• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het gezin is de oorspronkelijke cel van het maatschappelijk leven . Het is de natuurlijke gemeenschap waarin man en vrouw geroepen zijn om zichzelf te geven in liefde en in het doorgeven van het leven. Het gezag, de stabiliteit en de onderlinge verhoudingen in de schoot van het gezin vormen de grondslag voor de vrijheid, de veiligheid en de broederlijkheid in de schoot van de samenleving. Het gezin is de gemeenschap waarin men van kindsbeen af de zedelijke waarden kan leren kennen, kan beginnen God eer te bewijzen en kan leren de vrijheid op een goede wijze te gebruiken. Het leven in gezinsverband is de inleiding in het sociale leven.

Het gezin moet zo leven, dat de leden leren zorg en verantwoordelijkheid te dragen voor jongeren en ouderen, voor zieken, gehandicapten en armen. Tal van gezinnen zijn op een gegeven ogenblik niet in staat deze hulp te verlenen. Het is dan de taak van andere personen, andere gezinnen, en zo nodig van de samenleving om in die noden te voorzien: "Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: wezen en weduwen opzoeken in hun nood en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld" (Jak. 1, 27)

Het gezin moet geholpen en verdedigd worden door gepaste sociale maatregelen. Als gezinnen niet in staat zijn om hun taken uit te voeren, hebben andere maatschappelijke instellingen de plicht om hulp te bieden en het gezin als instelling te ondersteunen. Volgens het subsidiariteitsbeginsel moeten de grotere gemeenschappen zich hoeden inbreuk te maken op de rechten van het gezin of zich te mengen in het gezinsleven.

Het belang van het gezin voor het leven en welzijn van de samenleving Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 47. § 1 brengt een bijzondere verantwoordelijkheid mee voor die samenleving, waar het gaat om de ondersteuning en de versterking van het huwelijk en het gezin. Het burgerlijk gezag moet het als een zwaarwegende taak beschouwen om "het ware wezen van het huwelijk en het gezin te erkennen, te beschermen en te bevorderen, de openbare zedelijkheid te verdedigen en het welzijn van de gezinnen te begunstigen". Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 52. § 2
De politieke gemeenschap heeft als plicht het gezin in ere te houden en bij te staan en met name het te verzekeren van:
  • de vrijheid om een gezin te stichten, kinderen te krijgen en die op te voeden in overeenstemming met de eigen morele en godsdienstige overtuigingen;
  • de bescherming van de bestendigheid van de huwelijksband en van het gezin als instelling;
  • de vrijheid om zijn geloof te belijden, het door te geven, zijn kinderen erin op te voeden met de daartoe vereiste middelen en instellingen;
  • het recht op privé-bezit, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op arbeid, op huisvesting en emigratie;
  • het recht op medische verzorging, op bijstand voor bejaarden, op kinderbijslag, volgens de instellingen van de afzonderlijke landen;
  • de bescherming van veiligheid en gezondheid, met name tegen gevaren van drugs, pornografie, alcoholisme;
  • de vrijheid om samen met andere gezinnen verenigingen op te richten om zo bij de publieke overheid vertegenwoordigd te kunnen zijn. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 46
Het vierde gebod werpt ook een licht op de andere verhoudingen in de samenleving . In onze broers en zussen zien wij de kinderen van onze ouders; in onze neven en nichten de afstammelingen van onze voorouders; in onze medeburgers de zonen en dochters van ons vaderland; in de gedoopten de kinderen van onze moeder de kerk; in ieder mens een zoon of dochter van Hem die "Onze Vader" genoemd wil worden. Zo zien wij in dat onze relaties met onze medemens beleefd kunnen worden als persoonlijke relaties. Onze medemens is geen "individu" in de grote massa; hij is "iemand" die bijzondere aandacht en respect verdient, omdat we zijn oorsprong kennen.
De menselijke gemeenschappen bestaan uit 'personen' . Een goed bestuur mag zich niet beperken tot het waarborgen van de rechten, het vervullen van de plichten en het trouw uitvoeren van de verbintenissen. Rechtvaardige verhoudingen tussen werkgevers en werknemers, tussen bewindslieden en burgers, veronderstellen een natuurlijke welwillendheid in overeenstemming met de waardigheid van de menselijke personen, die bekommerd zijn om rechtvaardigheid en broederlijkheid.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 5 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam