• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Overspel. Deze term wordt gebruikt om de ontrouw in het huwelijk aan te duiden. Wanneer twee partners, van wie er minstens één gehuwd is, met elkaar een seksuele relatie aangaan, zelfs van voorbijgaande aard, begaan ze overspel. Christus veroordeelt overspel en zelfs het verlangen alleen al hiernaar. Vgl. Mt. 5, 27-28 Het zesde gebod en het Nieuwe Testament veroordelen overspel op een absolute wijze. Vgl. Mt. 5, 32 Vgl. Mt. 19, 6 Vgl. Mc. 10, 11 Vgl. 1 Kor. 6, 9-10 De profeten geven het ernstig karakter ervan aan. In het overspel zien ze een beeld van de zonde van afgoderij. Vgl. Hos. 2, 7 Vgl. Jer. 5, 7 Vgl. Jer. 13, 27

Overspel is een onrecht. Wie overspel bedrijft, schiet tekort in de aangegane verplichtingen. Hij schendt het teken van het verbond namelijk de huwelijksband; hij schendt het recht van de andere partner en brengt schade toe aan de instelling van het huwelijk door het contract te verbreken waarop het steunt. Hij benadeelt het welzijn van het menselijk geslacht en van de kinderen, die behoefte hebben aan een stabiele verbondenheid tussen de ouders.

Echtscheiding
De Heer Jezus heeft met nadruk gewezen op de oorspronkelijke bedoeling van de Schepper, die gewild heeft dat het huwelijk onverbreekbaar zou zijn. Vgl. Mt. 5, 31-32 Vgl. Mt. 19, 3-9 Vgl. Mc. 10, 9 Vgl. Lc. 16, 18 Vgl. 1 Kor. 7, 10-11 Hij heft dan ook de inschikkelijkheid op, die in de oude wet binnengedrongen was. Vgl. Mt. 19, 7-9

Tussen gedoopten geldt "dat een huwelijk dat aangegaan en voltrokken is, door geen enkele menselijke macht en door geen enkele oorzaak, behalve de dood, kan ontbonden worden". Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1141

De feitelijke scheiding van de echtgenoten met behoud van de huwelijksband, kan in bepaalde gevallen, voorzien door het kerkelijk recht, geoorloofd zijn. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1151-1155
Indien de burgerlijke echtscheiding als enige mogelijkheid overblijft om bepaalde wettige rechten, de zorg voor de kinderen of de bescherming van het erfdeel veilig te stellen, kan ze gedoogd worden, zonder daarom een morele fout te betekenen.
Echtscheiding betekent een zware schending van de natuurwet. Men matigt zich het recht aan het contract te verbreken dat door de echtgenoten vrij aangegaan werd, om samen het leven te delen tot aan de dood. Echtscheiding is een inbreuk op het heilsverbond, waarvan het sacramentele huwelijk het teken is. Een feitelijke nieuwe verbintenis, zelfs al zou die door de burgerlijke wet erkend zijn, maakt de breuk nog ernstiger: de hertrouwde persoon bevindt zich dan in een situatie van publiek en blijvend overspel.
Als de echtgenoot, na de scheiding van zijn vrouw, een andere vrouw tot zich neemt, begaat hij echtbreuk, want hij laat deze vrouw echtbreuk plegen; en de vrouw die bij hem woont, begaat echtbreuk, omdat ze de echtgenoot van een andere vrouw tot zich getrokken heeft. H. Basilius van Caesarea, Moralia. reg. 73: PG 31, 849D-853B
De echtscheiding toont ook haar immoreel karakter door het feit dat zij een ontregeling teweegbrengt in het gezinsleven en in de samenleving. Deze ontregeling brengt zware schade met zich mee: voor de partner die in de steek gelaten wordt; voor de kinderen die blijvend lijden onder de scheiding van hun ouders en die zich heen en weer geslingerd voelen tussen hun ouders; ook echter voor de gemeenschap vanwege het aanstekelijke karakter, waardoor echtscheiding een ware sociale plaag wordt.
Het kan voorkomen dat één van de echtgenoten het onschuldig slachtoffer is van een echtscheiding die door de burgerlijke wet uitgesproken werd; in dit geval treft die persoon geen morele schuld. Er is een aanzienlijk verschil tussen de partij die zich eerlijk heeft ingezet om trouw te blijven aan het Sacrament van het Huwelijk en die ten onrechte in de steek werd gelaten, en de partij die door eigen ernstige schuld een huwelijk verbreekt dat kerkelijk geldig is. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 84
Andere zonden tegen de waardigheid van het huwelijk

Men kan zich het innerlijk conflict van een man voorstellen die verlangt zich tot het evangelie te bekeren, maar zich daardoor genoodzaakt ziet, één of meer vrouwen te verstoten, met wie hij gedurende jaren in huwelijksgemeenschap heeft geleefd. Toch is polygamie niet in overeenstemming met de zedenwet. Ze is "radicaal in tegenspraak met de gemeenschap van het huwelijk: ze loochent in feite rechtstreeks het plan van God, zoals dit ons vanaf het begin werd geopenbaard; ze is in strijd met de gelijke persoonlijke waardigheid van de vrouw en van de man, die zich in het huwelijk aan elkaar schenken met een liefde die totaal en daarom ook uniek en exclusief is" H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 19 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 47. § 2 Een christen die vroeger polygaam leefde, is op grond van de rechtvaardigheid ernstig gehouden om zijn verplichtingen na te komen, die hij tegenover zijn vroegere vrouwen en zijn kinderen is aangegaan.

Incest duidt op de intieme betrekkingen tussen mensen die bloed- of aanverwant zijn in een graad, die het huwelijk tussen hen niet toelaat. Vgl. Lev. 18, 7-20 De heilige Paulus betitelt deze zonde als bijzonder zwaar: "Men hoort spreken van ontucht onder u (...) dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader! (...) In naam van de Heer Jezus moeten wij (...) die man uitleveren aan de satan, tot ondergang van zijn lichaam...". (1 Kor. 5, 1.4-5) Incest verwoest de familieverhoudingen en wijst op een terugkeer naar de dierlijkheid.
Seksueel misbruik door volwassenen van kinderen of jongeren die aan hun zorg zijn toevertrouwd, kan men in verband brengen met incest. In dit geval is er sprake van een dubbel vergrijp vanwege de schandalige aanslag die gepleegd wordt op de morele en fysieke integriteit van de jongeren die er hun hele leven door getekend blijven. Bovendien gaat het om een ernstige schending van de verantwoordelijkheid van de opvoeders.

Men spreekt van ongehuwd samenwonen, wanneer een man en een vrouw weigeren een juridische en publieke vorm te geven aan hun verbintenis die de seksuele intimiteit insluit.

De uitdrukking "vrije liefde" is misleidend: wat kan de betekenis zijn van een liefdesrelatie, wanneer de personen zich niet aan elkaar binden en op die manier getuigenis afleggen van hun gebrek aan vertrouwen in de ander, in zichzelf of in de toekomst?

Ongehuwd samenwonen komt voor in zeer uiteenlopende situaties: het concubinaat, het afwijzen van het huwelijk als zodanig of het onvermogen om zich op lange termijn aan elkaar te binden. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 81 Al deze levenswijzen zijn in strijd met de waardigheid van het huwelijk: zij tasten de grondgedachte van het gezin aan; ze verzwakken de zin voor trouw. Ze zijn in strijd met de zedenwet: de huwelijksdaad mag uitsluitend plaatsvinden binnen het huwelijk; buiten dit kader is het steeds een zware zonde, die uitsluit van de sacramentele Communie.

Sommigen vragen tegenwoordig een soort "recht op proeftijd", wanneer ze de bedoeling hebben om een huwelijk te sluiten. Hoe serieus het voornemen ook moge zijn van hen die voortijdige seksuele betrekkingen aanknopen, "toch garanderen zulke voortijdige seksuele betrekkingen geenszins de oprechtheid en trouw in de interpersoonlijke relatie tussen man en vrouw en bieden ze bepaald geen bescherming tegen grillen en willekeur". Congregatie voor de Geloofsleer, Over enkele vraagstukken van de seksuele ethiek, Persona humana (29 dec 1975), 7 De lichamelijke vereniging is moreel alleen toegestaan, wanneer een definitieve levensgemeenschap tussen man en vrouw tot stand is gekomen. Liefde tussen mensen verdraagt geen "proefperiode". Liefde vraagt een totale en definitieve gave van de personen aan elkaar. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 80

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 1 maart 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam