• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Christus' leerlingen "hebben zich bekleed met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid" (Ef. 4, 24). "Bevrijd van leugen" (Ef. 4, 25) moeten ze "alle boosheid, bedrog, valsheid en intriges afleggen" (1 Pt. 2, 1).
Vals getuigenis en meineed. Een uitspraak tegen de waarheid is bijzonder ernstig, wanneer die in het publiek wordt gedaan. Voor de rechtbank uitgesproken is het een vals getuigenis. Vgl. Spr. 19, 9 Wanneer dit onder ede gebeurt is het een meineed. Deze handelwijzen dragen ertoe bij, dat ofwel een onschuldige veroordeeld wordt, ofwel een schuldige vrijgesproken wordt, ofwel de straf van de beschuldigde verhoogd wordt. Vgl. Spr. 18, 5 Zij brengen de uitoefening van een eerlijke rechtspraak en de rechtvaardigheid van de vonnissen van de rechters ernstig in gevaar.
De eerbied voor de goede naam van personen verbiedt elke houding af elke uitspraak die hen onrechtmatige schade berokkent. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 220 Men maakt zich schuldig:
  • aan vermetel oordeel, wanneer men - zelfs stilzwijgend - zonder voldoende reden een morele fout van zijn medemens als waar aanneemt;
  • aan kwaadsprekerij, wanneer men zonder objectief geldige reden, gebreken en fouten van anderen onthult aan mensen, die er niet van op de hoogte waren; Vgl. Sir. 21, 28
  • aan laster, wanneer men door leugenachtige mededelingen schade berokkent aan de goede naam van de medemens en aanleiding geeft tot valse oordelen over hem.
Om vermetele oordelen te vermijden, moet iedereen ervoor zorgen de gedachten, woorden en daden van zijn naaste in een zo gunstig mogelijke zin uit te leggen:
Een goed Christen moet altijd meer geneigd zijn de uitspraak van zijn naaste positief te verstaan dan ze te veroordelen. Indien hij ze niet positief kan verstaan, moet hij vragen hoe zijn naaste de uitspraak verstaat; indien deze zijn uitspraak slecht bedoelt, moet hij hem met liefde terechtwijzen; en zo dit niet volstaat, moet hij alle geschikte middelen aanwenden opdat hij ze op de goede manier verstaat en zich redt. H. Ignatius van Loyola, Geestelijke Oefeningen. 22
Kwaadsprekerij en laster vernietigen de goede naam en de eer van de naaste . Welnu, iemands eer is de maatschappelijke erkenning van zijn menselijke waardigheid, en iedereen heeft van nature recht op eerbied voor zijn naam, zijn goede reputatie en zijn aanzien. Kwaadsprekerij en laster gaan zo in tegen de deugden van rechtvaardigheid en naastenliefde.

Af te wijzen is elk woord dat of elke houding die door vleierij, ogendienst of kruiperigheid, iemand aanmoedigt of bevestigt in de boosheid van zijn daden of in de verdorvenheid van zijn gedrag. Vleierij is een zware fout, als men zich daardoor medeplichtig maakt aan ernstige ondeugden af fouten. Het verlangen om iemand van dienst te zijn, of vriendschap rechtvaardigen geen dubbelhartig taalgebruik. Vleierij is een dagelijkse zonde, als men enkel de bedoeling heeft plezier te doen, een kwaad te vermijden, te voorzien in een behoefte of normaal toegestane voordelen te verwerven.

Grootspraak of opschepperij is een zonde tegen de waarheid. Dit geldt eveneens voor spot, als men erop uit is iemand te benadelen, door - op kwaadwillige wijze - een karikatuur te maken van een of ander aspect in zijn gedrag.
"Liegen is onwaarheden vertellen met de bedoeling te bedriegen". H. Augustinus, De mendacio. 4,5: PL 40: 491 De Heer klaagt in de leugentaal het werk van de duivel aan: "De vader uit wie gij zijt is de duivel (...) in hem is geen waarheid. Wanneer hij leugentaal spreekt, spreekt hij uit zijn eigen wezen, want een leugenaar is hij, ja, de aartsleugenaar" (Joh. 8, 44).
De leugen is de meest directe inbreuk op de waarheid. Liegen is spreken of handelen tegen de waarheid in om iemand op een dwaalspoor te brengen. Door het feit dat de leugen de relatie van de mens met de waarheid en met de naaste aantast, brengt zij schade toe aan de fundamentele verhouding van de mens en zijn spreken tot de Heer.
De ernst van de leugen hangt af van de aard van de waarheid die geschonden wordt, van de omstandigheden, van de bedoelingen van hem die liegt, en van het nadeel dat door de slachtoffers wordt ondervonden. Als de leugen op zichzelf slechts een dagelijkse zonde is, wordt zij toch tot een doodzonde, wanneer de deugden van rechtvaardigheid en van naastenliefde er ernstig door worden aangetast.
De leugen moet in haar wezen worden veroordeeld. Zij is een ontwijding van het woord, dat dient om de gekende waarheid aan anderen mede te delen. Het weloverwogen voornemen om de medemens op een dwaalspoor te brengen door uitspraken die tegen de waarheid ingaan, betekent dat men tekort doet aan de rechtvaardigheid en de naastenliefde. De schuld is groter, wanneer de bedoeling om te bedriegen het gevaar meebrengt rampzalige gevolgen te veroorzaken bij degenen die misleid zijn.
Omdat liegen de deugd van waarachtigheid aantast, betekent dit dat men zijn naaste werkelijk geweld aandoet. Men treft hem in zijn kenvermogen, dat het basisgegeven vormt voor elk oordeel en bij elke beslissing. De leugen bevat in de kiem de verdeeldheid der geesten en alle kwalen die daaruit voortvloeien. Liegen is rampzalig voor iedere samenleving: het ondermijnt het vertrouwen tussen mensen en verscheurt het weefsel van de sociale relaties.
Elke fout tegen de rechtvaardigheid en de waarheid begaan, brengt de verplichting tot herstel van de schade mee, zelfs als de dader vergiffenis verkregen heeft. Wanneer het onmogelijk is de schade in het openbaar te herstellen, moet het in het geheim gebeuren; als het niet mogelijk is de benadeelde rechtstreeks te vergoeden, moet men hem, in naam van de naastenliefde, morele genoegdoening geven. Deze verplichting tot herstel van de schade betreft ook de fouten die begaan zijn ten opzichte van andermans goede naam. Deze schadeloosstelling, morele en soms materiële, moet afgemeten worden naar de omvang van de toegebrachte schade. Dit herstel is in geweten verplicht.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 11 oktober 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam