• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
"Meester, wat moet ik doen...?"

"Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven ?" Aan de jonge man die hem deze vraag stelt, antwoordt Jezus eerst met hem voor te houden dat het noodzakelijk is God te erkennen als de enige die "goed" is, als het goed bij uitstek en als de bron van alle goed. Vervolgens zegt Jezus hem: "Als gij het leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden". En daarop houdt Hij hem de geboden van de naastenliefde voor.. "Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, eer uw vader en uw moeder". Tenslotte vat Jezus al deze geboden op een positieve wijze samen: "Gij zult uw naaste beminnen als uzelf" (Mt. 19, 16-19).

Aan dit eerste antwoord voegt Jezus een tweede toe: "Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen" (Mt. 19, 21). Deze woorden zijn niet in strijd met het eerste antwoord. Jezus volgen omvat immers het onderhouden van de geboden. De wet wordt niet afgeschaft, Vgl. Mt. 5, 17 maar de mensen worden uitgenodigd om die terug te vinden in de persoon van de Meester, die de volkomen vervulling van de wet is. In de drie synoptische Evangelies wordt de uitnodiging die Jezus richt tot de rijke jongeling om Hem te volgen als een gehoorzame leerling die de geboden onderhoudt, in verband gebracht met de oproep tot armoede en kuisheid. Vgl. Mt. 19, 6-12.21.23.29 De evangelische raden zijn onlosmakelijk verbonden met de geboden.

Jezus heeft de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
hernomen, maar Hij heeft ook getoond hoe de kracht van de Geest in de letter doorwerkt. Hij heeft een gerechtigheid gepredikt "die uitgaat boven die van de schriftgeleerden en de Farizeeën" (Mt. 5, 20) en ook boven die van de heidenen. Vgl. Mt. 5, 46-47 Hij heeft alle verplichtingen van de geboden ontvouwd. "Gij hebt gehoord, dat tot uw voorouders gezegd is: gij zult niet doden... Maar lk zeg u: al wie vertoornd is op zijn broeder zal strafbaar zijn voor het gerecht" (Mt. 5, 21-22).

Wanneer men Hem de vraag stelt: "Wat is het voornaamste gebod in de wet?" (Mt. 22, 36), antwoordt Jezus: "Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand; dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de wet en de profeten" (Mt. 22, 37-40). Vgl. Deut. 6, 5 Vgl. Lev. 19, 18 De Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
moeten dus verklaard worden in het licht van dit dubbele en unieke gebod van de liefde die de vervulling is van de wet:

"Want de geboden: gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren, en alle andere kan men samenvatten in dit éne woord: bemin uw naaste als uzelf. De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad. Liefde vervult de gehele wet." (Rom. 13, 9-10)
De Tien Geboden in de heilige Schrift

Het woord "Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
" betekent letterlijk "tien woorden" (Ex. 34, 28)(Deut. 4, 13)(Deut. 10, 4). Deze "tien woorden" heeft God aan zijn volk gegeven op de heilige berg. Hij heeft ze geschreven "met zijn eigen vinger" (Ex. 31, 18)(Deut. 5, 22), in tegenstelling tot de andere voorschriften, die door Mozes werden opgetekend. Vgl. Deut. 31, 9.24 Het zijn Gods woorden bij uitstek. Zij zijn ons bewaard gebleven in het boek Exodus Vgl. Deut. 5, 6-22 en het boek Deuteronomium. Vgl. Deut. 5, 6-22 Vanaf het Oude Testament verwijzen de heilige boeken naar "de tien woorden", Vgl. Hos. 4, 2 Vgl. Jer. 7, 9 Vgl. Ez. 18, 5-9 maar pas in het nieuwe verbond in Jezus Christus zal hun volle betekenis geopenbaard worden.

Om de "Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
" te begrijpen moeten we ze eerst plaatsen in het kader van de uittocht, het grote verlossende optreden van God, dat het middelpunt is van het oude verbond. Of de "woorden" nu geformuleerd zijn als negatieve voorschriften, als verboden, of als positieve geboden (b.v. "Eer uw vader en uw moeder"), steeds geven de "tien woorden" de voorwaarden aan om een leven te leiden dat bevrijd is van de slavernij van de zonde. De decaloog is een weg ten leven:

Als gij Jahwe uw God bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften en bepalingen nakomt, dan zult gij leven en talrijk worden (Deut. 30, 16).

Deze bevrijdende kracht van de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
blijkt onder meer uit het gebod van de sabbatrust, dat eveneens van toepassing is op vreemden en slaven:

Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in Egypte en dat Jahwe uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. (Deut. 5, 15)

De "tien woorden" zijn de samenvatting en de verkondiging van de wet van God: "Deze woorden heeft Jahwe op de berg met luider stem tot heel het vergaderde volk gesproken uit het vuur en de donkere wolk. Hij heeft daar niets meer aan toegevoegd. Hij heeft ze op twee stenen platen gegrift en die aan mij ter hand gesteld" (Deut. 5, 22). Daarom worden deze twee tafels "de verbondsakte" genoemd (Ex. 25, 16). Zij bevatten inderdaad de bepalingen van het verbond, gesloten tussen God en zijn volk. Deze "platen (tafels) van het verbond" (Ex. 31, 18)(Ex. 32, 15)(Ex. 34, 29) moeten in "de ark" opgeborgen worden (Ex. 25, 16)(Ex. 40, 1-2).

De "tien woorden" zijn door God uitgesproken bij een theofanie of Godverschijning - "Op de berg, midden in het vuur heeft Jahwe van aangezicht tot aangezicht met u gesproken" (Deut. 5, 4). Zij behoren tot de openbaring die God geeft van zichzelf en van zijn heerlijkheid. In zijn geboden geeft God zichzelf en laat Hij ook zijn heilige wil blijken. En daarin juist openbaart God zich aan zijn volk.

Het geven van de geboden en van de Wet maakt deel uit van het verbond dat God met zijn volk heeft bezegeld. Volgens het boek Exodus werd de openbaring van de "Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
" aan het volk geschonken tussen het aanbod Vgl. Ex. 19 van het verbond en het sluiten ervan Vgl. Ex. 24 - nadat het volk zich ertoe verbonden had alles te "doen" wat de Heer bevolen had en er ook aan te "gehoorzamen" (Ex. 24, 7). De decaloog wordt pas meegedeeld na een verwijzing naar het verbond. ("Jahwe, onze God, heeft op de berg Horeb met ons een verbond gesloten": (Deut. 5,2)).

De Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
krijgen hun volle betekenis binnen het verbond. Volgens de Schrift vindt het zedelijk handelen van de mens zijn volle betekenis in en door het verbond. Het eerste van de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
herinnert aan de oorspronkelijke liefde van God voor zijn volk:

Tot bestraffing van de zonde is men overgegaan van het paradijs van de vrijheid naar de slavernij van deze wereld, en juist om deze reden handelt de eerste zin van de decaloog, het eerste van de Tien Geboden Gods, over de menselijke vrijheid: "Ik ben Jahwe uw God, die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis" (Ex. 20, 2)(Deut. 5, 6). Origenes van Alexandrië, Homiliae in Exodum. 8,1

De geboden in de strikte zin van het woord komen op de tweede plaats; ze laten ons zien wat het inhoudt aan God toe te behoren in een relatie zoals die door het verbond geschapen werd. Het morele leven is een antwoord op het liefdevol initiatief van God. Het betekent erkentelijkheid, hulde en dankzegging aan God. Het morele leven betekent ook medewerking aan de plannen die God in de geschiedenis wil verwezenlijken.

Dat God een verbond en een dialoog met de mens aangaat, blijkt ook nog uit het feit dat Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
in de eerste persoon gesteld zijn ("lk ben de Heer...") en zich richten tot een andere persoon ("Gij..."). In alle geboden van God wordt een persoonlijk voornaamwoord in het enkelvoud gebruikt om de aangesproken persoon aan te duiden. God laat op die wijze zijn wil kennen aan het gehele volk, maar tevens aan ieder persoonlijk:

De Heer legde ons het gebod van de liefde tot God op en leerde ons gerechtigheid te beoefenen tegenover de naaste, opdat de mens niet onrechtvaardig zou zijn of niet onwaardig tegenover God. Door de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
heeft God de mens voorbereid om zijn vriend te worden en om één van hart te zijn met zijn naaste (...) De woorden van de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
blijven ook voor ons (Christenen) deze betekenis behouden. Ze zijn geenszins afgeschaft, maar werden verruimd en verdiept door de komst van de Heer in het vlees. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 4,16,3-4
De Tien Geboden in de overlevering van de Kerk

Trouw aan de Schrift en in overeenstemming met het voorbeeld van Jezus, heeft de kerkelijke overlevering aan de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
een uiterst belangrijke betekenis toegekend.

Vanaf de heilige Augustinus krijgen de "Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
" een overwegend aandeel in het geloofsonderricht van de toekomstige dopelingen en de gelovigen. In de loop van de vijftiende eeuw ontstond de gewoonte om de geboden van de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
positief te formuleren en in verzen weer te geven om ze gemakkelijk te kunnen onthouden. Deze vorm wordt nog steeds aangewend bij het leren van de Tien Geboden. De catechismussen van de Kerk hebben de christelijke moraal vaak in de volgorde van de "Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
" uiteengezet.
De indeling en de nummering van de geboden is in de loop van de geschiedenis wel eens gewijzigd. Deze catechismus volgt de indeling van de geboden zoals de heilige Augustinus die heeft vastgelegd en zoals ze in de katholieke Kerk traditioneel is geworden. De lutherse belijdenissen volgen dezelfde indeling. De Griekse Kerkvaders kennen een enigszins andere indeling, die in de orthodoxe kerken en in de gereformeerde gemeenten wordt gebruikt.

De Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
verwoorden datgene wat de liefde tot God en tot de naaste van de mens vereist. De eerste drie geboden handelen meer over de liefde tot God en de zeven andere over de liefde tot de naaste.

"Zoals de liefde twee geboden bevat, waartoe de Heer de wet en de profeten herleidt (...) zo zijn de tien geboden ingedeeld in twee tafels. Drie ervan werden op de ene tafel neergeschreven, zeven op de andere tafel. H. Augustinus, Sermones. 33,2,2

Het Concilie van Trente leert dat de Christenen de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
moeten onderhouden en dat ook de gerechtvaardigde mens daartoe verplicht is. Vgl. Concilie van Trente, 6. Zitting - Decreet over de rechtvaardiging, Sessio VI - Decretum de iustificatione (13 jan 1547), 49-50 En het Tweede Vaticaans Concilie bevestigt dit: "Als opvolgers van de apostelen ontvangen de bisschoppen uit de handen van de Heer (...) de zending om alle volkeren te onderwijzen en aan alle schepselen het Evangelie te verkondigen, opdat alle mensen, door het geloof, het Doopsel en het onderhouden van de geboden, de zaligheid zouden verwerven. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 24

De eenheid van de decaloog

De Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
vormt één ondeelbaar geheel. Elk van de "woorden" verwijst naar ieder ander en naar allen samen; zij veronderstellen elkaar. De twee tafels verduidelijken elkaar: zij vormen een organische eenheid. Een gebod overtreden betekent ook tegenover alle andere tekortschieten. Vgl. Jak. 2, 10-11 Men kan zijn naaste niet eren zonder ook zijn Schepper te zegenen. Men kan God niet aanbidden zonder alle mensen, zijn schepselen, te beminnen. De Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
verenigen het theologale en sociale leven van de mens.

De decaloog en de natuurwet

De Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
maken deel uit van de goddelijke openbaring. Maar ze laten ons ook inzien waarin de ware "humaniteit" van de mens bestaat. Zij stellen de essentiële plichten in het licht en indirect ook de fundamentele rechten die onlosmakelijk met de natuur van de menselijke persoon verbonden zijn. De decaloog bevat een bevoorrechte uitdrukking van de "natuurwet".

"Vanaf het begin had God de voorschriften van de natuurwet in het hart van de mensen gegrift. Hij beperkte zich aanvankelijk ertoe hun die in herinnering te brengen. Dit waren de tien geboden" H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 4,15,1.

Hoewel de voorschriften van de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
toegankelijk zijn voor de rede alleen, zijn zij geopenbaard. Want om een volledige en zekere kennis van de verplichtingen van de natuurwet te verkrijgen had de zondige mensheid behoefte aan deze openbaring:

"Omwille van de verduistering van de rede en de ontsporing van de wil van de mens in de staat van zonde, was een duidelijke verklaring van de geboden van de decaloog noodzakelijk geworden" H. Bonaventura, In libros Sententiarum. 4,37,1,3.

Wij kennen de tien geboden van God door de goddelijke openbaring die ons in de Kerk wordt voorgehouden, en door de stem van ons zedelijk geweten.

De verplichtende kracht van de decaloog

Omdat de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
de fundamentele plichten van de mens tegenover God en tegenover zijn naaste uitdrukken, brengen ze, in hun oorspronkelijke inhoud, zware verplichtingen aan het licht. Zij zijn fundamenteel onveranderlijk en gelden dus altijd en overal. Niemand kan ervan ontslaan. De Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
zijn door God in het hart van de mensen gegrift.

Het nakomen van de geboden brengt ook nog verplichtingen mee, waarvan de materie op zichzelf licht is. Zo wordt door het vijfde gebod verboden zijn naaste met woorden te beledigen; maar dit kan enkel een zware fout worden wegens bepaalde omstandigheden of wegens de intentie van degene die ze uitspreekt.

"Zonder Mij kunt gij niets doen"

Jezus zegt: "Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets" (Joh. 15, 5). De vrucht waarvan hier sprake is, is de heiligheid van een leven, dat vruchtbaar geworden is door de vereniging met Christus. Wanneer wij in Jezus Christus geloven, deel hebben aan zijn mysteries en zijn geboden onderhouden, komt de Verlosser zelf om in ons zijn Vader en zijn broeders, onze Vader en onze broeders, te beminnen. Dankzij de heilige Geest wordt zijn persoon de levende en innerlijke regel van ons handelen. "Dit is mijn gebod dat gij elkander liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad" (Joh. 15, 12).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam