• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De hoofdpersonen van het huwelijksverbond zijn een gedoopte man en een gedoopte vrouw, vrij om het Huwelijk te sluiten, die in vrijheid hun instemming geven. "Vrij zijn" betekent:

  • niet onder dwang handelen;
  • niet belet zijn door een wet van de natuur of van de Kerk.

De Kerk beschouwt de instemming (consensus) die de echtgenoten uitwisselen als het onontbeerlijk element "waardoor het Huwelijk tot stand komt". Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1057. § 1 Zonder instemming is er geen huwelijk.

De instemming bestaat uit een "menselijke daad waardoor de echtgenoten zich wederzijds geven en ontvangen": 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 48. § 1 vgl. vert. Getijdenboek Lect. I,1,130 e.v. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1057. § 2, vert. uit Lat. "Ik aanvaard je als mijn vrouw. Ik aanvaard je als mijn man". Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Rituale Romanum ex decreto sacrosancti Oecumenici Concilii Vaticani II renovatum, auctoritate Pauli Pp. VI editum Ioannis Pauli Pp. II cura recognitum, Ordo celebrandi Matrimoniam, editio typica altera (19 mrt 1990). 62, vert. Het huwelijk (NL) blz 2; Orde van Dienst voor de Liturgie van het Huwelijk (B), 46-47 Deze instemming die beide echtgenoten met elkaar verbindt, komt tot voltooiing doordat beiden "één vlees worden". Vgl. Gen. 2, 24 Vgl. Mc. 10, 8 Vgl. Ef. 5, 31

De instemming moet een daad van de wil van elk van beide partijen zijn, vrij van dwang of ernstige vrees van buitenaf.Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1103 Door geen enkele menselijke macht kan deze instemming vervangen worden. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1057. § 1 Als deze vrijheid ontbreekt, is het huwelijk ongeldig.

Om deze reden (of om andere redenen die het huwelijk nietig maken Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1095-1107) kan de Kerk nadat de situatie door een bevoegde kerkelijke rechtbank onderzocht is "het huwelijk nietig verklaren" dit wil zeggen: vaststellen dat het huwelijk nooit heeft bestaan. In deze gevallen zijn beide partijen vrij om te huwen al moeten ze zich houden aan natuurlijke verplichtingen die voortvloeien uit een eventuele voorafgaande verbintenis. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1071. §§1.3

De priester (of de diaken) die bij de huwelijkssluiting assisteert, aanvaardt de instemming van de echtgenoten in naam van de Kerk en spreekt er de zegen van de Kerk over uit. De aanwezigheid van de kerkelijke bedienaar (en ook van de getuigen) drukt op zichtbare wijze uit dat het Huwelijk een kerkelijke dimensie heeft.

Daarom vraagt de kerk in de regel aan de gelovigen de kerkelijke vorm van de huwelijkssluiting te eerbiedigen. Vgl. Concilie van Trente, 24e Zitting - Decreet "Tametsi" - Canones over een hervorming van het Huwelijk, Sessio XXIV - De clandestinitate matrimonium irritante (11 nov 1563), 1-3. DS 1813-1816 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1108 Er zijn verschillende redenen voor deze bepaling:

  • het sacramentele Huwelijk is een liturgische handeling. Het is daarom passend het in de openbare liturgie van de Kerk te vieren;
  • door het Huwelijk wordt men ingevoegd in een kerkelijke ordo, waardoor binnen de Kerk tussen de gehuwden onderling en tegenover de kinderen rechten en plichten ontstaan;
  • aangezien het Huwelijk een levensstaat in de Kerk is, moet er zekerheid bestaan over het Huwelijk (vandaar de verplichting getuigen te hebben);
  • het publieke karakter van de instemming beschermt het eenmaal gegeven jawoord en is een hulp om er trouw aan te blijven.

Opdat het jawoord van de echtgenoten een vrije en verantwoordelijke daad is, en het huwelijksverbond, zowel vanuit menselijk als vanuit christelijk oogpunt, een stevige en duurzame grondslag heeft, is een voorbereiding op het huwelijk van allerhoogst belang:

Het voorbeeld en het onderricht van de ouders en de familie blijven de bevoorrechte weg voor deze voorbereiding.

De zielzorgers en de christelijke gemeenschap spelen als "huisgenoten van God" een onontbeerlijke rol in de overdracht van de menselijke en christelijke waarden van het huwelijk en het gezin. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1063 Vooral in onze tijd is dit belangrijks gezien het feit dat vele jongeren komen uit gebroken gezinnen die niet meer voldoende borg kunnen staan voor deze initiatie:

Jongeren moeten op aangepaste wijze en tijdig worden voorgelicht - bij voorkeur in de schoot van het gezin zelf - over de waardigheid van de huwelijksliefdes de functie en uitoefening ervan opdat zij gevormd tot een kuis leven na een eerbare verloving te gepaster tijd kunnen trouwen. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 49. § 3. vert. uit Lat.

De gemengde huwelijken en het verschil in eredienst
In vele landen komen gemengde huwelijken (tussen een katholiek en een gedoopte niet-katholiek) vrij vaak voor. Zij vragen bijzondere aandacht van de echtgenoten en zielzorgers; de huwelijken waar sprake is van een verschil in eredienst (tussen een katholiek en een niet-gedoopte) verlangen een nog grotere omzichtigheid.
Het verschil in confessie tussen de echtgenoten is geen onoverkomelijke hindernis voor het huwelijks mits beiden met elkaar weten te delen wat elk in zijn eigen gemeenschap heeft ontvangen en zij van elkaar leren hoe zij hun trouw aan Christus beleven. Men moet echter de moeilijkheden bij gemengde huwelijken niet onderschatten. Die komen voort uit het feit dat de verdeeldheid onder de christenen nog niet overwonnen is. De echtgenoten lopen het gevaar de weerslag van het drama van de verdeeldheid onder de christenen in hun eigen gezin te ondervinden. Het verschil in eredienst kan de moeilijkheden nog vergroten. Verschil van mening over het geloof, verschil in opvattingen over het huwelijk zelf, maar ook het verschil in godsdienstige mentaliteit kunnen in het huwelijk een bron van spanningen zijn voornamelijk bij de opvoeding van kinderen. Men kan dan verleid worden tot godsdienstige onverschilligheid.
Voor een geoorloofd gemengd huwelijk is volgens het recht dat in de Latijnse Kerk van kracht is de uitdrukkelijke toestemming van het kerkelijk gezag nodig. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1124 In geval van verschil in eredienst is voor de geldigheid van het huwelijk een uitdrukkelijke dispensatie in het beletsel vereist. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1086 Deze toestemming of dispensatie veronderstelt dat beide partijen de doeleinden en wezenlijke eigenschappen van het huwelijk kennen en niet uitsluiten; en ook dat de katholieke partij instemt met de verplichting - waarvan de niet-katholieke partij op de hoogte is gebracht - om het eigen geloof te bewaren en het doopsel en de opvoeding van de kinderen binnen de katholieke Kerk te waarborgen. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1125
Dank zij de oecumenische dialoog hebben in vele streken de betreffende christelijke gemeenschappen een gemeenschappelijke pastorale benadering voor gemengde huwelijken opgezet. Ze heeft tot taak voor deze echtparen een hulp te zijn om hun bijzondere situatie in het licht van het geloof te beleven. Ze moet hen ook helpen de spanningen te overwinnen die kunnen ontstaan vanwege de verplichtingen die de echtgenoten tegenover elkaar en tegenover hun kerkelijke gemeenschappen hebben. Ze moet de ontplooiing van wat de echtgenoten in het geloof gemeenschappelijk hebben en het respect voor wat hen van elkaar scheidt aanmoedigen.
Bij huwelijken met verschil in eredienst heeft de katholieke partij een bijzondere taak; want "met de vrouw is de niet-gelovige man geheiligd en met de man de niet-gelovige vrouw" (1 Kor. 7, 14). Het is een grote vreugde voor de christelijke partij en voor de kerk wanneer deze "heiliging" leidt tot een vrijwillige bekering van de andere partij tot het christelijk geloof. Vgl. 1 Kor. 7, 16 Oprechte huwelijksliefde, de nederige en geduldige beleving van de familiale deugden en het volhardend gebed kunnen de niet-gelovige partner erop voorbereiden de genade van de bekering te ontvangen.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 december 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam