• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De seksualiteit is gericht op de huwelijksliefde tussen man en vrouw. In het huwelijk groeit de lichamelijke intimiteit van de echtgenoten uit tot een teken en onderpand van de geestelijke gemeenschap. Tussen gedoopten wordt de huwelijksband geheiligd door het Sacrament.

"De seksualiteit waardoor man en vrouw zich aan elkaar geven door de eigen en exclusieve huwelijksdaden, is niet een zuiver biologisch gegeven, maar raakt de menselijke persoon in zijn diepste intimiteit. Ze is alleen echt menselijk, als ze een integrerend deel uitmaakt van de liefde waardoor man en vrouw zich tot de dood geheel aan elkaar binden". H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 11

Tobias kwam van het bed overeind en zei tot Sara: 'Sta op zuster, laten we bidden dat de Heer zich over ons ontferme'. En ze begonnen te bidden om bescherming en Tobias zei: 'Gezegend zijt Gij, God van onze vaderen (...) Gij hebt Adam gemaakt en hem Eva zijn vrouw tot hulp en steun gegeven. Uit hen is het menselijk geslacht voortgekomen. Gij hebt gezegd: Het is niet goed dat de mens alleen is; laten we een hulp voor hem maken die bij hem past. Welnu, Heer, als ik mijn zuster hier tot mij neem, ga ik geen ongeoorloofde verbinding aan, maar blijf ik trouw aan uw wet. Betoon mij uw barmhartigheid en laat mij aan haar zijde oud worden.' En Sara zei: 'Amen'. Daarop brachten zij samen de nacht door" (Tobit 8, 4-9).

"De daden waardoor de echtgenoten in kuise intimiteit één worden zijn eerzaam en waardig. Als zij op een werkelijk menswaardige wijze beleefd worden, betekenen en begunstigen zij de wederzijdse gave waardoor beide echtgenoten elkaar verrijken in vreugde en erkentelijkheid". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 49. § 2 De seksualiteit is een bron van vreugde en genot.

De Schepper zelf (...) heeft gewild dat de echtgenoten in deze dienst (van voortplanting) genot en bevrediging naar lichaam en geest zouden ondervinden. De echtgenoten doen dus niets slechts, wanneer ze dit genot nastreven en ervan genieten. Ze aanvaarden wat de Schepper voor hen heeft bestemd. Toch moeten de echtgenoten er zorg voor dragen, de grenzen van een gepaste matiging niet te overschrijden. Paus Pius XII, Toespraak, Tot het congres van de Italiaanse katholieke unie van verloskundigen over morele aspecten van huwelijksleven en zwangerschap, Vegliare con sollecitudine - Over morele aspecten van huwelijksleven en zwangerschap (29 okt 1951), 59
Door de eenwording van de echtgenoten wordt het dubbele doel van het huwelijk bereikt: het goed van de echtgenoten zelf en het doorgeven van het leven. Men kan deze twee betekenissen of waarden van het huwelijk niet van elkaar scheiden zonder het geestelijke leven van het paar grondig te veranderen af zonder de waarden van het huwelijk en de toekomst van het gezin in gevaar te brengen.

De huwelijksliefde van man en vrouw staat derhalve onder de dubbele eis van trouw en vruchtbaarheid.

De huwelijkstrouw
Het echtpaar vormt "een innige gemeenschap van leven en van echtelijke liefde, daar de Schepper gesticht en onder eigen wetten geplaatst. Deze gemeenschap komt tot stand door het huwelijksverbond, met andere woorden: door een onherroepelijk persoonlijk en wederzijds jawoord". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 48. § 1 Beiden geven zich definitief en totaal aan elkaar. Voortaan zijn ze niet meer twee, maar worden ze één vlees. De verbintenis die de echtgenoten uit vrije wil zijn aangegaan, legt hun de verplichting op deze gaaf en onverbreekbaar te bewaren. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1056 "Wat God heeft verbanden, mag de mens niet scheiden" (Mc. 10, 9). Vgl. Mt. 19, 1-12 Vgl. 1 Kor. 7, 10-11
De trouw is de uitdrukking van de standvastigheid in het gestand doen van het gegeven woord. God is trouw. Het Sacrament van het Huwelijk voert man en vrouw binnen in de trouw van Christus aan zijn kerk. Door de echtelijke kuisheid leggen de gehuwden tegenover de wereld getuigenis af van dit mysterie.
De heilige Johannes Chrysostomus roept jonggehuwde mannen op de volgende woorden tot hun echtgenote te richten: "Ik heb je in mijn armen genomen en ik hou van je, en ik stel je boven mijn eigen leven. Want het huidig leven gaat voorbij als ware het niets, en het is mijn vurigste wens om het met je zó te beleven dat we er zeker van zijn, niet van elkaar gescheiden te zullen worden in het leven dat voor ons is weggelegd (...) Ik stel jouw liefde boven alles en niets zou pijnlijker voor mij zijn dan niet dezelfde gedachten te koesteren als jij". H. Johannes Chrysostomos, Preken over de Brief aan de Efeziërs, In epistulam ad Ephesios. 20,8: PG 62, 146-147
De vruchtbaarheid van het huwelijk
De vruchtbaarheid is een gave en een doel van het huwelijk, want de echtelijke liefde streeft er van nature naar vruchtbaar te zijn. Het kind komt niet van buitenaf als een toevoegsel aan de wederzijdse liefde van de echtgenoten; het ontstaat in het hart zelf van deze wederzijdse gave, waarvan het een vrucht en voltooiing is. De Kerk "kiest partij voor het leven" H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 30 en houdt voor "dat elke huwelijksdaad per se open moet blijven voor het doorgeven van het leven". H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 11 "Deze leer, die herhaaldelijk door het kerkelijk leergezag werd uiteengezet, steunt op de onverbreekbare band, die God heeft gewild en die de mens op eigen initiatief niet mag verbreken: de band namelijk tussen de twee betekenissen van de huwelijksdaad: vereniging en voortplanting". H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 12 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930)
Geroepen om het leven te schenken, hebben de echtgenoten deel aan de scheppende kracht en het vaderschap van God. Vgl. Ef. 3, 14 Vgl. Mt. 23, 9 "De echtgenoten weten dat zij in hun taak om menselijk leven door te geven en op te voeden (wat als hun eigen zending beschouwd moet worden) de medewerkers van de liefde van de scheppende God zijn en als het ware de vertolkers ervan. Daarom moeten zij hun opdracht in menselijke en christelijke verantwoordelijkheid vervullen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 50. § 2
Een bijzonder aspect van deze verantwoordelijkheid betreft de regeling van de voortplanting. Om rechtmatige redenen kunnen de echtgenoten wensen de geboorten van hun kinderen te spreiden. Het komt hun toe, zich ervan te vergewissen dat dit verlangen niet voortkomt uit egoïsme, maar in overeenstemming is met de vereiste edelmoedigheid van een verantwoord ouderschap. Bovendien zullen zij hun gedrag moeten afstemmen op de objectieve criteria van de zedelijkheid:
Wanneer de verhouding tussen de huwelijksliefde en het verantwoord doorgeven van het leven aan de orde is, hangt het zedelijk karakter van het gedrag niet louter af van een oprechte bedoeling en van een afwegen van motieven; men moet die verhouding juist bepalen volgens objectieve criteria die ontleend zijn aan de natuur van de persoon en van zijn handelingen, d.w.z. criteria die binnen een context van ware liefde de volledige betekenis van de wederzijdse gave en van de menselijke voortplanting eerbiedigen; hiervoor is het beslist nodig dat de deugd van de echtelijke kuisheid met een oprecht hart beoefend wordt. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 51. § 3
"Slechts als men deze twee wezenlijke aspecten eerbiedigt, namelijk de vereniging en de voortplanting, bewaart de huwelijksdaad integraal de betekenis van de wederzijdse ware liefde en tevens de gerichtheid op de zeer verheven roeping van de mens tot het ouderschap". H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 12
De periodieke onthouding, de methoden van geboorteregeling die gebaseerd zijn op zelfobservatie en gebruikmaking van onvruchtbare periodes Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 16 zijn in overeenstemming met de objectieve criteria van de zedelijkheid. Deze methodes eerbiedigen het lichaam van de echtgenoten, ze bevorderen de wederzijdse tederheid en begunstigen de groei van waarachtige vrijheid. Intrinsiek slecht is daarentegen "elke handeling die - hetzij in het vooruitzicht op de huwelijksdaad, hetzij tijdens het verloop ervan, hetzij in de ontwikkeling van de natuurlijke gevolgen - als doel of als middel zou beogen de voortplanting onmogelijk te maken": H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 14
Tegenover het taalgebruik dat gewoon de wederzijdse en volledige gave van de echtgenoten weergeeft, plaatst de contraceptie een objectief tegengesteld taalgebruik volgens welk het er niet meer om gaat dat men zich volledig aan elkaar geeft. Daaruit volgt niet alleen de feitelijke afwijzing van de openheid voor het leven, maar ook een ontkrachting van de innerlijke waarheid van de huwelijksliefde, die een gave van de hele persoon veronderstelt. Dit antropologisch en moreel verschil tussen contraceptie en de gebruikmaking van periodieke ritmen houdt ten aanzien van de persoon en de menselijke seksualiteit twee verschillende opvattingen in, die niet tot elkaar te herleiden zijn. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 32
"Allen evenwel dient het duidelijk te zijn dat het menselijk leven en de opdracht om het door te geven niet beperkt blijven tot enkel deze wereld en dat die binnen dat kader ook niet hun volle omvang en volledige betekenis kunnen vinden, maar altijd hun referentiepunt bezitten in de eeuwige bestemming van de mensen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 51. § 4
De staat is verantwoordelijk voor het welzijn van de burgers. Daarom heeft hij het recht maatregelen te nemen om richting te geven aan de bevolkingsgroei. Dit kan gebeuren door middel van objectieve en respectvolle informatie, maar niet door autoritair ingrijpen of dwingende maatregelen. Het is niet aanvaardbaar dat de overheid zich in de plaats gaat stellen van de echtgenoten als de eerste verantwoordelijken voor de voortplanting alsook voor de opvoeding van hun kinderen. Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 37 Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 23 Op dit gebied heeft hij niet het gezag om in te grijpen met middelen die strijdig zijn met de zedenwet.
Het kind als geschenk
De heilige Schrift en de traditionele praktijk van de Kerk zien in de kinderrijke gezinnen een teken van Gods zegen en van de edelmoedigheid van de ouders. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 50. § 2
Voor echtparen die moeten vaststellen dat zij onvruchtbaar zijn, betekent dit een groot lijden. "Wat baten mij uw gaven?" zegt Abram tot God; "Want ik blijf maar kinderloos..." (Gen. 15, 2). "Geef mij toch kinderen" roept Rachel uit tot haar man Jakob, "anders ga ik dood!" (Gen. 30, 1).
Het wetenschappelijk onderzoek dat ten doel heeft de menselijke onvruchtbaarheid te verhelpen, moet aangemoedigd worden op voorwaarde dat het gericht is "op dienstbaarheid aan de menselijke persoon, aan zijn onvervreemdbare rechten, aan zijn waarachtig en integraal welzijn, en wel in overeenstemming met het plan en de wil van God". Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 2
De technieken die leiden tot een verstoring van de verwantschap door tussenkomst van iemand, vreemd aan het echtpaar, (afstaan van sperma of eicel, draagmoederschap) zijn hoogst verwerpelijk. Deze technieken (heterologe kunstmatige inseminatie en bevruchting) schenden het recht van het kind om geboren te worden uit een vader en een moeder, die het kent en die door het huwelijk met elkaar verbonden zijn. Zij gaan in tegen "het exclusieve recht dat men slechts vader en moeder wordt door eenwording van de een met de ander". Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 15
Wanneer bij deze technieken (homologe kunstmatige inseminatie en bevruchting) alleen de echtgenoten zelf worden ingeschakeld, zijn ze misschien minder zwaar te veroordelen, maar ze blijven toch moreel onaanvaardbaar. De seksuele daad wordt immers gescheiden van de voortplantingsdaad. De handeling waardoor het kind tot leven wordt gewekt, is dan geen handeling meer waarin twee personen zich aan elkaar geven; "het leven en de identiteit van het embryo worden toevertrouwd aan medische en biologische specialisten, en men maakt een begin met de overheersing van de techniek over de oorsprong en bestemming van de menselijke persoon. Een dergelijke verhouding van overheersing is op zichzelf in strijd met de waardigheid en de gelijkheid, die gemeenschappelijk moeten zijn aan ouders en kinderen". Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 18 "Wanneer de voortplanting niet gewild wordt als een vrucht van de huwelijksdaad, d.w.z. van de specifieke daad van eenwording van de echtgenoten, wordt ze in moreel opzicht beroofd van haar eigen volmaaktheid (...) Enkel het eerbiedigen van de band die er bestaat tussen de betekenissen van de huwelijksdaad en de eerbied voor de eenheid van het menselijk wezen, kunnen leiden tot een voortplanting die in overeenstemming is met de waardigheid van de menselijke persoon". Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 17
Het kind behoort niet tot de categorie van het "moeten", maar tot die van het "krijgen". Het "mooiste geschenk van het huwelijk" is de geboorte van een mens. Men mag het kind niet zien als een eigendomsobject. Tot die opvatting zou men komen, als men een zogenaamd "recht op een kind" erkent. In dit domein is er enkel het kind dat werkelijke rechten kan laten gelden: "vrucht te zijn van de specifieke daad van de echtelijke liefde van zijn ouders en eveneens het recht om als persoon geëerbiedigd te worden vanaf het moment van de conceptie". Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 21
Het Evangelie leert ons dat fysieke onvruchtbaarheid geen absoluut kwaad is. De echtgenoten die, na alle geoorloofde medische hulp te hebben aangewend, onder onvruchtbaarheid lijden, mogen hun troost zoeken bij het Kruis van de Heer, bron van elke geestelijke vruchtbaarheid. Zij kunnen hun edelmoedigheid tonen door verlaten kinderen te adopteren af door veeleisende diensten te bewijzen aan hun naaste.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 17 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam