• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Plichten van de kinderen
Het vaderschap van God is de oorsprong van het menselijk vaderschap; Vgl. Ef. 3, 14 daarop steunt de eer, die de mens aan zijn ouders verschuldigd is. De eerbied, zowel van de minderjarige als van de volwassene kinderen, voor hun vader en hun moeder, Vgl. Spr. 1, 8 Vgl. Tobit 4, 3-4 wordt gevoed door de natuurlijke eerbied, die ontstaat door de band die hen verenigt. Het goddelijk gebod vraagt om deze genegenheid. Vgl. Ex. 20, 12
Het respect voor de ouders (de kinderlijke piëteit) is gebaseerd op de erkentelijkheid voor hen die door de gave van het leven, door hun liefde en hun werk, de kinderen ter wereld gebracht hebben en hun de kans gegeven hebben om te groeien in gestalte, in wijsheid en genade. "Eer uw vader met heel uw hart en vergeet de barensweeën van uw moeder niet Bedenk dat gij uw leven aan hen te danken hebt! En wat kunt gij teruggeven van wat zij u gegeven hebben?" (Sir. 7, 27-28)
Kinderlijke eerbied komt tot uiting in waarachtige volgzaamheid en gehoorzaamheid. "Neem de voorschriften van uw vader in acht, mijn zoon, en verwerp de lering van uw moeder niet (...). Zij zullen u leiden waar gij gaat; zij waken over u waar gij ligt en wordt gij wakker, dan spreken zij u toe". (Spr. 6, 20-22) "Een wijze zoon laat zich door zijn vader vermanen, maar een spotter luistert niet naar verwijten". (Spr. 13, 1)
Zolang het kind in het huis van zijn ouders woont, moet het gehoorzamen aan elke vraag van de ouders, wanneer die vraag gerechtvaardigd wordt door het welzijn van het kind of dat van het gezin. "Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is de Heer welgevallig" (Kol. 3, 20). Vgl. Ef. 6, 1 De kinderen moeten ook gehoorzamen aan de redelijke voorschriften van hun opvoeders en van al diegenen waaraan de ouders hen hebben toevertrouwd. Maar indien een kind in geweten overtuigd is dat het zedelijk slecht is aan een bepaald bevel te gehoorzamen, mag het dit niet uitvoeren.
Ook wanneer ze gaandeweg volwassen worden, zullen de kinderen hun ouders blijven eerbiedigen. Zij zullen tegemoetkomen aan hun wensen, ze zullen hen graag om raad vragen en hun terechte vermaningen aanvaarden. Wanneer de kinderen zelfstandig worden, houdt de verplichting hun ouders te gehoorzamen op, maar niet het respect, dat zij blijvend verschuldigd zijn. Dat vindt immers zijn oorsprong in de vrees van God, die één van de gaven van de heilige Geest is.
Het vierde gebod herinnert de volwassen geworden kinderen aan hun verantwoordelijkheid tegenover hun ouders. In de mate van het mogelijke moeten zij hen materiële en morele hulp bieden, wanneer ze op leeftijd gekomen zijn en in periodes van ziekte, eenzaamheid of moedeloosheid. Jezus herinnert ons aan die plicht van erkentelijkheid. Vgl. Mc. 7, 10-12
De Heer heeft aan de vader aanzien gegeven bij zijn kinderen, en Hij heeft het oordeel van de moeder bindend gemaakt voor haar zonen. Wie zijn vader hoogacht, krijgt vergeving van zijn zonden en wie zijn moeder eer bewijst, is als iemand die schatten verzamelt. Wie zijn vader hoogacht, zal vreugde aan zijn kinderen beleven en als hij bidt, wordt hij verhoord. Wie zijn vader eer bewijst, zal lang leven, en wie luistert naar de Heer zal zijn moeder aanzien geven (Sir. 3, 2-6).

Zoon verzorg uw vader als hij oud is, en doe hem geen verdriet, zolang hij leeft. Ook al is zijn verstand verzwakt, gij moet het hem niet kwalijk nemen, en hem niet verachten, gij die nog al uw krachten hebt (...). Hij die zijn vader in de steek laat, staat gelijk met een godslasteraar en wie zijn moeder treitert, is door de Heer vervloekt (Sir. 3, 12-13.16).

De kinderlijke eerbied bevordert de harmonie van het hele gezinsleven en heeft ook invloed op de relaties tussen broers en zussen. De eerbied voor de ouders heeft een gunstige uitstraling op het hele familieleven. "De kroon van de bejaarden zijn hun kindskinderen" (Spr. 17, 6). "Verdraagt elkander liefdevol, in alle deemoed, zachtheid en lankmoedigheid" (Ef. 4, 2).
De christenen moeten een speciale dankbaarheid betonen tegenover degenen van wie ze de gaven van het geloof, de genade van het doopsel en het leven in de kerk ontvangen hebben. Dat kunnen hun ouders zijn, of andere familieleden, hun grootouders, zielzorgers, catechisten of andere leraren of vrienden. "Uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest, dat geloof dat eerst uw grootmoeder Loïs en uw moeder Eunike bezield heeft en nu ook, daarvan ben ik zeker, leeft in u" (2 Tim. 1, 5).
Plichten van de ouders
De vruchtbaarheid van de echtelijke liefde mag zich niet enkel beperken tot het ter wereld brengen van kinderen, maar moet zich uitstrekken tot hun zedelijke opvoeding en hun geestelijke vorming. "De rol van de ouders is zo belangrijk in de opvoeding dat ze haast onmogelijk vervangen kan worden". 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de Christelijke opvoeding, Gravissimum Educationis (28 okt 1965), 3 Het recht en de plicht van de ouders om hun kinderen op te voeden is onvervangbaar en onvervreemdbaar. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 36
Ouders moeten hun kinderen zien als kinderen van God en hen eerbiedigen als menselijke personen. Door zelf te gehoorzamen aan de wil van de hemelse Vader leren zij hun kinderen Gods wet te onderhouden.

De ouders zijn de eerste verantwoordelijken voor de opvoeding van hun kinderen. Zij nemen deze verantwoordelijkheid allereerst op door ervoor te zorgen dat hun huis een 'thuis' wordt, waar tederheid, vergevingsgezindheid, eerbied, trouw en belangeloze dienstbaarheid regel zijn. In het gezin kunnen deugden worden voorgeleefd en aangeleerd. Dit veronderstelt het aanleren van zelfverloochening, van gezond verstand en zelfbeheersing: voorwaarden om te komen tot echte vrijheid. De ouders moeten hun kinderen leren "de natuurlijke, fysieke en instinctieve strevingen ondergeschikt te maken aan de innerlijke en spirituele waarden". H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 36 Het betekent een ernstige verantwoordelijkheid voor de ouders om hun kinderen het goede voorbeeld te geven. Wanneer ze tegenover hen hun eigen fouten kunnen erkennen, zullen ze des te beter in staat zijn hen te leiden en te verbeteren.

"Wie zijn zoon liefheeft moet hem slagen blijven toedienen, wie zijn zoon goed opvoedt zal er wel bij varen" (Sir. 30, 1-2). "En gij, vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt ze op met christelijke tucht en vermaning" (Ef. 6, 4).
Het huisgezin vormt een natuurlijk milieu om de jonge mens solidariteit en sociale verantwoordelijkheden bij te brengen. De ouders zullen hun kinderen moeten leren om zich te hoeden voor geschipper en verderfelijke praktijken, die de menselijke samenleving bedreigen.

Door de genade van het Sacrament van het Huwelijk hebben de ouders de verantwoordelijkheid, maar ook het voorrecht ontvangen om aan hun kinderen de 'Blijde Boodschap' mee te delen. Al heel vroeg zullen zij hen in contact brengen met de christelijke heilsmysteries, want voor hun kinderen zijn de ouders de "eerste verkondigers" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11 Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1246. § 1 ervan. Vanaf hun prille jeugd zullen ze hen laten deelnemen aan het kerkelijk leven. De levensgewoonten in het gezin kunnen affectieve houdingen tot stand brengen, die gedurende het hele leven een waarachtige grondslag en steun voor het geloofsleven kunnen betekenen.

De geloofsopvoeding door de ouders moet beginnen vanaf de eerste levensjaren. Dit gebeurt al wanneer de leden van het gezin elkaar helpen om te groeien in het geloof door het getuigenis van een christelijke levenswandel in overeenstemming met het Evangelie. De gezinscatechese gaat vooraf aan en vergezelt en verrijkt de andere vormen van geloofsonderricht. De ouders hebben als taak hun kinderen te leren bidden en hen te helpen hun roeping als kinderen van God te ontdekken. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11 De parochie is de eucharistische gemeenschap en het hart van het liturgisch leven voor de christelijke gezinnen; het is een bevoorrechte plaats voor de catechese van kinderen en ouders.

Op hun beurt dragen de kinderen bij tot de heiliging van hun ouders. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 48. § 4 Allen zullen elkaar van harte en zonder ophouden vergiffenis schenken voor beledigingen, ruzies, onrechtvaardigheden of gebrek aan zorg. De wederzijdse genegenheid zet ertoe aan; de liefde van Christus vraagt het. Vgl. Mt. 18, 21-22 Vgl. Lc. 17, 4
Gedurende de kinderjaren komen de eerbied en de genegenheid van de ouders vooral tot uitdrukking in de zorg en de aandacht die ze aan hun kinderen besteden, namelijk door te voorzien in hun lichamelijke en geestelijke behoeften. Bij het opgroeien van de kinderen zal dezelfde eerbied en toewijding de ouders ertoe brengen hun kinderen te leren hun verstand en hun vrijheid op een juiste manier te gebruiken.
Omdat de ouders de eerste verantwoordelijken zijn voor de opvoeding van hun kinderen hebben ze ook het recht, voor hen een school te kiezen die beantwoordt aan hun eigen overtuiging. Dit is een fundamenteel recht De ouders hebben als plicht - voor zover mogelijk - díe scholen te kiezen die hen optimaal bijstaan in hun taak als christelijke opvoeders. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de Christelijke opvoeding, Gravissimum Educationis (28 okt 1965), 6 De overheid heeft de plicht dit recht van de ouders te waarborgen en de nodige voorwaarden voor de uitoefening ervan te verzekeren.
Wanneer de kinderen volwassen worden, hebben ze het recht en de plicht om zelf hun beroep en levensstaat te kiezen. Die nieuwe verantwoordelijkheid moeten ze op zich nemen in vertrouwvolle omgang met hun ouders. Graag zullen ze de mening en het advies van hun ouders vragen en ontvangen. De ouders moeten zich hoeden hun kinderen niet onder druk te zetten bij de keuze van een beroep of van een levenspartner. Maar de plicht van terughoudendheid verbiedt hun allerminst hun kinderen te helpen met weloverwogen raad, vooral wanneer ze de bedoeling hebben om een gezin te stichten.
Sommige mensen huwen niet, omdat ze de zorg voor hun ouders of voor hun broers of zussen op zich willen nemen, of om zich uitsluitend aan hun beroep te wijden of om andere achtenswaardige redenen. Zij kunnen in grote mate bijdragen tot het welzijn van de menselijke gemeenschap.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 19 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam