leren ons de psalmen, met hun concreet en afwisselend taalgebruik, onze hoop te vestigen op God: "Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt en Hij sloeg acht op mij. Hij heeft geluisterd naar mijn roepen" (Ps. 40, 2). "Moge de God van de hoop u vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven, zodat gij overvloeit van hoop, door de kracht van de Heilige Geest" (Rom. 15, 13).

"En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken" (Rom. 5, 5). Het gebed dat door het liturgische leven gevormd wordt, put al zijn kracht uit de liefde, de liefde .. bemind worden in Christus en die ons in staat stelt om eraan te waarmee wij beantwoorden door lief te hebben zoals Hij ons heeft liefgehad. De liefde is bij uitstek de bron van het gebed; wie daaruit put, bereikt de toppen van het gebed:

Ik heb U lief, mijn God, en mijn enig verlangen is het U lief te hebben tot de laatste zucht van mijn leven. Ik heb U lief, mijn oneindig beminnelijke God, en ik zou liever sterven in liefde voor U dan leven zonder U lief te hebben. Ik heb U lief, Heer, en de enige gunst die ik van U vraag, is U voor altijd en eeuwig lief te hebben. (...) Mijn God, als mijn tong niet op alle ogenblikken kan zeggen dat ik U liefheb, dan wil ik dat mijn hart het voor U herhaalt, net zo vaak als ik ademhaal. Vgl. H. Johannes-Maria Vianney, Gebed
"Vandaag"

Wij leren bidden op vastgestelde ogenblikken: wanneer wij luisteren naar het woord van de Heer en wanneer wij deelnemen aan zijn paasmysterie; maar zijn Geest wordt ons te allen tijde, in de gebeurtenissen van elke dag, aangeboden om het gebed te laten opborrelen. De leer van Jezus over het gebed tot onze Vader ligt in dezelfde lijn als het onderwicht over de voorzienigheid: Vgl. Mt. 6, 11.34 de tijd is in handen van de Vader. in het heden worden wij geconfronteerd met de tijd, niet gisteren en ook niet morgen, maar vandaag: "Luistert heden dan naar zijn stem: Weest niet halsstarrig" (Ps. 95, 7-8).

Bidden bij de gebeurtenissen van elke dag en van elk ogenblik: dat is een van de geheimen van het rijk Gods die geopenbaard zijn aan de "kleinen", aan de dienaars van Christus, aan de armen uit de zaligsprekingen. Het is terecht en goed dat wij ervoor bidden dat de komst van het koninkrijk van gerechtigheid en vrede de loop van de geschiedenis beïnvloedt, maar het is ook van belang dat wij het deeg van de gewone alledaagse situaties doorkneden met het gebed. Elke vorm van gebed kan die gist zijn waarmee de Heer het rijk Gods vergelijkt. Vgl. Lc. 13, 20-21

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 4 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam