• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Ziekte in het menselijk leven

Ziekte en lijden behoren van oudsher tot de ernstigste problemen waardoor het menselijk leven beproefd wordt. In de ziekte ervaart de mens zijn onmacht, beperktheid en eindigheid. Elke ziekte is een voorbode van de dood.

Ziekte kan leiden tot angst, tot terugval op zichzelf, soms zelfs tot wanhoop of opstandigheid tegenover God. Ze kan iemand ook tot een grotere rijpheid brengen, hem helpen te onderscheiden wat in zijn leven niet wezenlijk is, om zich te keren tot datgene wat dat wel is. Heel vaak leidt ziekte ertoe God te zoeken en naar Hem terug te keren.

De zieke ten overstaan van God

De oudtestamentische mens beleeft ziekte voor Gods aanschijn. Hij stort zijn klachten over zijn ziekte voor God uit Vgl. Ps. 38 en bidt Hem, de Meester over leven en dood, om genezing. Vgl. Jes. 38 Ziekte wordt een weg van bekering, Vgl. Ps. 38, 5 Vgl. Ps. 39, 9.12 en de vergeving van God leidt de genezing in. Vgl. Ps. 32, 5 Vgl. Ps. 107, 20 Vgl. Mc. 2, 5-12 Israël ervaart dat ziekte op mysterieuze wijze met zonde en kwaad te maken heeft en dat trouw aan Gods wet het leven schenkt: "Want Ik, de Heer, ben uw geneesheer" (Ex. 15, 26). De profeet voelt aan dat lijden ook voor de zonden van anderen verlossend kan zijn. Vgl. Jes. 53, 11 Tenslotte kondigt Jesaja aan dat er voor Sion een tijd zal komen dat God elke fout zal vergeven en elke ziekte zal genezen. Vgl. Jes. 33, 24

Christus als geneesheer

Het medelijden van Christus voor de zieken en de talrijke genezingen van allerlei gebrekkigen Vgl. Mt. 4, 24 zijn een schitterend teken van het feit dat "God genadig heeft neergezien op zijn volk" (Lc. 7, 16) en dat het rijk Gods heel nabij is. Christus heeft niet enkel de macht om te genezen, maar ook die om zonden te vergeven: Vgl. Mc. 2, 5-12 Hij is gekomen om de gehele mens naar ziel en lichaam te genezen; Hij is de geneesheer die de zieken nodig hebben. Vgl. Mc. 2, 17 Zijn medelijden met al wie lijden, gaat zo ver dat Hij zich met hen vereenzelvigt: "Ik was ziek en gij hebt mij bezocht" (Mt. 25, 36). Zijn voorliefde voor alle noodlijdenden heeft in de loop der eeuwen zonder ophouden de bijzondere aandacht van de Christenen gewekt voor allen die lichamelijk en geestelijk lijden. Zij staat aan de oorsprong van de onvermoeibare inspanningen om hen op te beuren.

Vaak vraagt Jezus van de zieken dat zij geloven. Vgl. Mc. 5, 34.36 Vgl. Mc. 9, 23 Om te genezen maakt Hij gebruik van tekens: speeksel en handoplegging, Vgl. Mc. 7, 32-36 Vgl. Mc. 8, 22-25 slijk en afwassing. Vgl. Mc. 1, 41 Vgl. Mc. 3, 10 Vgl. Mc. 6, 56 De zieken willen Hem aanraken, Vgl. Mc. 1, 41 Vgl. Mc. 3, 10 Vgl. Mc. 6, 56 "want er ging van Hem een kracht uit die allen genas" (Lc. 6, 19). In de Sacramenten houdt Christus niet op ons "aan te raken" om ons te genezen.

Ontroerd door zoveel lijden laat Christus niet alleen toe dat de zieken Hem aanraken, Hij maakt hun ellende tot de zijne: "Hij heeft onze zwakheden weggenomen en onze ziekten heeft Hij gedragen" (Mt. 8, 17) Vgl. Jes. 53, 4 . Hij heeft niet alle zieken genezen. Zijn genezingen waren tekens van de komst van het rijk Gods. Zij kondigen een diepere genezing aan: de overwinning op zonde en dood door zijn Pasen. Op het kruis heeft Christus heel het gewicht van het kwaad op zich genomen Vgl. Jes. 53, 4-6 en de "zonde van de wereld" weggenomen (Joh. 1, 29), waarvan de ziekte slechts een gevolg is. Door zijn lijden en dood op het kruis heeft Christus aan het lijden een nieuwe zin gegeven: het geeft ons voortaan de mogelijkheid met Hem gelijkvormig te worden en ons met zijn verlossend lijden te verenigen.

"Geneest de zieken..."

Christus nodigt zijn leerlingen uit Hem te volgen door op hun beurt hun kruis op te nemen. Vgl. Mt. 10, 38 Door Hem te volgen, verwerven zij een nieuw zicht op ziekte en op zieken. Jezus verbindt hen met zijn leven van onthechting en dienstbaarheid. Hij laat hen delen in zijn dienstwerk van medelijden en genezing: "Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren. Zij dreven veel duivels uit, zalfden zieken met olie en genazen hen" (Mc. 6, 12-13).

De verrezen Heer vernieuwt deze opdracht ("In Mijn naam {...} zullen zij aan zieken de handen opleggen en dezen zullen genezen zijn": (Mc. 16, 17-18)) en bevestigt die door de tekens die de Kerk verricht onder aanroeping van Zijn naam. Vgl. Hand. 9, 34 Vgl. Hand. 14, 3 Deze tekens laten op bijzondere wijze zien dat Jezus waarlijk "God is die redt". Vgl. Mt. 1, 21 Vgl. Hand. 4, 12

Aan sommigen geeft de heilige Geest een speciale gave om ziekten te genezen, Vgl. 1 Kor. 12, 9.28.30 waarmee de kracht van de genade van de Verrezene getoond wordt. Niet altijd echter verkrijgt het gebed, hoe intens ook, genezing van ziekten. Zo krijgt de heilige Paulus van de Heer te horen: "je hebt genoeg aan mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid volkomen" (2 Kor. 12, 9). Het lijden dat ik te verduren krijg, kan als zin hebben "dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus ten bate van zijn lichaam dat de Kerk is" (Kol. 1, 24), zo leert ons de heilige Schrift.

"Geneest zieken!" (Mt. 10, 8). Dit is de taak die de Kerk van de Heer heeft ontvangen en zij tracht die zowel door haar zorg voor de zieken als door haar voorbede, waarmee zij hen bijstaat, te verwezenlijken. Zij gelooft in de levenwekkende aanwezigheid van Christus, geneesheer van ziel en lichaam. Deze aanwezigheid is bijzonder werkzaam door de Sacramenten, en heel speciaal door de Eucharistie, brood dat eeuwig leven geeft Vgl. Joh. 6, 54.58 en waarvan de heilige Paulus aangeeft dat het in verband staat met de lichamelijke gezondheid. Vgl. 1 Kor. 11, 30

De apostolische Kerk kent echter een specifieke ritus ten gunste van de zieken, waarover de heilige Jakobus getuigt: "Is iemand onder u ziek? Laat hij de presbyters van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden" (Jak. 5, 14-15). De Overlevering heeft in deze ritus één van de zeven Sacramenten van de Kerk erkend. Vgl. H. Paus Innocentius I, Ad Decentium, Si instituta ecclesiastica (19 mrt 416), 2. DH 216 Vgl. Concilie van Florence, Decreet, 8e Sessie - Decreet voor de Armeniërs, Exsultate Deo (22 nov 1439), 14-15. DH 1324-1325] Vgl. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van het Heilig Oliesel, Sessio XIV - Doctrina de sacramento extremae unctionis (25 nov 1551), 2-3.8-9

 

Een Sacrament voor zieken

De Kerk gelooft en belijdt dat één van de zeven Sacramenten in het bijzonder bestemd is om hen te sterken die door ziekte beproefd worden: de Ziekenzalving:

De heilige Ziekenzalving werd door Christus onze Heer ingesteld als een Sacrament van het Nieuwe Verbond, een Sacrament in de waarachtige en eigenlijke zin van het woord; door Marcus Vgl. Mc. 6, 13 werd het bedekt aangeduid, maar door de apostel Jakobus, de broeder des Heren, is het aan de gelovigen aanbevolen en uitdrukkelijk verkondigd. Vgl. Jak. 5, 14-15 Vgl. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van het Heilig Oliesel, Sessio XIV - Doctrina de sacramento extremae unctionis (25 nov 1551), 2
Zowel in het Oosten als in het Westen bestaan er van oudsher in de liturgische traditie getuigenissen over zalvingen van zieken met gezegende olie. In de loop der eeuwen werd de Ziekenzalving steeds meer slechts toegediend aan hen die op het punt stonden te sterven. Vandaar dat men was gaan spreken van het "laatste Oliesel". Ondanks deze ontwikkeling heeft de liturgie nooit nagelaten de Heer te bidden de zieke gezond te maken, indien dit hem tot heil strekt. Vgl. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van het Heilig Oliesel, Sessio XIV - Doctrina de sacramento extremae unctionis (25 nov 1551), 3

In navolging van het Tweede Vaticaans Concilie 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 73 heeft de Apostolische constitutie "H. Paus Paulus VI - Apostolische Constitutie
Sacram Unctionem Infirmorum
Over het Sacrament van de Ziekenzalving
(30 november 1972)
" van 30 november 1972 voor de Romeinse ritus het volgende vastgesteld:

Het Sacrament van de Ziekenzalving wordt toegediend aan zieken die in gevaar verkeren; zij worden op het voorhoofd en op de handen gezalfd met speciaal hiervoor gezegende olijfolie of, naargelang van de omstandigheden, met andere speciaal hiervoor gezegende olie, van plantaardige afkomst, waarbij slechts eenmaal deze woorden worden uitgesproken: "Moge onze Heer Jezus Christus door deze heilige zalving en door zijn liefdevolle barmhartigheid u bijstaan met de genade van zijn heilige Geest. Moge Hij u van zonden bevrijden, u heil brengen en verlichting geven". Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 847. § 1

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam