• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"Bekwaam tot het ontvangen van het Doopsel is ieder mens die nog niet gedoopt is, en alleen deze". Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 864 Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 679

Het Doopsel van volwassenen

Sinds het ontstaan van de Kerk is in die streken waar nog niet lang geleden het Evangelie verkondigd is, het Doopsel van volwassenen de meest voorkomende situatie. Aan het catechumenaat (voorbereiding op het Doopsel) is dan een belangrijke plaats voorbehouden. Het is een inwijding in het geloof en het christelijk leven en het moet de kandidaten ontvankelijk maken voor de gave Gods in het Doopsel, het Vormsel en de Eucharistie.

Het catechumenaat of de vorming van de geloofsleerlingen heeft tot doel hen, als antwoord op het goddelijk initiatief en in vereniging met een kerkelijke gemeenschap, de mogelijkheid te bieden hun bekering en hun geloof tot rijpheid te laten komen. Het gaat om "een oefenschool voor het algehele christelijke leven waardoor de leerlingen met Christus, hun Leraar, worden verbonden. De geloofsleerlingen moeten daarom op passende wijze worden ingewijd in het heilsmysterie en de beoefening van de evangelische leefwijze en door heilige riten, op achtereenvolgende tijden te vieren, worden ingeleid in het leven van geloof, liturgie en liefde van het Volk van God". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 14 Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Orde van dienst voor het catechemunaat, Ordo initiationis christianae adultorum (6 jan 1972), 19.98. vert uit Lat.
De geloofsleerlingen "zijn al met de Kerk verbonden, zijn reeds huisgenoten van Christus en leiden niet zelden een leven van geloof, hoop en liefde". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 14. vert. uit Lat. "Hun moeder de Kerk omringt hen reeds als haar kinderen met liefdevolle zorg". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 14 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 206.788. § 3, vert uit Lat.
Het Doopsel van kinderen

Aangezien kinderen geboren worden met een gevallen natuur en besmet met de erfzonde, hebben ook zij de nieuwe geboorte in het Doopsel nodig, Vgl. Concilie van Trente, 5e Zitting - Decreet over de erfzonde, Sessio V - Decretum super peccato originali (17 juni 1546), 4 om aan de machten van de duisternis ontrukt te worden en overgebracht te worden naar het domein van de vrijheid van de kinderen Gods, Vgl. Kol. 1, 12-14 waartoe alle mensen geroepen zijn. Het Doopsel van kinderen laat heel duidelijk zien dat de genade van het heil louter om niet gegeven wordt. De Kerk en de ouders zouden het kind dan ook de onschatbare genade om kind van God te worden ontzeggen, indien zij het niet kort na de geboorte zouden laten dopen. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 867 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 681 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 686. 1

De doop van kleine kinderen is sinds onheuglijke tijden een traditie in de Kerk. Sinds de tweede eeuw wordt er uitdrukkelijk van getuigd. Het is echter goed mogelijk dat reeds vanaf het begin van de apostolische prediking er ook kinderen gedoopt werden Vgl. Hand 16, 15.33 Vgl. Hand. 18, 8 Vgl. 1 Kor. 1, 16 , toen hele gezinnen het Doopsel ontvingen. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie over het Doopsel van kinderen, Pastoralis actio (20 okt 1980)
Geloof en Doopsel

Het Doopsel is het sacrament van het geloof. Vgl. Mc. 16, 16 Om te geloven heeft men echter de gemeenschap van gelovigen nodig. Enkel binnen het geloof van de Kerk kan iemand gelovig zijn. Het geloof dat voor het Doopsel vereist wordt, is niet een volmaakt en rijp geloof, maar een beginnend geloof dat geroepen is zich te ontwikkelen. Men vraagt aan de geloofsleerling of aan zijn peter: "Wat vraagt u van de Kerk van God ?" En hij antwoordt: "Het geloof!"

Bij alle gedoopten, zowel kinderen als volwassenen, moet het geloof na het Doopsel groeien. Daarom ook viert de Kerk elk jaar in de paasnacht de vernieuwing van de doopbeloften. De voorbereiding op het Doopsel voert enkel tot de drempel van het nieuwe leven. Het Doopsel is de bron van het nieuwe leven in Christus, waaruit heel het christelijk leven ontspringt.

Voor de ontplooiing van de doopgenade is de hulp van de ouders belangrijk. Hier ook ligt de rol van de peter of de meter, die overtuigde gelovigen moeten zijn, in staat en bereid om de pasgedoopte, kind of volwassene, te helpen op de weg van het christelijk leven. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 872-874 Hun taak is werkelijk een kerkelijke functie (officium). Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 67 Heel de kerkelijke gemeenschap draagt een deel van de verantwoordelijkheid voor de ontplooiing en het behoud van de doopgenade.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 1 februari 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam