• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De voorafbeeldingen van het Doopsel in het Oude Verbond

Bij de zegening van het doopwater in de liturgie van de Paasnacht gedenkt de Kerk op plechtige wijze de grote gebeurtenissen uit de heilsgeschiedenis die reeds een voorafbeelding waren van het mysterie van het Doopsel:

God, met onzichtbare macht bewerkt Gij door de sacramenten wonderbare dingen en op velerlei wijzen hebt Gij het water, uw schepping, toebereid om de genade van het Doopsel aan te duiden. H. Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, ex Decr. Sacr. Oec. Conc. Vat. II instauratum, auctoritate Pauli PP. VI promulgatum, ed. typica, Missale Romanum (3 apr 1969). Paaswake 42; zegening van het doopwater (hier en in de volgende citaten van het zegeningsgebed wordt gebruik gemaakt van een eigen vertaling)

Sinds het ontstaan van de wereld is het water, dat nederig en wonderlijk schepsel, de bron van leven en vruchtbaarheid. Volgens de heilige Schrift "bebroedt" de Geest van God het als het ware: Vgl. Gen. 1, 2

In het begin van de wereld zweefde uw Geest over de wateren, opdat zij toen reeds kracht zouden ontvangen om te heiligen. H. Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, ex Decr. Sacr. Oec. Conc. Vat. II instauratum, auctoritate Pauli PP. VI promulgatum, ed. typica, Missale Romanum (3 apr 1969). Paaswake 42; zegening van het doopwater, vert. uit Lat.

De Kerk heeft in de ark van Noach een voorafbeelding van het heil door het Doopsel gezien, Door haar bleven inderdaad "slechts enkelen, niet meer dan acht personen, behouden te midden van het water" (1 Pt. 3, 20):

De zondvloed hebt Gij gemaakt tot beeld van de wedergeboorte, zodat hetzelfde water het einde der zonde en het begin van nieuw leven betekende. H. Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, ex Decr. Sacr. Oec. Conc. Vat. II instauratum, auctoritate Pauli PP. VI promulgatum, ed. typica, Missale Romanum (3 apr 1969). Paaswake 42; zegening van het doopwater, vert. uit Lat.

Terwijl bronwater symbool is voor het leven, is zeewater dat voor de dood. Daarom kon het water een beeld zijn van het mysterie van het kruis. Deze symboliek maakt dat het Doopsel de gemeenschap met de dood van Christus aanduidt.

Vooral de doortocht door de Rode Zee, de ware bevrijding van Israël uit de Egyptische slavernij, kondigt de bevrijding door het Doopsel aan:

Gij hebt de kinderen van Abraham droogvoets door de Rode Zee laten trekken, opdat zij die uit de slavernij van Farao waren bevrijd, een voorafbeelding zouden zijn van het volk der gedoopten. H. Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, ex Decr. Sacr. Oec. Conc. Vat. II instauratum, auctoritate Pauli PP. VI promulgatum, ed. typica, Missale Romanum (3 apr 1969). Paaswake 42; zegening van het doopwater, vert. uit Lat.

Tenslotte is ook de doortocht door de Jordaan een voorafbeelding van het Doopsel. Toen verkreeg het Volk van God het land dat beloofd was aan het nageslacht van Abraham, beeld van het eeuwig leven. De belofte van dit gelukzalig erfdeel wordt vervuld in het Nieuwe Verbond.

Het doopsel van Christus

Alle voorafbeeldingen van het Oude Verbond worden in Jezus Christus tot vervulling gebracht. Hij begint zijn openbaar leven nadat Hij zich door de heilige Johannes de Doper heeft laten dopen in de Jordaan Vgl. Mt. 3, 13 en, na zijn verrijzenis, geeft Hij de volgende zending aan zijn apostelen: "Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb" (Mt. 28, 19-20). Vgl. Mc. 16, 15-16

Onze Heer heeft zich uit vrije wil aan het doopsel van de heilige Johannes, dat bestemd was voor de zondaars, ondergaan om "de gerechtigheid volledig te vervullen" (Mt. 3, 15). Deze daad van Jezus is een uiting van zijn zelfontlediging" (Fil. 2, 7). De Geest die over de wateren van de eerste schepping zweefde, daalt dan neer over Christus, als voorspel van de nieuwe schepping, en de Vader openbaart Jezus als zijn "veelgeliefde Zoon" (Mt. 3, 16-17).

In zijn Pasen heeft Christus de bronnen van het doopsel voor alle mensen geopend. Hij had inderdaad reeds gesproken over zijn lijden dat Hij te Jeruzalem zou ondergaan, als over een "doopsel" waarmee Hij gedoopt moest worden (Mc. 10, 38). Vgl. Lc. 12, 50 Het bloed en het water die uit de doorstoken zijde van de gekruisigde Jezus vloeiden (Joh. 19, 34), zijn voorafbeeldingen van het Doopsel en de Eucharistie, Sacramenten van het nieuwe leven. Vgl. 1 Joh. 5, 6-8 sindsdien is het mogelijk "geboren te worden uit water en geest" om het rijk Gods binnen te gaan (Joh. 3, 5).

Kijk waar gij gedoopt zijt. Waar komt het Doopsel anders vandaan, dan van het kruis van Christus, van de dood van Christus. Heel het mysterie is hierin gelegen, dat Hij voor u geleden heeft. In Hem zijt gij vrijgekocht, in Hem zijt gij gered. H. Ambrosius van Milaan, Over de Sacramenten, De Sacramentis (1 jan 387), 6. 2,2,6: PL 16, 444, vert. uit Lat.
Het Doopsel in de Kerk

De Kerk heeft vanaf de dag van Pinksteren het heilig Doopsel gevierd en toegediend. De heilige Petrus verklaart inderdaad aan het volk dat diep getroffen was door zijn prediking: "Bekeert u, en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van zijn zonden. Dan zult gij de gave van de heilige Geest ontvangen" (Hand. 2, 38). De apostelen en hun medewerkers dienen het Doopsel toe aan al wie in Jezus gelooft: joden, zij die God vrezen, heidenen. Vgl. Hand. 2, 41 Vgl. Hand. 8, 12-13 Vgl. Hand. 10, 48 Vgl. Hand. 16, 15 Altijd blijkt het Doopsel verbonden te zijn met het geloof: "Geloof in de Heer Jezus, dan zult gij en uw huis gered worden", verklaart de heilige Paulus aan zijn gevangenbewaarder te Filippi. Het verhaal gaat verder: "Terstond daarna werd hij met al de zijnen gedoopt" (Hand. 16, 31-33).

Volgens de heilige apostel Paulus deelt de gelovige door het Doopsel in de dood van Christus; hij wordt met Hem begraven en verrijst met Hem:

Gij weet toch dat de doop, waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood ? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden (Rom. 6, 3-4). Vgl. Kol. 2, 12

De gedoopten zijn "met Christus bekleed" (Gal. 3, 27). Door toedoen van de heilige Geest is het Doopsel een bad dat zuivert, heiligt en rechtvaardigt. Vgl. 1 Kor. 6, 11 Vgl. 1 kor. 12, 13

Het Doopsel is dus een waterbad waarin "het onvergankelijke zaad" van het woord van God zijn levenwekkende uitwerking heeft. Vgl. 1 Pt. 1, 23 Vgl. Ef. 5, 26 De heilige Augustinus zegt over het Doopsel: "Het woord voegt zich bij het element en het wordt een sacrament". H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 80,3: PL 35, 1840, vert. uit Lat.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam