• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Sociale rechtvaardigheid kan slechts bereikt worden wanneer de transcendente waardigheid van de mens gerespecteerd wordt. De persoon is het einddoel van de gemeenschap, die op hem is geordend:
Het verdedigen en bevorderen van de menselijke waardigheid zijn ons toevertrouwd door de Schepper. In alle mogelijke historische omstandigheden zijn de mannen en de vrouwen ervoor verantwoordelijk en zijn zij ertoe gehouden. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 47

Eerbied voor de menselijke persoon houdt de eerbiediging in van de rechten die voortvloeien uit zijn waardigheid als schepsel. Deze rechten gaan aan de gemeenschap vooraf en dringen zich aan haar op. Ze vormen de grondslag voor de morele gerechtvaardigdheid van elk gezag: Wanneer een samenleving deze rechten kleineert of weigert ze in haar positieve wetgeving te erkennen, dan ondermijnt zij haar eigen morele legitimiteit. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 65 Zonder zo'n eerbied kan een gemeenschap slechts steunen op macht of geweld om te bereiken dat haar onderdanen haar gehoorzamen. Het komt de kerk toe, deze rechten bij de mensen van goede wil in herinnering te brengen, en ze te onderscheiden van misplaatste of valse pretenties.

Eerbied voor de menselijke persoon veronderstelt de eerbiediging van het principe: "Iedereen moet zijn naaste, zonder uitzondering, als een 'ander ik' beschouwen en daarbij vooral zorg dragen voor diens leven en voor de noodzakelijke middelen voor een menswaardig bestaan". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 27. § 1 Geen enkele wetgeving kan uit eigen kracht de angsten, de vooroordelen, de houdingen van hoogmoed en egoïsme doen verdwijnen die het vormen van werkelijk broederlijke gemeenschappen belemmeren. Zulke gedragingen houden slechts op door de naastenliefde, die in elke mens een "naaste", een broeder ziet.
De plicht elkaars naaste te worden en de ander daadwerkelijk te helpen, wordt nog dringender, wanneer deze naaste hulpbehoevend is, in welk opzicht dan ook. "Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan" (Mt. 25,40).

Deze plicht strekt zich ook uit tot diegenen die anders denken of handelen dan wij. Het onderricht van Christus vraagt zelfs de beledigingen te vergeven. Het gebod van de liefde, het gebod van de nieuwe wet, strekt zich ook uit tot alle vijanden. Vgl. Mt. 5,43-44 De bevrijding in de geest van het evangelie is onverenigbaar met de haat jegens de vijand als persoon, maar niet met het haten van het kwaad dat hij als vijand doet.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 30 maart 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam