• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De ontplooiing van de economische activiteiten en de groei van de productie zijn bedoeld om te voorzien in de menselijke behoeften. Het economisch leven heeft niet slechts tot doel de geproduceerde goederen te laten toenemen en de winst af de macht te vermeerderen; het moet op de eerste plaats afgestemd worden op de dienst aan de mens in zijn totaliteit en aan de hele menselijke gemeenschap. Ook al wordt de economische activiteit volgens haar eigen methoden geleid, toch dient zij zich te bewegen binnen de grenzen van de morele orde, overeenkomstig de sociale rechtvaardigheid, om aan Gods plan met de mens te beantwoorden. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 64
De menselijke arbeid komt rechtstreeks van de mensen die geschapen zijn naar Gods beeld en die als opdracht gekregen hebben met en voor elkaar de aarde te onderwerpen en zo het scheppingswerk voort te zetten. Vgl. Gen. 1, 28 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 34 H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 31 Werken is dus een plicht: "Als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten" (2 Tess. 3, 10). Vgl. 1 Tess. 4, 11 De arbeid is een eerbetoon aan de gaven van de Schepper en aan de talenten die men gekregen heeft. Hij kan ook een verlossende waarde hebben. Door de last van de arbeid te verdragen Vgl. Gen. 3, 14-19 in vereniging met Jezus, de werkman van Nazareth en de gekruisigde van Calvarië, werkt de mens in zekere zin mee met de Zoon van God aan het werk van de verlossing. Hij toont zich een leerling van Christus door elke dag het kruis op te nemen bij het uitvoeren van het werk dat hem is opgedragen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 27 De arbeid kan een middel tot heiliging zijn en ertoe bijdragen de aardse werkelijkheid te bezielen in de Geest van Christus.
In de arbeid brengt de mens een deel van de bekwaamheden tot ontplooiing, die hem van nature gegeven zijn. De oerwaarde die aan de arbeid toekomt, berust op de mens zelf, die de arbeid verricht en voor wie hij bestemd is. De arbeid is er voor de mens, niet de mens voor de arbeid. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 6 Iedereen moet de kans krijgen door zijn arbeid de middelen te verwerven om in zijn levensonderhoud en in dat van de zijnen te voorzien en om ten dienste te kunnen staan van de menselijke gemeenschap.
Iedereen heeft het recht op economisch initiatief en iedereen moet zijn talenten rechtmatig aanwenden om mee te werken aan het scheppen van een welvaart die aan allen voordeel brengt, en om de vruchten van zijn inspanningen te plukken. Hij moet er wel voor zorgen zich te schikken naar de regelgeving van de wettige overheid, zoals die met het oog op het algemeen welzijn is vastgelegd. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 32.34
In het economisch leven zijn verschillende belangen in het geding, die vaak onderling tegengesteld zijn. Dit verklaart waarom er conflicten ontstaan die eigen zijn aan het economisch leven. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 11 Men moet zich inspannen om deze conflicten op te lossen door onderhandelingen, die de rechten en de plichten van elke sociale partner respecteren: dat zijn met name de verantwoordelijken van de ondernemingen, de vertegenwoordigers van de werknemers, bijvoorbeeld de vakbonden, en zo nodig de overheid.
De verantwoordelijkheid van de staat. "De economische activiteit, en in het bijzonder die van de vrije markteconomie, kan zich niet ontwikkelen in een institutioneel, juridisch en politiek vacuüm. Ze veronderstelt dat de individuele vrijheid en het eigendomsrecht gewaarborgd worden, afgezien nog van een stabiele munt en van doeltreffende openbare diensten. De essentiële taak van de staat bestaat er juist in deze waarborg te verstrekken, opdat wie werkt, van de vruchten van zijn arbeid kan genieten en zich dus aangespoord voelt, zijn arbeid efficiënt en eerlijk te verrichten. De staat heeft de verplichting na te gaan of de mensenrechten in de economische sector worden nageleefd en toe te zien op de toepassing ervan; de eerste verantwoordelijkheid hiervoor komt echter niet toe aan de staat maar aan de instellingen, de groepen en de verenigingen, die de samenleving vormen. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 48
De verantwoordelijken van de ondernemingen dragen tegenover de samenleving de economische en ecologische verantwoordelijkheid voor hun activiteiten. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 37 Ze moeten rekening houden met het welzijn van de personen en niet enkel bekommerd zijn om vergroting van hun winst. Uiteraard moet er ook winst gemaakt worden. Daardoor worden immers investeringen mogelijk die de toekomst van de onderneming waarborgen en de werkgelegenheid garanderen.
Werkgelegenheid en de kans op het uitoefenen van een beroep moeten aan iedereen geschonken worden, zonder onrechtmatige discriminatie, dus zowel aan mannen als vrouwen, aan gezonden en gehandicapte mensen, autochtonen en vreemdelingen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 19.22-23 Naargelang de omstandigheden moet de samenleving van haar kant de burgers helpen aan werk en een betrekking te komen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 48
De rechtmatige vrucht van de arbeid is een rechtvaardig loon. Het is een ernstig onrecht het loon te weigeren of achter te houden. Vgl. Lev. 19, 13 Vgl. Deut. 24, 14-15 Vgl. Jak. 5, 4 Om het juiste bedrag van het loon vast te stellen moet men zowel met ieders nood als met ieders bijdrage rekening houden. "De arbeid moet zo worden beloond, dat daardoor de mens de mogelijkheid geboden wordt zijn eigen leven en dat van de zijnen menswaardig uit te bouwen in materieel, sociaal, cultureel en geestelijk opzicht, waarbij men rekening moet houden met ieders functie en productiviteit en ook met de situatie van het bedrijf en met het algemeen welzijn". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 67. § 2 Het feit alleen dat de partijen tot een akkoord zijn gekomen, volstaat niet om de hoogte van het loon moreel te rechtvaardigen.
Stakingen zijn moreel geoorloofd, voor zover ze beschouwd kunnen worden als onvermijdelijke, zo niet noodzakelijke middelen om een evenredig voordeel te bereiken. Ze zijn moreel onaanvaardbaar, wanneer ze gepaard gaan met gewelddadigheden of wanneer men ze gebruikt voor doelstellingen, die niet direct met de arbeidsvoorwaarden te maken hebben af die strijdig zijn met het algemeen welzijn.
Het is onrechtvaardig de bijdragen die door de wettige overheid zijn vastgesteld, niet over te maken aan de instanties voor de sociale zekerheid.

Werkloosheid is, voor allen die erdoor getroffen worden, bijna steeds een aantasting van hun waardigheid en een bedreiging voor het evenwicht in hun leven. Afgezien van het verlies dat iemand persoonlijk lijdt, vloeien daaruit ook tal van gevaren voor zijn gezin voort. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 18

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam