• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Op het einde der tijden zal het rijk Gods zijn volheid bereiken. Na het algemeen oordeel zullen de rechtvaardigen voor altijd met Christus heersen, verheerlijkt in ziel en lichaam, en het heelal zelf zal vernieuwd worden:
Dan zal de Kerk "haar voltooiing in de hemelse heerlijkheid bereiken, wanneer samen met het menselijk geslacht ook heel de wereld, die nauw met de mens verbonden is en door hem haar einddoel nadert, in Christus hersteld zal worden." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 48. vert. uit Lat.
Deze mysterievolle vernieuwing die de mensheid en de wereld van gedaante zal doen veranderen, noemt de Schrift "een nieuwe hemel en een nieuwe aarde" (2 Pt. 3, 13). Vgl. Openb. 21, 1 Dit zal de definitieve verwezenlijking zijn van Gods heilsplan "het heelal in Christus onder een hoofd te brengen, alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde", in Hem (Ef. 1, 10).
In dit "nieuwe heelal" Vgl. Openb. 21, 5 , het hemelse Jeruzalem, zal God zijn verblijf hebben onder de mensen. "Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij" (Openb. 21, 4). Vgl. Openb. 21, 27
Voor de mens zal deze voltooiing de uiteindelijke verwezenlijking zijn van de eenheid van het menselijk geslacht, die door God vanaf de schepping gewild is en waarvan de pelgrimerende kerk "als het ware het sacrament" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 1 was. Zij die met Christus verenigd zullen worden, zullen de gemeenschap van de verlosten zijn, de heilige stad van God (Openb. 21, 2), "de bruid van het Lam" (Openb. 21, 9). Deze zal niet meer te lijden hebben onder zonde, onreinheid Vgl. Openb. 21, 27 of eigenliefde, die de aardse gemeenschap van mensen verwoesten of verwonden. De gelukzalige aanschouwing waarin God zich op onuitsprekelijke wijze zal openbaren aan de uitverkorenen, zal de eeuwig stromende bron van geluk, vrede en onderlinge gemeenschap zijn.
Wat het heelal betreft, bevestigt de openbaring de hechte lotsverbondenheid tussen de materiële wereld en de mens:
Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen (...). Maar zij is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid (...). Wij weten immers dat de hele natuur kreunt en barensweeën lijdt, altijd door. En niet alleen zij, ook wij zelf, die toch reeds de eerstelingen van de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten over ons eigen lot, zolang wij nog wachten op de verlossing van ons lichaam (Rom. 8, 19-23).

Ook het zichtbare heelal is dus ertoe bestemd om van gedaante veranderd te worden, opdat "de wereld zelf, hersteld in haar oorspronkelijke staat, ongehinderd de rechtvaardigen ten dienste (zou) staan" door deel te nemen aan hun verheerlijking in de verrezen Jezus Christus. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 5,32,1; vert. uit org.

"De tijd van de voltooiing van de aarde en de mensheid kennen wij niet, en evenmin weten wij, hoe het heelal van gedaante zal veranderen. Weliswaar gaat het door de zonde misvormde aanschijn van deze wereld voorbij, maar er wordt ons geleerd dat God ons een nieuwe woning en een nieuwe aarde bereidt, waarin de gerechtigheid woont en waarvan het geluk alle verlangens naar vrede die in het hart van de mensen opkomen, zal vervullen en overtreffen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 39. § 1, vert. uit Lat.
"Toch mag de verwachting van een nieuwe aarde onze zorg voor het zorgvuldig bebouwen van deze aarde niet verzwakken, maar moet ze deze juist versterken: hier groeit immers dat lichaam van de nieuwe mensenfamilie dat reeds een zekere voorafschaduwing kan geven van de nieuwe wereld. Ofschoon er derhalve zorgvuldig onderscheid gemaakt dient te worden tussen aardse vooruitgang en de groei van koninkrijk in Christus, is die aardse vooruitgang toch van groot belang voor het koninkrijk Gods, in zoverre hij kan bijdragen tot een betere ordening van de menselijke samenleving". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 39. § 2, vert. uit Lat.
"Immers,... alle goede vruchten van onze natuur en onze inzet die wij in de Geest en volgens het gebod van de Heer op aarde verbreid zullen hebben, zullen we later terugvinden, maar dan wel van alle smet gereinigd, verlicht en omgevormd, wanneer Christus aan de Vader het eeuwig en universeel koninkrijk zal teruggeven". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 39. § 3, vert. uit Lat Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 2 God zal dan "alles in allen" (1 Kor. 15, 28) zijn, in het eeuwig leven:
Het werkelijke en waarachtige leven is dus de Vader, die door de Zoon in de heilige Geest aan allen, als uit een bron, de hemelse gaven schenkt. Door zijn menslievendheid zijn ook aan ons, mensen, waarachtig de goederen van het eeuwig leven beloofd. H. Cyrillus van Jeruzalem, Catecheses Illuminandorum. 18,29, vert.: Getijdenboek Lect. II,5,22

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam