• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"Onze heilige moeder de Kerk heeft sacramentalia ingesteld. Dit zijn heilige tekenen, waardoor, enigszins in navolging van de Sacramenten, vooral vruchten van geestelijke aard aangeduid en uit kracht van het smeekgebed van de Kerk verkregen worden. Door deze sacramentalia worden de mensen in de juiste gesteltenis gebracht om de eigenlijke vrucht van de Sacramenten te ontvangen en worden allerlei levensomstandigheden geheiligd". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 60 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1166 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 867. vert. uit Lat.

De kenmerken van de sacramentalia

Zij zijn door de kerk ingesteld om bepaalde kerkelijke ambten, levensstaten, allerlei omstandigheden van het christelijk leven te heiligen, evenals het gebruik van voorwerpen die van nut zijn voor de mens. Zij kunnen ook, naar de pastorale besluiten van de bisschoppen, beantwoorden aan de noden, de cultuur en de geschiedenis die eigen zijn aan het christenvolk van een bepaalde streek of tijd. Zij bevatten steeds een gebed, vaak vergezeld van en welomschreven teken, zoals de handoplegging, het kruisteken, de besprenkeling met wijwater (ter herinnering aan het Doopsel).

Zij vallen onder het priesterschap zoals dit door het Doopsel verleend wordt: elke gedoopte wordt geroepen een "zegen" Vgl. Gen. 12, 2 te zijn en te zegenen. Vgl. Lc. 6, 28 Vgl. Rom. 12, 14 Vgl. 1 Pt. 3, 9 Daarom kunnen leken bepaalde zegeningen verrichten; Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 79 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1168 hoe meer een zegening het kerkelijke en sacramentele leven betreft, hoe meer het voorgaan in een viering aan de gewijde bedienaar (bisschoppen, priesters of diakens) Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Over de zegeningen, De benedictionibus (1 jan 1984), 16.18 voorbehouden zal zijn.

De sacramentalia verlenen de genade van de heilige Geest niet op sacramentele wijze, maar door het gebed van de Kerk maken zij ons ontvankelijk voor de genade en gereed tot medewerking. "Bijna elke gebeurtenis in het leven van de gelovigen verkrijgt, als ze goed ingesteld zijn, een heiliging door de goddelijke genade die voortvloeit uit het paasmysterie van het lijden, de dood en de verrijzenis van Christus, waaraan alle sacramenten en sacramentalia hun kracht ontlenen, en vrijwel elk eerzaam gebruik van de stoffelijke dingen kan gericht worden op dit doel: de heiliging van de mens en de verheerlijking van God". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 61. vert. uit Lat.

De verschillende vormen van sacramentalia
Tot de sacramentalia behoren allereerst de zegeningen (van personen, maaltijden, voorwerpen, plaatsen). Elke zegening bestaat uit een lofprijzing van God en een gebed om zijn gaven te verkrijgen. In Christus zijn de Christenen door God de Vader "gezegend met elke geestelijke zegen" (Ef. 1, 3). De Kerk geeft daarom de zegen onder aanroeping van de naam van Jezus, hetgeen gewoonlijk gepaard gaat met het heilig teken van het kruis van Christus.
Bepaalde zegeningen hebben een werking van blijvende aard: zij wijden personen aan God toe of bestemmen voorwerpen of plaatsen voor het liturgisch gebruik. Onder de zegeningen die voor personen bestemd zijn - niet te verwarren met de sacramentele wijding - behoren de zegening van de abt of abdis van een klooster, de maagden- en weduwenwijding, de ritus van de religieuze geloften en de aanstelling tot bepaalde ambten in de Kerk (lectoren, acolieten, catechisten, enz.). Als zegening van zaken is de wijding van een kerk of een altaar, de zegening van de heilige oliën, de zegening van liturgisch vaatwerk of gewaden, klokken, enz. te noemen.
Men spreekt van exorcisme, wanneer de kerk publiek en gezagvol in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Boze en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Jezus zelf heeft het toegepast. Vgl. Mc. 1, 25. e.v. Ook de macht en de taak van de kerk om exorcisme toe te passen, komen van Jezus zelf. Vgl. Mc. 3, 15 Vgl. Mc. 6, 7.13 Vgl. Mc. 16, 17 In eenvoudige vorm wordt het exorcisme toegepast bij de viering van het Doopsel. Het plechtige, zogenaamde "grote exorcisme" mag alleen door een priester en met verlof van de bisschop worden uitgeoefend. Men moet hier met voorzichtigheid te werk gaan door de regels die door de Kerk vastgelegd zijn, strikt te onderhouden. Het exorcisme is bedoeld om duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing, uit kracht van het geestelijk gezag dat Jezus aan zijn Kerk heeft toevertrouwd. De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een ziekte, vooral een psychische ziekte. De behandeling daarvan valt onder de medische wetenschap. Voordat men een exorcisme uitspreekt, is het dus belangrijk na te gaan of het wel om een aanwezigheid van de duivel en niet om een ziekte gaat. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1172
De volksvroomheid

Afgezien van de sacramentele liturgie en de sacramentalia moet de catechese ook rekening houden met de uitingen van volksdevotie en volksreligiositeit. In alle tijden heeft de godsdienstzin van het christenvolk haar uitdrukking gevonden in allerlei godvruchtige praktijken die het sacramentele leven van de Kerk begeleiden, zoals de verering van relieken, het bezoek aan heiligdommen, bedevaarten, processies, de kruisweg, religieuze dansen, de rozenkrans, en medailles. Vgl. 2e Concilie van Nicea, 7e Zitting - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Sessio VII - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787), 1.3 Vgl. Concilie van Trente, 25e Zitting - Decreet over de verering van relikwieën van heiligen en over de afbeeldingen van heiligen, Sessio XXV - De invocatione, veneratione et reliquiis Sanctorum et sacris imaginibus (3 dec 1563), 2

Deze praktijken liggen in het verlengde van het liturgisch leven van de Kerk, maar ze zijn er geen vervanging van: "Men moet rekening houden met de liturgische tijden en deze oefeningen zo inrichten dat zij in harmonie zijn met de heilige liturgie, in zekere zin uit de liturgie voortkomen en het volk de weg wijzen naar de liturgie, die immers door haar aard hoog boven deze oefeningen uitsteekt". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 13. vert. uit Lat.
Pastoraal onderscheidingsvermogen is nodig om de volksreligiositeit te begeleiden en te ondersteunen en, zo nodig, de godsdienstzin die aan deze devoties ten grondslag ligt uitzuiveren en bijsturen, zodat voortgang wordt geboekt in de kennis van het Christusmysterie. De praktijk van de volksvroomheid is onderworpen aan de zorg en het oordeel van de bisschoppen en aan de algemene normen van de kerk. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Catechese geven in onze tijd, Catechesi Tradendae (16 okt 1979), 54 De volksreligiositeit is in de kern een geheel van waarden dat, vanuit een christelijke wijsheid, antwoord geeft op de grote vragen van het bestaan.Het gezond verstand van het katholieke volk heeft een aangeboren talent tot het maken van een synthese van het menselijk bestaan. Zo bewerkt het op creatieve wijze een verbinding tussen het goddelijke en het menselijke, Christus en Maria, geest en lichaam, de Kerk als gemeenschap en de Kerk als instelling, tussen persoon en gemeenschap, geloof en vaderland, verstand en gevoel. Deze wijsheid is een christelijk humanisme dat radicaal de waardigheid van elk wezen als kind van God bevestigt, dat een fundamentele broederlijkheid sticht, dat met de natuur leert om te gaan en inzicht geeft in de arbeid, dat alle reden geeft om zelfs te midden van de harde kanten van het bestaan met vreugde en goed humeur te leven. Deze wijsheid geeft het volk ook een onderscheidingsvermogen, een evangelisch instinct waardoor het spontaan aanvoelt wanneer in de Kerk het Evangelie op de eerste plaats komt, of wanneer de inhoud ervan door andere belangen wordt uitgehold en verstikt. Latijns-Amerika (CELAM), 3de Algemene Vergadering van Latijns-Amerikaanse bisschoppen Puebla (13 feb 1979), 448 Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 48. vert. uit Lat.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 11 oktober 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam