• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde vormen en bezielen de zedelijke deugden. Zo brengt de liefde ons ertoe alles aan God te geven wat wij, als schepselen, Hem moeten geven. De deugd van godsvrucht stelt ons tot deze houding in staat.

De aanbidding

De aanbidding is de eerste uiting van de deugd van godsvrucht. God aanbidden betekent: Hem als God, erkennen, als Schepper en als Verlosser, als Heer en Meester van al wat bestaat, als oneindige en barmhartige Liefde. "De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen" (Lc. 4, 8), zegt Jezus met een beroep op het boek Deuteronomium (Dt. 6, 13).

God aanbidden betekent: in eerbied en volledige onderdanigheid erkennen "hoe nietig het schepsel is", want het bestaat enkel door God. God aanbidden betekent: Hem loven en prijzen en zichzelf vernederen, zoals Maria in haar lofzang, terwijl men met dankbaarheid erkent dat Hij grote dingen heeft gedaan en dat zijn naam heilig is. Vgl. Lc. 1, 46-49 De aanbidding van de ene God bevrijdt de mens van zelfgenoegzaamheid, van de slavernij van de zonde en van de verafgoding van de wereld.

Het gebed
De daden van geloof, hoop en liefde, zoals die door het eerste gebod worden opgelegd, komen tot voltooiing in het gebed. Onze geest verheffen tot God is een uitdrukking van onze aanbidding van God: het is het gebed van lof en dankzegging, van voorspraak en smeekbede. Het gebed is een onmisbare voorwaarde om aan Gods geboden te kunnen gehoorzamen. "Gij moet altijd bidden en daarin niet versagen" (Lc. 18, 1).
Het offer
Het is goed God offers op te dragen als teken van aanbidding en dankbaarheid, als teken van ons smeekgebed en van onze gemeenschap met Hem: "Een waar offer is elk werk waardoor wij met God worden verbonden in een heilige gemeenschap. Dat wil zeggen: elk werk dat gericht is op het hoogste goed dat ons echt gelukkig kan maken, is een waar offer". H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. 10,6, vert. Getijdenboek Lect. II,6,123
Om waarachtig te zijn moet het uiterlijke offer de uitdrukking zijn van een geestelijke offerande: "Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af" (Ps. 51, 19). De profeten van het oude verbond hebben vaak de offers afgekeurd, die opgedragen werden zonder innerlijke betrokkenheid Vgl. Am. 5, 21-25 of zonder verband met de liefde tot de naaste. Vgl. Jes. 1, 10-20 Jezus brengt de woorden van Hosea in herinnering: "Ik wil liever barmhartigheid dan offers" (Mt. 9, 13)(Mt. 12, 7). Vgl. Hos. 6, 6 Het enige volmaakte offer is dat van Christus, die zich op het kruis als een volmaakte offerande uit liefde voor de Vader, voor ons heil heeft opgedragen. Vgl. Heb. 9, 13-14 Door ons bij zijn offer aan te sluiten kunnen wij van ons leven een offerande aan God maken.
Beloften en geloften
In verschillende levensomstandigheden wordt van de christen gevraagd beloften te doen aan God. In het doopsel en het vormsel, het huwelijk en het wijdingssacrament liggen steeds beloften vervat. Uit persoonlijke devotie kan een christen ook aan God de belofte doen, een bepaalde daad, een gebed, een aalmoes of een bedevaart te zullen verrichten. De trouw aan de belofte, aan God gedaan, is een teken van de eerbied die men aan de goddelijke majesteit verschuldigd is en van de liefde jegens de getrouwe God.
"Een gelofte, dit is een weloverwogen en vrijwillige belofte aan God gedaan met betrekking tot een mogelijk en beter goed, moet volbracht worden krachtens de deugd van godsdienstigheid". Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1191. § 1 De gelofte is een daad van godsvrucht, waarin de christen zichzelf aan God toewijdt of Hem een goed werk belooft. Door het vervullen van zijn geloften geeft hij dus aan God wat hij Hem heeft beloofd en toegewijd. In de Handelingen der Apostelen lezen wij hoe de heilige Paulus erom bekommerd was de geloften te vervullen, die hij gedaan had. Vgl. Hand. 18, 18 Vgl. Hand. 21, 23-24
De kerk kent een uitgesproken waarde toe aan de gelofte de evangelische raden te onderhouden: Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 654

Het is voor onze moeder, de Kerk, een reden tot vreugde, dat er in haar midden steeds vele mannen en vrouwen te vinden zijn die de ontlediging van de Verlosser van meer nabij navolgen en duidelijker voorhouden, door de armoede met de vrijheid van de kinderen van God te omhelzen en van hun eigen wil afstand te doen: zij onderwerpen zich namelijk omwille van God inzake volmaaktheid aan een mens in een mate die verder gaat dan het strikte gebod, om aan de gehoorzame Christus vollediger gelijkvormig te worden. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 42

In bepaalde gevallen kan de kerk, omwille van verantwoorde redenen, dispensatie van beloften en geloften verlenen. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 692.1196-1197

De sociale plicht tot godsdienstigheid en het recht op godsdienstvrijheid
"Alle mensen zijn ertoe gehouden de waarheid, vooral wanneer deze betrekking heeft op God en op zijn kerk, te zoeken en haar, zodra zij haar kennen, aan te nemen en te bewaren". 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 1 Deze plicht vloeit voort uit "de natuur van de mens zelf". 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 2 Dit is niet in strijd met een "waarachtige eerbied" voor de verscheidene godsdiensten "die toch niet zelden een straal weerspiegelen van die Waarheid, welke alle mensen verlicht", 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 2 noch met de plicht van naastenliefde die de christen aanspoort "om met liefde, voorzichtigheid en geduld om te gaan met de mensen die in dwaling leven of onwetend zijn omtrent het geloof". 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 14

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam